De Keuring | CKA: Over de Commissie | Regelgeving | Een klacht? | Oordeel | Advies | Jaarverslag | Folders

   

De 'lees meer' button brengt u eerst naar de samenvatting van het complete advies of oordeel. Vervolgens kunt u het complete oordeel of advies downloaden (in PDF-formaat).
Ook kunt u uitgebreid zoeken op categorie, trefwoord en op jaar en nummer.

Oordelen  
 

2009-08.
Een vakbond voor cabinepersoneel heeft namens zes van zijn leden aan de Commissie gevraagd haar oordeel uit te spreken over de vraag of voor de op grond van de EU.OPS 1.195-voorschriften verplicht gestelde herkeuring van het cabinepersoneel van een luchtvaartmaatschappij de ICAO klasse 2-keuringseisen mogen worden gehanteerd, terwijl deze zijn opgesteld voor het keuren van sportvliegers. De vraag is of er niet méér getoetst wordt dan gezien de functie noodzakelijk is.
Tevens is het verzoek aan de Commissie om zich uit te spreken over de vraag of cabin attendants die jarenlang probleemloos met hun aandoening of medicijngebruik hebben gevlogen afgekeurd kunnen worden op basis van nieuwe regelgeving. Zij hebben bewezen dat hun aandoening geen belemmering vormt om de functie goed uit te oefenen.

De Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW) heeft de Nederlandse luchtvaartmaatschappijen opgelegd dat al het cabinepersoneel dat langer dan vijf jaar geleden is gekeurd vóór 1 januari 2010 herkeurd moet zijn. In de EU-OPS zijn alleen in heel algemene termen de medische geschiktheids-eisen voor cabinepersoneel benoemd. IVW heeft als aanwijzing gegeven dat de medische eisen van ICAO klasse 2 als referentiekader kunnen worden gehanteerd als keuringseisen ten aanzien van cabinepersoneel. Deze eisen zijn opgesteld voor cockpitpersoneel, meer specifiek voor privé-vliegers.

De betreffende zes leden van de vakbond zijn op grond van het Medical Assessment afgekeurd. Vijf van deze cabin attendants zijn afgekeurd vanwege het hebben van diabetes en één cabin attendant vanwege medicijngebruik tegen een verhoogd risico op trombose.

De betrokken cabin attendants hebben nooit een risico gevormd voor de vliegveiligheid. Sommigen vliegen al vijftien jaar met de aandoening.

De Commissie is uitsluitend bevoegd te oordelen over aanstellingskeuringen, zijnde de keuringen die plaatsvinden in verband met het aangaan of wijzigen van de arbeidsverhouding (artikel 4, eerste lid, van de Wet op de medische keuringen). De ingediende klacht heeft betrekking op verplichte medische keuringen tijdens het dienstverband. Dit zijn geen aanstellingskeuringen in de zin van de Wmk.

Op grond van vorenstaande verklaart de Commissie zich niet bevoegd ten aanzien van de ingediende klacht.

Lees meer »

2009-07.
Klaagster heeft de Commissie gevraagd haar oordeel uit te spreken over de vraag of zij afgekeurd had mogen worden door de betreffende luchtvaartmaatschappij (hierna: verweerder) voor de functie van stewardess vanwege het hebben van diabetes type 1. Ook heeft zij gevraagd om een oordeel over de informatievoorziening bij de sollicitatie, omdat haar toen is gezegd dat het hebben van diabetes type 1 geen probleem zou zijn.

Klaagster heeft gesolliciteerd bij verweerder voor de functie van stewardess. De sollicitatieprocedure betreft een aantal rondes en begint met solliciteren via een uitzendbureau. Bij dit uitzendbureau heeft klaagster gemeld dat zij diabetes type 1 heeft. Het uitzendbureau heeft haar gezegd dat dit geen probleem was.

Vervolgens vond een schriftelijke medische keuring plaats via de keuringsinstantie van verweerder. Klaagster moest een medische vragenlijst invullen. Klaagster heeft op de vragenlijst ingevuld dat zij diabetes type 1 heeft. Klaagster heeft geen keuringsgesprek met een keurend arts gehad.

Eén week voordat klaagster zou beginnen aan de opleiding tot stewardess werd zij gebeld met de mededeling dat zij was afgekeurd vanwege het hebben van diabetes type 1.

Op grond van artikel 9, eerste lid, van het Besluit klachtenbehandeling aanstellingskeuringen kan een klacht worden ingediend tot uiterlijk zes maanden nadat de gedraging of het feit waartegen de klacht zich richt heeft plaatsgevonden. Aangezien klaagster na het verstrijken van de zesmaandstermijn haar klacht heeft ingediend, heeft de Commissie zich niet ontvankelijk moeten verklaren.

