Oordeel 2004-08

Casino exploitant heeft voor de functie van croupier een aanstellingskeuring verplicht gesteld. Bij de keuring wordt gebruik gemaakt van een algemene vragenlijst. Volgens de Arbo-dienst voldoet de aanstellingskeuring aan de voorschriften van de WMK. De Arbo-dienst beschouwt de functie van croupier als een risico-functie.
De Commissie overweegt dat alleen de aanwezigheid van specifieke medische functie-eisen een rechtvaardiging vormt voor een aanstellingskeuring en dat het tot de professionele verantwoordelijkheid van de Arbo-dienst behoort om de werkgever erop te wijzen dat de in de praktijk veel voorkomende risico's bij arbeidsomstandigheden op zichzelf geen argument vormen om een aanstellingskeuring uit te voeren. De argumenten om de functie van croupier aan te merken als risico-functie zijn in strijd met de doelstelling van de WMK, nu deze duiden op een risico inschatting van toekomstig ziekteverzuim. De bij de keuring gebruikte vragenlijst bevat vragen met betrekking tot de gezondheidstoestand in het verleden. Bovendien lopen intrede-onderzoek en aanstellingskeuring door elkaar. Voorts stelt de Commissie vraagtekens bij de validiteit van bepaalde keuringsinstrumenten, zoals die bij het vaststellen van epileptische en psychische equivalenten en de beoordeling om in ploegendienst te kunnen werken. Het zonder toestemming van sollicitant doorsturen van uitslaggegevens aan de opdrachtgever is in strijd met de WMK.


Oordeel 2004-08

Utrecht, 8 juni 2004

1. Het signaal

1.1 Op 31 oktober 2003 heeft de Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen (hierna te noemen: Commissie) een signaal ontvangen dat in opdracht van de werkgever een aanstellingskeuring wordt uitgevoerd ten behoeve van de functie van croupier, welke keuring wordt verricht door de Arbo-dienst.

1.2 De Commissie heeft op grond van dit signaal besloten een eigen onderzoek in te stellen om te bezien of de keuring plaats vindt in overeenstemming met de voorschriften van de Wet op de medische keuringen (WMK) teneinde, zonodig, een aanbeveling te doen inzake mogelijkheden voor bewaking en bevordering van de kwaliteit van de keuring.

2. De loop van de procedure

2.1 De Commissie heeft in het kader van haar onderzoek schriftelijke informatie gevraagd bij de werkgever en de Arbo-dienst.

2.2 Vervolgens zijn de werkgever en de Arbo-dienst in de gelegenheid gesteld hun standpunten nader toe te lichten tijdens de hoorzitting op 8 april 2004, van welke gelegenheid door zowel de werkgever als de Arbo-dienst geen gebruik is gemaakt.

3 De feiten

Uit de overgelegde bescheiden is – voor zover van belang – het navolgende komen vast te staan.

3.1 De werkgever houdt zich bezig met de exploitatie van Casinospelen met inachtneming van de geldende wettelijke bepalingen, de op grond daarvan verleende vergunning en de daarbij gestelde voorwaarden.

3.2 Om in aanmerking te komen voor onder andere de functie van croupier is bij de werkgever een aanstellingskeuring verplicht gesteld.

3.3 De Arbo-dienst heeft de werkgever in 2002 geadviseerd over de schriftelijke vastlegging van de bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid.

3.4 De functie eisen 2002 (gewijzigd 2003) voor croupier zijn: lopen/staan (criterium: meer dan 6 uur per dag totaal), gebogen/gedraaide houding rug of nek (criterium: zeer vaak en/of langdurig), scherp zien op afstand (criterium: speciale wettelijke eisen, veiligheidsrisico’s), kleuren zien (criterium: veiligheidsrisico’s), horen (criterium: communicatie met veel achtergrondlawaai. Risico bij niet horen alarmsignaal), terwijl als belasting voorts staat aangegeven aandacht, concentratie, bewustzijn (criterium: stoornis veroorzaakt blijvende of ernstige schade), psychische (piek) belasting (criterium: zeer vaak), belasting luchtwegen door agentia (criterium: blootstelling aan rook kan blijvende of ernstige schade veroorzaken).

3.5 Volgens de Richtlijnen met betrekking tot aanstellingskeuringen voor personeel van de werkgever wordt voor de functie van croupier gekeurd op: “lichamelijke belasting (houdingsen bewegingsapparaat), visus (gezichtsscherpte meting), kleurenzien, audiogram (gehoormeting), ademhalingsapparaat (anamnestisch), lengte: minimaal 163 cm. En maximaal tot en met 193 cm. Afwijkingen dienen te worden doorgegeven aan Human Resources (selectiecriterium voor HR).” Voorts wordt gekeurd op psychische en neurologische aandoeningen, zoals “epileptisch psychische equivalenten”en op het in staat zijn tot werken in ploegendienst. 

