Advies 2004-09

Advies inzake aanstellingskeuring voor de functie van executieve politieagent

Vraagstelling
In het oordeel van de Commissie (2003-02) inzake een aanstellingskeuring bij een politiemedewerker heeft de Commissie de volgende aanbevelingen gedaan:

  • Het schriftelijk vastleggen van de bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid voor de functie van agent van politie conform de voorschriften van de Wet op de medische keuringen en het Besluit aanstellingskeuringen.
  • Alvorens de eisen vast te leggen, het schriftelijk vragen van advies aan de arbodienst over deze bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid, het doel van de keuring, de vragen welke ten aanzien van de gezondheid zullen worden gesteld, en de medische onderzoeken welke mogen worden verricht, en over de rechtmatigheid van de keuring.
  • De Regeling Aanstellingseisen Politie 2002 herzien met toepassing van de voorschriften van de WMK en het Besluit aanstellingskeuringen, in het bijzonder wat betreft de regeling van de herkeuring op het punt van de onafhankelijkheid van de herkeurend arts, zoals overwogen onder 6.17.

Mede op basis hiervan is door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Directie Politie, Afdeling Onderwijs en Loopbaanbeleid, samen met de voorzitter van het Landelijk Overleg Bedrijfsartsen Politie een aanpassing gemaakt van de Regeling Aanstellingseisen Politie (bijlage 5). Het doel hiervan is om de medische eisen beter te laten aansluiten bij de functieomschrijving van de functie van executieve politieagent.

Deze aangepaste Regeling is in concept naar de Commissie gestuurd. De vraag aan de Commissie is of naar haar oordeel hierin voldoende aan de bovenbeschreven aanbevelingen tegemoet is gekomen en of er nog aanvullende op- of aanmerkingen zijn.

Hoewel de Commissie het als positief beoordeelt, dat haar uitspraak aanleiding heeft gegeven tot het voornemen het keuringsbeleid voor de functie van executieve politieagent te herzien, heeft de Commissie een aantal kritische kanttekeningen bij de nieuwe voorstellen.

Advies van de Commissie
Deel 1 Actualisering van de beschrijving van de executieve functie-eisen ontleend aan de beroepsprofielen 2 tot en met 6, L.S.O.P.

Ingevolge de voorschriften van de Wet op de medische keuringen (WMK) en het Besluit aanstellingskeuringen van november 2001 mag een aanstellingskeuring slechts worden verricht indien aan de vervulling van de functie, waarop de aanstelling betrekking heeft, en de daarbij behorende taken bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid moeten worden gesteld. Hieronder wordt begrepen de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van de keurling en van derden bij de uitvoering van de desbetreffende arbeid, terwijl de risico’s voor de gezondheid en de veiligheid niet met gangbare maatregelen, overeenkomstig de stand der wetenschap en professionele dienstverlening, kunnen worden gereduceerd.
De werkgever moet die functie-eisen schriftelijk vastleggen en daarover advies vragen aan een gecertificeerde arbo-dienst. De arbo-dienst moet beoordelen of die eisen voor de betreffende functie nodig dan wel overbodig zijn en of de eisen in criteria van medische geschiktheid kunnen worden vertaald.

Op grond van vorenstaande overweegt de Commissie als volgt.

Uit het concept blijkt dat er geactualiseerde bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid zijn opgesteld voor de functie van politieagent in executieve dienst. Hoewel de voorzitter van het Landelijk Overleg Bedrijfsartsen Politie daarbij betrokken is, blijkt uit de informatie niet dat daarover schriftelijk advies is gevraagd aan een gecertificeerde arbo-dienst. Indien dat (nog) niet het geval is, dient dat alsnog te gebeuren.

Een van de zaken waarover de arbodienst kan en dient te adviseren betreft de vraag of de risico’s voor de gezondheid en de veiligheid van de geformuleerde bijzondere functie-eisen niet met gangbare maatregelen, overeenkomstig de stand der wetenschap en professionele dienstverlening kunnen worden gereduceerd. Juist op dit punt vindt de Commissie in het concept weinig terug. Er wordt weliswaar een lijst met 48 ‘basismedische eisen’ gepresenteerd maar deze worden niet verder geëxpliciteerd. Van een aantal daarvan (bijvoorbeeld ‘gesaneerd gebit’) is het de Commissie niet duidelijk waarom het –in het licht van de WMK- een bijzondere functie-eis zou zijn terwijl het bij andere (bijvoorbeeld ‘stof, rook, gas en damp’ of ‘omgeving en lawaai’) de vraag is of deze niet met gangbare maatregelen zou kunnen worden gereduceerd. Kortom: de lijst bevat een aantal basismedische eisen maar is daarmee nog geen lijst van bijzondere functie-eisen, zoals op pagina 3 gesteld.

