Advies 2017-31

Vraag

Een internationaal georiënteerd bedrijf in de voedingsmiddelenindustrie wordt bij externe audits gevraagd naar het feit of de medewerkers in het kader van voedselveiligheid een gezondheidsverklaring hebben afgegeven. Deze verklaring heeft niet met de functie-eisen te maken, maar uitsluitend met de voedselveiligheid. Het bedrijf kan een aantekening krijgen, als het geen gezondheidsverklaringen heeft. De reden dat het bedrijf de verklaringen niet heeft is vanwege de privacywetgeving. Mag het bedrijf nu wel of niet aan medewerkers om een gezondheidsverklaring vragen?

Antwoord

Uit de gegeven informatie leidt de CKA af dat er in dit geval geen sprake is van een aanstellingskeuring in de zin van de Wet op de medische keuringen (Wmk). Het lijkt erop dat het eisen van een dergelijke gezondheidsverklaring geen onderdeel uitmaakt van een sollicitatieprocedure.

Mocht dat toch het geval zijn dan kan deze verklaring aangemerkt worden als een aanstellingskeuring in de zin van de Wmk, namelijk het stellen van vragen over de gezondheidstoestand. Dan moet de aanstellingskeuring voldoen aan eisen van de Wmk en het Besluit aanstellingskeuringen. Uitgangspunt van de Wmk is dat aanstellingskeuringen beperkt toelaatbaar zijn. Een aanstellingskeuring verrichten met als doel voedselveiligheid te kunnen waarborgen voldoet niet aan het uitgangspunt van de Wmk. Op de Website van de CKA is nadere informatie over dit uitgangspunt te vinden.

In dit geval lijkt eerder sprake te zijn van een medische verklaring die periodiek aan de medewerkers wordt gevraagd om voedselveiligheid te kunnen waarborgen. Hoewel het niet gaat over een aanstellingskeuring in de zin van de Wmk kan de CKA wel aan de adviesvrager een handreiking geven.

Allereerst merkt de CKA op dat het inzetten van een middel als een medische verklaring om de voedselveiligheid te waarborgen vreemd overkomt. Dit suggereert dat op een bepaald moment (statisch) een verklaring (door de medewerker zelf of door een bedrijfsarts) wordt gegeven over ‘de gezondheid’, terwijl het cruciaal lijkt dat er dynamisch aandacht is voor de aan-/afwezigheid van gezondheidsproblemen (vaak tijdelijk van aard) bij de medewerker waarbij als die werkzaam is in een levensmiddelenbedrijf er (bijzondere) gevaren voor leven of gezondheid van anderen be-/ontstaan. In zo’n dynamische structuur zijn ‘gezondheidsverklaringen’ weinig nuttig en zou eerder gedacht kunnen worden aan een adequaat systeem voor het door werknemers melden van (mogelijke) belemmeringen voor hun inzetbaarheid en het voorzien in alternatieven voor de inzet van dergelijke medewerkers. Daarbij kan voorlichting worden gegeven over aandoeningen waarmee niet mag worden gewerkt. De medewerkers krijgen dan ook de mogelijkheid om zich te laten onderzoeken door de bedrijfsarts. Deze kan de medewerker adviseren over zijn gezondheidsprobleem in relatie tot besmettingsgevaar in de productielijn. Bij de audit kan de werkgever dan aangegeven dat hij op deze wijze het besmettingsgevaar wil voorkomen.

In het verlengde daarvan is het door bepaalde externe partijen (waaronder toezichthouders) vragen van/naar dergelijke ‘gezondheidsverklaringen’ volgens de CKA ook weinig nuttig. Externe partijen zouden zich zoals hierboven aangegeven beter kunnen richten op een adequaat systeem waarbij continu aandacht is voor besmettingsgevaar.

Op grond van de privacywetgeving kan niet zomaar om een gezondheidsverklaring worden gevraagd. Daarnaast kunnen de gegevens afkomstig van zo’n verklaring niet zomaar geregistreerd en uitgewisseld worden. Dit is onderworpen aan strenge regels. Zie daarvoor onder meer de beleidsregels ‘De zieke werknemer’ van de Autoriteit Persoonsgegevens. Verder kan op grond van de Arbowet niet worden afgedwongen dat een medewerker deelneemt aan een gezondheidsonderzoek. Dit kan hooguit op vrijwillige basis plaatsvinden en de uitwisseling van gegevens tussen bedrijfsarts en werkgever dient zeer beperkt te zijn. De bedrijfsarts dient zich te houden aan zijn beroepsgeheim. Voor meer informatie over hoe de bedrijfsarts moet handelen in het kader van medische gegevens wordt verwezen naar de richtlijnen van de KNMG ‘omgaan met medische gegevens’.

Tot slot wordt voor meer informatie over technische oplossingen op het gebied van besmettingsgevaar verwezen naar de brancheorganisatie.