Advies 2003-04

Is het mogelijk medische verklaringen te eisen van personeel in de kinderopvang (dit om gevaar voor de gezondheid van de kinderen uit te sluiten)?

Vraag
De vraag aan de Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen heeft betrekking op vraag 14 van de aanvraag ter verkrijging van een vergunning tot het oprichten en houden van een kindercentrum, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Verordening Kinderopvang Haarlemmermeer 2002.

Bedoelde vraag 14 luidt als volgt:
“Is het personeel in het bezit van (een) medische verklaring, waaruit blijkt dat zij geen ziekten of gebreken hebben, die gevaar kunnen opleveren voor de gezondheid van de kinderen?
Deze verklaring dient te zijn afgegeven door een keuringsarts”.

Aan de Commissie is verzocht om een uitspraak te doen omtrent het al dan niet in strijd zijn van de hierboven geciteerde vraag 14 met de voorschriften van de Wet op de medische keuringen (WMK).

Uitspraak van de Commissie
Artikel 2, eerste lid, van de Verordening Kinderopvang Haarlemmermeer luidt: “Het is verboden, zonder schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders, een kindercentrum open te stellen of te houden.”

Hoofdstuk 2 van die Verordening betreft de kwaliteitsregels. In paragraaf 1 van dat hoofdstuk worden regels gesteld voor alle vormen van kinderopvang.
Artikel 11 van paragraaf 1 betreft nadere regels en luidt voorzover van belang voor de onderhavige vraagstelling:

  1. Het kindercentrum dient hygiënisch en veilig te zijn en een deugdelijke inrichting te hebben.
  2. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere regels te stellen waaraan het kindercentrum, de houder en de in het kindercentrum werkzame functionarissen en begeleiders moeten voldoen.
    Deze regels hebben betrekking op:
    a (……..);
    b (……..);
    c de aan de functionarissen en begeleiders te stellen gezondheidseisen;
    d (……..).

Naar het oordeel van de Commissie valt het stellen van gezondheidseisen aan sollicitanten (functionarissen en begeleiders) genoemd in artikel 11, tweede lid, onder c, van de Verordening, en uitgewerkt in vraag 14 van de aanvraag ter verkrijging van de vergunning, onder het regiem van de WMK. Er is immers sprake van een keuring in de zin van de WMK: vragen over de gezondheidstoestand van de keurling en het verrichten van medisch onderzoek.

Thans komt de vraag aan de orde of het aldus stellen van gezondheidseisen wel of niet in strijd is met de voorschriften van de WMK. Daarbij speelt het volgende een rol. Er zijn twee mogelijkheden:

a. Er is sprake van een burgerrechtelijke arbeidsverhouding in de zin van artikel 1, onder a ten eerste, van de WMK, of een aanstelling in openbare dienst in de zin van artikel 1, onder a, ten tweede, van de WMK. Alleen onder bepaalde omstandigheden laat de WMK een aanstellingskeuring toe.
b. Er is geen sprake van een dergelijke arbeidsverhouding of aanstelling in openbare dienst. In dat geval is de WMK niet van toepassing.

Naar wij aannemen is bij de arbeid in de kinderdagverblijven sprake van een arbeidsovereenkomst, en stelt dus de WMK specifieke eisen wil een aanstellingskeuring toelaatbaar zijn.

Aanstellingskeuring
Ingevolge de voorschriften van de WMK en het Besluit aanstellingskeuringen van november 2001 mag een aanstellingskeuring slechts worden verricht indien aan de vervulling van de functie, waarop de aanstelling betrekking heeft, en de daarbij behorende taken bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid moeten worden gesteld. Hieronder wordt begrepen de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van de keurling en van derden bij de uitvoering van de desbetreffende arbeid, terwijl de risico’s voor de gezondheid en de veiligheid niet met gangbare maatregelen, overeenkomstig de stand der wetenschap en professionele dienstverlening, kunnen worden gereduceerd.
De werkgever moet die functie-eisen schriftelijk vastleggen en daarover advies vragen aan een gecertificeerde arbodienst. De arbodienst moet beoordelen of die eisen voor de betreffende functie nodig dan wel overbodig zijn en of de eisen in criteria van medische geschiktheid kunnen worden vertaald.
Ingevolge artikel 4, tweede lid, van de WMK is het bovendien verboden om (anders dan in de vorm van een keuring als omschreven in de WMK) vragen te stellen of anderszins inlichtingen in te winnen over de gezondheidstoestand van de keurling.

Conclusie
Het eisen van een medische verklaring voor aan te stellen personeel voor een kindercentrum is alleen toegestaan, indien voldaan is aan de voorwaarden van de WMK en het Besluit aanstellingskeuringen. Indien niet aan die voorwaarden wordt voldaan, leidt het voldoen aan het bepaalde in artikel 11, tweede lid, onder c, van de Verordening Kinderopvang Haarlemmermeer 2002 tot strijd met de voorschriften van de WMK.