Advies 2016-52

Vraag

De betrokken medewerker heeft een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd voor 20 uur. Medewerker is werkzaam als productiemedewerker en werkt volgens indicatie Wsw. Begin 2015 heeft het UWV een beschikking herindicatie afgegeven voor de duur van 6 jaar. In de indicatiestelling van het UWV staat vermeld dat “de medewerker in overleg met de bedrijfsarts haar werkuren heeft teruggebracht naar 12 uur per week”.

In de voorgaande indicatiestelling van het UWV stond vermeld dat de medewerker 4 uur per dag tot 20 uur per week mag werken. Voorts staat vermeld dat wanneer het wenselijk is en de belastbaarheid het toelaat deze uren in de toekomst (geleidelijk) kunnen worden uitgebreid. Dit in overleg met de bedrijfsarts.

Het UWV dicht de bedrijfsarts van IBN in beide indicatiestellingen een belangrijke rol toe om te toetsen of uitbreiding van het aantal werkuren haalbaar is en verwijst ook naar de bedrijfsarts als hier in de toekomst vragen over ontstaan.

De werkgever heeft de bedrijfsarts de vraag voorgelegd of er een advies kan worden gegeven over de haalbaarheid/wenselijkheid van urenuitbreiding. De bedrijfsarts stelt zich echter op het standpunt dat dit niet in overeenstemming is met de Wet op de medische keuringen (Wmk) en dus niet zou mogen conform de regelgeving wegens een uitspraak van de CKA in 2007.

Werkgever wil weten of hij het verzoek van urenuitbreiding mag neerleggen bij de bedrijfsarts. Te meer omdat in beide indicatiestellingen van het UWV (terug)verwezen wordt naar de bedrijfsarts.

Antwoord

Onder aanstellingskeuring in de zin van de (Wmk) vallen vragen over de gezondheidstoestand van de keurling en het verrichten van medisch onderzoek in verband met het aangaan of wijzigen van een arbeidsverhouding. Dergelijke keuringen zijn op grond van de Wmk slechts toegestaan, indien aan de vervulling van de functie bijzondere eisen op het punt van de medische geschiktheid worden gesteld. De keuring moet dan voldoen aan de voorwaarden van de Wmk.

Reeds eerder is geoordeeld dat een medische keuring in het kader van een Wsw-indicatiestelling (oordeel 2002-02) niet aangemerkt kan worden als een aanstellingskeuring in de zin van de Wmk.

Een medische keuring in het kader van de Wsw-indicatiestelling vindt plaats om een algemene re-integratie doelstelling (vanuit de sociale zekerheidswetgeving) te realiseren. Daarmee wordt beoogd de algemene kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. Bij een aanstellingskeuring wordt gekeurd voor één specifieke functie. Daardoor zijn er belangrijke verschillen tussen beide keuringen. In het kader van een aanstellingskeuring dienen er allereerst bijzondere functie-eisen op het punt van medische geschiktheid te worden vastgesteld (door de werkgever en arbodienst) voor een functie en is de vraag of een aspirant werknemer voldoet aan de bijzondere functie-eisen die gelden voor die functie. Dit zal dan worden beoordeeld door een bedrijfsarts. Bij een keuring in het kader van een Wsw-indicatiestelling stelt het UWV vast dat er ‘bijzondere werknemerseisen’ zijn, waaraan een functie moet voldoen. De werkgever dient een functie te vinden/creëren die voldoet aan de bijzondere werknemerseisen van het UWV. De werkgever kan zich daarbij laten bijstaan door een arbeidsdeskundige. Een arbeidsdeskundige kan (beter dan een bedrijfsarts) vaststellen of een functie aan de werknemerseisen van het UWV voldoet.

In dit geval is er aanvankelijk een indicatie afgegeven van maximaal 4 uur per dag en 20 uur per week. Dit is de bandbreedte waarin de werkgever moet handelen. Zo lang men daar binnen blijft, is de oorspronkelijke indicatie van toepassing.

Indien de werkgever een medisch oordeel wenst over de mogelijkheden van de werknemer, die vallen buiten de bandbreedte van de UWV-indicatie, dient hij hiervoor niet de bedrijfsarts, maar het UWV te benaderen voor een herindicatie. Mocht zonder de herindicatiestelling de werkgever toch de bedrijfsarts vragen om een urenuitbreiding te adviseren die valt buiten de bandbreedte, dan kan de medische keuring van de bedrijfsarts mogelijk als een aanstellingskeuring in de zin van de Wmk worden opgevat. Beoordeeld dient te worden of met de urenuitbreiding wordt beoogd om de arbeidsverhouding te wijzigen. Indien er sprake is van een wijziging van de arbeidsverhouding zal de Wmk van toepassing zijn. Dan moet deze keuring voldoen aan de eisen van de Wmk. Gelet op de doelstelling van de algemene re-integratie is het echter niet goed mogelijk om aan de eisen van de Wmk te kunnen voldoen.

De werkgever is daarnaast op grond van subsidievoorschriften gehouden aan de (her)indicatiebeschikking. Ook buiten de indicatiegrenzen zal er om die reden niet snel sprake zijn van een aanstellingskeuring omdat er als gevolg van die keuring geen urenuitbreiding buiten de indicatiegrenzen zal plaatsvinden.