De gebruikte terminologie is verwarrend. Op pagina 1 wordt gesproken over ‘benodigde fysieke taakeisen’. Op pagina 2 over ‘specifieke taakeisen die vertaald zijn naar basismedische eisen’ en op pagina 3 over ‘bijzondere functie-eisen’.

Bij de vertaalslag van profiel naar medische eisen wordt verwezen naar diverse bronnen. Deze zouden als referentie duidelijker kunnen worden vermeld. Het Functie Informatie Systeem (dat overigens destijds tot stand is gekomen door een uitgebreid onderzoek onder (onder meer) verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen (en niet ‘artsen en geneeskundigen’ zoals op pagina 2 vermeld) is inmiddels vervangen door een nieuw systeem: het CBBS. Daarbij moet wel bedacht worden dat dit systeem is ontwikkeld voor het vaststellen van potentiële inkomstenderving door arbeidsongeschiktheid hetgeen niet hetzelfde is als het vaststellen van de geschiktheid voor een functie bij aanstelling.

Deel 2 Toetsingscriteria in geval van storing in de orgaansystemen afhankelijk van hun invloed op de vereiste taakcompetenties
De Commissie heeft veel moeite met dit deel van de Regeling. Het commentaar van de Commissie heeft zowel betrekking op de procedurele kant van deel 2 als op de inhoud ervan. Wat betreft de procedurele kant, valt vooral op dat deel 2 op geen enkele wijze aansluit op deel1. Nergens wordt een link gelegd tussen de bijzondere of ‘basismedische eisen’ die in deel 1 zijn genoemd en de medische criteria genoemd in deel 2. De bedoeling van de WMK is nu juist om het aantal aanstellingskeuringen te beperken tot die situaties waarbij functie-eisen een bijzonder beroep doen op de medische geschiktheid. Daarbij dienen dan per bijzondere functie-eis (medische) toetsingscriteria te worden ontwikkeld waarbij bovendien nagegaan moet worden of er valide onderzoeksmethoden bestaan om die toetsing mogelijk te maken. De Commissie vindt een dergelijke systematiek hier nergens terug. De twee delen staan volkomen op zichzelf en deel 2 is vooral een lijst van ‘ouderwetse’ orgaangerichte contra-indicaties. Op basis van deze beide delen is – naar het oordeel van de Commissie – aan een toekomstige sollicitant nauwelijks helder te maken wat de functie-eisen zijn, waarop hij/zij gekeurd wordt en wat de toetsingscriteria m.b.t. die functie-eisen zijn.

Daarnaast heeft de Commissie grote moeite met de uitwerking van een aantal van de genoemde absolute en relatieve contra-indicaties. De lijsten maken naar haar oordeel te veel de indruk van een soms vrij willekeurige en weinig kritische ‘negatieve uitsluitinglijst’. Ze lijken niet ‘evidence-based’ en doen te weinig recht aan de belangrijke rol van het adaptatievermogen van mensen met een aandoening of handicap. Zo is bijvoorbeeld de uitsluiting van iedereen met een insuline afhankelijke diabetes niet in overeenstemming met de huidige inzichten omtrent de mogelijkheden tot een goede instelling en de controle daarvan.
Het zou in het kader van dit advies te ver voeren om op alle genoemde criteria of contra-indicaties in te gaan.

Samenvattend: de Commissie vindt de in de aangepaste Regeling Aanstellingseisen Politie; Bijlage 5, deel 1 en deel 2 uitgewerkte methode nog weinig inzichtelijk, niet systematisch, niet overal logisch en onvoldoende onderbouwd. Zij heeft duidelijke vraagtekens bij een aantal van de genoemde functieeisen, criteria en contra-indicaties.
De Commissie adviseert de opstellers kennis te nemen van de Leidraad Aanstellingskeuringen die, in opdracht van de Ministeries van SZW en VWS is opgesteld en binnenkort gepubliceerd zal worden. Deze Leidraad kan gezien worden als de opvolger van de Algemene Richtlijn aanstellingskeuringen (ARA). Hierin is een heldere en onderbouwde systematiek uitgewerkt om van het opstellen van bijzondere functie-eisen naar het benoemen van bijzondere belastbaarheideisen, onderzoeks- of anamnesevragen tot onderzoeksmethoden te komen. Een dergelijke systematiek kan bij het verder aanpassen van de Regeling Aanstellingseisen Politie bijzonder waardevol zijn.