Advies 2010-13

Vraag:
Een bedrijfsarts heeft een sollicitant gekeurd voor een functie bij de politie. Het betrof een aanstellingskeuring. De bedrijfsarts heeft de keurling goedgekeurd en deze persoon is vervolgens aan de vereiste opleiding begonnen. Een maand na de aanstelling is de werknemer uitgevallen wegens knieklachten.

De werkgever heeft bij de keurend arts geïnformeerd of de werknemer zijn knieklachten gemeld heeft tijdens de aanstellingskeuring. De bedrijfsarts heeft de CKA gevraagd of hij de werkgever deze informatie mag geven. De bedrijfsarts heeft twijfels of het verstrekken van deze informatie onder het beroepsgeheim valt omdat hij van mening is dat de vraag van de werkgever de procedure betreft en het volgens hem geen medisch inhoudelijke vraag is.

De bedrijfsarts vraagt zich verder af of: 

  •  hij de gevraagde informatie aan de werkgever mag verstrekken als de werknemer hiertoe een schriftelijke machtiging tekent;
  • hij deze informatie zou mogen verstrekken aan een collega-bedrijfsarts die in dienst is bij de werkgever als de werknemer hiertoe een schriftelijke machtiging tekent;
  • het voor de beantwoording van deze vragen verschil maakt op welk moment de klacht van de werknemer zich manifesteert. Maakt het bijvoorbeeld verschil of de klacht zich binnen een maand manifesteert of pas na anderhalf jaar?


Antwoord:
De Wet op de medische keuringen (WMK) bepaalt dat een keurend arts verplicht is tot geheimhouding van wat hem bekend is over de keurling (artikel 10, lid 2 WMK).
De WMK bepaalt ook dat een keurend arts niet meer mag meedelen aan de keuringvrager dan voor het doel van de keuring strikt noodzakelijk is (artikel 10, lid 3 WMK). Uit de wetsgeschiedenis van de WMK blijkt dat dit laatste inhoudt dat de keuringsuitslag geschikt, ongeschikt of geschikt onder voorwaarden mag worden medegedeeld, overigens pas nadat de keurling hiervoor toestemming heeft gegeven.

De vraag van de werkgever of de keurling eventuele knieklachten wel of niet aan de bedrijfsarts heeft gemeld, is een inhoudelijke vraag die onder het beroepsgeheim valt. De arts is op grond van artikel 10, lid 2 WMK verplicht tot geheimhouding over wat hem bekend is over de keurling. De geheimhoudingsplicht geldt zowel ten aanzien van de werkgever als ten aanzien van een bedrijfsarts die in dienst is bij deze werkgever. Het doorbreken van deze geheimhoudingsplicht is in strijd met de WMK.
Voor het beroepsgeheim maakt het geen verschil of klachten van de keurling korte of langere tijd na de keuring kenbaar worden. Het beroepsgeheim strekt zich immers uit tot alles wat de bedrijfsarts bekend is over de keurling.

Het beroepsgeheim is eveneens vastgelegd in de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) en in de Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (Wet BIG). De bepalingen van de WGBO - de artikelen 7:446-7:468 Burgerlijk Wetboek (BW) - zijn op grond van artikel 7:464 BW van overeenkomstige toepassing op de aanstellingskeuring. Ook de Wet BIG is van betekenis voor de aanstellingskeuring. Opzettelijke schending van het beroepsgeheim is in het Wetboek van Strafrecht strafbaar gesteld.

Het beroepsgeheim weegt dus zeer zwaar. De hoofdregel is dat de arts geen informatie aan derden mag verstrekken. In enkele situaties is het mogelijk dat de arts zijn beroepsgeheim doorbreekt. Eén daarvan doet zich voor wanneer de arts gerichte toestemming heeft gekregen van de keurling. Deze toestemming kan de keurling alleen geven als hij door de arts vóóraf is ingelicht over het doel, de inhoud en de mogelijke consequenties van gegevensverstrekking.

Het zal duidelijk zijn dat het beroepsgeheim van een bedrijfsarts niet anders dan onder strikte voorwaarden kan worden doorbroken en gerichte en vrijwillig gegeven toestemming van de keurling nodig is.

Er zijn nog enkele andere algemene uitzonderingen op het beroepsgeheim. De CKA is niet bevoegd hierover uitspraken te doen en adviezen te geven. In het algemeen kan worden gesteld dat het beroepsgeheim alleen in zeer bijzondere gevallen kan worden doorbroken. Zonodig kan men nader advies inwinnen bij de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB).

Tot slot wijst de CKA nog op twee richtlijnen van de KNMG waarin nadere informatie kan worden gevonden over de omvang van het beroepsgeheim: 

  •  ‘KNMG-richtlijn inzake het omgaan met medische gegevens’ (KNMG Utrecht 2010)
    en meer specifiek: 
  •  ‘Code voor gegevensverkeer en samenwerking bij arbeidsverzuim en re-integratie’ (KNMG Utrecht 2006).
    Deze richtlijnen zijn te vinden op de website van de KNMG.