Advies 2005-21

Aanstellingskeuring voor het handmatig laden en lossen van bagage in en uit vliegtuigen.

Vraag
De voorgelegde vraag betreft de mogelijkheid van het verrichten van een aanstellingskeuring voor het handmatig laden en lossen van bagage in en uit vliegtuigen. De bagagestukken wegen gemiddeld 15 kilo en regelmatig 30 kilo of meer. Het verzuim van de medewerkers in deze functie wordt voor een groot deel veroorzaakt door klachten aan onder meer het bewegingsapparaat. Om uitvalrisico te beperken krijgen medewerkers eerst een uitzendovereenkomst en vervolgens een tijdelijke aanstelling. Bij de overgang van de uitzendovereenkomst naar de arbeidsovereenkomst wil een bagage-afhandelaar een aanstellingskeuring laten verrichten. Inmiddels heeft men de investering gedaan om het proces van laden en lossen van bagagestukken voor een deel te mechaniseren door robots in te zetten en via transportbanden naar de vliegtuigen te vervoeren. De uitvoering van deze mechanisering duurt echter nog tot 2016.

Antwoord
De WMK heeft als uitgangspunt dat aanstellingskeuringen beperkt toelaatbaar zijn omdat uitsluiting van de arbeidsmarkt moet worden voorkomen en omdat de privacy van werknemers moet worden beschermd. De aanstellingskeuring mag daarom niet worden gebruikt als instrument van risicoselectie van werknemers voor ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid in de toekomst. Als een aanstellingskeuring mag worden verricht, vormt deze keuring het sluitstuk van de selectie procedure. Op grond van de voorschriften van de Wet op de medische keuringen (WMK) en het Besluit aanstellingskeuringen van november 2001 mag een aanstellingskeuring alleen worden verricht als aan de vervulling van de betrokken functie en aan de daarbij behorende taken bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid moeten worden gesteld.
Onder bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid wordt verstaan:

  • de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van de keurling en van derden bij de uitvoering van de desbetreffende arbeid; terwijl
  • de risico’s voor de gezondheid en de veiligheid niet met gangbare maatregelen, overeenkomstig de stand der wetenschap en professionele dienstverlening, kunnen worden gereduceerd.

Er is in de wetenschappelijke literatuur sterk bewijs dat het meer dan 15 keer per dag dagelijks tillen van lasten van meer dan 20 kg leidt tot een grotere kans op het krijgen van lage rugklachten en osteo-artrose van de knie. Volgens het besluit Fysieke Belasting moet, in gevallen waarin het echt onmogelijk is de gevaren redelijkerwijs te voorkomen, de werkgever de lichamelijke belasting zoveel mogelijk beperken, bijvoorbeeld door het inzetten van hulp- en beschermingsmiddelen. In het onderhavige geval duurt de uitvoering van de maatregelen (mechanisering met behulp van robots) te lang, namelijk nog 10 jaar. Indien het werk onder de huidige omstandigheden echt niet anders kan worden uitgevoerd, kan het tillen hier nog wel als bijzondere eis op het punt van medische geschiktheid worden gezien. In de Leidraad Aanstellingskeuringen (www.nvab-online.nl) staat hierover nadere informatie. 

Als vaststaat dat voor een bepaalde functie een aanstellingskeuring mag worden verricht, heeft artikel 4 WMK als uitgangspunt dat deze keuring wordt verricht bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst en niet op een later moment. Het is immers voor de betrokken functie nodig, dat wordt vastgesteld dat de werknemer voldoet aan de bijzondere eisen van medische geschiktheid, omdat anders de gezondheid en veiligheid van de werknemer en derden kan worden geschaad.

Als een werknemer de betrokken functie gaat vervullen via de tussenkomst van een uitzendbureau, vindt de aanstellingskeuring plaats bij het aangaan van de uitzendovereenkomst die uitzendbureau en werknemer sluiten. Deze uitzendovereenkomst is een arbeidsovereenkomst. Als de werknemer na enige tijd rechtstreeks in dienst treedt bij de werkgever om de betrokken functie te blijven vervullen, vindt niet opnieuw een aanstellingskeuring plaats. De werkgever die aanvankelijk de inlener was, geldt als opvolgend werkgever van het uitzendbureau als de werknemer soortgelijk werk voor de werkgever blijft verrichten.

De bagage-afhandelaar die een werknemer de betrokken functie eerst via een uitzendbureau wil laten verrichten, moet overeenkomstig de voorschriften van de WMK eerst laten vaststellen of voor de betrokken functie de noodzaak van het verrichten van de aanstellingskeuring aanwezig is. Als die noodzaak is vastgesteld, is de opdracht tot het doen verrichten van een aanstellingskeuring onderdeel van de afspraken tussen de bagage-afhandelaar en het uitzendbureau. Deze afspraak maakt deel uit van de overeenkomst die deze partijen sluiten met het oog op de uitzending van werknemers naar de bagage-afhandelaar.

Een bagage-afhandelaar die deze voorschriften niet in acht te neemt, handelt in strijd met de letter en de geest van de WMK. De gebruikte constructie van eerst uitzendovereenkomst zonder aanstellingskeuring en vervolgens aanstellingskeuring bij arbeidsovereenkomst is juridisch en medisch gezien niet juist. Immers, indien het zo is dat voor de betreffende functie een aanstellingskeuring is vereist, dan betekent dit dat een uitzendkracht, die niet gekeurd is, bij de uitvoering van de betreffende functie risico loopt voor zijn eigen gezondheid en veiligheid, terwijl ook derden daarbij risico kunnen lopen. Dit is in strijd met de geest van de WMK, die is opgesteld met het doel de keurling te beschermen en risicoselectie tegen te gaan.