3.6 In Bijlage 1, Onderzoek, wordt een en ander nader omschreven wat betreft psychische en neurologische aandoeningen, ogen, oren, steun- en bewegingsapparaat, ademhalingsapparaat, medicijnen, diversen, vragenlijsten.

3.7 Voor het aanstellingsonderzoek wordt een standaard vragenlijst gebruikt.

3.8 Aan sollicitanten wordt door de bedrijfsarts, aangesloten bij de Arbo-dienst, schriftelijke standaard informatie verstrekt, welke – voor zover van belang – luidt als volgt: “(……) U heeft gesolliciteerd naar een functie bij (…..) In het kader hiervan wordt u uitgenodigd voor een aanstellingsonderzoek. Wettelijk gezien mag een aanstellingsonderzoek alleen plaatsvinden wanneer er sprake is van bijzondere functie-eisen, en dan alleen op de facetten van uw gezondheid die, in relatie met het werk dat u gaat doen, een risico kunnen vormen voor de veiligheid van u en van derden of voor uw eigen gezondheid. In bijgaande brief vindt u vermeld waar het aanstellingsonderzoek in uw geval uit bestaat. Wij verzoeken u de vragenlijst ingeleverd mee te brengen naar dit onderzoek. De uitslag van het onderzoek wordt, nadat het met u is besproken, verstuurd naar de afdeling HRM van (red. CKA: de werkgever).(……)

3.9 De onder 3.8 vermelde bijgevoegde brief luidt – voor zover van belang – als volgt: “(….) “Toelichting bij de vragenlijst “Functie: Croupier “Bijgevoegd vindt u een uitgebreide Vragenlijst Aanstellingsonderzoek. Hiervan hoeft u alleen die vragen te beantwoorden die van belang zijn voor het uitoefenen van de functie, waarop u heeft gesolliciteerd. De andere vragen hoeft u niet te beantwoorden, maar het mag wel. De beantwoording van deze vragen wordt echter niet meegenomen bij het bepalen van de medisch geschiktheid voor de functie. Wel kan het antwoord op een of meerdere vragen aanleiding zijn tot het geven van een persoonlijk gezondheids- of medisch advies. (………) Voor de functie van croupier moeten de volgende vragen worden beantwoord: Vraag 6 en 7, vraag 8, vraag 11 en 12, vraag 17, vraag 22 t/m 25, vraag 31, vraag 33, vraag 36, vraag 40 en 41 (……….) Naast het beoordelen van de door u ingevulde vragenlijsten zullen de volgende onderzoeken worden uitgevoerd:
1. Ogentest;
2. Kleurentest;
3. Gehoortest;
4. Lengtemeting;
5. Gesprek met de bedrijfsarts;
6. Op indicatie een lichamelijk onderzoek.
(……………)”

3.10 Vragen 6 en 7 van de onder 3.9 genoemde vragenlijst betreffen de ogen, vraag 8 de oren, vragen 11 en 12 ademhalingsapparaat, vraag 17 maagklachten, vragen 22 tot en met 25 houdings- en bewegingsapparaat.

3.11 Vraag 31 luidt – voor zover van belang - : “Bent u weleens onder behandeling geweest voor één en meerdere van de hieronder genoemde ziekten of aandoeningen (geneesmiddelen, operaties, dieet, rustkuur, bestraling, massage of leefregels): (……………………)”

3.12 Vraag 33 luidt – voor zover van belang - : “Gebruikt u nogal eens geneesmiddelen (ook slaapmiddelen, aspirine, enz.)? (…………………………..)”

3.13 Vraag 36 luidt – voor zover van belang - : “Staat of stond u ooit onder controle van de Consultatiebureau? (.………………..)”

3.14 Vraag 40 en 41 betreft het werken in ploegendienst. Vraag 41 luidt – voor zover van belang - “Heeft u klachten gehad bij: (………………….) 

4. De standpunten van de werkgever

Ten aanzien van de inhoud van de aanstellingskeuring en de rechtmatigheid van de keuring is door de Arbo-dienst een positief advies gegeven aan de werkgever. De aanstellingskeuring voldoet aan de voorschriften van de WMK.

5. De standpunten van de Arbo-dienst

5.1 Een werkgroep bestaande uit bedrijfsartsen aangesloten bij de Arbo-dienst heeft over de aanstellingskeuring met betrekking tot de functie van croupier aan de werkgever in 2002 advies uitgebracht. Het bestuur van de werkgever heeft dit advies overgenomen.

