Advies 2011-22

Vraag
Adviesvraagster heeft een aanstelling als stewardess. Daarvoor dient zij een aanstellingskeuring te ondergaan waaronder het invullen van een vragenlijst. Zij heeft de ziekte van Bechterew, zonder daarvan enige belemmering in haar dagelijks functioneren in haar huidige fysiek belastende werk of thuis te ondervinden. Zij verwacht echter zonder meer te worden afgekeurd wanneer zij melding maakt van haar ziekte. Zij vraagt de CKA:

  1. wanneer moet je wel of geen mededeling doen van je (chronische) ziekte? 
  2. Is het eerlijk invullen van een algemene vragenlijst nodig, als dat aan de orde zou komen tijdens de aanstellingskeuring?

De CKA is niet geheel duidelijk of adviesvraagster de aanstelling al heeft of dat deze volgt wanneer de aanstellingskeuring met goed gevolg is doorlopen. Een aanstellingskeuring is het sluitstuk van de sollicitatieprocedure. De aanstellingskeuring dient vóór de feitelijke aanstelling plaats te vinden.

1. De mededelingsplicht.
De algemene regel is als volgt: ”De sollicitant/keurling heeft een informatieplicht ten aanzien van arbeidsbeperkingen/ziekten waarvan hij weet of behoort te weten dat deze hem ongeschikt maken voor een goede vervulling van de functie.
Indien de sollicitant van mening is dat de ziekte/gebrek geen belemmering zal vormen voor het uitoefenen van de betreffende functie, dan hoeft hij van de ziekte/gebrek geen mededeling te doen. Dat zou wellicht anders kunnen liggen als de sollicitant zou weten dat (op korte termijn) door het verloop van de ziekte/gebrek zich wel beperkingen zouden kunnen voordoen.”

Het is dus voor adviesvraagster van belang goed af te wegen of en zo ja welke beperkingen zij ervaart die voor haar functioneren in de beoogde functie een rol kunnen gaan spelen. Ten onrechte niet melden van relevante beperkingen kan sancties door de werkgever opleveren. Adviesvraagster ervaart geen beperkingen in haar huidige werk dat fysiek gezien zwaar is.
Zij dient zelf te beoordelen of zij voor een of meer eisen van de nieuwe functie beperkingen heeft door haar chronische ziekte. Hiervoor is nodig dat haar toekomstige werkgever haar goed informeert over de functie. Als het nodig is de werkgever te informeren is het niet persé nodig aan te geven aan welke ziekte zij lijdt, wel welke beperkingen zij door haar ziekte ondervindt.

Mocht adviesvraagster twijfelen dan zou zij kunnen vragen of zij –vrijwillig- een gesprek met de bedrijfsarts zou mogen hebben. Zij kan de bedrijfsarts advies vragen over haar belastbaarheid in relatie tot de functie. Dit advies zou kunnen helpen bij de afweging over het al dan niet melden van de beperkingen dan wel aandoening. De bedrijfsarts mag zonder uitdrukkelijke toestemming van de keurling geen informatie over dit gesprek aan de werkgever verschaffen, omdat hij een beroepsgeheim heeft.

2. Moet je eerlijk zijn indien je de vraag krijgt of je een chronische ziekte hebt.
Indien de toekomstige werkgever of de bedrijfsarts vragen stelt over de gezondheid in verband met de (beoogde) aanstelling is er sprake van een aanstellingskeuring in de zin van de Wet op de medische keuringen (Wmk). Een aanstellingskeuring mag alleen onder strikte voorwaarden geschieden. Een van de voorwaarden is dat bijzondere functie-eisen zijn vastgesteld.

Onder bijzondere functie-eisen wordt verstaan functie-eisen die risico’s met zich meebrengen voor de gezondheid of veiligheid van de keurling of derden en die niet met gangbare maatregelen volgens de stand der wetenschap of zakelijke dienstverlening zijn te reduceren.
De bedrijfsarts bepaalt op basis van de bijzondere functie-eisen aan welke medische eisen een sollicitant moet voldoen.

De vraag naar een chronische ziekte is een heel algemene vraag, normaliter niet specifiek gericht op een van de te vervullen bijzondere functie-eisen. Dergelijke algemene vragen zijn niet toegestaan. Deze vragen hoeft men niet te beantwoorden. Als de vraag minder algemeen wordt gesteld en gekoppeld is aan een bijzondere functie-eis dient de vraag wel te worden beantwoord. Indien je dan 'nee' invult op de vragenlijst, ben je in feite niet eerlijk. Indien je 'ja' invult op de vragenlijst, kan het zijn dat je enkel op basis van het hebben van deze chronische ziekte wordt afgewezen. De CKA adviseert in die situatie zelf een toelichting te geven over de ervaren belemmeringen of juist het niet ervaren van belemmeringen bij de uitoefening van de functie vanwege de aandoening, en aan te geven dat het vervullen van de functie geen probleem zou moeten zijn.

De CKA adviseerde in andere situaties dat een keurend arts de individuele situatie van een keurling meeweegt bij de beoordeling over geschiktheid voor een functie en niet zonder meer op basis van het hebben van een aandoening tot afkeuren overgaat (zie hiervoor aanbeveling 2010-02 op de website www.aanstellingskeuringen.nl). Zo nodig kan de keurling de keurend arts vragen om een individuele beoordeling mocht dat niet vanzelfsprekend geschieden.

Overigens heeft men bij een eventuele afkeuring recht op een herkeuring.