Advies 2005-01

Onduidelijkheid rondom medische keuring. Hoe moeten keurlingen hiermee omgaan? Kan de CKA de kwestie aan de orde stellen zonder de betreffende sollicitant hierbij te betrekken?

  1. De werkgever is volgens de Wet op de medische keuringen (WMK) en het Besluit aanstellingskeuringen verantwoordelijk voor de schriftelijke vastlegging van de bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid voor de betreffende functie, voor de vastlegging daarvan in keuringsrichtlijnen door een gecertificeerde Arbo-dienst en voor de procedure van de aanstellingskeuring.

    Een aanstellingskeuring mag ingevolge artikel 4, eerste lid, van de WMK juncto artikel 3, eerste lid, van het Besluit aanstellingskeuringen, alleen plaats vinden, indien aan de vervulling van de betreffende functie en de daarbij behorende taken bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid moeten worden gesteld, waaronder wordt begrepen de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van de keurling (sollicitant) en van derden bij de uitvoering van de desbetreffende arbeid, terwijl de risico’s voor de gezondheid en de veiligheid niet met gangbare maatregelen, overeenkomstig de stand der wetenschap en professionele dienstverlening, kunnen worden gereduceerd.
    Uit dit laatste volgt dat alleen de aanwezigheid van functie-eisen – belastingen die als functie eis aan de desbetreffende functie zijn gekoppeld – een rechtvaardiging kan vormen voor het uitvoeren van een aanstellingskeuring, en dat de risico’s, die met de functie samenhangen, in eerste instantie, zoveel als mogelijk is, door de werkgever door middel van preventieve maatregelen dienen te worden voorkomen.
    Ingevolge artikel 8, eerste lid, van de WMK, en artikel 3, tweede lid, van het Besluit aanstellingskeuringen, legt de keuringvrager (werkgever) de functie-eisen, het doel van de keuring, de vragen welke ten aanzien van de gezondheid zullen worden gesteld, en de medische onderzoeken welke mogen worden verricht, schriftelijk vast, nadat de keuringvrager (werkgever) daarover en over de rechtmatigheid van de keuring schriftelijk advies heeft gevraagd aan een gecertificeerde Arbo-dienst.
    Artikel 8, tweede lid, van de WMK, nader uitgewerkt in artikel 5 van het Besluit aanstellingskeuringen, bepaalt dat de keurling (sollicitant) tijdig vóór de aanvang van de keuring recht heeft op begrijpelijke schriftelijke informatie door de werkgever over doel, vragen en onderzoeken als bedoeld in het eerste lid, hierboven genoemd onder 5.8, en over diens rechten, zoals het recht op herkeuring (artikel 12 WMK), het inzien van het schriftelijk advies van de Arbo-dienst aangaande de keuringseisen (artikel 5 van het Besluit aanstellingskeuringen), en de mogelijkheid een klacht in te dienen bij de Commissie (artikel 5 van het Besluit aanstellingskeuringen).

    Ingevolge artikel 11 van de WMK heeft de sollicitant het recht medewerking te weigeren aan een keuring of een onderdeel daarvan indien niet voldaan is aan bovenstaande.

    Vorenstaande betekent in concreto, dat een sollicitant alleen zijn medewerking moet verlenen aan een aanstellingskeuring als aan de voorwaarden van de WMK is voldaan. Bovendien mogen bij een keuring geen vragen worden gesteld en geen medische onderzoeken worden verricht die een onevenredige inbreuk betekenen op de persoonlijke levenssfeer. Ook dan heeft de sollicitant het recht medewerking aan de keuring te weigeren.

    Daarnaast rijst de vraag wanneer, jegens wie en in hoeverre een sollicitant in de fase voorafgaand aan het sluiten van een arbeidsovereenkomst informatie dient te verschaffen over functiebeperkingen (en de daaraan ten grondslag liggende gezondheidstoestand). Deze vraag betreft de mededelingsplicht van de sollicitant en is een zelfstandige onderhandelingsnorm die voortvloeit uit de eis dat partijen tijdens de onderhandelingsfase rekening dienen te houden met elkaars gerechtvaardigde belangen, voortvloeiende uit de eis van de precontractuele redelijkheid en billijkheid.

