Advies 2018-05

Vraag

Een bedrijfsarts zal binnenkort op verzoek van een werkgever een aanstellingskeuring verrichten. Het komt volgens de bedrijfsarts geregeld voor dat keurlingen om een herkeuring vragen. Zij heeft nog geen afspraken gemaakt met de werkgever over de uitvoering van de herkeuring. Zij wil voorkomen dat zij inbreuk maakt op de rechten die de keurling heeft op grond van de Wet op de medische keuringen (Wmk). Dat kan volgens haar het geval zijn als zij de werkgever informeert over het verzoek tot herkeuring. Zij wil graag weten hoe zij moet handelen als een keurling om een herkeuring vraagt.

Antwoord

De CKA adviseert de bedrijfsarts om keuringsafspraken tussen werkgever en bedrijfsarts vooraf vast te leggen in een keuringsprotocol. In een dergelijk protocol kunnen ook afspraken over herkeuring worden opgenomen. De bedrijfsarts kan in het keuringsprotocol vastleggen dat de uitslag bij een herkeuring ‘aangehouden’ kan worden. Ook kan worden geregeld dat de keurend arts bij verzoek om een herkeuring, in overleg met de keurling, een andere keurend arts inschakelt. Een kostenregeling maakt onderdeel uit van het keuringsprotocol. Door het een en ander vast te leggen in een keuringsprotocol kan voorkomen worden dat er na de eerste keuring vragen rijzen over de herkeuring en dientengevolge daarvan mededelingen worden gedaan door de keurend arts of de keurling. Vervolgens kan net als bij de situatie dat er nader onderzoek nodig is of aanvullende gegevens opgevraagd moeten worden, bij een herkeuring de uitslag van gegevens aangehouden worden. Dan wordt de uitslag aan de keuringaanvrager pas meegedeeld als de herkeuring heeft plaatsgevonden. Daarmee worden de rechten van de keurling op de juiste wijze beschermd.

Relevante wettelijke bepalingen en een toelichting daarbij

Keurling als eerste informeren
De Wmk schrijft niet voor dat de keurling als eerste moet worden geïnformeerd over de uitslag van de keuring. Artikel 2.4.4. van het Protocol Aanstellingskeuringen (Protocol) bepaalt dat de keurling het recht heeft om als eerste geïnformeerd te worden over de uitslag van de aanstellingskeuring. In de toelichting bij deze bepaling staat dat de keurling, door als eerste van de uitslag kennis te nemen, kan beslissen of de opdrachtgever in kennis mag worden gesteld van de uitslag van de keuring. Voorts staat in de toelichting dat deze norm te vinden is in de (tucht-)rechtspraak alsmede in artikel 7:464, tweede lid, van de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO). Bij een herkeuring is er nog geen (definitieve) keuringsuitslag. Vanuit het punt van rechtszekerheid kunnen er beter geen mededelingen tussentijds worden gedaan.

Informeren van de keuringaanvrager
Op grond van artikel 10, derde lid van de Wmk, deelt de keurend arts aan de keuringaanvrager niet meer mee dan dat voor het doel van de keuring strikt noodzakelijk is. Bij de uitslag beperkt een keurend arts zich tot de mededeling dat de kandidaat geschikt of ongeschikt is, of geschikt is onder bepaalde voorwaarden. De keurend arts mag geen verdere informatie over de medische situatie aan aspirant werkgever verstrekken, wel moet de geschiktheid van de keurling voor de functie op grond van de functie-eisen blijken.

Recht op herkeuring
Op grond van artikel 12 van de Wmk heeft de keurling recht op een herkeuring. De Wmk wil de keurling beschermen, wanneer de toegang tot arbeid wordt verhinderd door een negatieve keuringsuitslag die ongeschiktheid inhoudt dan wel door een positieve uitslag die geschiktheid onder voorwaarden inhoudt. De keurling moet zijn verzoek om een herkeuring binnen een week, nadat hij het bericht ontvangt dat hij is afgekeurd, gemotiveerd kenbaar maken bij de keurend arts of bij de arbodienst. De keuringaanvrager moet een regeling treffen voor herkeuring door een onafhankelijk deskundige. De kosten van de herkeuring komen voor rekening van de keuringaanvrager, maar die mag daarvoor wel een redelijke bijdrage van de keurling vragen.

Aanhouding uitslag
Op grond van artikel 2.5.3. van het Protocol kan, indien de medische gegevens tijdens de aanstellingskeuring niet volledig zijn, de uitslag voor een periode van uiterlijk 4 weken worden aangehouden, teneinde nader onderzoek te doen of aanvullende gegevens te ontvangen. De keurend arts noch de keurling kan verplicht worden de keuringaanvrager informatie te verstrekken over de reden van het aanhouden van de keuringsuitslag.