Advies 2007-07

Vragen
Een werkgever gaat nieuwe chauffeurs beroepsgoederenvervoer (vervoer gevaarlijke stoffen) aannemen. Hij vraagt de bedrijfsarts of deze chauffeurs voor indiensttreding een verplichte chauffeurskeuring moeten ondergaan. De bedrijfsarts heeft hier moeite mee omdat de chauffeurskeuring heel uitgebreid is en een aantal zaken worden meegetest (bloeddruk, lengte, gewicht) die minder relevant zijn voor de risico’s van het beroep van chauffeur.

De bedrijfsarts stelt de CKA de volgende vragen:

  1. Is het een werkgever toegestaan een aanstellingskeuring te laten verrichten voor de functie van chauffeur beroepsgoederenvervoer gevaarlijke stoffen dan wel is de werkgever verplicht voorafgaand aan de indiensttreding een keuring te laten verrichten voor deze functie?
  2. Aan welke vereisten moet een eventuele aanstellingskeuring voldoen?

Antwoorden
vraag 1: moet of mag een aanstellingskeuring voor de functie chauffeur beroepsgoederenvervoer?

De werkgever mag alleen een opdracht voor deze keuring geven als de WMK dit toestaat. Een keuring in verband met indiensttreding is een aanstellingskeuring in de zin van de WMK, dus ook de voorgestelde keuring voor deze chauffeursfunctie.
De werkgever heeft geen wettelijke plicht om chauffeurs voor het beroepsgoederenvervoer een aanstellingskeuring te laten ondergaan. Voor het beroepsgoederenvervoer heeft de wetgever het stellen van technische eisen een voldoende waarborg geacht voor het veilig vervoeren van gevaarlijke stoffen. Een chauffeur in het beroepsgoederenvervoer heeft wel de chauffeurskeuring moeten ondergaan. Bij indiensttreding is echter geen sprake van een wettelijk verplichte chauffeurskeuring.
Artikel 6 lid 2a Cao Beroepsgoederenvervoer 2006-2007 noemt een verplichting tot een aanstellingskeuring die alleen vervalt als de chauffeur over een recent keuringsbewijs beschikt. Deze bepaling is te absoluut en te algemeen geformuleerd en daarom in strijd met de voorschriften van de WMK. De WMK is hoger in rangorde en een cao-bepaling mag hiermee niet in strijd zijn. De regels van de WMK moeten dus worden toegepast.

vraag 2: wat zijn de vereisten die de WMK stelt aan een aanstellingskeuring?

In het antwoord heeft de CKA eerst het toetsingskader van de WMK geschetst (zie hoofdstuk 5 van dit Jaarverslag). Vervolgens luidt de conclusie dat de chauffeurskeuring niet aan deze vereisten voldoet. De bedrijfsarts moet in het advies dat hij aan de werkgever uitbrengt, allereerst nagaan of er daadwerkelijk sprake is van bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid. Als dat het geval is, mag alleen daarop gekeurd worden. De werkgever mag de bedrijfsarts geen opdracht geven tot het verrichten van onderzoek waarvan de bedrijfsarts zelf van mening is dat dit niet relevant is voor de risico’s van het beroep van chauffeur.

Tot slot wijst de CKA de bedrijfsarts erop dat hij als keurend arts ook niet gerechtigd is dergelijk onderzoek te verrichten.
De keurend arts heeft een duidelijk eigen verantwoordelijkheid op grond van de WMK, de artikelen van het Burgerlijk Wetboek betreffende de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) en de Wet beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG).

Voorts adviseert de CKA de bedrijfsarts gebruik te maken van de praktische aanwijzingen uit de Leidraad Aanstellingskeuringen, omdat de leidraad kan worden beschouwd als een nadere uitwerking van de voorschriften van de WMK. Met behulp van het formulier ‘Inventarisatie functie-eisen voor de aanstellingskeuringen’ kan mede worden bepaald of er sprake is van bijzondere functie-eisen voor de functie van chauffeur beroepsgoederenvervoer.