Advies 2014-19

Vraag

Een werkgever wil aanstellingskeuringen en periodiek verplichte keuringen invoeren voor proefdierwerkers, omdat de mogelijkheid bestaat dat zij proefdierallergie ontwikkelen en blijvend arbeidsongeschikt kunnen raken. Door middel van technische en organisatorische maatregelen is dit risico te reduceren, maar er blijft een kleine kans aanwezig op het ontwikkelen van proefdierallergie. Is dit voldoende om een keuring te rechtvaardigen?

Antwoord

De Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen (CKA) houdt zich bezig met het behandelen van klachten en vragen over aanstellingskeuringen in de zin van de Wet op de medische keuringen (Wmk). De CKA kan alleen ingaan op de vraag voor zover deze betrekking heeft op de aanstellingskeuring. Voor vragen met betrekking tot medische keuringen tijdens het dienstverband verwijst de CKA naar de richtlijnen die de NVAB (Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde) daarvoor heeft opgesteld. 

Aanstellingskeuringen zijn uitsluitend toegestaan in verband met de bescherming van de gezondheid van de keurling en/of derden. Dit om te voorkomen dat sollicitanten ten onrechte worden uitgesloten van een functie. Dat betekent dat in een geval als deze de normale algemene eisen voor een aanstellingskeuring gelden. Dat wil zeggen dat er bijzondere functie-eisen moeten worden geformuleerd door de werkgever in overleg met de bedrijfsarts. Daarbij dient ook de vraag te worden beantwoord hoe groot de feitelijke blootstelling zal zijn na het nemen van adequate maatregelen ter voorkoming van blootstelling en hoe groot als gevolg daarvan de kans op het ontwikkelen van een proefdierallergie is. Afgewogen moet worden of die kans zo groot is dat een aanstellingskeuring gerechtvaardigd is.

Vervolgens is het nodig geschikte medische onderzoeken te selecteren en te bezien of die onderzoeken een voldoende betrouwbare voorspellende waarde hebben voor het krijgen van proefdierallergie. Als er een evidence based onderzoeksmethode zou bestaan om de potentiële medewerkers die overgevoelig gaan worden te onderscheiden, zou een keuring in beginsel zijn toegestaan. Voor zover de CKA bekend, is die methode er (nog) niet. Dit zou er in de praktijk toe kunnen leiden dat relatief veel mensen onterecht worden afgekeurd.

De enige vraag die wel logisch lijkt voor iemand die bijvoorbeeld met ratten gaat werken is of hij/zij een overgevoeligheid heeft voor ratten. Het lijkt de CKA onwaarschijnlijk om uitsluitend voor deze vraag een aanstellingskeuring op te zetten.