Oordeel 2002-02

Keuring voor indicatiestelling sociale werkvoorziening (WSW) is geen aanstellingskeuring.

Klaagster solliciteert naar werk bij de sociale werkvoorziening. Zij ondergaat een medisch onderzoek en loopt stage. Volgens het advies van de Indicatiecommissie hoort klaagster niet tot de doelgroep.
De Commissie komt tot niet-ontvankelijkheid van de klacht met de volgende overweging. Tijdens de sollicitatie naar een functie bij een sociale werkvoorziening in het kader van de indicatiestelling is er sprake is van een keuring in de zin van artikel 1 van de WMK en tevens van een aanstelling in openbare dienst. Er wordt echter gekeurd voor meerdere functies en niet voor één specifieke functie. Bij een keuring voor de indicatie sociale werkvoorziening wordt gekeken of de sollicitant behoort bij de doelgroep: personen die door beperkingen uitsluitend onder aangepaste omstandigheden tot regelmatige arbeid in staat zijn.

De Commissie signaleert hier een probleem, dat zij heeft voorgelegd aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De Commissie formuleert dit als volgt: Indien men ervan uitgaat dat de keuring wél onder het regime van de WMK valt, dan is er sprake van moeilijke toepasbaarheid van de voorschriften van de WMK op de keuring. Bij een keuring in de zin van de WMK wordt immers bekeken of men medisch gezien geschikt is voor een specifieke functie, terwijl bij een keuring in de zin van de WSW wordt gekeken of men uitsluitend is aangewezen op werken onder aangepaste omstandigheden. Die arbeid betreft een veelheid van functies.
Zo men ervan uitgaat dat de voorschriften van de WMK niet van toepassing zijn op bedoelde keuring, dan is er sprake van een leemte in de voorschriften van de WSW ter bescherming van de keurling.


Oordeel 2002-02

Utrecht, september 2002

1 De klacht

1.1 Bij brief van 10 april 2002 heeft klaagster de Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen (hierna te noemen: Commissie) verzocht haar oordeel uit te spreken over de jegens klaagster gevolgde sollicitatieprocedure door Werkvoorzieningsschap (……) (hierna te noemen: verweerder). De klacht komt er in het kort op neer dat klaagster meent dat zij tijdens een lopende sollicitatieprocedure, en de volgens haar daarbij behorende stageperiode, een medische keuring heeft ondergaan, met als gevolg dat de beoogde dienstbetrekking geen doorgang heeft gevonden.

2 De loop van de procedure 

2.1 De Commissie heeft in het kader van het onderzoek naar de ontvankelijkheid van de klacht verweerder verzocht om schriftelijke informatie te geven.

2.2 Aangezien de schriftelijke informatie de Commissie niet de benodigde duidelijkheid verschafte, heeft de Commissie partijen opgeroepen voor een hoorzitting. Partijen zijn daar tevens in de gelegenheid gesteld hun standpunten nader toe te lichten.

3 De feiten

Uit de overgelegde bescheiden en uit hetgeen ter zitting is gesteld en niet is weersproken staat – voorzover van belang – het volgende vast.

3.1 Klaagster is gehandicapt en heeft nooit eerder gewerkt. Zij solliciteert in september 2001 door middel van een sollicitatieformulier naar een baan bij verweerder. Verweerder is een werkvoorzieningschap in de zin van de Wet sociale werkvoorziening (hierna te noemen: WSW).

3.2 Bij brief van 17 september 2001 wordt klaagster opgeroepen voor een oriënterend gesprek bij verweerder op 28 september 2001.

3.3 Bij brief van 12 oktober 2001 wordt klaagster uitgenodigd voor een medisch onderzoek op 22 oktober 2001. De inhoud van de brief luidt – voorzover van belang -: “namens mevrouw X, onze keuringsarts, nodigen wij u uit voor een medisch onderzoek.”

3.4 Bij brief van 12 november 2001 wordt klaagster meegedeeld dat zij door de indicatiecommissie is voorgedragen voor een 4 maal 10 procedure en dat zij wordt uitgenodigd voor een gesprek op 26 november 2001.

