Advies 2010-17A

Vraag:

Een arbeidsdeskundige vraagt de CKA om advies in verband met het gebruik van een functierisicokaart. Het is de bedoeling dat binnen het bedrijf waar hij werkzaam is, voor elke functie een op de functie gerichte functierisicokaart wordt gemaakt door een register-arbeidsdeskundige. De CKA is in oktober 2010 al per mail nadere vragen gesteld over de functierisicokaart en het gebruik hiervan.

In de functierisicokaart wordt per functie omschreven wat de psychische en medische belasting in het werk is en wordt er op gewezen dat de sollicitant verplicht is om gezondheidsklachten te melden die een goede uitoefening van de functie in de weg staan.

De functierisicokaart maakt deel uit van het sollicitatiegesprek. De sollicitant wordt daarmee geïnformeerd over wat het werk lichamelijk en psychisch van de werknemer vraagt. Dit gebeurt door de recruiter die het gesprek met de sollicitant voert. Indien de sollicitant meent, dat gezondheidsklachten aan de functievervulling in de weg staan, heeft de sollicitant de mogelijkheid de sollicitatieprocedure te beëindigen. Onderaan de functierisicokaart dient de sollicitant er voor te tekenen dat hem geen klachten bekend zijn, die een goede uitoefening van de functie in de weg staan. Het tekenen van de functierisicokaart is voorwaarde om de sollicitatieprocedure voort te zetten.

De vraag luidt: hoe verhoudt het concept van de functierisicokaart zich tot de Wet op de Medische Keuringen (WMK). Verder wordt aangegeven dat de functierisicokaart gebaseerd is op bestaande wet- en regelgeving, waarbij verwezen wordt naar artikel 8 van de Arbeidsomstandighedenwet, waarin bepaald is dat de werkgever werknemers doeltreffend moet inlichten over de te verrichten werkzaamheden en daaraan verbonden risico’s. Tevens wordt hierbij verwezen naar een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem van 9 november 2004 (JAR 2005/81) en naar andere jurisprudentie omtrent de mededelingsplicht van voor de functie relevante medische beperkingen die een sollicitant heeft.

Antwoord:
Naar het oordeel van de CKA is hier sprake van (een onderdeel van) een aanstellingskeuring, omdat middels de functierisicokaart op een (in-)directe wijze vragen over de gezondheid worden gesteld in het kader van een aanstelling (artikel 1, onder a, van de WMK). De sollicitant dient immers te verklaren dat hij of zij geen van de vermelde medische klachten heeft.

Een aanstellingskeuring mag volgens artikel 4, eerste lid, van de WMK, in samenhang met artikel 3, eerste lid, van het Besluit aanstellingskeuringen alleen plaatsvinden, indien aan de vervulling van de betreffende functie en de daarbij behorende taken bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid moeten worden gesteld. De CKA kan op grond van de beschikbare informatie niet beoordelen of er sprake is van bijzondere functie-eisen, omdat niet bekend is om welke functies het gaat. Wel is aangegeven dat voor elke functie een aparte functierisicokaart wordt gemaakt. Er wordt derhalve voor iedere functie apart gekeken aan welke medische eisen de sollicitant dient te voldoen. De CKA vraagt zich echter af of de medische eisen voor élke functie vertaald kunnen worden naar bijzondere functie-eisen. Ook vraagt de CKA zich af of bij het opstellen van de functierisicokaart gedacht is aan het onderscheid tussen ‘gewone’ functie-eisen en ‘bijzondere’ functie-eisen. De voorgelegde kaart wekt de indruk gericht te zijn op het informeren van sollicitanten over de bijzondere functie-eisen, met het doel een verklaring van de sollicitant te verkrijgen over diens medische geschiktheid voor de functie.

De medische keuring wordt verricht door een keurend arts, zo luidt artikel 1, onder d, van de WMK. Bij andere beoordelingen dan de medische keuring mogen geen vragen gesteld worden noch anderszins inlichtingen worden ingewonnen over de gezondheidstoestand van de keurling en over diens ziekteverzuim in het verleden (artikel 4, tweede lid, laatste volzin van de WMK). Het buiten de medische keuring om vragen naar medische of gezondheidsgegevens van de sollicitant is dus niet toegestaan. Dit wordt ook wel het ‘vraagverbod’ van de werkgever genoemd.

Op dat punt is de functierisicokaart dus in strijd met de WMK. Aangegeven is immers dat namens de werkgever tijdens het sollicitatiegesprek de gezondheidsvragen worden gesteld.

Over de inhoud van de functierisicokaart stelt de CKA het volgende. De functierisicokaart lijkt enerzijds gericht te zijn op het informeren van de sollicitant over de werkzaamheden en de psychische en fysieke belasting (risico’s) hiervan. De functierisicokaart is echter tevens gericht op risicoselectie door de werkgever zowel door het stellen van gezondheidsvragen als door het eisen van de ondertekening. Artikel 8 van de Arbeidsomstandighedenwet, waarnaar verwezen wordt, heeft het over het doeltreffend inlichten van de werknemer over de te verrichten werkzaamheden en de daaraan verbonden risico’s en maatregelen om deze risico’s te voorkomen of te beperken. De functierisicokaart lijkt echter niet een heel helder beeld te geven van de werkelijke belasting in de functie op verschillende onderdelen.

Verder wordt de mededelingsplicht van de sollicitant als belangrijke onderbouwing van deze functierisicokaart aangehaald. De sollicitant heeft hier echter een eigen verantwoordelijkheid in. De sollicitant heeft inderdaad een mededelingsplicht indien hij of zij op het moment van de sollicitatie weet dat de medische klachten een belemmering zijn of in de nabije toekomst kunnen gaan zijn voor het uitoefenen van de functie. Maar uiteindelijk is het altijd aan de sollicitant om te beslissen om wel of geen melding van medische klachten te maken. De werkgever kan de mededelingsplicht niet afdwingen door middel van een verklaring. Als de sollicitant zijn medische klachten die relevant zijn voor het uitoefenen van de functie verzwijgt en dit op een gegeven moment uitkomt, dan is dit voor risico van de werknemer met alle gevolgen van dien (geen loondoorbetaling en ontslag zijn daarbij mogelijke sancties).
Voor de omvang van de mededelingsplicht van sollicitanten verwijst de CKA tevens naar oordelen en adviezen die de Commissie op de website heeft gepubliceerd, onder andere bij het blok met de vraag ‘Wat moet een sollicitant mededelen over gezondheidsproblemen?’.

Het antwoord op de vraag of het concept van de functierisicokaart zich goed verhoudt tot de WMK is derhalve om meerdere redenen ontkennend.

De CKA begrijpt dat er in het bedrijf grote waarde wordt gehecht aan veilig en gezond werken en de Commissie heeft hiervoor grote waardering. De CKA begrijpt dat het de bedoeling is - mede tegen de achtergrond van artikel 8 Arbowet - sollicitanten goed te informeren over de functie-eisen en mogelijke risico’s die aan het werk zijn verbonden. De CKA onderschrijft het belang om die informatie aan sollicitanten te verstrekken. Dit moet echter gebeuren op een manier die niet in strijd komt met de eisen van de WMK en daarmee dus zonder ongeoorloofde risicoselectie door de werkgever. Het gebruik van een functiekaart met informatie over de functie-eisen moet gericht zijn op het geven van informatie richting en ten behoeve van de sollicitant, zodat deze vervolgens zelf (of in overleg met de bedrijfsarts) kan bepalen of hij of zij geschikt is voor de functie.