Oordeel 2003-02

Politie hanteert functie-eisen, die niet overeenkomen met de keuringsrichtlijnen. Sollicitante wordt afgekeurd op migraine.

Klaagster solliciteert naar baan bij politie. Klaagster doorloopt testdagen met succes. Tijdens gesprek met psycholoog geeft klaagster aan, aan migraine te lijden en daarvoor medicijnen te gebruiken. Psycholoog acht klaagster stressbestendig. Keurend arts acht klaagster ongeschikt voor functie. Klaagster vraagt om herkeuring.
Klaagster stelt, dat zij voorafgaand aan de keuring geen schriftelijke informatie heeft gekregen over de keurings- en herkeuringsprocedure. De keuringseisen, die gebruikt worden zijn dezelfde als die gebruikt worden voor zwaardere functies.
Politie stelt, dat bekend is , dat de functie-eisen niet corresponderen met de keuringsrichtlijnen, maar dat het vaststellen van de keuringsrichtlijnen gebeurt door het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Politie heeft zich aan de richtlijnen te houden.
De Commissie overweegt, dat de werkgever verantwoordelijk is voor de schriftelijke vastlegging van de bijzondere eisen van medische geschiktheid. Voor betreffende functie zijn de functie-eisen niet specifiek geformuleerd. Werkgever handelt daarmee in strijd met de WMK. De keuringvrager legt schriftelijk vast doel, vragen en onderzoeken bij keuring. De werkgever heeft een eigen verantwoordelijkheid ook t.a.v. van hoger hand opgelegde regelgeving. Klaagster heeft geen schriftelijke informatie over (her)keuring gekregen. Daardoor wist klaagster niet, dat de keuringseisen voor functies van verschillende zwaarte gelijk zijn. T.a.v. de herkeuring bestaat er een discrepantie tussen regelgeving en WMK. Volgens de WMK heeft de keurling recht op een onafhankelijke herkeuring. De keurling bepaalt de keuze van de herkeurend arts.


Oordeel 2003-02

16 juli 2003

1 De klacht

Op 5 maart 2003 heeft klaagster de Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen verzocht haar oordeel uit te spreken over de vraag of de keuring in het kader van haar sollicitatie naar de functie van assistent politiemedewerker bij de Politie (hierna te noemen: verweerder), is geschied volgens de voorschriften van de Wet op de medische keuringen (WMK). De keuring is uitgevoerd door een Arbodienst (hierna te noemen: de Arbodienst).

2 De loop van de procedure

2.1 De Commissie heeft het verzoek in behandeling genomen en een onderzoek ingesteld. Klaagster heeft haar standpunten schriftelijk toegelicht met bijlagen. Verweerder heeft schriftelijke informatie overgelegd.

2.2 Partijen zijn in de gelegenheid gesteld hun standpunten toe te lichten tijdens de hoorzitting op 21 mei 2003. Daarbij zijn door de Arbo-dienst, met toestemming van klaagster, nog bescheiden overgelegd.

2.3 Tegen de Arbo-dienst is een apart oordeel uitgebracht.

3 De feiten

Uit de overlegde bescheiden en uit hetgeen is gesteld en niet is weersproken staat – voor zover van belang – het navolgende vast.

3.1 Klaagster vraagt in 2002 informatie aan over een baan bij de Politie. Van het Bureau Personeelsvoorziening Politie ontvangt zij een voorlichtingspakket.

3.2 Klaagster solliciteert vervolgens naar de functie van assistent politiemedewerker niveau 2 door het invullen en toesturen van het bij het voorlichtingspakket gevoegde responsformulier, terwijl zij daarbij het korps van haar voorkeur aangeeft.

3.3 Klaagster ontvangt nadere informatie over de selectieprocedure, welke wordt uitgevoerd door het Instituut Werving en Selectie Politie (IWSP). Volgens deze informatie bestaat de selectieprocedure uit de onderdelen “Fysiek Motorisch Onderzoek”, “Psychologisch onderzoek”, “Praktijkopdracht” en “Interview met een psycholoog”. De informatie eindigt onder meer met de zin “De resultaten van de selectieprocedure zullen na uw toestemming aan het korps worden toegezonden. Zij stellen u op de hoogte van hun beslissing en eventuele verdere procedure.”

3.4 Volgens de door verweerder aan de Commissie verstrekte informatie bestaat de totale sollicitatieprocedure uit achtereenvolgens een geschiktheidsonderzoek, vastgesteld bij de Regeling aanstellingseisen politie 2002, Hoofdstuk 4 (1) en uitgevoerd door het IWSP, een gesprek bij verweerder, en een geneeskundig onderzoek door de arbodienst.

