Advies 2003-02

Kunnen mensen die in ploegendienst gaan werken verplicht een aanstellingskeuring krijgen?
Aangezien er hoger belastbaarheid in het werk voorkomt.

Vraag

De vraag aan de Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen luidt: “Worden aan medewerkers die ploegendienst verrichten specifieke medische eisen gesteld zodanig dat een aanstellingskeuring verplicht dan wel mogelijk is?”

Antwoord

Huidige praktijk
Als specifieke functie-eis was ‘het werken in ploegendienst’, niet in de ARA opgenomen. De reden daarvoor was dat, hoewel er een karrenvracht aan literatuur is over mogelijke negatieve gezondheidseffecten van het werken in ploegendienst - met name maagdarmklachten, cardiovasculaire problemen, slaapstoornissen en zwangerschapsproblemen (Harrington, 2001; Knutsson, 2003) -, er in die literatuur geen duidelijke evidence dan wel consensus is over de wijze waarop een aanstellingskeuring daarbij een preventieve bijdrage zou kunnen leveren.

Dit uitgangspunt wordt ook gehanteerd door de opstellers van de Leidraad Aanstellingskeuringen (de ‘opvolger’ van de ARA) die momenteel in conceptvorm ter commentaar voorligt (1): “Tot op dit moment is het onduidelijk welke belastbaarheidseisen moeten worden gesteld aan een werknemer die in ploegendienstverband gaat werken. Hiervoor bestaan geen valide onderzoeksgegevens. Om deze reden is besloten om dit niet in de Leidraad op te nemen.”

Organisatorische en ergonomische maatregelen
De laatste jaren zijn een aantal artikelen over de bedrijfsgezondheidskundige begeleiding van ploegendienstwerkers gepubliceerd. De meeste van deze publicaties wijzen vooral op het belang van organisatorische en ergonomische maatregelen om de mogelijk nadelige effecten van ploegendienst tegen te gaan. Veel van deze maatregelen hebben vooral betrekking op het tegengaan van nachtdiensten. Sommige maatregelen zijn overigens in de wet en/of Europese regelgeving vastgelegd. Zo mag er volgens de Arbeidstijdenwet (1999) ten hoogste 8 uur per nachtdienst en 10 nachtdiensten per 4 weken gewerkt worden en is een onafgebroken rusttijd van tenminste 14 uur na een nachtdienst en 48 uur na een reeks van 3 tot 6 nachtdiensten vastgelegd. Ook de Europese richtlijn (1993) bevat soortgelijke regelingen. In het verleden is veel onderzoek gedaan naar het meest optimale ploegendienstrooster om gezondheidsproblemen te voorkomen of te beperken. Het belangrijkste uitgangspunt daarbij lijkt enerzijds te liggen in het zoveel mogelijk beperken van achtereenvolgende nachtdiensten en anderzijds in het snel ‘voorwaarts laten roteren’ (bv 2 dagen vroege dienst, 2 dagen late dienst, 2 dagen nachtdienst) van het rooster (Knauth en Hornberger, 2003). Daarnaast is ook het aanbieden van informatie over werktijden en gevolgen voor de gezondheid op korte en lange termijn belangrijk als strategie om kennis bij werknemers te vergroten (Schuring et al. 2003).

Gezondheidsbewaking
Zowel de ILO-conventie (1990) over nachtwerk als de Europese Richtlijn (1993) schrijven voor dat werknemers die arbeid in nachtdienst gaan verrichten in de gelegenheid gesteld moeten worden om op vrijwillige basis voor aanvang van die arbeid en ook periodiek daarna een arbeidsgezondheidskundig onderzoek te ondergaan. Dit is in Nederland in artikel 1.38 van het Arbobesluit opgenomen. Over een (verplichte) aanstellingskeuring wordt nergens gesproken. De gezondheidsbewaking moet gericht zijn op het vaststellen van een mogelijk ‘beperkte belastbaarheid’ voor nachtwerk en op vroegtijdige opsporing van aandoeningen veroorzaakt of verergerd door nachtwerk.
Over de inhoud van dit arbeidsgezondheidskundig onderzoek bestaat geen consensus.

De Commissie wijst hier ook op de publicaties van Costa. Costa noemt weliswaar een aantal ziekten en aandoeningen die als contra-indicaties voor onregelmatige werktijden overwogen zouden kunnen worden, maar ook hij komt tot de conclusie dat het uitvoeren van een aanstellingskeuring in verband met onregelmatige diensten geen zin heeft.

Conclusie
Op grond van de huidige beschikbare gegevens lijkt er onvoldoende grond te bestaan, zowel ten aanzien van de omschrijving van de belastbaarheidseisen en de te onderzoeken gezondheidsparameters, als ten aanzien van de validiteit van keuringsmethoden, om bij werknemers die in ploegendienst gaan werken een aanstellingskeuring te kunnen verplichten.

Literatuur:

Arbeidstijdenwet. Nederlandse arbeidsomstandighedenwet 1998. Den Haag SDU, uitgave april 1999. versie arbeidsomstandighedenwet geldt vanaf 1-4-2000.

Costa G. Guidelines for the medical surveillance of shift workers. Scand J Work Environ Health 1998;24suppl3:151-5.

Costa G. Shift work and occupational medicine: an overview. Occup Med 2003;53:83-8.

European Council. Concerning certain aspects of working time. Off J Eur Commun 1993;L307:18-24. Council Directive 93/104/EC.

International Labour Office. Convention No. 171. Night work. Geneva: ILO, 1990.

Harrington JM. Health effects of shift work and extended hours of work. Occup Environ Med 2001;58:68-72.

Knauth P, Hornberger S. Preventive and compensatory measures for shift workers. Occup Med 2003;53:109-116.

Knusson A. Health disorders of shift workers. Occup Med 2003;53:103-8.

Schuring M, Sluiter JK, Frings-Dresen MHW. Onregelmatige werktijden: het ontstaan en herstel van vermoeidheid. Tijdschrift voor Ergonomie 2003;28:4-10.


1 Zwart BCH de, Weel ANH, Heymans MW. Leidraad aanstellingskeuringen. Handelen van de arbodienst bij een aanstellingskeuring. Conceptversie 1.0. Leiden, Astri, 2003.