Oordeel 2003-01

Transportbedrijf stelt tijdens sollicitatie vragen over lichamelijke conditie sollicitant. Overgewicht sollicitant is reden om hem af te wijzen.

Klager solliciteert naar functie vrachtwagenchauffeur. Voorafgaand aan sollicitatiegesprek vult klager sollicitatieformulier in met vragen over de gezondheidstoestand. Tijdens sollicitatiegesprek wordt klagers overgewicht gekwalificeerd als risicovol voor het vervullen van de functie. Transportbedrijf gebruikt klagers overgewicht als beoordelingscriterium waardoor klager baan niet krijgt.
Klager stelt, dat transportbedrijf op stoel dokter is gaan zitten.
Transportbedrijf stelt, dat er geen sprake is van aanstellingskeuring. Een verplichte keuring voor functie vrachtwagenchauffeur is niet voorgeschreven. Overgewicht vormt een bedrijfsrisico.
De Commissie overweegt, dat vragen over gezondheidstoestand vallen onder begrip keuring. Het mondeling en schriftelijk vragen naar gezondheidstoestand sollicitant en het daaraan verbinden van een oordeel over medische geschiktheid sollicitant is voorbehouden aan een bedrijfsarts van een gecertificeerde Arbo-dienst. Deze vragen mogen niet gesteld worden door de werkgever.


Oordeel 2003-01

28 maart 2003

1 De Klacht 

1.1 Op 19 september 2002 heeft de heer (…) (hierna te noemen: klager) de Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen verzocht haar oordeel uit te spreken over de vraag of de werkgever bij wie hij had gesolliciteerd, (….) (hierna te noemen: verweerder), in strijd had gehandeld met de Wet op de medische keuringen (WMK) door in het kader van het sollicitatiegesprek opmerkingen te maken en vragen te stellen omtrent de lichamelijke conditie van klager en daarover een eigen oordeel te vormen met gevolgen voor de aanstelling in de gevraagde functie.

2 De loop van de procedure

2.1 De Commissie heeft het verzoek in behandeling genomen en een onderzoek ingesteld. Partijen hebben hun standpunten schriftelijk toegelicht.

2.2 Partijen zijn in de gelegenheid gesteld hun standpunten nader toe te lichten tijdens de hoorzitting op 29 november 2002, welke hoorzitting, wegens overmacht van klager om aanwezig te kunnen zijn, met instemming van verweerder, door de Commissie is verdaagd naar 31 januari 2003. 2.3 Op verzoek van de Commissie heeft verweerder na de hoorzitting nog schriftelijke informatie gestuurd. Klager en zijn gemachtigde zijn van de inhoud daarvan in kennis gesteld.

3 De feiten

Uit de overgelegde bescheiden en uit hetgeen is gesteld en niet is weersproken staat – voorzover hier van belang – het navolgende vast.

2.4 Klager solliciteert in juni 2002 bij verweerder naar de functie van vrachtwagenchauffeur.

2.5 Voorafgaand aan het sollicitatiegesprek vult klager, op verzoek van verweerder, in de wachtruimte bij het bedrijf van verweerder een sollicitatieformulier in. Op dit formulier staan onder meer vragen over de lichamelijke conditie.

3.3 Deze vragen luiden – voor zover van belang – als volgt.
a. Gewicht
b. Lengte
c. Draagt u een bril of contactlenzen?
d. Heeft u lichamelijke gebreken?
e. Heeft u operaties ondergaan?
f. Bent u wel eens langdurig ziek geweest (langer dan 2 weken)?
s.v.p. oorzaak en duur vermelden
g. Beschouwt u uzelf volledig gezond?
h. Heeft u klachten betreffende hart, rug, benen, gewrichten, longen en/of andere?
i. Hoeveel dagen bent u het laatste jaar ziek geweest?
j. Geniet u momenteel een uitkering op medische gronden?
k. Wat is de hoogte van uw uitkering?
l. Wat is de naam en het adres van uw huisarts/tandarts?
m. Heeft u bezwaar tegen medisch onderzoek?
n. Heeft u bezwaar tegen psychologisch onderzoek?
o. Bent u gekeurd voor militaire dienst?
Wat was de uitslag van de keuring? 

3.4 Tijdens het sollicitatiegesprek worden deze vragen doorgenomen. Daarbij stelt verweerder het overgewicht van klager aan de orde in die zin dat verweerder dit overgewicht kwalificeert als risicovol voor het vervullen van de functie. Het overgewicht van klager is dientengevolge een beoordelingscriterium geweest voor het afwijzen van klager voor de door klager beoogde functie.

4 De standpunten van klager

Door verweerder werd gezegd dat hij (klager) voldoende ervaring had voor de functie van vrachtwagenchauffeur, maar dat zijn gewicht een probleem is. Door verweerder werd als contractuele voorwaarde voor het aangaan van een arbeidsovereenkomst gesteld dat hij (klager) moest afvallen. Hij (klager) heeft dit als zeer beledigend ervaren. Bovendien gaat verweerder door dergelijke vragen te stellen, zoals verwoord op het sollicitatieformulier, en door de antwoorden zelf te interpreteren, op de stoel zitten van de dokter, hetgeen in strijd is met de voorschriften van de WMK.