Lees meer »

2009-06.
Klager heeft de Commissie gevraagd haar oordeel uit te spreken over de vraag of klager afgekeurd had mogen worden voor de functie van matroos passagiersvaart/binnenvaart vanwege het risico op een epileptisch insult. Klager heeft één keer een aanval gehad veroorzaakt door een tumor en nadat deze is verwijderd heeft hij geen aanval meer gehad. Klager begrijpt niet waarom hij de aangeboden werkzaamheden aan boord van het passagiersschip niet zou kunnen/mogen vervullen terwijl hij wel mag autorijden.

Klager werkte fulltime op basis van een contract voor onbepaalde tijd als leerling timmerman bij een aannemersbedrijf. Klager heeft een epileptisch insult gehad veroorzaakt door een tumor. De tumor is succesvol verwijderd en klager kon vrij snel na de operatie zijn eigen werk hervatten. Echter, toen klager op controle kwam bij zijn behandelend neuroloog, gaf deze aan dat klager niet op hoogte en ook niet met elektrische apparaten mocht werken omdat naar de inschatting van de behandelend neuroloog het risico op een epileptisch insult niet nul is. Klager is als gevolg daarvan nadien duurzaam volledig arbeidsongeschikt verklaard voor zijn eigen werk.

Klager heeft gezocht naar een passende functie. Zijn oom is kapitein op een passagiersschip en bood aan om op dit passagiersschip te komen werken. Klager zou hier op detacheringsbasis kunnen gaan werken. De werkzaamheden bestaan uit schoonmaken (ramen zemen, dekken en zonnedek), het vast- en losmaken van het schip, schuren en verven en het dragen van koffers bij in- en uitschepen.
Om deze functie te kunnen gaan vervullen diende klager een dienstboekje te hebben. Ter verkrijging van het dienstboekje moest hij medisch gekeurd worden. Klager wordt echter afgekeurd vanwege het risico op een epileptisch insult. Hierdoor krijgt klager het benodigde dienstboekje niet en kan hij de werkzaamheden aan boord niet uitoefenen. De keurend arts heeft klager geadviseerd om een herkeuring aan te vragen.

In de Regeling medische keuringen binnenvaart 2008 (hierna: de Regeling) staan de keuringsaanwijzingen en keuringseisen genoemd. De keuringseisen zijn opgesteld met het oog op de veiligheid van de keurling en die van derden. De betrokkene die in aanmerking wil komen voor een geneeskundige verklaring dient vrij te zijn van enige afwijking, ziekte of verwonding die een veilige uitoefening van de werkzaamheden belemmert. Daarnaast mag de aanwezigheid van de betrokkene aan boord geen gevaar opleveren voor de gezondheid van de overige opvarenden. Epilepsie wordt genoemd als reden voor ongeschiktheid.
De veiligheid van de keurling en van derden is een bijzondere functie-eis in de zin van de Wmk. In de Regeling is het beschermen van de veiligheid voor de functie niet specifiek beschreven. Voor alle functies aan boord geldt dat de veiligheid van de keurling en derden moet zijn gewaarborgd. De keuringen op grond van de Regeling worden voor alle functies op dezelfde wijze uitgevoerd.

De Commissie komt tot de conclusie dat de systematiek van de Regeling niet is afgestemd op de uitgangspunten van de Wmk. Dit laat onverlet dat verweerder zich dient te houden aan de Wmk, hetgeen betekent dat verweerder de plicht heeft zich ervan te vergewissen dat de bijzondere eisen van medische geschiktheid van een functie zijn beschreven volgens de daarvoor geldende bepalingen van de Wmk, teneinde de transparantie te bewerkstelligen die door de Wmk wordt beoogd.
Gelet op de algemeenheid en uitgebreidheid van de onderhavige keuring die volgens de keuringsaanwijzingen van de Regeling wordt uitgevoerd, is de keuring naar het oordeel van de Commissie dan ook in strijd met de Wmk uitgevoerd.

Tevens acht klager zich niet voldoende geïnformeerd door verweerder. Klager wist niet dat verweerder hem op grond van de Regeling vanwege het risico op een epileptisch insult moest afkeuren. Dit is klager pas bij de herkeuring uitgelegd door de scheidsrechter.
Verweerder heeft een eigen taak zich ervan te vergewissen dat de keurling vóórafgaand aan de keuring voldoende is geïnformeerd over doel en inhoud van die keuring conform het vereiste in artikel 8, tweede lid, van de Wmk. Indien dit niet het geval is dient verweerder deze informatie zelf te verstrekken. Aangezien de keurend arts dit niet heeft gedaan, heeft hij in strijd gehandeld met de Wmk.

