Advies 2011-03

Adviesvrager solliciteerde voor de functie van Trainee Color bij een verffabrikant. Hij heeft de CKA gevraagd of voor deze functie een aanstellingskeuring is toegestaan en of de keuring zoals deze zou plaatsvinden niet te uitgebreid is.

De adviesvrager bevond zich in een tweede spoor re-integratietraject vanwege rugklachten. Hij solliciteerde naar de functie van Trainee Color. Tijdens het sollicitatiegesprek heeft hij melding gemaakt van zijn rugklachten en arbeidsverleden. De aspirant werkgever overwoog daardoor om de sollicitant eerst medisch te laten keuren alvorens hem aan te nemen. Het bedrijf heeft hier vanaf gezien en aangegeven het risico te willen nemen. Vervolgens heeft de adviesvrager een contract aangeboden gekregen en dit ondertekend. Adviesvrager zou per 1 februari a.s. in dienst treden. Enige tijd later ontving hij tot zijn verrassing per post een uitnodiging voor een medische keuring en aanstellingsonderzoek. Bij de uitnodiging zaten ook twee vragenlijsten, waarvan een zeer uitgebreid. Hij heeft de recruiter gevraagd waarom hij uitgenodigd werd voor een keuring. De recruiter gaf hierop aan dat het een standaardkeuring betrof en dat de uitslag zou worden gebruikt als een soort nul-meting.

De procedure voor aanstellingskeuringen volgt uit de Wet op de Medische Keuringen (WMK) en het Besluit aanstellingskeuringen. Hierin is ondermeer het volgende bepaald:

  1. Een aanstellingskeuring is alleen toegestaan voor een functie waaraan risico‟s zijn verbonden voor de gezondheid of de veiligheid van de werknemer zelf of van anderen. Er is dan sprake van bijzondere functie-eisen die bijzondere eisen aan de medische geschiktheid stellen. Van de werkgever wordt verlangd dat hij deze risico‟s, zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, reduceert. (art. 3 lid 1 Besluit aanstellingskeuringen); 
  2. Over de inhoud en rechtmatigheid moet de werkgever schriftelijk advies vragen aan een deskundig persoon of arbodienst. (art. 3 lid 2 Besluit aanstellingskeuringen); 
  3. Aanstellingskeuringen mogen pas worden verricht aan het einde van de sollicitatieprocedure, maar voor datum in dienst treden. Alle andere beoordelingen van geschiktheid moeten al hebben plaatsgevonden en de werkgever is op basis daarvan voornemens de keurling aan te stellen (art.4 lid 2 WMK eerste volzin); 
  4. Indien een aanstellingskeuring onderdeel uitmaakt van de sollicitatieprocedure, moet dat bij de werving al bekend gemaakt worden (art. 4 Besluit aanstellingskeuringen); 
  5. Tijdig voor de keuring moet aan de sollicitant schriftelijk en begrijpelijk informatie gegeven worden over doel, vragen en onderzoeken van de keuring, en over de rechten als keurling (art.8 lid 2 WMK); 
  6. Op verzoek moet de werkgever het schriftelijk advies over de keuring van de arbodienst (zie punt b) aan de sollicitant ter beschikking stellen (art.5 Besluit aanstellingskeuringen).

Op grond van de gegeven informatie blijkt dat indien het onderzoek als aanstellingskeuring zou worden aangemerkt, de werkgever adviesvrager vooraf niet voldoende heeft geïnformeerd. Dan is niet voldaan aan de hierboven geschetste punten onder c t/m e.

Aangezien de medische keuring plaatsvindt na de datum van indiensttreding is deze keuring niet als een rechtmatige aanstellingskeuring te duiden.
Omdat de recruiter het had over het gebruiken van de uitslag als een „soort‟ nul-meting, kan het zijn dat de werkgever het onderzoek beschouwt als een intrede-onderzoek. Een intrede-onderzoek is geen aanstellingskeuring en gebeurt in het algemeen na indiensttreding. Een intrede-onderzoek vindt plaats op vrijwillige basis en is geen selectie-instrument. Van dit onderzoek ontvangt de werkgever geen uitslag. Het doel van een intrede-onderzoek kan zijn het vastleggen van een uitgangssituatie (“nulmeting”), het eerste preventief medisch onderzoek (PMO), kennismaking met de bedrijfsarts of arbodienst, mogelijkheid tot het geven van voorlichting, enzovoorts. Alleen met gerichte toestemming van de keurling mag de bedrijfsarts bepaalde vooraf met de keurling besproken informatie aan de werkgever verschaffen.
Of in deze situatie toch sprake is van een aanstellingskeuring en of hier sprake is van risicoselectie kan de CKA op grond van de beschikbare informatie niet beoordelen. Het enkele gegeven dat de werkgever tijdens de sollicitatieprocedure al aangaf twijfels te hebben over het wel of niet medisch laten keuren biedt hiervoor onvoldoende grondslag.

De CKA kan de inhoud en de uitgebreidheid van de aanstellingskeuring niet beoordelen op eventuele rechtmatigheid (zie punten a en b) omdat de daartoe vereiste informatie onvoldoende is.
Adviesvrager heeft aangegeven dat de functie van Trainee Color voornamelijk een administratieve functie is en dat de Trainee soms blootgesteld kan worden aan oplosmiddelen. In het algemeen gelden voor een kantoorfunctie geen bijzondere eisen van medische geschiktheid. In dit geval lijkt blootstelling aan oplosmiddelen de belangrijkste risicofactor te zijn. De CKA zou meer informatie nodig hebben om te beoordelen of er bijzondere functie-eisen gelden voor de functie van Trainee Color.

Advies
De CKA adviseert adviesvrager om de keuring te ondergaan omdat hij anders riskeert tijdens de proeftijd ontslagen te worden. De CKA adviseert om voorafgaand aan de keuring bij de keuringsarts te informeren naar doel en inhoud van de keuring en te vragen of het een aanstellingskeuring dan wel een intrede-onderzoek is. Adviesvrager zou ook de arbodienst kunnen vragen welk advies aan het bedrijf is gegeven omtrent de keuring voor de functie van Trainee Color en wat de bijzondere functie-eisen zijn voor deze functie. De keuringsarts heeft een beroepsgeheim en mag derhalve de inhoud van dit gesprek niet met de werkgever bespreken tenzij de keurling daar uitdrukkelijk toestemming voor verleent.