    Blijkens de jurisprudentie (1) aangaande deze vraag rust op sollicitanten, mede op grond van de WMK, een beperkte mededelingsplicht. Dit vanwege de meer restrictieve opstelling van de wetgever met betrekking tot de aan een functie te stellen eisen van medische geschiktheid. Indien niet voorzienbaar is dat de klachten van een sollicitant van invloed zijn op zijn of haar functioneren, kan niet worden gesteld dat het niet melden van deze klachten tijdens de sollicitatie gelijk staat aan het verstrekken van onjuiste informatie dan wel het achterhouden van voor de betreffende functie relevante informatie. Ook anderszins is een sollicitant niet gehouden om niet relevante informatie te verstrekken tijdens een sollicitatiegesprek. Het niet melden van relevante beperkingen komt evenwel neer op verzwijging. Ook wijst de Commissie hier naar haar oordelen 2002-05 en 2003-04, waarin de Commissie overweegt dat het aan de sollicitant is om het initiatief te nemen of zij voor hun eigen belang bedoelde informatie willen verstrekken tijdens de sollicitatieprocedure (2). In dit verband wijst de Commissie hier ook op de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGB, h/cz (3),). De WGB h/cz gaat er, in het verlengde van de WMK, van uit dat het initiatief bij de sollicitant dient te liggen.

    Ter informatie voor de speciaal door u aan de orde gestelde problematiek verwijst de Commissie u naar haar Advies 2003-05, waarin de Commissie overweegt dat het in het algemeen zo is, dat een ziekte of arbeidshandicap tijdens de sollicitatieprocedure niet behoeft te worden gemeld, tenzij deze ziekte of handicap relevant is voor de uitoefening van de betreffende functie. Ingeval van een HIV-infectie is dit niet anders. Het testen op HIV hoort in beginsel niet thuis in een keuringssituatie. Dat geldt voor de aanstellingskeuring, voor het afsluiten van een pensioenverzekering en een arbeidsongeschiktheidsverzekering. Bij een aanstellingskeuring mag er dus als regel niet worden getest. Ook volgens het Protocol Aanstellingskeuringen van juni 1995 kunnen vragen en/of onderzoek naar HIV antistoffen geen onderdeel zijn van de aanstellingskeuring. Voor een recente uitspraak betreffende het melden van HIV tijdens de sollicitatieprocedure zie Rechtbank Utrecht, sector kanton, van 28 januari 2005.
     
  2. Ingevolge het Besluit klachtenbehandeling aanstellingskeuringen kan een klacht alleen in behandeling worden genomen, indien deze is voorzien van naam en adres van klager (in uw geval de sollicitant). De klager kan zich laten bijstaan of doen vertegenwoordigen. Dit betekent evenwel, dat een belangenorganisatie niet op eigen naam een klacht kan indienen. Wel is het zo, dat de Commissie naar aanleiding van signalen op grond van een klacht of overige informatie ingevolge artikel 6, derde lid, van het Besluit klachtenbehandeling aanstellingskeuringen kan besluiten een eigen onderzoek in te stellen om te bezien of door een werkgever en/of keurend arts wordt gehandeld in strijd met de voorschriften van de WMK. Een voorbeeld daarvan zijn de oordelen 2004-15 en 2004-16, waarbij de klacht was ingediend door de Ondernemingsraad, maar de klagers anoniem wensten te blijven. De oordelen zijn te vinden op de website van de Commissie. 


  1. 2. Ktg.Arnhem 13 september 1999, Prg. 2000, 5401; Rb. Rotterdam 1 april 1999, JAR 1999, 99, TvGR 2000, 14, en Ktg. Rotterdam 16 maart 2001 en 20 juli 2001, JAR 2001, 182.
  2. De Commissie verwijst naar de Kamerstukken II 1999/2000, Aanhangsel, p.1675.
  3. Stb. 2003, 206