Advies 2007-15

Vraag
Een werknemer meldt zich bij een uitzendbureau aan voor de vacature van vrachtwagenchauffeur. Het uitzendbureau stuurt de werknemer voor een medische keuring naar een bedrijfsarts omdat de man diabetes heeft. De bedrijfsarts is in dienst bij een Arbodienst. De bedrijfsarts stelt tijdens de aanstellingskeuring een paar algemene vragen en zoekt op de website van het CBR voor nadere informatie. Volgens de arts staat op deze website dat diabetespatiënten alleen in uitzonderlijke gevallen in aanmerking komen voor verlenging van het vrachtwagenbewijs. Op grond van deze informatie besluit de bedrijfsarts de man af te keuren voor de chauffeursfunctie. De behandelend artsen van de werknemer zijn niet geraadpleegd. De werknemer beschikt over een geldig vrachtwagenrijbewijs.

De werknemer vraagt de CKA hoe het handelen van deze keuringsarts past binnen de eisen van wet- en regelgeving. De werknemer heeft deze vraag in eerste instantie voorgelegd als klacht over het handelen van de bedrijfsarts.

Advies
De CKA heeft de werknemer geadviseerd om de klacht door te zetten en heeft daartoe nadere informatie gevraagd over het uitzendbureau, de Arbodienst en de bedrijfsarts. Die informatie is niet gegeven. De CKA heeft de klacht daarom niet in behandeling kunnen nemen.
De CKA heeft de werknemer nu alleen in het algemeen kunnen wijzen op de verplichtingen die een bedrijfsarts heeft op grond van de WMK en overige relevante wetgeving. Voor het doen verrichten van de aanstellingskeuring en voor de uitvoering daarvan moet het volgende in acht te worden genomen:

  • ter preventie van gezondheids- en veiligheidsrisico’s zijn bijzondere functie-eisen geformuleerd waarop de selectie zich kan richten;
  • per bijzondere functie-eis zijn (medische) toetsingscriteria ontwikkeld;
  • de gebruikte onderzoeksmethoden moeten valide zijn, dat wil onder andere zeggen voldoende specifiek om het gedefinieerde risico ook daadwerkelijk op te sporen; algemene vragen naar de gezondheid zijn daarbij niet toegelaten;
  • er mogen geen vragen worden gesteld en geen medische onderzoeken worden verricht die een onevenredige inbreuk betekenen op de persoonlijke levenssfeer van de keurling.

De keurling moet door de werkgever vooraf schriftelijk worden geïnformeerd over het doel en de inhoud van de keuring en over zijn/haar rechten (recht op herkeuring en de mogelijkheid een klacht in te dienen bij de CKA). De arts die de keuring verricht, moet zich er vooraf van vergewissen of alles duidelijk is en of de keurling nog vragen heeft. Op grond van de WGBO moet de keurling namelijk ook door de keurend arts zo volledig mogelijk over de keuring worden geïnformeerd.