Advies 2004-01

Vraag

  1. Een uitzendkracht werkt gedurende een bepaalde tijd bij een bedrijf. Vervolgens wordt een arbeidsovereenkomst aangeboden in dezelfde functie. Mag er dan een aanstellingskeuring worden uitgevoerd bij de indiensttreding?
  2. Mag er gekeurd worden op huidaandoeningen in verband met te verrichten werkzaamheden in een cleanroom?
  3. Is het uitvoeren van een intrede-onderzoek op vrijwillige basis mogelijk voor alle functies en is daar een procedure aan verbonden?
  4. Verschilt het intrede-onderzoek van een aanstellingskeuring?

Advies van de Commissie

Algemeen
Ingevolge de voorschriften van de Wet op de medische keuringen (WMK) en het Besluit aanstellingskeuringen van november 2001 mag een aanstellingskeuring slechts worden verricht indien aan de vervulling van de functie, waarop de aanstelling betrekking heeft, en de daarbij behorende taken bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid moeten worden gesteld. Hieronder wordt begrepen de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van de keurling en van derden bij de uitvoering van de desbetreffende arbeid, terwijl de risico’s voor de gezondheid en de veiligheid niet met gangbare maatregelen, overeenkomstig de stand der wetenschap en professionele dienstverlening, kunnen worden gereduceerd.
De werkgever moet die functie-eisen schriftelijk vastleggen en daarover advies vragen aan een gecertificeerde arbo-dienst. De arbo-dienst moet beoordelen of die eisen voor de betreffende functie nodig dan wel overbodig zijn en of de eisen in criteria van medische geschiktheid kunnen worden vertaald.
De WMK laat derhalve slechts onder strikte voorwaarden een aanstellingskeuring toe.

Op grond van vorenstaande overweegt de Commissie als volgt.

Vraag 1
Indien is voldaan aan de voorwaarden van de WMK mag een aanstellingskeuring worden uitgevoerd. Uit informatie blijkt dat er in concept bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid zijn opgesteld voor de functie van Service Chauffeur, welke eisen zijn gebaseerd op de richtlijnen voor het beroepsgoederenvervoer. Uit de informatie blijkt niet dat het bedrijf daarover schriftelijk advies heeft gevraagd aan een gecertificeerde arbo-dienst.

In de informatie staat voorts dat de chauffeurs beroepsgoederenvervoer de verplichting hebben om zich om de vijf jaar te laten keuren. Deze keuring is een geheel andere dan de aanstellingskeuring. Immers, de aanstellingskeuring vindt plaats voorafgaande aan de indiensttreding. Mocht uit de keuring blijken dat de sollicitant medisch niet geschikt is voor de functie, dan luidt het oordeel van de keurend arts “ongeschikt voor de functie”. Werkgevers gaan vervolgens doorgaans niet over tot het aanbieden van een arbeidsovereenkomst, althans niet voor de functie waarop is gesolliciteerd.

In dat verband is het dan ook juridisch en medisch gezien niet juist om een uitzendkracht pas een aanstellingskeuring te laten ondergaan, wanneer, na een aantal maanden als uitzendkracht gewerkt te hebben in dezelfde functie, een arbeidsovereenkomst met het bedrijf wordt overwogen. Immers, indien het zo is dat voor de betreffende functie een aanstellingskeuring is vereist, dan betekent dit dat een uitzendkracht, die niet gekeurd is, bij de uitvoering van de betreffende functie risico loopt voor zijn eigen gezondheid en veiligheid, terwijl ook derden daarbij risico kunnen lopen. Een en ander is, naar het oordeel van de Commissie, in strijd met de geest van de WMK, die immers is opgesteld met het doel de keurling te beschermen en om risicoselectie tegen te gaan.

Vraag 2
Hier geldt hetgeen hierboven onder het kopje “algemeen” is overwogen: de functie-eisen moeten schriftelijk worden vastgelegd en daarover moet schriftelijk advies worden gevraagd aan een gecertificeerde arbo-dienst. Daarbij moet worden gekeken of de risico’s voor de gezondheid en de veiligheid niet met gangbare maatregelen, overeenkomstig de stand der wetenschap en professionele dienstverlening kunnen worden gereduceerd.

Vraag 3 en vraag 4
Een intrede-onderzoek is geen aanstellingskeuring. Een intrede-onderzoek kan op vrijwillige basis plaatsvinden. Een intrede-onderzoek is geen selectie-instrument en dient dan ook slechts nà indiensttreding uitgevoerd te worden, terwijl de werkgever daarvan geen uitslag ontvangt. Het doel van een intrede-onderzoek kan zijn het vastleggen van een uitgangssituatie (“nulmeting”), het eerste PAGO, kennismaking met de bedrijfsarts of arbo-dienst, mogelijkheid tot het geven van voorlichting enzovoorts.

In een aantal gevallen is de werkgever verplicht om werknemers een preventief medisch onderzoek aan te bieden op grond van Arbobesluitbepalingen afkomstig uit artikel 24a van de Arbowet. De werknemers zijn echter niet verplicht aan het onderzoek mee te werken.