Advies 2010-06

Vraag:
Een bedrijfsarts werkzaam bij het Ministerie van Defensie vraagt advies over de legitimiteit/rechtmatigheid van medische onderzoeken welke hij dient te verrichten.

Achtergrondinformatie bij de vraag:
Het Ministerie van Defensie biedt in sommige gevallen aan scholieren een civiele vooropleiding aan. Het gaat om civiele opleidingen waarvan het inschrijfgeld voor een deel door Defensie wordt bekostigd. Er is daarbij geen sprake van een (nul)aanstelling. Indien de scholieren na afronding van de ROC-opleidingen besluiten om militair te willen worden, dan volgt altijd een militaire aanstellingskeuring.

De bedrijfsarts wordt verzocht om voorafgaand aan dit schooljaar een medisch onderzoek analoog aan een aanstellingskeuring te verrichten. De kandidaten worden uitgenodigd en zijn in de veronderstelling dat het om een verplicht onderzoek gaat. Het medisch dossier wordt na afloop aangeboden aan een bedrijfsarts van het aanvragende krijgsmachtdeel van Defensie. Met deze bedrijfsarts krijgt de kandidaat vervolgens een eindgesprek en daarna wordt een advies gegeven. Volgens de bedrijfsarts is dit echter niet mogelijk, omdat dit soort medische onderzoeken uitsluitend onder voorwaarden kunnen worden verricht, namelijk:

  1. op vrijwillige basis;
  2. uitsluitend ter advisering van de kandidaat over de mogelijke knelpunten bij een eventuele aanstellingskeuring op termijn;
  3. het heeft geen gevolgen voor al dan niet deelname aan de opleiding, daar er geen medische/fysieke eisen aan het volgen van de opleiding zijn verbonden;
  4. ná duidelijke schriftelijke informatieverstrekking over aard en inhoud voorafgaand aan het onderzoek en informed consent;
  5. de medische informatie voortkomend uit het onderzoek kan in geen geval worden verstrekt aan de mogelijk toekomstige werkgever of een representant daarvan.

De bedrijfsarts vraagt wat nu wel en niet mogelijk en/of rechtmatig is bij het verrichten van dergelijke onderzoeken?

Antwoord:
Het onderwerp dat de bedrijfsarts aansnijdt is door de CKA in november 2007 besproken met uitslaggevende keuringsartsen van het Diensten Centrum Medische Keuringen van het Ministerie van Defensie, waarbij hier mede verwezen wordt naar het jaarverslag 2007 van de CKA. In hoofdstuk 7, resultaten/follow-up van dit jaarverslag, staat op pagina 22-23 het volgende:

‘2. Gesprek met Defensie
In het verslagjaar ontving de CKA vragen van een tweetal keuringsartsen van het Diensten Centrum Medische Keuringen van het ministerie van Defensie. De voorgelegde kwesties hadden enerzijds betrekking op de vraag of er in juridische zin sprake is van een aanstellingskeuring bij overgang van de ene militaire functie naar de andere en anderzijds op de vraag of een ‘medisch vooronderzoek’ voorafgaand aan een vaktechnische opleiding, die pas na afronding kan leiden tot aanstelling als militair, in overeenstemming is met de eisen van de Wmk.
De vragen hebben uiteindelijk geleid tot een overleg, ook in meer algemene zin, van de CKA met een delegatie namens de centrale bestuursstaf van het ministerie van Defensie, dat gehouden is op 30 november 2007.
(…)
Naar aanleiding van de tweede vraag wordt vastgesteld dat het in beginsel onjuist is dat er een medische keuring plaatsvindt voorafgaande aan een opleiding, en dat er daarna, na succesvolle afronding van de opleiding, ook nog een militaire basiskeuring plaatsvindt. Een mogelijke voorafgaande keuring zou wel kunnen plaatsvinden indien deze op basis van vrijwilligheid wordt aangeboden. Vanuit Defensie is aangegeven dat deze beleidslijn naar de keurende instanties is gecommuniceerd.

Zowel vanuit de CKA als vanuit Defensie is geconcludeerd dat het gesprek verhelderend is geweest.
De CKA zal op de hoogte worden gehouden van het proces van aanpassing van de keuringssystematiek bij Defensie.’

De CKA heeft de indruk dat de door Defensie aangegeven beleidslijn een helder antwoord geeft op de door de bedrijfsarts gestelde vragen. De CKA adviseert verder om onder verwijzing naar het CKA jaarverslag 2007 hierover intern overleg te plegen.