5.2 De aanleiding om de functie van croupier te beschouwen als risico functie, waarvoor een aanstellingskeuring is aangewezen, bestond uit het feit dat, ondanks de maatregelen die de werkgever de laatste jaren heeft genomen om de belasting van croupier te verminderen, er, blijkens arbeidsongeschiktheidscijfers, nog steeds sprake is van een verhoogd risico met name voor wat betreft klachten van het bewegingsapparaat en psychische klachten.

6. Overwegingen van de Commissie

6.1 Allereerst overweegt de Commissie dat zij tot haar oordeel is gekomen op basis van de stukken, nu noch de werkgever noch de Arbo-dienst zijn verschenen op de hoorzitting van de Commissie.

6.2 Vaststaat dat er in de voorliggende kwestie sprake is van een keuring in de zin van artikel 1, onder a, ten eerste, van de WMK.

6.3 Alvorens in te gaan op de vraag of de keuring plaats vindt volgens de voorschriften van de WMK en het Besluit aanstellingskeuringen overweegt de Commissie hier dat, gelet op de doelstellingen van de WMK en overige regelgeving, waaronder het Protocol Aanstellingskeuringen van juni 1995, in werking sinds 1 januari 1996,(1) moet worden uitgegaan van een scheiding van verantwoordelijkheden en bevoegdheden tussen de keuringvrager (werkgever) en de keurend arts. Gelet op de uitgangspunten van de wetgever bij de totstandkoming van de WMK, heeft de Arbo-dienst als keurend arts een eigen verantwoordelijkheid in relatie tot de keurling en in relatie tot de keuringvrager (werkgever). Ook de artikelen van het Burgerlijk Wetboek betreffende de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO), alsmede het Protocol Aanstellingskeuringen gaan uit van de eigen verantwoordelijkheid van de keurend arts. In dit licht bezien hebben, naast de keuringvrager, ook de Arbo-dienst en de keurend arts ieder een eigen verantwoordelijkheid om te beoordelen of de uit te voeren keuring gebeurt volgens de vigerende regelgeving

6.4 Een aanstellingskeuring mag ingevolge artikel 4, eerste lid, van de WMK juncto artikel 3, eerste lid, van het Besluit Aanstellingskeuringen, alleen plaats vinden, indien aan de vervulling van de betreffende functie en de daarbij behorende taken bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid moeten worden gesteld, waaronder wordt begrepen de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van de keurling en van derden bij de uitvoering van de desbetreffende arbeid, terwijl de risico’s voor de gezondheid en veiligheid niet met gangbare maatregelen, overeenkomstig de stand der wetenschap en professionele dienstverlening, kunnen worden gereduceerd.

6.4 Uit dit laatste volgt dat alleen de aanwezigheid van specifieke medische functie-eisen voor de desbetreffende functie een rechtvaardiging kan vormen voor het uitvoeren van een aanstellingskeuring, en dat de risico’s, die met de functie samenhangen, in eerste instantie zoveel als mogelijk is door de werkgever door middel van preventieve maatregelen dienen te worden voorkomen.

6.6 De Arbo-dienst stelt in dit verband dat er, ondanks de maatregelen genomen door de werkgever, voor de functie van croupier blijkens arbeidsongeschiktheidscijfers nog steeds sprake is van een verhoogd risico met name voor wat betreft klachten van het bewegingsapparaat en psychische klachten. Naar het oordeel van de Commissie vormt alleen de aanwezigheid van specifieke medische functie-eisen een reden voor het uitvoeren van een aanstellingskeuring en behoort het tot de professionele verantwoordelijkheid van de Arbodienst om de werkgever erop te wijzen dat de in de praktijk veel voorkomende risico’s bij arbeidsomstandigheden, zoals lawaai, staan of repeterende bewegingen, op zichzelf geen argument vormen om een aanstellingskeuring uit te voeren. De argumenten van de Arbodienst om de functie van croupier te beschouwen als risico-functie zijn naar het oordeel van de Commissie in strijd met de doelstelling van de WMK, verwoord in artikel 2 van de WMK, nu daaruit niet anders kan worden afgeleid dan dat er sprake is van een risico inschatting van het toekomstig ziekteverzuim.