3.5 Klaagster neemt eind maart/begin april 2002 deel aan het geschiktheidsonderzoek van het IWSP. Tijdens het onderdeel “Interview met de psycholoog” komt aan de orde het feit dat klaagster aan migraine aanvallen onderhevig is. In het rapport van de psycholoog van 2 april 2002 wordt dit als volgt – voorzover van belang - verwoord: “mevrouw (…) is voldoende stressbestendig. Onder druk of onder bedreigende omstandigheden loopt zij weliswaar enige spanning op (dit kan zich onder meer uiten in migraine), maar haar optreden blijft correct en beheerst en zij behoudt overzicht. Haar optreden is voldoende evenwichtig en zij presteert op constant niveau.”

3.6 Klaagster verneemt van het IWSP dat zij op alle onderdelen voldoende heeft gescoord.

3.7 Klaagster verneemt van verweerder dat de sollicitatieprocedure met haar wordt voortgezet. Klaagster heeft vervolgens een gesprek bij verweerder, waarin wordt meegedeeld dat zij zal worden aangesteld onder voorbehoud van het medisch onderzoek en het antecedentenonderzoek.

3.8 Het medisch onderzoek wordt in opdracht van verweerder uitgevoerd door de arbodienst.

3.9 Volgens de door verweerder en de arbodienst aan de Commissie verstrekte informatie wordt het medisch onderzoek uitgevoerd volgens de keuringsrichtlijn A IV-2 Politie. Deze richtlijn betreft personeel in executieve dienst, agent van politie, en luidt – voor zover van belang – als volgt: “Functie-informatie
Artikel 2 van de Politiewet 1993 luidt (……(2))
In de uitvoering van deze taak zijn de volgende elementen te onderscheiden:
Surveillance: (….).
Achtervolging: (…).
Aanhouding: (….). (…….)
Surveillant van politie
De surveillant van politie (red. Commissie: thans genoemd assistent politiemedewerker niveau 2) is een ambtenaar met een lagere opleiding dan de agent. In de meeste regio’s verricht de surveillant dezelfde taken als de agent, maar heeft hierbij minder bevoegdheden. (…….) Gezien het takenpakket en de opleiding bij doorstroming naar de functie van agent, worden bij de selectie (…..) dezelfde eisen gesteld als aan de aspirant van politie.
Surveillanten
worden bij benoeming tot agent van politie niet opnieuw gekeurd. (….)
Functie-eisen
Somatisch: Een lichamelijk goede conditie. De wervelkolom en (…………..). Bestand tegen onregelmatige werktijden. Een goed evenwichtsgevoel. (…..)”

3.10 Bij brief van 21 januari 2003 stuurt de arbodienst aan klaagster een uitnodiging voor het medisch onderzoek op 3 maart 2003. In de brief staat – voor zover van belang - : “Dit  onderzoek houdt verband met uw functie van assistent politiemedewerker niveau 2. Het onderzoek wordt verricht in opdracht van (red. Commissie: verweerder).”

3.11 Bij deze brief is een vragenlijst Aanstellingskeuring, welke moet worden ingevuld ten behoeve van het gesprek bij verweerder 2 in het kader van het medisch onderzoek.

3.12 De vragenlijst Aanstellingskeuring betreft standaardvragen, opgesteld door de Arbo Management Groep (AMG). Aangekruist is welke vragen voor de betreffende functie van bijzonder belang zijn en in ieder geval beantwoord dienen te worden. Die vragen betreffen de onderdelen (blokken) houding en beweging, hart en vaten, bewustzijn, zintuigen, psychische klachten, behandelingen, geneesmiddelen.

3.13 In het blok “bewustzijn” kruist klaagster “ja” aan bij de vraag “heeft u regelmatig last van ernstige hoofdpijn”, in het blok “behandelingen” kruist zij “ja” aan bij “migraine, ernstige hoofdpijn” en bij het blok “geneesmiddelen” geeft zij aan dat zij Imigran 50 mg tabletten gebruikt.

3.14 Tijdens het gesprek bij de arbodienst komt de migraine nader aan de orde en worden door de bedrijfsarts van de arbodienst daaromtrent aantekeningen gemaakt op het door klaagster ingevulde formulier. In de keuringsrichtlijn, genoemd onder 3.9, wordt op bladzijde A IV-2-3 onder Anamnese/Onderzoek in punt 6 migraine aangeduid met een “r”, hetgeen blijkens de Toelichting keuringsrichtlijnen A IV-1 t/m 20 een relatieve contra-indicatie betekent die een aandachtspunt vormt bij het functiegericht onderzoek en waarbij de bedrijfsarts bepaalt of de betreffende aandoening de belastbaarheid dusdanig beïnvloed dat tot afkeuring moet worden besloten. Naar aanleiding van de bevindingen omtrent de migraine vindt overleg plaats met een collega bedrijfsarts. Er wordt geen advies gevraagd aan een specialist.

