Advies 2011-21

Vraag

Adviesvrager is assistent wachtchef bij een petrochemisch bedrijf. Hij vraagt de CKA om advies over keuringen voor de bedrijfsbrandweer in verband met een uitbreiding van zijn functie.

Antwoord

Toelaatbaarheid aanstellingskeuring voor de bedrijfsbrandweer
Een aanstellingskeuring is toegestaan wanneer deelname aan de bedrijfsbrandweer een wijziging van de arbeidsovereenkomst inhoudt of wanneer hiervoor een aparte, nieuwe arbeidsovereenkomst wordt gesloten (art. 1 Wet op de medische keuringen, Wmk). Deze keuring mag alleen onder strikte voorwaarden worden verricht. Een van die voorwaarden is dat voor de vervulling van de taken als bedrijfsbrandweer bijzondere eisen aan de medische geschiktheid moeten worden gesteld. Het is ter beoordeling van de arbodienst of de bedrijfsarts of van dergelijke bijzondere eisen in dit geval sprake is (art. 4 Wmk).

De werkgever mag dus (alleen) keuren voor een functiewijziging wanneer er sprake is van bijzondere eisen op het punt van de medische geschiktheid. Dit geldt ook wanneer een cao-bepaling de werknemer tot een medisch onderzoek verplicht bij wijziging van de functie.

Een aanstellingskeuring vormt het sluitstuk van de sollicitatieprocedure. De werkgever heeft alle overige onderzoeken en beoordelingen afgerond en moet voornemens zijn betrokkene in de beoogde functie aan te stellen (art 4 lid 2 Wmk).
De werkgever is voornemens om adviesvrager aan te wijzen als lid van de bedrijfsbrandweer. De Wmk stelt geen voorwaarden met betrekking tot de bezetting van de bedrijfsbrandweer.
Voor zover de CKA uit de correspondentie begrijpt bestaat de mogelijkheid bezwaar te maken tegen aanwijzing als lid van de bedrijfsbrandweer bij een bezwaarcommissie van het bedrijf. Tevens maakt de CKA uit de correspondentie op dat de aanwijzing normaliter plaats vindt nadat de keuring met een uitslag geschikt (of mogelijk ook geschikt onder voorwaarden) is afgerond. Het is voor de CKA onduidelijk of ook tegen een voornemen tot aanwijzing als lid van de bedrijfsbrandweer bezwaar kan worden gemaakt.

Overige voorwaarden voor een aanstellingskeuring
De voorwaarden voor een aanstellingskeuring zijn vastgelegd in de Wmk en het Besluit aanstellingskeuringen. De werkgever dient de functie-eisen te inventariseren. De arbodienst of de bedrijfsarts adviseert de werkgever vervolgens schriftelijk of er bijzondere medische eisen moeten worden vastgesteld en welke medische onderzoeken mogen worden verricht. De werkgever legt daarop het volgende schriftelijk vast:

  • het doel van de aanstellingskeuring; 
  • de bijzondere medische eisen; 
  • en de inhoud van de keuring.

De werkgever dient vervolgens de keurling tijdig vóór aanvang van de keuring hierover te informeren. Desgevraagd stelt de werkgever het advies van de arbodienst aan de keurling ter beschikking. De werkgever dient de keurling dan ook te informeren over de mogelijkheid van een herkeuring en van het indienen van een klacht bij de CKA. Het is de taak van de keurend arts om zich ervan te vergewissen dat de keurling over de door de Wmk voorgeschreven informatie beschikt en deze informatie, zo nodig, zelf te verstrekken (het beginsel van ‘informed consent’).

Inhoud van de aanstellingskeuring
Het is de taak van de arbodienst of de bedrijfsarts om vast te stellen welke medische onderzoeken bij de aanstellingskeuring worden verricht. De CKA beschikt over te weinig specifieke informatie over de inhoud van de (voorgenomen) functie en keuring(en) om te kunnen adviseren over de rechtmatigheid daarvan.

Herkeuring
De werkgever dient beleid vast te stellen voor de herkeuring. Het is de CKA niet bekend of de werkgever beleid heeft ten aanzien van de herkeuring.

Of een recht op herkeuring bestaat in het geval van bezwaren tegen goedkeuring, hangt af van de inhoudelijke bezwaren tegen de keuring en/of de keuringsuitslag. Indien de adviesvrager van mening is dat hij op onjuiste medische gronden is goedgekeurd , kan hij om een herkeuring vragen. Die herkeuring dient conform de eisen van de Wmk te worden verricht. Voor de herkeuring gelden dezelfde inhoudelijke normen als voor de eerste keuring. De herkeuring mag worden verricht bij dezelfde arbodienst, maar dient volgens de Leidraad aanstellingskeuringen wel door een andere bedrijfsarts te worden verricht. De werkgever dient met zijn beslissing te wachten tot de uitslag van de herkeuring bekend is. De werkgever draagt de kosten van de herkeuring, maar mag daarbij een redelijke bijdrage van de keurling vragen. Wat een redelijke bijdrage is, kan de werkgever in zijn beleid duiden.

De CKA tekent wat het recht op herkeuring betreft nog het volgende aan. De Wmk is bedoeld om de keurling te beschermen wanneer de toegang tot de arbeid wordt verhinderd door een negatieve keuringsuitslag die ongeschiktheid of een positieve uitslag die geschiktheid onder voorwaarden inhoudt. De wettelijke bescherming in de vorm van de herkeuring is dus niet bedoeld louter als instrument om een (al dan niet rechtmatige) wijziging van de arbeidsovereenkomst te voorkomen.

De uitslag van de (her)keuring is een beperkte periode geldig. Aansluitend bij de bewaartermijn van een half jaar beschouwt de CKA een periode van een half jaar als een redelijke termijn voor de geldigheid van de uitslag van een (her)keuring. In casu vraagt de werkgever na een eerdere keuring in 2009 nu opnieuw om een keuring. Nu de eerdere keuringsuitslag niet meer actueel is, kan opnieuw een keuring worden verricht in verband met het wijzigen van de functie. Hiervoor gelden opnieuw de genoemde voorwaarden op grond van de Wmk en het recht op herkeuring.

Schadevergoeding
De Wmk kent geen bepaling over schadevergoeding in het geval van handelen in strijd met deze wet. Op deze vragen is het algemene civiele recht van toepassing. De CKA adviseert daarom hierover bij een arbeidsrechtjurist of advocaat nader informatie in te winnen.