Advies 2008-11

Vraag
Een persoon van 26 jaar zit in de laatste fase van de opleiding tot verkeersvlieger aan de Flight Academy van een grote luchtvaartmaatschappij. Kort geleden is bij hem diabetes melitus type 1 geconstateerd. Op grond van de medische eisen van de
JAR-FCL (Europese luchtvaartregels voor vliegend personeel) zal hij worden afgekeurd voor commercieel vliegen wegens dit type diabetes. Dit betekent dat zijn toekomstige carriere als verkeersvlieger voorbij zal zijn.

Hij weet dat het in Canada onder strikte voorwaarden voor een persoon met diabetes melitus type 1 wel is toegestaan om commercieel te vliegen.

Zijn vraag is of er een kans bestaat dat de Europese regelgeving zal worden aangepast aan het voorbeeld van Canada. Zijns inziens zou daarbij rekening kunnen worden gehouden met het gegeven dat hij de eerste paar jaren van zijn carriere toch zal worden ingezet als tweede officier. Dit houdt in dat hij geen starts en landingen mag doen en alleen achter het stuur zit (samen met de gezagvoerder of copiloot) vanaf 5 kilometer hoogte.

Als hij dan ook nog de aantekening zou krijgen dat hij alleen met een andere piloot mag vliegen, zou dit voor hem de kans zijn om aan te tonen dat het mogelijk is voor een persoon met diabetes om lid van de cockpitbemanning te zijn en de veiligheid op eenzelfde manier te waarborgen als iemand zonder diabetes.

Hij plaatst hierbij de kanttekening dat het volgens hem op grond van de Europese regelgeving wel mogelijk is om commercieel
te vliegen voor een persoon met diabetes melitus type 2 met medicatie. Volgens hem zou het bekend zijn dat een persoon met type 2 en medicatie de bloedsuikerspiegel minder goed kan reguleren dan een persoon met met type 1 die alles onder controle heeft.

De vraag aan de CKA is: denkt u dat het een kans van slagen heeft dat de Europese regelgeving zal worden aangepast naar Canadees voorbeeld? Zo ja, welke stappen moeten dan worden ondernomen?

Antwoord
De CKA moet het antwoord schuldig blijven op de vraag of er een kans is dat de Europese regelgeving ten aanzien van het met diabetes mellitus mogen besturen van vliegtuigen aangepast kan of gaat worden aan de Canadese richtlijnen. Voor deze concrete vraagstelling moet de CKA verwijzen naar de Inspectie Verkeer en Waterstaat omdat dit de instantie is die in Nederland de regelgeving hierover bewaakt. Bij de CKA zijn geen signalen bekend dat de Europese regelgeving aangepast gaat worden.

Ten aanzien van de medisch inhoudelijke kant van de vraag kan de CKA wel een aantal opmerkingen plaatsen:
De richtlijnen van de JAR-FCL geven aan dat een piloot met diabetes mellitus in principe niet mag vliegen. Dit geldt in alle gevallen van diabetes mellitus type 1, waarbij men insulineafhankelijk is – en moet ‘spuiten’.

Ook geldt dit voor diabetes mellitus type 2, waarbij men met dieetmaatregelen, afvallen en eventueel andere medicatie dan insuline de aandoening behandelt. Bij diabetes mellitus type 2 zijn er in de Europese richtlijnen echter enkele uitzonderingen
aangegeven waarbij men toch als piloot mag vliegen. Daarbij gelden dan wel extra beperkingen ten aanzien van de inzetbaarheid van de piloot. Die beperkingen zijn dat zij niet geschikt worden bevonden om solo te vliegen, maar wel als of met een tweede piloot naast zich. Tevens moet het toestel dan over een dubbele stuurinrichting beschikken. De piloot met wie zij dan samen vliegen mag geen (medische) beperkingen hebben (zie JAR FCL: artt. 3.175 en 3.295 alsmede Bijlage 4 bij subdelen B en C onder par. 3).

De CKA kan verder verwijzen naar de opvatting van internist F. Storms tijdens de door de CKA georganiseerde conferentie
Diabetes en werk in januari 2007 (zie Jaarverslag CKA 2007).  Hij gaf aan dat er piloten zijn die inderdaad met diabetes medicatie (Glucobay en Methformin) mogen vliegen. Het centrale risico waar men bij diabetes en werk bang voor is, betreft het plots optreden van zogenaamde hypo’s. Het suikergehalte in het bloed daalt dan te sterk, waarmee ook het bewustzijn daalt. Er worden echter nieuwe technieken ontwikkeld, zoals de continue glucose-meting in het bloed met een katheter, die spiegel en trend meet. Hiermee kan men al ingrijpen voordat de hypo optreedt. Door diabetici individueel te trainen op het herkennen hiervan, kunnen de risico’s in de arbeidssituatie worden geminimaliseerd. Bij een individuele beoordeling van de mogelijkheden bij diabetes en het werk als piloot, is volgens Storms een goed contact tussen bedrijfsarts en behandelaar een belangrijke randvoorwaarde.

Tot slot wijst de CKA nog op twee oordelen die, hoewel ze niet direct raken aan de voorgelegde situatie, mogelijk interessant zijn omdat in die oordelen de verhouding tussen de regels van de WMK en de Europese luchtvaartregels aan de orde is: oordelen 2005-11 en 2005-12, te raadplegen via de website.