Lees meer »

2009-05.
De Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen (CKA) is gevraagd haar oordeel uit te spreken over de vraag of de uitslaggevend keuringsarts als eindverantwoordelijke voor de aanstellingskeuring in strijd met de Wet op de medische keuringen (Wmk) heeft gehandeld door klaagster niet goed te informeren over het feit dat het hebben van astma een reden voor afkeuring vormt.

Klaagster heeft belangstelling voor de functie Hondengeleider bij de Koninklijke Luchtmacht en wacht twee jaar tot de functie vacant komt. Zij reageert op de vacature en wordt uitgenodigd voor de informatiedag. Op deze dag vertellen beroepenvoorlichters over de inhoud van het werk en over de selectie- en keuringsprocedure. De sollicitanten krijgen tevens de brochure ‘Selectie en keuring’ en sollicitatiepapieren mee. Klaagster is naderhand opgeroepen voor het psychologisch onderzoek en enige tijd later voor de aanstellingskeuring. Daar hoort zij van de keuringsarts dat zij is afgekeurd vanwege haar astma. Klaagster stelt dat de informatievoorziening gebrekkig is geweest en dat zij niet alle voorbereidingen voor de sollicitatie zou hebben getroffen als zij correct was voorgelicht. Zij wil met haar klacht bewerkstelligen dat anderen niet hetzelfde overkomt. Klaagster is ook van mening dat zij niet vanwege astma afgekeurd had mogen worden omdat zij hier zelden last van heeft en slechts af en toe medicijnen gebruikt.

De keuringsarts heeft verklaard dat astma een absolute contra-indicatie is voor het vervullen van alle militaire functies omdat een militair kan worden ingezet onder vooraf onvoorspelbare omstandigheden en onvoorspelbare plaatsen, waarbij het gevaar bestaat dat de luchtwegen aan diverse prikkels kunnen worden blootgesteld. Voor wat betreft de informatieplicht betreft wijst de keuringsarts erop dat geverifieerd is of klaagster over de brochure ‘Selectie en keuring’ beschikte en of zij van de inhoud op de hoogte was.

De CKA oordeelt dat de keuringsarts een eigen taak heeft, onafhankelijk van het bevoegd gezag, zich ervan te vergewissen dat de keurling vóórafgaand aan de keuring voldoende is geïnformeerd over doel en inhoud van die keuring conform het vereiste in artikel 8, tweede lid, van de Wmk. Indien dit niet het geval is dient de keuringsarts deze informatie zelf te verstrekken. Dit vloeit voort uit het principe van geïnformeerde toestemming (informed consent principe). De CKA stelt vast dat de brochure ‘Selectie en keuring’ geen informatie bevatte over astma als absolute contra-indicatie en dat de keuringsarts vooraf nadere informatie aan klaagster had moeten verstrekken. Nu de noodzakelijk te achten informatieverstrekking achterwege is gebleven, heeft de uitslaggevend keuringsarts in strijd met artikel 8 , tweede lid, van de Wmk gehandeld.

De CKA overweegt tevens dat zij op grond van de voorliggende stukken en informatie over de functie van hondengeleider zich niet kan uitspreken over de vraag of astma terecht als absolute contra-indicatie moet worden aangemerkt voor deze functie.

De CKA heeft tegen de Koninklijke Luchtmacht als bevoegd gezag een apart oordeel uitgebracht (oordeel 2009-03).
Lees meer »

2009-04.
De Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen (CKA) is gevraagd haar oordeel uit te spreken over de vraag of klager afgekeurd had mogen worden voor een functie bij het Korps Commandotroepen vanwege de uitslag van een psychologisch onderzoek.

Klager heeft als onderdeel van de sollicitatieprocedure voor een functie bij het Korps Commandotroepen een psychologisch onderzoek ondergaan. Klager is afgewezen op grond van de uitslag van dit onderzoek. De inhoud van de klacht gaf de CKA aanleiding klager nadere vragen te stellen om te achterhalen of de psycholoog specifieke medische vragen had gesteld die mogelijkerwijs mede reden zijn geweest voor de afkeuring. Bij een positief antwoord op die vraag zou het psychologisch onderzoek als een aanstellingskeuring in de zin van de Wet op de medische keuringen (Wmk) kunnen worden aangemerkt.
Uit de totstandkomingsgeschiedenis en de titel van de Wmk blijkt dat de werking van de wet beperkt is tot medische keuringen. Vragen en onderzoeken moeten betrekking hebben op het ‘medische’ om van een aanstellingskeuring in de zin van de Wmk te kunnen spreken. Psychiatrische onderzoeken vallen hier wel onder. Psychologische onderzoeken vallen in beginsel niet onder de Wmk tenzij tijdens dit onderzoek zodanige vragen over de gezondheid zijn gesteld dat er toch sprake is van een keuring in de zin van artikel 1, onder a, van de Wmk.