3.5 Klaagster doorloopt de 4 maal 10 procedure, welke door haar stage wordt genoemd.

3.6 Bij brief van 19 maart 2002 deelt verweerder aan klaagster mee dat zij niet tot de doelgroep van de sociale werkvoorziening behoort. Deze brief luidt, voorzover van belang, als volgt: “Zoals u weet is (………………….) een bedrijf dat belast is met de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening. Dit betekent dat tijdens uw sollicitatieprocedure door een onafhankelijke indicatiecommissie wordt getoetst of u voldoet aan de voorwaarden van deze wet. Uit het advies van de indicatiecommissie blijkt dat er bij u beperkingen van lichamelijke, verstandelijke en/of psychische aard zijn geconstateerd en dat het treffen van speciale  voorzieningen en/of maatregelen noodzakelijk is om u in staat te stellen arbeid te verrichten. De commissie acht u echter (op dit moment) niet in staat tot het verrichten van regelmatige arbeid in WSW-verband met deze noodzakelijke voorzieningen en/of maatregelen. Op grond hiervan moeten wij concluderen dat u niet tot de doelgroep van de sociale werkvoorziening behoort.”

3.7 Klaagster vraagt aan haar (voormalig) stagebegeleider bij verweerder wat zij tegen dit besluit kan doen. De stagebegeleider raadt haar aan contact op te nemen met de Commissie klachtenbehandeling aanstellingskeuringen. Ook heeft zij intern, bij verweerder, bezwaar gemaakt.

4 Standpunten van klaagster en gronden van klacht

4.1 Zij heeft een sollicitatieprocedure met inbegrip van een psychologische test en een medische keuring doorlopen. Daarna volgde een stage van acht weken. Zij verkeerde daarom in de veronderstelling dat verweerder voor haar een baan had, althans dat zij medisch gezien geschikt was voor een baan bij verweerder.

5 Standpunten van verweerder en gronden van verweer

5.1 Verweerder is een bedrijf dat belast is met de uitvoering van de WSW, hetgeen betekent dat tijdens de sollicitatieprocedure door een onafhankelijke indicatiecommissie wordt getoetst of de sollicitant voldoet aan de voorwaarden van deze wet.

5.2 Een aanstelling in het kader van de WSW is een aanstelling naar burgerlijk recht.

5.3 De indicatiecommissie is onafhankelijk en adviseert, na het verrichten van onderzoek, omtrent de indicatie. Tegen het besluit van deze commissie staat bezwaar respectievelijk beroep open volgens de regels van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het onder 3.7 genoemde bezwaar is een bezwaarprocedure in het kader van de Awb.

5.4 Ingevolge artikel 3, eerste lid onderdeel d, van het Besluit indicatie sociale werkvoorziening vindt onderzoek plaats naar de mogelijkheid dat betrokkene met de voorzieningen of maatregelen in staat is regelmatig arbeid in de sociale werkvoorziening te verrichten. Hierbij moet, volgens de toelichting bij dat besluit, sprake zijn van een redelijke minimum prestatie, een zekere inzetbaarheid, enig vermogen om aan het werk te blijven, en een zekere grens aan de noodzaak van organisatorische aanpassingen, van voorzieningen, en van persoonlijke begeleiding. Dit laatste is uitgewerkt in de Beslistabel “behoren tot de doelgroep”, Bijlage 1 bij genoemd Besluit.

5.5 De 4 maal 10 procedure is een nader onderzoek, dat wordt uitgevoerd wanneer uit de onafhankelijke psychologische en medische keuring niet geheel duidelijk is of de sollicitant aan de minimale vereisten voldoet om in aanmerking te komen voor een baan bij de sociale werkvoorziening. Dit onderzoek wordt dus gedaan bij twijfelgevallen. Gekeken wordt of de sollicitant voor tenminste twee functies geschikt is.