6.7 Bij de keuring wordt gebruik gemaakt van de algemene Vragenlijst. Aan de sollicitanten wordt meegedeeld dat zij alleen de vragen behoeven in te vullen die van belang zijn voor het uitoefenen van de functie. Nog afgezien van hetgeen hierboven onder 6.6 is overwogen, is de Commissie van oordeel dat de vragen, geciteerd onder 3.11, 3.12, 3.13 en 3.14 in strijd zijn met de WMK, nu deze vragen betrekking hebben op de gezondheidstoestand in het verleden. Bovendien lopen, zoals blijkt onder de geciteerde toelichting onder 3.9 aanstellingskeuring en intrede onderzoek hier door elkaar.

6.8 De Commissie stelt vraagtekens bij de validiteit van bepaalde keuringsinstrumenten, met name bij het vaststellen van “epileptische en psychische equivalenten” en de beoordeling voor de geschiktheid om in ploegendienst te werken. De Commissie verwijst hiervoor naar haar Advies A03-002.

6.9 Uit hetgeen is weergegeven onder 3.8 blijkt dat de Arbo-dienst, na de uitslag te hebben besproken met de keurling (sollicitant), de uitslag meedeelt aan de werkgever. Niet is gebleken dat daarvoor toestemming wordt gevraagd aan de keurling en dat die uitslag beperkt is tot de mededeling aan de werkgever: geschikt, beperkt geschikt of ongeschikt. Dienaangaande overweegt de Commissie dat het Protocol Aanstellingskeuringen in hoofdstuk 2 onder 2.4.4 bepaalt dat de keurling het recht heeft als eerste geïnformeerd te worden over de uitslag van de aanstellingskeuring. In de toelichting bij deze bepaling staat dat de keurling, door als eerste van de uitslag kennis te nemen, kan beslissen of de opdrachtgever in kennis mag worden gesteld van de uitslag van de keuring en dat deze norm reeds is te vinden in de (tucht) rechtspraak alsmede in artikel 7:464, tweede lid, van de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO). Volgens genoemde toelichting brengt de redelijkheid met zich mee dat de keurling het initiatief neemt om de opdrachtgever binnen een week op de hoogte te stellen van zijn/haar beslissing dat de opdrachtgever niet in kennis mag worden gesteld van de gevolgtrekking. Een en ander blijkt ook uit de toelichting bij artikel 10, derde lid, van de WMK. Naar het oordeel van de Commissie moet deze norm ook worden gelezen in artikel 12, eerste lid, van de WMK, waarin wordt bepaald dat de keurling zijn wens om te worden herkeurd kenbaar maakt binnen een week nadat de negatieve gevolgtrekking dan wel de positieve gevolgtrekking onder bepaalde beperkingen, verbonden aan de keuring, aan hem is meegedeeld.

6.10 Ingevolge artikel 8, tweede lid, van de WMK, nader uitgewerkt in artikel 5 van het Besluit aanstellingskeuringen, heeft de keurling tevens recht op informatie door de werkgever over het doel van de keuring en diens rechten bij keuringen, zoals het recht medewerking aan de aanstellingskeuring te weigeren indien ten aanzien daarvan niet is voldaan aan de artikelen 2, 3, 4 of 8 (artikel 11 van de WMK), recht op herkeuring (artikel 12 van de WMK) en het recht om een klacht in te dienen bij de Commissie. Het is de Commissie niet gebleken dat de werkgever aan sollicitanten deze informatie 
verschaft, hetgeen in strijd is met genoemde voorschriften van de WMK en het Besluit aanstellingskeuringen.

7. Oordeel

Op grond van vorenstaande overwegingen is de Commissie van oordeel dat de in geding zijnde aanstellingskeuring in strijd is met de Wet op de medische keuringen, onder andere nu deze wordt uitgevoerd met het oog op risico-inschatting van toekomstig ziekteverzuim. Bovendien bevat de keuring elementen die niet toelaatbaar zijn tegen de achtergrond van de in artikel 4, eerste lid van de WMK en artikel 3 van het Besluit aanstellingskeuringen gestelde eisen. De werkgever handelt in strijd met de artikelen 2, 4, en 8 van de WMK, en de artikelen 3 en 5 van het Besluit aanstellingskeuringen. De Arbo-dienst handelt in strijd met de artikelen 2, 4 en artikel 10, eerste en derde lid, van de WMK, en artikel 3 van het Besluit aanstellingskeuringen.


  1. Het Protocol Aanstellingskeuringen kan blijkens de Nota van Toelichting bij het Besluit tot regeling van de aanstellingskeuringen van 23 november 2001, Staatsblad 2001, 597, en bij het Besluit tot regeling van de klachtenbehandeling aanstellingskeuringen van 23 november 2001, Staatsblad 2001, 598, worden beschouwd als een nadere invulling van de WMK en het Besluit aanstellingskeuringen.