In deze zaak is tijdens het psychologisch onderzoek alleen in zijn algemeenheid over klagers gezondheid gesproken. De vraag of klager medisch in orde is past in een algemeen psychologisch onderzoek. Een algemene vraag naar de gezondheid tijdens een psychologisch onderzoek geeft een completer beeld van de persoon en inzicht in de eventuele invloed van de gezondheid op de psyche van deze persoon. Bij de bespreking van het motorongeluk dat in het verleden had plaatsgevonden, is tevens over de medische gevolgen hiervan gesproken. Het is de Commissie niet gebleken dat de psychologe hierover gerichte vragen heeft gesteld. De CKA acht het aannemelijk dat de vragen vooral gericht waren op gedragingen van klager in verband met het ongeluk, temeer nu de beoordeling van dit gedrag als roekeloos gedrag tot afkeuring voor de functie heeft geleid.

De CKA is daarom van oordeel dat er in casu geen sprake is van een aanstellingskeuring in de zin van artikel 1, onder a, van de Wmk. Om die reden verklaart de Commissie zich kennelijk onbevoegd.


Lees meer »

2009-03.
De Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen (CKA) is gevraagd haar oordeel uit te spreken over de vraag of de Koninklijke Luchtmacht als werkgever in strijd met de Wet op de medische keuringen (Wmk) heeft gehandeld door klaagster niet goed en tijdig voor te lichten over het feit dat het hebben van astma een reden voor afkeuring vormt.

Klaagster heeft belangstelling voor de functie Hondengeleider bij de Koninklijke Luchtmacht en wacht twee jaar tot de functie vacant komt. Zij reageert op de vacature en wordt uitgenodigd voor de informatiedag. Op deze dag vertellen beroepenvoorlichters over de inhoud van het werk en over de selectie- en keuringsprocedure. De sollicitanten krijgen tevens de brochure ‘Selectie en keuring’ en sollicitatiepapieren mee. Klaagster is naderhand opgeroepen voor het psychologisch onderzoek en enige tijd later voor de aanstellingskeuring. Daar hoort zij van de keuringsarts dat zij is afgekeurd vanwege haar astma. Klaagster stelt dat de informatievoorziening gebrekkig is geweest en dat zij niet alle voorbereidingen voor de sollicitatie zou hebben getroffen als zij correct was voorgelicht. Zij wil met haar klacht bewerkstelligen dat anderen niet hetzelfde overkomt. Klaagster is ook van mening dat zij niet vanwege astma afgekeurd had mogen worden omdat zij hier zelden last van heeft en slechts af en toe medicijnen gebruikt.

Volgens verweerder is de informatie ten aanzien van het medisch aspect tijdens de voorlichtingsdag in principe algemeen en niet inhoudelijk omdat de beroepenvoorlichters geen medische achtergrond hebben en het ook niet passend is in te gaan op de gezondheid van belangstellenden. Verder is het ondoenlijk om alle medische aandoeningen die als mogelijke afkeuringsgrond worden geclassificeerd voor het militaire beroep te benoemen in de voorlichting en/of brochure. Te meer omdat er gradaties zijn in aandoeningen waarover alleen de uitslaggevend keuringsarts ten aanzien van goed- of afkeuren een oordeel kan geven. Tijdens de klachtprocedure bij de CKA heeft de keuringsarts aangegeven dat astma een absolute contra-indicatie is voor het vervullen van alle militaire functies. Het hebben van astma zou dus tot afkeuring moeten leiden zonder een individuele afweging te hoeven maken.

De Commissie stelt dat verweerder als werkgever op grond van artikel 8, tweede lid, van de Wmk de verplichting heeft om sollicitanten goed te informeren over de medische keuring. De CKA is van oordeel dat verweerder in strijd met deze bepaling heeft gehandeld. Verweerder had in de schriftelijke en mondelinge informatievoorziening explicieter dienen in te gaan op de zwaarte van de functie in relatie tot medische eisen en in het verlengde daarvan op medische aandoeningen en medicijngebruik. Indien van bepaalde veel voorkomende aandoeningen en/of medicijngebruik bij voorbaat vaststaat dat deze een absolute contra-indicatie vormen, kan dit als voorbeeld worden vermeld. Geïnteresseerden worden op die manier vooraf in staat gesteld een afweging te maken of zij een goede kans hebben te worden aangenomen. Desgewenst kan tijdens de voorlichtingsdag een arts aanwezig zijn bij wie sollicitanten met vragen terecht kunnen.

De CKA heeft tegen de uitslaggevend keuringsarts een apart oordeel uitgebracht (oordeel 2009-05).

Lees meer »


 
     
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 Volgende oordelen >>