Advies 2008-02

Vraag
Een sollicitant die een aanstellingskeuring heeft ondergaan en het niet eens is met de uitkomst daarvan, kan om een herkeuring vragen.

De sollicitant stelt de CKA de volgende vragen:

  1. Klopt het dat de kosten bij een herkeuring deels bij de sollicitant kunnen komen te liggen?
  2. Wat is een ‘redelijke bijdrage’? Heeft de praktijk uitgewezen wat gezien wordt als ‘redelijk’?

Antwoord
In artikel 12 van de WMK is de mogelijkheid van herkeuring geregeld. Het derde lid bepaalt dat de keuringvrager de kosten van de herkeuring draagt. Deze mag echter een redelijke bijdrage van de keurling verlangen.
De Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel WMK zegt over de ‘redelijke bijdrage’: “Het ligt voor de hand dat partijen, bedoeld in artikel 7, daarover nadere afspraken maken.
Men zou zich kunnen voorstellen dat daarbij zou worden afgesproken dat de keurling zijn bijdrage terug krijgt indien de herkeuring positief uitvalt”. Onder ‘partijen’ als bedoeld in artikel 7 (thans 9) wordt o.m. verstaan: representatieve organisaties van werkgevers en werknemers, verzekeraars, consumenten, etc.
In het rapport dat is opgesteld in het kader van de tweede evaluatie van de WMK (Den Haag, ZonMw, maart 2007) blijkt dat in enkele categorale regelingen en in een twaalftal cao’s is vastgelegd dat de kosten van herkeuring voor rekening van de werkgever komen. In zeven van de twaalf cao’s is aangegeven dat de reis- en verblijfkosten vergoed worden door de werkgever.
Het antwoord op de eerste vraag is dus bevestigend.

De tweede vraag is lastiger te beantwoorden: uit de praktijk blijkt dat redelijk veel werkgevers geen ‘redelijke bijdrage’
vragen.
Voor zover geen specifieke afspraken zijn gemaakt, zouden bijvoorbeeld eventuele (extra) administratiekosten bij de keurling in rekening kunnen worden gebracht. Voor zover bekend is er geen jurisprudentie over dit onderwerp.