5.6 De voorlichting over deze procedure gebeurt mondeling tijdens een gesprek. Dit wordt voldoende geacht, omdat alleen diegenen solliciteren die aanpassingen nodig hebben om te kunnen werken en er dus al van op de hoogte zijn dat daarvoor onderzoek noodzakelijk is.

6 Overwegingen van de commissie

6.1 Het onderzoek van de Commissie naar de ontvankelijkheid van de klacht betreft de vraag of er bij het verrichten van werkzaamheden in het kader van de WSW sprake is van een arbeidsverhouding of aanstelling in de zin van de Wet op de medische keuringen (WMK) en, aansluitend, of de bestreden handelwijze kan worden aangemerkt als een keuring in de zin van de WMK.

6.2 Artikel 1, onderdeel a, van de WMK bepaalt dat – voorzover van belang voor de aanstellingskeuring - onder een keuring wordt verstaan: vragen over de gezondheidstoestand van de keurling en het verrichten van medisch onderzoek in verband met het aangaan of wijzigen van: 1e een burgerrechtelijke arbeidsverhouding die bij of krachtens de Ziektewet of de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering als dienstbetrekking wordt aangemerkt, 2e een aanstelling in openbare dienst.

6.3 Ingevolge artikel 2 van de WSW is een dienstbetrekking bij de sociale werkvoorziening een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. Er is dan ook sprake van een arbeidsverhouding in de zin van artikel 1, onderdeel a, onder 1e van de WMK. De bijzonderheid van de WSW is dat deze dienstbetrekking slechts wordt aangeboden aan mensen die blijkens een indicatiebeschikking tot de doelgroep van de wet behoren, te weten personen, die nog niet de leeftijd van 65 jaar hebben bereikt en die door lichamelijke, verstandelijke of psychische beperkingen uitsluitend onder aangepaste omstandigheden tot regelmatige arbeid in staat zijn.

6.4 Bij de aanpassing van de arbeidsomstandigheden wordt ingevolge artikel 3 van de WSW rekening gehouden met het advies ter zake dat in de indicatiebeschikking is opgenomen. In het kader van de indicatiestelling vindt er onder meer een medisch onderzoek plaats uitgevoerd door een onafhankelijk keuringsarts. Nu er sprake is van een arbeidsverhouding in de zin van de WMK moet worden beoordeeld of de voorschriften van de WMK op die keuring van toepassing zijn.

6.5 Vaststaat dat de indicatiekeuring in de uitvoering weliswaar overeenkomsten vertoont met de aanstellingskeuring, maar als bijzonderheid heeft dat mede wordt onderzocht de mogelijkheid of betrokkene met extra voorzieningen of maatregelen in staat is regelmatig arbeid te verrichten in tenminste twee functies.

Oordeel

Op grond van vorenstaande is er naar het oordeel van de Commissie geen sprake van een aanstellingskeuring in de zin van de WMK. Een keuring in de zin van de WMK wordt immers verricht indien aan de vervulling van de functie, waarop de beoogde arbeidsverhouding betrekking heeft, bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid worden gesteld en kan dus geen algemene keuring betreffen om te kunnen beoordelen of de sollicitant voor meerdere functies bij de werkgever geschikt is. Nu er geen sprake is van een aanstellingskeuring in de zin van de wet kan de Commissie de klacht niet verder in behandeling nemen.

Aanbeveling

Gelet echter op het misverstand omtrent de status en de procedure van de ondergane medische keuring bij klaagster doet de Commissie uit zorgvuldigheidsoverwegingen de volgende aanbeveling. De voorlichting omtrent het keuren in verband met de indicatiestelling tijdens de sollicitatieprocedure bij een werkvoorziening in de zin van de WSW niet alleen mondeling, maar ook schriftelijk te geven, en wel op zo’ n manier dat er bij betrokkenen geen misverstand kan ontstaan over het feit dat een indicatiekeuring in de zin van de WSW geen aanstellingskeuring is, waarop de voorschriften van de WMK van toepassing zijn en dat de zogenaamde 4 maal 10 procedure onderdeel uitmaakt van de indicatiestelling.