Advies 2007-09

Vraag
Een bedrijfsarts in dienst van een Arbodienst, werkt voor twee Sociale Werkvoorzieningsbedrijven (SW-bedrijven). Hij krijgt met enige regelmaat verzoeken van deze bedrijven om een medisch advies te geven over de uitbreiding van het aantal contracturen bij een medewerker die al in dienst is van het SW-bedrijf. Het gaat dan bijvoorbeeld over de vraag of het vanuit medisch oogpunt verstandig of wenselijk is om het contract van een medewerker die op dat moment 20 uur per week in dienst is (4 uur per dag), uit te breiden naar 30 of 36 uur per week. De belangrijkste vraag waarover de bedrijfsarts zou moeten oordelen, is of de medewerker de uitbreiding van de uren medisch wel aan kan.

De bedrijfsarts vraagt of hij hierover een advies mag geven of dat de Wet op de Medische Keuringen hieraan in de weg staat, omdat er sprake zou kunnen zijn van een aanstellingskeuring in verband met het wijzigen van de arbeidsverhouding. De bedrijfsarts betrekt bij zijn vraag een oordeel van de CKA uit 2002 waarin een medisch onderzoek in het kader van indicatiestelling niet als een aanstellingskeuring is aangemerkt.


Antwoord (1)
De Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen (CKA) heeft zich in 2002 (oordeel 2002-02) uitgelaten over de vraag of een medische keuring in het kader van de indicatiestelling ingevolge de WSW onder de werkingssfeer van de WMK valt. Op het eerste gezicht lijkt dat het geval. Ingevolge artikel 2 van de WSW is een dienstbetrekking bij de sociale werkvoorziening namelijk een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. Er is dan ook sprake van een arbeidsverhouding in de zin van artikel 1, onderdeel a, onder 1e, van de WMK. Een bijzonderheid van de WSW is dat deze dienstbetrekking slechts wordt aangeboden aan mensen die blijkens een indicatiebeschikking tot de doelgroep van de wet behoren, te weten personen, die nog niet de leeftijd van 65 jaar hebben bereikt en die door lichamelijke, verstandelijke of psychische beperkingen uitsluitend onder aangepaste omstandigheden tot regelmatige arbeid in staat zijn.
Een medische keuring in het kader van de indicatiestelling vindt dan ook primair plaats om te bepalen of de betrokkene behoort tot de doelgroep. Daarmee wijkt een dergelijke keuring fundamenteel af van het doel van een – op een concrete functie toegespitste – medische aanstellingskeuring, als bedoeld in de WMK. Bovendien wordt bij een dergelijk ‘indicatieonderzoek’ mede gekeken naar de mogelijkheid of betrokkene met extra voorzieningen of maatregelen in staat is regelmatig arbeid te verrichten in ten minste twee functies. Op grond van deze argumenten heeft de CKA geoordeeld dat er geen sprake is van een aanstellingskeuring in de zin van de WMK. Een keuring in de zin van de WMK wordt volgens de commissie verricht indien aan de vervulling van de functie, waarop de beoogde arbeidsverhouding betrekking heeft, bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid worden gesteld en kan dus geen algemene keuring betreffen om te kunnen beoordelen of de sollicitant voor meerdere functies bij de werkgever geschikt is. Omdat geen sprake is van een aanstellingskeuring in de zin van de WMK heeft de CKA de klacht niet verder in behandeling genomen (2).

In het Jaarverslag 2003 is aangegeven dat de CKA het probleem van de niet-toepasselijkheid van de WMK op indicatiestellingen
heeft voorgelegd aan de staatssecretaris.
De problematiek is door de CKA tevens aangesneden tijdens gesprekken met de betrokken afdelingen van het ministerie, maar heeft geen officiële reactie van de minister opgeleverd. Vraag is wat het oordeel betekent voor de voorgelegde vraag. Indicatie voor de WSW vindt slechts plaats met betrekking tot personen die als werkzoekende staan ingeschreven dan wel personen die al een WSW-dienstbetrekking hebben en die voor een herindicatie in aanmerking komen (art. 11 lid 3 WSW).
Functie van de indicatiestelling is vast te stellen of personen die voor indicatie zijn aangemeld tot de doelgroep van de WSW behoren en, zo ja, in welke arbeidshandicapcategorie hij/zij moet worden ingedeeld. (art. 11 lid 1 WSW). Op de indicatie en de herindicatie zijn de regels van het Besluit uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken van toepassing (art. 6 lid 2 en art. 11 lid 2 WSW).

