Advies 2016-27

Vraag

De vraagsteller is een bedrijfsarts. Op korte termijn ontvangt zij een medewerker op haar spreekuur in het kader van een opleidingsvraag en het toekomstperspectief van de medewerker. De medewerker heeft een vaste aanstelling en werkt als begeleider bij een grote zorginstelling (gehandicaptenzorg). Het betreft een preventief spreekuur. De werkgever heeft voorafgaand aan het spreekuur de vraag voorgelegd in hoeverre de medewerker belastbaar is en welke maatregelen dienen te worden genomen om de medewerker ook in de toekomst goed te kunnen laten functioneren. De vraagsteller heeft naar aanleiding van de twee vragen van de werkgever op haar beurt de vraag voorgelegd of er afhankelijk van de uitkomst van de medische keuring contractuele gevolgen zijn voor de medewerker. De werkgever heeft aangegeven dat er geen directe contractuele gevolgen zijn voor de medewerker, maar dat de medewerker zijn opleidingsniveau dient te verhogen naar HBO-niveau om de functie te kunnen blijven uitoefenen. De bedrijfsarts maakt uit de reactie van de werkgever op dat de functie-eisen op termijn gaan veranderen en dat de werkgever wil weten of de medewerker kan voldoen aan deze nieuwe functie-eisen.

Is in dit geval sprake van een verkapte aanstellingskeuring en zo ja, mag de bedrijfsarts een antwoord geven op de twee vragen van de werkgever?

Antwoord

Onder een aanstellingskeuring in de zin van de Wet op de medische keuringen (Wmk) vallen vragen over de gezondheidstoestand van de keurling en het verrichten van medisch onderzoek in verband met het aangaan of wijzigen van een arbeidsverhouding. Dergelijke keuringen zijn op grond van de Wmk slechts toegestaan, indien aan de vervulling van de functie bijzondere eisen op het punt van de medische geschiktheid worden gesteld. De keuring moet dan voldoen aan de voorwaarden van de Wmk.

Een keuring in verband met het volgen van een opleiding c.q. cursus wordt als aanstellingskeuring in de zin van Wmk aangemerkt als het afronden daarvan automatisch leidt tot een andere functie ('baangarantie'). De keuring wordt dan namelijk verricht in verband met het aangaan of wijzigen van een arbeidsverhouding. In dit geval lijkt afronding van de opleiding geen voorwaarde voor het aangaan of wijzigen van een arbeidsverhouding en is dus geen sprake van een aanstellingskeuring. Ook het verplichtstellen van een HBO-diploma in de toekomst kan niet worden aangemerkt als een aanstellingskeuring in de zin van de Wmk. Hiermee wordt geen arbeidsverhouding aangegaan of gewijzigd. Dit geldt temeer omdat in deze situatie veel onzekerheid is over het vervolg. Uit de beschikbare informatie leidt de CKA af dat het in deze situatie niet gaat om het volgen van een opleiding in verband met het aangaan van een nieuwe arbeidsovereenkomst of het wijzigingen van een bestaande arbeidsovereenkomst. De medische keuring is derhalve niet aan te merken als een aanstellingskeuring in de zin van de Wmk.

Voor de volledigheid is aan de vraagsteller gemeld dat bedrijfsgeneeskundig bezien het niet goed mogelijk is om in algemene zin uitspraak te doen over de belastbaarheid van de betrokken medewerker in de toekomst. Wel is het belang van duurzame inzetbaarheid van deze medewerker een mogelijk aangrijpingspunt voor een advies van de bedrijfsarts. In overleg met de medewerker zou kunnen worden onderzocht of er een interventie is te bedenken waarmee de belastbaarheid van deze medewerker kan worden verhoogd. Mogelijk kan de werkgever hierin een faciliterende rol spelen.