3.15 De arbodienst legt zijn bevindingen vast in het medisch dossier van klaagster. Daarin staat – voor zover van belang -: “gelet op migraine anamnese ongeschikt voor politiemedewerker: afbreukrisico te groot.” In het eindoordeel medisch onderzoek aanstellingskeuring staat “ongeschikt assistent politiemedewerker niveau 2”.

3.16 Bij brief van 3 maart 2003 deelt de arbodienst aan klaagster de uitslag van het medisch onderzoek mee. Deze brief luidt – voor zover van belang - : “Op 3 maart 2003 verrichtte ik een medisch onderzoek bij u in verband met uw functie van assistent politiemedewerker niveau 2. Hiermee bevestig ik dat ik de opdrachtgever voor het onderzoek heb geïnformeerd over de uitslag van het onderzoek. Het aan uw werkgever gemelde resultaat luidt: ongeschikt voor de functie. Indien u met betrekking tot deze brief vragen heeft, verzoek ik u contact op te nemen (….)”.

3.17 Na ontvangst van de brief op 4 maart 2003 belt klaagster naar de arbodienst met het verzoek om een toelichting op het oordeel “ongeschikt voor de functie”. De bedrijfsarts van de arbodienst informeert klaagster dat zij is afgewezen op grond van haar migraine. In dat telefoongesprek wordt haar ook meegedeeld dat zij een bezwaarschrift kan indienen tegen de uitslag van het onderzoek.

3.18 Klaagster dient vervolgens een bezwaarschrift in en verzoekt verweerder om een herkeuring. Tot op de dag van de hoorzitting bij de Commissie is het verzoek om een herkeuring nog niet in behandeling genomen. 

4 De standpunten van klaagster

4.1 Er is gehandeld in strijd met de WMK, omdat klaagster voorafgaand aan de keuring daarover geen schriftelijke informatie heeft gekregen. Achteraf is haar gebleken dat zij een keuring heeft ondergaan volgens dezelfde keuringseisen als die welke worden gesteld aan de functie van agent op niveau 4, Mobiele Eenheid (ME).

4.2 Op grond van het gesprek met de psycholoog tijdens het geschiktheidsonderzoek en het rapport van de psycholoog was er voor klaagster geen reden om aan te nemen dat de migraine een belemmering zou kunnen zijn voor het uitoefenen van de functie van assistent politiemedewerker niveau 2.

4.3 Er is nog steeds geen informatie ontvangen met betrekking tot het uitvoeren van de herkeuring. Bij telefonisch gevraagde informatie werd haar meegedeeld dat men het oordeel van de Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen wilde afwachten.

5 De standpunten van verweerder

5.1 Het is verweerder bekend dat de functie eisen niet corresponderen met de keuringsrichtlijnen. Het opstellen van de functie informatie en de functie eisen, en het op grond daarvan doen vaststellen van keuringsrichtlijnen gebeurt door respectievelijk in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties. Verweerder heeft zich daaraan te conformeren.

5.2 Ten aanzien van de herkeuring verklaart het hoofd juridische dienst van verweerder dat hij persoonlijk zal toezien op het onmiddellijk in gang zetten van de procedure en dat er voor klaagster een plaats is geblokkeerd in de klas van september 2003, mocht de herkeuring aanleiding geven voor een positieve beoordeling van de geschiktheid van klaagster.

5.3 Het hoofd juridische dienst van verweerder verklaart tevens dat het hem bekend is dat er wat betreft de procedure van herkeuring een discrepantie is tussen de voorschriften van de WMK en die in de Regeling aanstellingseisen Politie.

6 Overwegingen van de Commissie

6.1 Gelet op de tekst en de doelstellingen van de WMK en overige regelgeving, waaronder het Protocol Aanstellingskeuringen van juni 1995, in werking sinds 1 januari 1996,(3) moet worden uitgegaan van een strikte scheiding van verantwoordelijkheden en bevoegdheden tussen de keuringvrager/werkgever (verweerder) en de keurend arts (de Arbo-dienst).

6.2 Verweerder is volgens de WMK en het Besluit aanstellingskeuringen verantwoordelijk voor de schriftelijke vastlegging van de bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid voor de betreffende functie, voor de vastlegging daarvan in keuringsrichtlijnen door de Arbo-dienst en voor de procedure van de aanstellingskeuring.