5 De standpunten van verweerder

Er is geen sprake van een aanstellingskeuring in de zin van de WMK, omdat er niet gekeurd is door een bedrijfsarts van een arbodienst. Er wordt pas een aanstellingskeuring gedaan, wanneer door het bedrijf daar om wordt gevraagd. Een verplichte keuring voor de functie van vrachtwagenchauffeur is bij het bedrijf niet voorgeschreven. Op het sollicitatieformulier wordt wel de vraag gesteld of de sollicitant bezwaar heeft tegen een keuring. Het overgewicht van klager is bij het bedrijf een beoordelingscriterium geweest, vooral omdat een groot deel van het wagenpark bestaat uit zogenaamde topsleepers, vrachtwagens met een (nauwe) slaapruimte boven de stoelen. Tegenwoordig zijn deze topsleepers niet meer toegestaan. Bovendien zijn er altijd bedrijfsrisico’s met mensen met overgewicht en daarom probeert het bedrijf dat risico te vermijden. De chauffeurs, die in dienst zijn van het bedrijf en met een overgewicht kampen, wordt aangeraden om aan de hand van een dieet, voorgeschreven door de bedrijfsarts, af te vallen. Het bedrijf stelt een dergelijk advies nooit contractueel vast bij het aangaan van een arbeidsovereenkomst.

6 Overwegingen van de commissie

6.1 De voorliggende kwestie betreft de vraag of het stellen van vragen over de lichamelijke conditie aan een sollicitant door de aspirant werkgever in het kader van de sollicitatieprocedure een handelen betreft dat valt onder het regime van de WMK en, zo ja, of de aspirant werkgever aldus in strijd handelt met de WMK. Voorts moet worden beoordeeld of het interpreteren door verweerder van de antwoorden van de sollicitant aangevuld met eigen waarneming van verweerder tijdens het sollicitatiegesprek, in strijd is met de WMK.

6.2 Artikel 1, onder a, van de WMK bepaalt – voorzover hier van belang – dat onder een keuring wordt verstaan vragen over de gezondheidstoestand van de keurling en het verrichten van medisch onderzoek in verband met het aangaan of wijzigen van: 1e. een burgerrechtelijke arbeidsverhouding die bij of krachtens de Ziektewet of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering als dienstbetrekking wordt aangemerkt.

6.3 Vaststaat dat de functie waarnaar klager solliciteerde een burgerrechtelijke arbeidsverhouding betreft in de zin van bovengenoemd artikel. Voor de beoordeling van de in geding zijnde vraag is van belang dat de betreffende (schriftelijke) vragen over de lichamelijke conditie van klager zijn gesteld tijdens de sollicitatieprocedure door de aspirant werkgever en dat deze op grond daarvan en op grond van eigen waarnemingen tot een afwijzend oordeel is gekomen. De WMK is dus op het gewraakte handelen van toepassing.

6.4 Met betrekking tot de vraag of een aspirant werkgever door het stellen van dergelijke vragen handelt in strijd met de WMK overweegt de Commissie als volgt. 

6.5 De in geding zijnde vragen, weergegeven onder 3.3, betreffen vragen over de gezondheidstoestand van de sollicitant. Vragen over de gezondheidstoestand vallen ingevolge artikel 1, onder a, van de WMK onder het begrip keuring en worden volgens artikel 1, onder d, van de WMK, gesteld door de keurend arts.

6.6 De keurend arts is blijkens de Memorie van Toelichting bij de WMK en de Nota van Toelichting bij het Besluit aanstellingskeuringen, conform het bepaalde in artikel 14 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998, een bedrijfsarts werkend voor een gecertificeerde Arbodienst. De professionele zelfstandigheid en onafhankelijkheid van de keurend arts (als ook van de geneeskundig adviseur) is vastgelegd in artikel 10, eerste lid, van de WMK.

6.7 Ingevolge artikel 4, eerste lid, van de WMK, juncto artikel 3 van het Besluit aanstellingskeuringen, mogen vragen over de gezondheidstoestand slechts worden gesteld, indien aan de vervulling van de functie, waarop de arbeidsverhouding betrekking heeft, en de daarbij behorende taken bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid moeten worden gesteld. Die vragen, het doel van de keuring en de medische onderzoeken die mogen worden verricht, moeten ingevolge artikel 8, eerste lid, van de WMK schriftelijk worden vastgelegd, terwijl ingevolge artikel 8, tweede lid, van de WMK tijdig voor de aanvang van de keuring aan de keurling op begrijpelijke wijze daarover en over diens rechten schriftelijk informatie wordt gegeven. In artikel 4, tweede lid, wordt het stellen van vragen dan wel het anderszins inwinnen van inlichtingen over de gezondheidstoestand van de keurling bij andere beoordelingen dan de medische keuring verboden.

6.8 De Commissie concludeert op grond van vorenstaande overwegingen dat verweerder heeft gehandeld in strijd met de WMK, nu het mondeling en schriftelijk vragen naar de gezondheidstoestand van de sollicitant in het kader van de werving en selectie en het daaraan verbinden van een oordeel over de medische geschiktheid van de sollicitant, op grond van vorengenoemde wetgeving en bepalingen, is voorbehouden aan de bedrijfsarts van een gecertificeerde Arbo-dienst, en deze vragen dus niet mogen worden gesteld door de werkgever zelf.

Oordeel

Verweerder heeft gehandeld in strijd met artikel 1, artikel 4, eerste en tweede lid, en artikel 8, eerste en tweede lid, van de Wet op de medische keuringen. Utrecht, 28 maart 2003