Wat zegt de wet over aanstellingskeuringen?

Op 1 januari 1998 is de Wet op de medische keuringen (Wmk) in werking getreden. De Wmk bepaalt onder welke voorwaarden een keuring mag worden verricht en aan welke procedurevoorschriften de keuring moet voldoen. Voor de aanstellingskeuring worden deze vereisten aangevuld door het Besluit aanstellingskeuringen van 23 november 2001.

Het Besluit aanstellingskeuringen vult de Wmk op een aantal punten aan, onder meer met de voorwaarde, dat de werkgever er alles aan moet doen om de risico’s voor de gezondheid en de veiligheid bij de uitoefening van werkzaamheden in zijn bedrijf te verminderen. De werkgever is verplicht om schriftelijk advies te vragen aan een gecertificeerde arbodienst over het voornemen om een aanstellingskeuring te doen verrichten. De werkgever vraagt dan advies over de bijzondere eisen van medische geschiktheid voor een bepaalde functie, over het doel en de inhoud van de keuring, en over de rechtmatigheid van de keuring.

Voorts bepaalt het Besluit aanstellingskeuringen dat de werkgever bij de werving vermeldt dat bij de betreffende functie een aanstellingskeuring moet worden verricht alvorens de geselecteerde sollicitant kan worden aangesteld. De Wmk bepaalt dat de werkgever tijdig voor de aanvang van de keuring de geselecteerde sollicitant op begrijpelijke wijze schriftelijk informatie geeft over het doel, de vragen en de onderzoeken bij de aanstellingskeuring.

De sollicitant heeft het recht om de werkgever te vragen het advies van de arbodienst in te zien.

Ook is de werkgever verplicht om informatie te geven over de rechten van de sollicitant bij de keuring: het recht op herkeuring en het recht om een klacht over de aanstellingskeuring in te dienen bij de Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen (CKA).

De werkgever zelf mag aan de sollicitant geen vragen stellen over de gezondheid of informatie inwinnen over ziekteverzuim in het verleden.