Op grond van art. 3 Besluit uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken doet de CWI in het kader van de indicatieaanvraag onder meer onderzoek naar ‘de aanpassingen die voor de aanvrager noodzakelijk zijn en de vraag of deze binnen redelijke grenzen in een normale arbeidsomgeving kunnen worden gerealiseerd’.
De aanpassingen met behulp waarvan door de geïndiceerde arbeid kan worden verricht, hebben blijkens artikel 1, onderdeel j, Besluit uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken, betrekking op de technische aanpassingen in de werkplek en de werkomgeving, de organisatorische aanpassingen in het werk, speciale begeleiding bij het werk, maar ook aanpassing van werktempo en aanpassing van de werktijd.

De CKA leidt hieruit af dat voor zover belanghebbenden zekere beperkingen ondervinden met betrekking tot de omvang van de arbeidsduur, deze bij de indicatie of herindicatie dienen te worden vastgesteld. In het onderhavige geval zijn bij de indicatiestelling op het punt van de werktijd blijkbaar geen beperkingen geconstateerd. Dat kan alsnog gebeuren bij de herindicatie. Herindicatie kan door B&W echter slechts worden aangevraagd bij het verstrijken van de geldigheidsduur van de indicatie (minimaal 2, maximaal 5 jaar). Eerder is alleen mogelijk op gemotiveerd verzoek van de geïndiceerde (art. 6 Besluit uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken).

De CKA is van oordeel dat indicatie en herindicatie, mede gelet op oordeel 2002-02, niet onder de WMK vallen. Keuringen in het kader van het wijzigen van de WSW-arbeidsverhouding anders dan in het kader van een herindicatie, vallen wel onder de WMK en zijn dus slechts mogelijk met inachtneming van de daarin genoemde beperkingen.

In het slot van uw adviesverzoek heeft u gevraagd of u als bedrijfsarts advies mag uitbrengen over contractuitbreiding of dat deze vraag beter kan worden doorverwezen naar de indicatiecommissie van de CWI. Gezien het vorenstaande is de CKA van oordeel dat een keuring met het oog op een urenuitbreiding buiten de situatie van herindicatiestelling moet worden aangemerkt als een aanstellingskeuring in verband met het wijzigen van een arbeidsverhouding. Het is niet voorstelbaar dat deze keuring in overeenstemming is met de WMK, omdat niet valt in te zien dat bij een dergelijke urenuitbreiding sprake zal zijn van functie-eisen die een bijzonder beroep doen op de medische geschiktheid van de persoon in kwestie. De CKA is daarom van oordeel dat u het gevraagde advies niet kunt uitbrengen.
De CKA kan de vraag over een eventuele doorverwijzing naar de indicatiecommissie niet beantwoorden, omdat de vraag of en wanneer een tussentijdse herindicatie mag plaatsvinden, betrekking heeft op de interpretatie van de WSW-regelgeving en dit behoort niet tot de bevoegdheid van de commissie.


  1. Het advies van de CKA is hier integraal weergegeven.
  2. Gelet op het misverstand omtrent de status en de procedure van de ondergane medische keuring deed de CKA-verweerster wel de aanbeveling de voorlichting omtrent het keuren in verband met de indicatiestelling tijdens de sollicitatieprocedure bij een werkvoorziening in de zin van de WSW niet alleen mondeling, maar ook schriftelijk te geven, en wel op zo’n manier dat er bij de betrokkenenen geen misverstand kan ontstaan over het feit dat een indicatiekeuring in de zin van de WSW geen aanstellingskeuring is, waarop de voorschriften van de WMK van toepassing zijn en dat de zogenaamde 4 maal 10-procedure onderdeel uitmaakt van de indicatiestelling.