Advies 2008-12

Vraag
Een bedrijfsarts legt een aantal vragen voor aan de CKA, omdat binnen haar intercollegiale toetsingsgroep zeer verschillend
wordt gedacht over een kwestie die zich binnen het bedrijf heeft voorgedaan:

Een ongeveer 30-jarige man werkt gedurende twee jaar bij een bedrijf via een uitzendbureau. De man bevalt goed en hem wordt een vast contract aangeboden. Hierbij hoort een aanstellingskeuring. Het is fysiek zwaar werk met blootstelling aan diverse gevaarlijke en soms ook kankerverwekkende stoffen. De keuringsarts heeft tijdens de keuring gevraagd of betrokkene in het verleden of nu een ernstige ziekte heeft gehad dan wel daaraan lijdt. Dit wordt in het algemeen gevraagd omdat vooraf heel specifiek vragen tijdrovend is en veel aandoeningen relevant zijn. De relevantie kan vaak pas na het bekend worden, beoordeeld worden. De keuring wordt uitgevoerd en de man wordt goedgekeurd. Binnen twee weken meldt de man indirect aan de eigen bedrijfsarts dat hij een blaascarcinoom heeft, en daarvoor al twee jaar onder behandeling is en binnenkort geopereerd moet worden. Alle behandelingen die hij tot nu toe heeft gehad, heeft hij in eigen tijd gedaan of met minimaal verzuim en het was
daarom nergens bekend. Hij vond zelf dat hij niet netjes gehandeld had.

Naar aanleiding hiervan heeft de bedrijfsarts een aantal vragen:

  • Is hier sprake van verzwijgen van belangrijke informatie of van liegen (misleiden)?
  • Had deze man deze informatie moeten geven? Uit een eerdere uitspraak van de CKA lijkt van wel, omdat de werknemer wist dat hij op korte termijn zou uitvallen (al dan niet tijdelijk).
  • Is deze informatie relevant? Had de keuringsarts hem op grond van deze informatie afgekeurd?
  • Betrokkene doet dit werk al 2 jaar zonder noemenswaardig uitval. Dit leidt weer tot de vraag: Had deze man gekeurd mogen worden? Dit gezien zijn voorgeschiedenis via het uitzendbureau. Daarbij speelt nog dat het uitzendbureau een weliswaar zelfstandig bedrijf is, maar wel eigendom van het inhurend bedrijf.
  • Mag de vraag aan betrokkene zo aspecifiek gesteld worden?

Antwoord
Deze man had niet gekeurd mogen worden. De bedrijfsarts heeft in strijd met de WMK gehandeld. Als een aanstellingskeuring
nodig is voor een functie vanwege risico’s voor de gezondheid van – in dit geval de werknemer – moet die keuring worden verricht voordat de persoon in die functie gaat werken. Het is niet van belang of de werknemer via een uitzendbureau dit werk gaat doen of rechtstreeks bij de werkgever in dienst treedt.
Het is niet de bedoeling om eerst via een uitzendbureau uit te proberen of werknemers bestand zijn tegen de gevaren en risico’s van het uitoefenen van een bepaalde functie. Dat is in strijd met de WMK en daarnaast tevens met andere wetgeving.
Deze werknemer zou een klacht kunnen indienen bij de CKA tegen de keurend arts en tegen de werkgever omdat beiden in strijd met de WMK hebben gehandeld.

Ten overvloede merkt de CKA op dat in deze casus de vraag kan worden gesteld of de man twee jaar geleden bij het uitzendbureau zijn ziekte had moeten melden. Gezien het tijdsverloop van twee jaar is die vraag nu niet meer aan de orde.

Bovendien zou het ook, om deze vraag te kunnen beantwoorden, volstrekt duidelijk moeten zijn dat het uitzendbureau en inlenende werkgever de werknemer destijds vooraf voldoende op de hoogte hebben gesteld van de functie-eisen en de eventuele risico’s. De Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (WAADI) en de Arbowet geven op dit punt ook nog extra verplichtingen aan inlener en uitlener. Het valt buiten de bevoegdheid van de CKA om hierover een oordeel te geven.