6.3 Wat betreft de schriftelijke vastlegging van de bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid overweegt de Commissie als volgt.

6.4 Vaststaat dat de aanstellingskeuring in het kader van de betreffende functie wordt verricht aan de hand van de functie informatie en de functie eisen van vóór 1998. Op de hoorzitting is door de Commissie geconstateerd en door verweerder erkend dat de betreffende functie eisen, zoals weergegeven onder 3.9, niet specifiek zijn geformuleerd voor de vervulling van de betreffende functie in de zin van de WMK, zodat deze niet kunnen worden vertaald in bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid.

6.5 Een aanstellingskeuring mag ingevolge artikel 4, eerste lid, van de WMK juncto artikel 3, eerste lid, van het Besluit Aanstellingskeuringen, alleen plaats vinden, indien aan de vervulling van de betreffende functie en de daarbij behorende taken bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid moeten worden gesteld, waaronder wordt begrepen de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van de keurling en van derden bij de uitvoering van de desbetreffende arbeid, terwijl de risico’s voor de gezondheid en veiligheid niet met gangbare maatregelen, overeenkomstig de stand der wetenschap en professionele dienstverlening, kunnen worden gereduceerd.

6.6 Volgens de toelichting bij het Besluit aanstellingskeuringen is dit besluit ook van toepassing op de aanstelling in openbare dienst. De toelichting verwijst in dit verband naar het Algemeen rijksambtenarenreglement (ARAR), waarin bepalingen zijn opgenomen betreffende het medisch onderzoek bij de aanstelling. Volgens de toelichting moet bij de naleving van deze bepalingen uit het ARAR tevens worden voldaan aan de verplichtingen zoals die voortvloeien uit het Besluit aanstellingskeuringen.

6.7 Gelet op vorenstaande overwegingen handelt verweerder in strijd met genoemde voorschriften van de WMK en het Besluit aanstellingskeuringen.

6.8 Uit vorenstaande vloeit tevens voort dat verweerder in strijd handelt met artikel 8, eerste lid, van de WMK, waarin wordt bepaald dat de keuringvrager het doel van de keuring, de vragen welke ten aanzien van de gezondheid zullen worden gesteld en de medische onderzoeken welke mogen worden verricht, schriftelijk vast legt.

6.9 Voorzover verweerder betoogt dat hij zich heeft te conformeren aan de van hoger hand opgelegde regelgeving, is de Commissie van oordeel dat verweerder zich als werkgever niet kan onttrekken aan de eigen verantwoordelijkheid op grond van de WMK.

6.10 Wat betreft de procedure van de aanstellingskeuring overweegt de Commissie dat klaagster van mening is dat zij geen adequate informatie heeft ontvangen over het doel van de keuring.

6.11 Vaststaat dat wat betreft de informatie over de aanstellingskeuring de procedure bij verweerder aldus is dat sollicitanten mondeling informatie krijgen over het feit dat er een aanstelling zal plaats vinden onder voorbehoud van de medische keuring en het antecedentenonderzoek.

6.12 Uit hetgeen op de hoorzitting is verklaard en niet is weersproken blijkt dat klaagster niet geïnformeerd was over het feit dat de keuring voor een executieve functie op niveau 2 gelijk gesteld wordt met een keuring voor een executieve functie op niveau 4. Voorts kan uit de brieven van de keurend arts, genoemd onder 3.10 en 3.16, niet anders worden opgemaakt dan dat de keuring een functie op niveau 2 zou betreffen.

6.13 Uit bovenstaande volgt dat klaagster geen adequate informatie heeft gekregen, waardoor klaagster er vanuit ging dat de keuring de door haar beoogde functie op niveau 2 betrof.

6.14 In artikel 8, tweede lid, van de WMK wordt bepaald dat tijdig voor de aanvang van de keuring aan de keurling (sollicitant) op begrijpelijke wijze schriftelijk informatie wordt gegeven over doel, vragen en onderzoeken als bedoeld in het eerste lid, hierboven genoemd onder 6.9. Verweerder heeft, gelet op hetgeen is overwogen onder 6.11 tot en met 6.13, gehandeld in strijd met artikel 8, tweede lid, van de WMK.

6.15 Ten aanzien van de door klaagster gevraagde herkeuring overweegt de Commissie dat verweerder op de hoorzitting heeft toegezegd erop toe te zien dat deze procedure onmiddellijk wordt gestart. Tevens is op de hoorzitting de procedure zelf ter sprake gekomen, waarbij de Commissie erop heeft gewezen dat er een discrepantie is tussen de regelgeving daaromtrent bij verweerder en de WMK, hetgeen door verweerder is erkend.

