Advies 2007-06

De vraag betreft de aanpassing van het selectiebeleid voor de opleiding tot roeier. Het voorstel om eventuele lichamelijke gebreken op te sporen voordat men een vierjarig opleidingstraject in gaat is dat aan kandidaten/ aspirant leerlingen bij de sollicitatie geadviseerd zal worden een keuring te ondergaan volgens de keuringsrichtlijnen van de Scheepvaartinspectie.

De Commissie begrijpt dit aldus dat er in overleg met de werkgever besloten is om de keuring aan te bieden op vrijwillige basis. Dit betekent, in tegenstelling tot de aanstellingskeuring, dat kandidaten niet verplicht zijn de keuring te ondergaan.
Indien een kandidaat besluit gebruik te maken van de vrijwillige keuring en de daarop volgende keuring uitwijst dat de kandidaat niet voldoet aan de bijzondere eisen van medische geschiktheid, is het aan de keurend arts om de kandidaat erop te wijzen dat hij in de toekomst bij de aanstellingskeuring wellicht wordt afgewezen voor het beroep van roeier.
Bij het aanbieden van een vrijwillige keuring ligt het risico derhalve bij de kandidaat keurling. Het is immers aan de kandidaat om te beslissen of hij gebruik maakt van de vrijwillige keuring en, indien afgekeurd, of hij desalniettemin gaat deelnemen aan de opleiding. Bij een vrijwillige keuring geldt voorts dat de uitslag van de keuring niet mag worden meegedeeld aan de werkgever.