Advies 2013-03

Vraag

Een medewerker van de ondernemingsraad van een laboratorium legt de Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen (CKA) enkele stukken over die ter instemming aan de ondernemingsraad zijn voorgelegd. Het gaat om een document dat het aanstellingsbeleid van de werkgever regelt en een document dat betrekking heeft op het vaccinatiebeleid binnen de organisatie. De ondernemingsraad wil graag weten in hoeverre deze documenten voldoen aan de wet- en regelgeving betreffende aanstellingskeuringen.

Antwoord

De CKA is uitsluitend bevoegd om vragen en klachten in behandeling te nemen die gaan over aanstellingskeuringen. Over vragen die betrekking hebben op medische keuringen tijdens het dienstverband kan de CKA zich niet uitlaten. Ook is de CKA niet bevoegd zich uit te spreken over vaccinatiebeleid van de werkgever. Voorwaarde voor indiensttreding bij de werkgever is het invullen van een vragenformulier over MRSA en een TBC-onderzoek. Omdat het een voorwaarde voor indiensttreding betreft, kunnen deze onderzoeken worden beschouwd als een aanstellingskeuring. Het ligt in de bedoeling van de werkgever dat deze keuring wordt uitgevoerd door de personeelsafdeling en een bedrijfsverpleegkundige en niet door een bedrijfsarts. Dit is in strijd met de Wet op de medische keuringen (Wmk). Verder is ook niet gebleken van schriftelijk vastgelegde bijzondere functie-eisen. Ook een schriftelijk advies van een bedrijfsarts over het doel van de keuring, de vragen welke ten aanzien van de gezondheid worden gesteld en de medische onderzoeken welke worden verricht, ontbreekt. Op deze punten is het overgelegde aanstellingsbeleid niet in overeenstemming met de Wmk en de daarop gebaseerde regelgeving.

De CKA adviseert de voorgestelde wijze van de aanstellingskeuring aan te passen aan de eisen van de Wmk. Dit houdt in dat de keuringvrager, de werkgever, overeenkomstig artikel 8, eerste lid, van de Wmk en artikel 3, tweede lid, van het Besluit Aanstellingskeuringen het doel van de keuring, de vragen welke ten aanzien van de gezondheid zullen worden gesteld en de medische onderzoeken welke mogen worden verricht schriftelijk vastlegt. De bijzondere functie-eisen dienen aan de hand van het advies van een bedrijfsarts te worden vastgesteld en de uitvoering van de keuring dient in handen van een bedrijfsarts te worden gegeven.

Daarnaast is het niet in lijn met de eisen van de Wmk om voor een functie waartoe dit niet nodig is, een aanstellingskeuring te laten plaatsvinden. Zo kan de CKA zich voorstellen dat indien het gaat om een administratieve functie, waarvoor geen bijzondere functie-eisen kunnen worden vastgesteld, ook al gaat het om een medewerker binnen het laboratorium, een aanstellingskeuring niet verricht mag worden. Maar dit hangt ook af van het advies van de betreffende arbodienst/bedrijfsarts die zich hierover zal dienen te buigen.

Verder wijst de CKA erop, dat de bedrijfsarts bij zijn advisering gebruik kan maken van de richtlijn ‘Preventie van besmetting met tuberculose in Ziekenhuizen’ en de richtlijn ‘MRSA Ziekenhuis’ van de landelijke Werkgroep Infectie Preventie (WIP). Zo beveelt de WIP een onderzoek naar TBC niet aan als onderdeel van een aanstellingskeuring, maar als onderdeel van een intrede onderzoek, teneinde de 0-waarde te bepalen.