Advies 2010-17B

Vraag:
Een arbeidsdeskundige vraagt opnieuw advies aan de Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen (CKA), naar aanleiding van een eerdere vraag aan de CKA en het advies van de CKA hierop (advies 2010 – 17A).

Toelichting eerdere vraag en advies:
De eerdere vraag betreft het gebruik van een functierisicokaart, waarbij het de bedoeling is dat voor elke functie die zich voordoet binnen het bedrijf waar de arbeidsdeskundige werkzaam is, een op de functie gerichte functierisicokaart wordt gemaakt door een register-arbeidsdeskundige. De CKA heeft hierop advies gegeven, met als voornaamste conclusie, dat de functierisicokaart zich om meerdere redenen niet goed verhoudt tot de WMK.

Naar aanleiding van dit advies is de functierisicokaart aangepast. In de vernieuwde versie hiervan is de arbeidsdeskundige tegemoet gekomen aan een aantal van de bezwaren, die de CKA had op de eerste versie. Onder andere is het direct vragen naar medische aandoeningen achterwege gelaten. De sollicitant wordt niet meer gevraagd te tekenen voor het niet hebben van medische aandoeningen, maar voor ontvangst van de functierisicokaart. Het document is verder uitgebreid met een uitgebreide functieomschrijving van kerntaken. Daaraan is de lijst met voorbeelden van medische klachten toegevoegd die ook in de eerste functierisicokaart voorkwam.

De arbeidsdeskundige heeft eerder aangegeven dat een recruiter de functierisicokaart met de sollicitanten bespreekt en dat daarna voor ontvangst kan worden getekend.
In de introductie van de kaart staat vermeld:
‘Als bij jou bekend is dat je medische klachten hebt of hebt gehad, waardoor je problemen kunt (cursivering door CKA) krijgen in het uitoefenen van deze functie, ben je verplicht ons dat te melden.’

De vraag aan de CKA luidt nu in hoeverre de aangepaste functierisicokaart zich goed verhoudt tot de WMK.

Antwoord:
De CKA begrijpt dat in het bedrijf grote waarde wordt gehecht aan veilig en gezond werken en de Commissie heeft hiervoor grote waardering. De CKA begrijpt dat het de bedoeling is - mede tegen de achtergrond van artikel 8 Arbowet - sollicitanten goed te informeren over de functie-eisen en mogelijke risico’s die aan het werk zijn verbonden. De CKA onderschrijft het belang om die informatie aan sollicitanten te verstrekken. Dit moet echter gebeuren op een manier die niet in strijd komt met de eisen van de WMK en daarmee dus zonder ongeoorloofde risicoselectie door de werkgever. Het gebruik van een functiekaart met informatie over de functie-eisen moet gericht zijn op het geven van informatie richting en ten behoeve van de sollicitant, zodat deze vervolgens zelf (of in overleg met de bedrijfsarts) kan bepalen of hij of zij geschikt is voor de functie.

Naar het oordeel van de CKA zit de arbeidsdeskundige ook met de aangepaste versie van de functierisicokaart nog op het verkeerde spoor. De kaart beperkt zich niet tot informatievoorziening over de functie en belasting in de functie. De tabel met algemene medische klachten en specifieke functie-onderdelen veronderstelt een directe relatie tussen beide onderdelen. De vraag is of deze relatie er is, en zo ja, of deze zo algemeen gesteld kan worden. Het kan echter leiden tot zelfselectie van de sollicitanten en daarmee tot ongeoorloofde risicoselectie door de werkgever.
Met het bespreken door de recruiter van de functierisicokaart als onderdeel van het sollicitatiegesprek brengt hij, met deze tabel, medische aandoeningen in het gesprek. Daarmee bestaat de kans dat er op een (in-)directe wijze vragen over de gezondheid worden gesteld in het kader van een aanstelling (artikel 1, onder a, van de WMK). Het bespreken van deze functierisicokaart blijft dan ook, naar het oordeel van de CKA, een (onderdeel van een) aanstellingskeuring vormen. Voor de verdere onderbouwing verwijst de CKA naar het eerder gegeven advies.

De CKA adviseert verder om de dubbele rol die de functierisicokaart nu heeft, namelijk voorlichting en ongeoorloofde risicoselectie, terug te brengen naar alleen de voorlichting. De beschrijving van taken en belasting in die taken is helder en goed, maar laat daarna de verbinding met medische zaken achterwege. Maak daarnaast, in samenwerking tussen bedrijfsarts en arbeidsdeskundige, een goede inschatting van alle functies of er wel of niet bijzondere functie-eisen aan te wijzen zijn die een beroep doen op de medische geschiktheid. Indien deze aanwezig zijn, is een aanstellingskeuring toegestaan. Het is in het belang van zowel werkgever als sollicitant dat in die gevallen een aanstellingskeuring volgens de regelen der kunst en derhalve in overeenstemming met de eisen van de WMK wordt uitgevoerd.

De CKA is op basis van de door de arbeidsdeskundige beschreven functie van mening dat er voor deze functie verschillende bijzondere functie-eisen aangewezen zouden kunnen worden: zoals energetische belasting, scherp zien op afstand en nabij, en horen. Bij nadere analyse zou moeten blijken of dat juist is of dat er nog meer bijzondere functie-eisen te duiden zijn.

Het antwoord op de vraag of het concept van de functierisicokaart zich goed verhoudt tot de WMK is derhalve om meerdere redenen ontkennend.

Omtrent de mededelingsplicht van sollicitanten merkt de CKA nog het volgende op. In de introductie staat ten onrechte vermeld dat een sollicitant medische klachten die problemen kunnen veroorzaken, moet melden. Het gaat niet om problemen ´kunnen´ maar ´zullen´ krijgen.
Zie ook de definitie welke in CKA-oordeel 2009-01 r.o. 6.7 gebruikt is:
‘De sollicitant heeft de plicht om, spontaan, alleen die functionele beperkingen mede te delen aan de werkgever, waarvan hij weet of moet aannemen dat zij zullen leiden tot een negatieve uitslag van een keuring als die zou zijn verricht, terwijl een doeltreffende aanpassing, conform artikel 2 WGBH/CZ, om die functionele beperking op te heffen, niet genomen kan worden.’