6.16 Deze discrepantie betreft met name de in artikel 12, eerste lid, van de WMK genoemde regeling voor herkeuring door een onafhankelijk geneeskundige. Immers, blijkens artikel 10, derde lid, van de Regeling aanstellingseisen Politie, geschiedt de herkeuring door een commissie van drie geneeskundigen, terwijl die commissie blijkens artikel 10, vierde lid, als volgt wordt samengesteld: het bevoegd gezag (verweerder) wijst een geneeskundige aan, en de betrokkene (klaagster) wijst een geneeskundige aan. Vervolgens wijzen deze twee geneeskundigen een derde geneeskundige aan.

6.17 Naar het oordeel van de Commissie voldoet een dergelijke samenstelling, waarbij één van de leden wordt aangewezen door de aspirant werkgever, niet aan de doelstelling van onafhankelijkheid genoemd in artikel 12 WMK. De Commissie wijst daarvoor ook naar hoofdstuk 2.7 van het Protocol Aanstellingskeuringen, dat bij het recht van de keurling op een onafhankelijke herkeuring ervan uitgaat dat de keuze van de herkeurend arts tot stand komt in overleg met de keurling, terwijl de keurling daarbij zelf de keuze maakt door welke arts de herkeuring zal plaats vinden.

6.18 Gelet op hetgeen hierboven is overwogen onder 6.16 tot en met 6.18 is de Commissie van oordeel dat verweerder handelt in strijd met artikel 12, eerste lid, van de WMK.

6.19 Hoewel niet in het geding, overweegt de Commissie hier ten overvloede ten aanzien van het geschiktheidsonderzoek (testdagen), dat volgens de informatie van verweerder deel uit maakt van de sollicitatieprocedure, dat daarin medische aspecten voorkomen, die strijdig zijn met artikel 4 lid 2 van de WMK. Het geschiktheidsonderzoek wordt tijdens de sollicitatieprocedure gebruikt als selectie instrument, waarbij de bevindingen en de gevolgtrekking schriftelijk worden vastgelegd. De Commissie verwijst hier naar haar oordeel 2002-03, waarbij de Commissie overweegt een dergelijk onderzoek aan sollicitanten aan te bieden op basis van vrijwilligheid om aan henzelf de mogelijkheid te geven – met behulp van de uitkomst van het onderzoek – te bepalen of solliciteren wel zinvol is. In dat geval, zo overweegt de Commissie – worden die gegevens niet gerapporteerd aan de werkgever en evenmin gearchiveerd, zodat een dergelijke werkwijze niet in strijd is met de WMK.

7 Oordeel van de Commissie

Verweerder heeft gehandeld in strijd met
- artikel 4, eerste lid, van de WMK, en artikel 3 van het Besluit aanstellingskeuringen;
- artikel 8, eerste en tweede lid van de WMK;
- artikel 12, eerste lid van de WMK.

8 Aanbevelingen

Op grond van vorenstaand oordeel doet de Commissie de volgende aanbevelingen:
• Het schriftelijk vastleggen van de bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid voor de functie van agent van politie conform de voorschriften van de Wet op de medische keuringen en het Besluit aanstellingskeuringen.
• Alvorens de eisen vast te leggen, het schriftelijk vragen van advies aan de arbodienst over deze bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid, het doel van de keuring, de vragen welke ten aanzien van de gezondheid zullen worden gesteld, en de medische onderzoeken welke mogen worden verricht, en over de rechtmatigheid van de keuring.
• De Regeling Aanstellingseisen Politie 2002 herzien met toepassing van de voorschriften van de WMK en het Besluit aanstellingskeuringen, in het bijzonder wat betreft de regeling van de herkeuring op het punt van de onafhankelijkheid van de herkeurend arts, zoals overwogen onder 6.17.


  1. Stcrt.2002, nr.212
  2. De politie heeft tot taak in ondergeschiktheid aan het bevoegd gezag en in overeenstemming met de geldende rechtsregels te zorgen voor de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven.
  3. Het Protocol Aanstellingskeuringen kan blijkens de Nota van Toelichting bij het Besluit tot regeling van de aanstellingskeuringen van 23 november 2001, Staatsblad 2001, 597, en bij het Besluit tot regeling van de klachtenbehandeling aanstellingskeuringen van 23 november 2001, Staatsblad 2001, 598, worden beschouwd als een nadere invulling van de WMK en het Besluit aanstellingskeuringen.