Advies 2016-38

Vraag

Vallen medische keuringen die door club- of sportartsen voorafgaande aan het sluiten van een arbeidsovereenkomst met een sporter worden verricht, onder de Wet op de medische keuringen (Wmk). En zo ja, betekent dat dat dergelijke keuringen niet mogen worden verricht door club- of sportartsen (als zij niet ook bedrijfsarts zijn). In dit geval gaat het om functies waarvoor (nog) geen bijzondere functie-eisen zijn benoemd. De medische keuringen, zoals die nu worden verricht zijn vrij algemeen. Vraagsteller is van mening dat voor het uitvoeren van de keuringen specifieke sportmedische deskundigheid nodig is. Verwacht wordt dat onvoldoende bedrijfsartsen bereid zijn om de medische keuringen te verrichten, wellicht vanwege de vrees voor beroepsaansprakelijkheid bij keuringsfouten. Daarnaast vermoedt vraagsteller dat clubartsen c.q. sportartsen eerder dan bedrijfsartsen bereid zijn om buiten de gebruikelijke kantooruren spoedkeuringen te doen.

Antwoord

Toepasselijkheid WMK en Besluit aanstellingskeuringen
Bij het keuren van (betaalde) sporters voorafgaand aan hun indiensttreding, is sprake van een aanstellingskeuring in de zin van de Wmk. Dat betekent dat aan de in de Wmk en het Besluit aanstellingskeuringen geformuleerde eisen moet worden voldaan. Dat brengt onder andere met zich mee dat de tijdens de keuring te stellen vragen en uit te voeren onderzoeken nodig zijn om informatie te verkrijgen over de huidige belastbaarheid ten opzichte van de belasting door de functie. Aandachtspunt is dat inschatting van toekomstig ziekteverzuim niet onder de keuringsdoelen mag vallen (Kamerstukken II, 1994-1995, 23259, nr. 3, p. 9). 

De keurend arts
De keurend arts moet volgens art. 3 lid 2 Besluit Aanstellingskeuringen  (1) een bedrijfsarts zijn. De keuring moet dus door een bedrijfsarts worden verricht. De vraag is hoeveel ruimte deze bepaling biedt om andere artsen bij de keuring te betrekken. Uit diverse andere vindplaatsen blijkt dat de wetgever voor ogen had dat een keurend arts deskundig moet zijn, maar niet per se een bedrijfsarts (2). Wel staat gelet op art. 3 lid 2 Besluit Aanstellingskeuringen vast dat de aanstellingskeuring onder verantwoordelijkheid van een bedrijfsarts moet plaatsvinden. Naast het Besluit Aanstellingskeuringen is er wet- en regelgeving waaruit blijkt dat de keuring niet letterlijk in zijn geheel door een bedrijfsarts hoeft te worden verricht. Zo blijkt uit de Leidraad Aanstellingskeuringen, welke stappen moeten worden gezet in het kader van een aanstellingskeuring. Sommige onderdelen van die stappen kunnen worden verricht door deskundige personen die geen bedrijfsarts zijn, mits onder toezicht van een bedrijfsarts (3).

Inschakeling van anderen bij de aanstellingskeuring
In de praktijk kunnen onderdelen van de keuring worden gedelegeerd aan hulppersonen van de bedrijfsarts, zoals een secretaresse of een verpleegkundige (4). Delegatie kan worden onderscheiden van andere vormen van inschakelen van deskundigen zoals verwijzing (5). Bij delegatie gaat het om het laten uitvoeren van taken door minder deskundige of ondergeschikte personen. De bedrijfsarts maakt in het kader van verzuimbegeleiding gebruik van verwijzing (6). Daarmee wordt gedoeld op het inwinnen van deskundigheid die de bedrijfsarts in mindere mate zelf in huis heeft. De term verwijzing is minder geschikt voor de betrokkenheid van andere deskundige artsen als het gaat om de aanstellingskeuring, omdat daar geen sprake is van behandeling. Advies inwinnen is een betere term. De hiervoor besproken regelgeving laat ruimte voor het inwinnen van advies bij andere deskundigen in het traject van de aanstellingskeuring. 

Sportartsadvies bij aanstelling
Het laten verrichten van een expertise door een andere arts is denkbaar voor de aanstellingskeuring. Net als bij re-integratie zou de bedrijfsarts zich kunnen laten adviseren door andere deskundige artsen bij een aanstellingskeuring, bijvoorbeeld door een sportarts (7). De bedrijfsarts blijft dan wel de eindverantwoordelijke arts in de zin van het Besluit Aanstellingskeuringen. Het medische advies van de sportarts moet dan worden ingebed in de uitvoering van de aanstellingskeuring door de bedrijfsarts. 

