Advies 2007-08

Vraag
Een werkgever heeft de Arbodienst gevraagd advies uit te brengen over het verrichten van aanstellingskeuringen voor het rijdend personeel op de tram. De Arbodienst is van mening dat dit in overeenstemming is met de Leidraad aanstellingskeuringen en brengt een positief advies uit. De werkgever legt het aanstellingskeuringenbeleid ter instemming voor aan de ondernemingsraad (or). De or weigert instemming te verlenen. De werkgever heeft aangekondigd dat hij stappen wil ondernemen om vervangende toestemming van de kantonrechter te krijgen. De werkgever stuurt sollicitanten door naar de Arbodienst om een aanstellingskeuring te laten verrichten. Een bedrijfsarts die in dienst is van de Arbodienst, verricht de gevraagde aanstellingskeuringen.

De bedrijfsarts richt zich tot de CKA met de vraag of het is toegestaan om verzoeken voor aanstellingskeuringen te behandelen terwijl hij op de hoogte is van het feit dat de or (nog) geen instemming heeft gegeven voor het uitvoeren van aanstellingskeuringen.

Antwoord
De Wet op de ondernemingsraden (WOR) richt zich tot de werkgever en niet tot de bedrijfsarts. Dat neemt niet weg dat de bedrijfsarts een duidelijke eigen verantwoordelijkheid heeft bij de uitvoering van de aanstellingskeuring. Dat geldt ook voor procedurevoorschriften.
Als een bedrijfsarts weet dat de or geen instemming heeft verleend, weet deze ook dat de opdrachtgever geen opdracht tot het verrichten van aanstellingskeuringen mag geven. De instemming van de or is immers voorwaarde voor een rechtsgeldig aanstellingsbeleid. Er kan dan ook pas gekeurd worden als de kantonrechter vervangende toestemming heeft gegeven.

Voorts vermeldt de CKA in haar antwoord de inhoudelijke en procedurele eisen die voortvloeien uit de WMK en overige relevante wet- en regelgeving.