Volgens deze constructie zou de bedrijfsarts bijvoorbeeld kunnen toezien op de opstelling van functie-eisen en de vaststelling welke medische gegevens relevant zijn om de belastbaarheid van de keurling ten opzichte van de te verwachten belasting door de functie te kunnen beoordelen. Vervolgens verricht de sportarts deels of geheel de fysieke keuring en verstrekt de bedrijfsarts de bevindingen met of zonder daaraan een advies over goedkeuring (eventueel onder voorwaarden) of afkeuring te verbinden. Deze arts is dan zelf (tuchtrechtelijk) verantwoordelijk voor dit advies. Vervolgens worden de resultaten en een eventueel advies door de bedrijfsarts betrokken bij de beslissing over de uitslag van de keuring, die aan de keurling en de keuringvrager wordt meegedeeld. 

Civiele aansprakelijkheid
De keuringvrager, de bedrijfsarts en de andere arts kunnen ter regulering van de aansprakelijkheid voor een onjuist medisch advies onderling afspraken maken over de civielrechtelijke eindverantwoordelijkheid voor dit advies, welke bijvoorbeeld inhoudt dat alleen de sportarts daarvoor aansprakelijk is. Een dergelijke afspraak zou in de visie van de CKA niet per se in strijd komen met de strekking van de Wmk. Het belangrijkste doel van art. 3 lid 1 Besluit Aanstellingskeuringen is dat de keuring door een deskundige arts wordt verricht. Zo lang de deskundigheid is gewaarborgd alsmede de betrokkenheid en eindverantwoordelijkheid van de bedrijfsarts, lijkt een aansprakelijkheidsverdeling voor het uit de keuring voortvloeiende medische advies waarbij de sportarts aansprakelijk is voor de “diagnose” mogelijk, zonder in strijd te komen met de Wmk. Nader juridisch onderzoek zou nodig zijn, onder meer om te kunnen vaststellen op welke manier de civielrechtelijke aansprakelijkheidsregeling bij een onjuist advies zou kunnen worden geregeld tussen de bedrijfsarts, de sportarts en eventuele andere betrokken partijen. Dit gaat de adviserende taak van de CKA te buiten. 

Conclusie

De huidige praktijk van het verrichten van een medische keuring van een sporter voorafgaande aan de aanstelling is in strijd met de Wmk en het Besluit aanstellingskeuringen. De CKA beveelt aan om het beleid betreffende aanstellingskeuringen zo spoedig mogelijk aan te passen en in overeenstemming te brengen met de eisen die de Wmk en het Besluit aanstellingskeuringen daaraan stellen.
De aanstellingskeuring moet door een bedrijfsarts worden verricht. Het laten verrichten van een expertise door een andere deskundige (sport)arts is denkbaar voor de aanstellingskeuring. De bedrijfsarts blijft dan wel de eindverantwoordelijke arts.




  1. Stb. 2012, 437 en Kamerstukken II 2007/08, 28 172, nr. 5.
  2. Zie bijvoorbeeld art. 10 lid 1 en art. 2.3.4 en 2.3.6 van het Protocol Aanstellingskeuringen (bedrijfsarts is een voorbeeld van een keurend arts); art. 14 lid 1 sub c onder 2 Arbeidsomstandighedenwet jo. art. 2.14 Arbeidsomstandighedenbesluit (de verplichting om zich te laten bijstaan bij de aanstellingskeuring door een bedrijfsarts betekent dat de aanstellingskeuring niet exclusief door een bedrijfsarts hoeft te worden uitgevoerd (zie ook de MvT bij de Arbeidsomstandighedenwet 1998, Kamerstukken II 1997–1998, 25 879, nr. 3, p.17; MvT bij wijziging daarvan, Kamerstukken II, 1995–1996, 24 776, nr. 3, blz. 63) ; Kamerstukken II 1995/96, 24 439, nr. 6, blz. 63. 
  3. Zie bv p. 24: c. De keurend arts voert de eventueel geselecteerde fysisch-diagnostische-, biometrische-, en eventueel ook functie-onderzoeken uit; de biometrische- en functie-onderzoeken kan hij door andere medewerkers van de arbodienst laten uitvoeren.
    d. De keurend arts zorgt ervoor dat eventueel geïndiceerd ander functie-onderzoek of laboratoriumonderzoek plaatsvindt.
  4. In het geval van de begeleiding bij re-integratie is dit een bekende constructie, zie Leidraad Samenwerking bedrijfsarts & casemanager, NVAB 2012. De samenwerking onder verantwoordelijkheid van de bedrijfsarts wordt ook wel aangeduid als de verlengde arm-constructie. Zie daarnaast de notitie Delegatie van taken door bedrijfsartsen in het kader van de sociaal medische begeleiding (2004). 
  5. Zie de notitie Delegatie van taken door bedrijfsartsen in het kader van de sociaal medische begeleiding (2004), waarin ook wordt ingegaan op verwijzing. 
  6. Zie nogmaals de notitie Delegatie van taken door bedrijfsartsen in het kader van de sociaal medische begeleiding (2004).
  7. Sinds 2014 is sportarts een erkend specialisme, en kan deze zich als zodanig inschrijven volgens de wet BIG Stcrt. 2014, 11817