Oordeel 2004-11

Sollicitant werkt bij een beveiligingsbedrijf en is gedetacheerd bij een gemeente. De bedrijfsarts is in dienst bij een Arbo-dienst. De sollicitatie betreft de functie van Toezichthouder bij betreffende gemeente. Bij de aanstellingsprocedure hoort geen aanstellingskeuring. De personeelsadviseur verzoekt sollicitant mee te werken aan een advies van de bedrijfsarts vanwege zijn gewicht. De personeelsadviseur verzoekt de bedrijfsarts sollicitant te controleren op ziekelijk dik zijn (obesitas) en daarover advies uit te brengen. De bedrijfsarts constateert obesitas en rapporteert, zonder toestemming van sollicitant, aan personeelsadviseur.
De klacht houdt in dat de bedrijfsarts een medische keuring heeft verricht tijdens de sollicitatieprocedure, terwijl er geen aanstellingskeuring verplicht was. Sollicitant is ernstig benadeeld, doordat hij niet is aangenomen en hij is ontslagen bij het beveiligingsbedrijf.
De bedrijfsarts stelt dat zij uit zorgvuldigheidsoverwegingen aan het verzoek gehoor heeft gegeven.
De Commissie overweegt, dat moet worden uitgegaan van een strikte scheiding van verantwoordelijkheden en bevoegdheden tussen keuringvrager en keurend arts. De bedrijfsarts heeft een eigenstandige verantwoordelijkheid. In geval van een advies voorafgaande indiensttreding zal moeten worden gekeken naar de normen van de WMK en het Besluit aanstellingskeuringen. De verrichtingen van de bedrijfsarts betreffende de metingen in verband met het postuur en het gewicht van de sollicitant worden opgevat als medisch onderzoek. Dit onderzoek is verricht op verzoek van de gemeente in het kader van een sollicitatieprocedure. Er is derhalve sprake van een aanstellingskeuring in strijd met de WMK. Ook heeft de bedrijfsarts zonder toestemming inlichtingen verstrekt over de gezondheid van de sollicitant. De bedrijfsarts heeft ook hier gehandeld in strijd met de WMK. Voorts heeft de bedrijfsarts meegewerkt aan de bij de WMK verboden risicoselectie.

Oordeel 2004-11

20 oktober 2004

1 De klacht

1.1 Op 20 juli 2004 heeft klager de Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen (hierna: Commissie) verzocht haar oordeel uit te spreken over de vraag of de bedrijfsarts (hierna: verweerster) van het bevoegd gezag bij wie hij had gesolliciteerd, de Gemeente (hierna: bevoegd gezag), in strijd heeft gehandeld met de Wet op de medische keuringen (WMK) door in het kader van de sollicitatieprocedure in opdracht van de P&O-adviseur van het bevoegd gezag hem medisch te keuren, welk onderzoek heeft geresulteerd in de beslissing van het bevoegd gezag om de aanstelling geen doorgang te laten vinden.

2 De loop van de procedure

2.1 De Commissie heeft het verzoek in behandeling genomen en een onderzoek ingesteld.

2.2 Partijen zijn in de gelegenheid gesteld hun standpunten nader toe te lichten tijdens de hoorzitting op 7 september 2004.

2.3 De Commissie heeft tegen het bevoegd gezag in de hoedanigheid van informant een apart oordeel uitgebracht (oordeel 2004-10).

3 De feiten

Uit de overgelegde bescheiden en uit hetgeen ter zitting is gesteld en niet is weersproken is – voorzover voor de beoordeling van de klacht van belang – het navolgende komen vast te staan.

3.1 Klager is in dienst van een beveiligingsbedrijf en gedetacheerd bij het bevoegd gezag.

3.2 Het bevoegd gezag is het bestuur van een gemeente.

3.3 Verweerster is in dienst bij een Arbo-dienst en bedrijfsarts voor het bevoegd gezag.

3.4 Bij het bevoegd gezag komen een aantal functies van Toezichthouder vacant.

3.5 Klager solliciteert samen met vier collega’s naar deze functies.

3.6 Bij de sollicitatieprocedure behoort geen aanstellingskeuring.

3.7 Met de leidinggevende van het bevoegd gezag heeft klager een gesprek over mogelijke  indiensttreding als Toezichthouder bij het bevoegd gezag.

3.8 Op basis van dit gesprek doet de leidinggevende de directeur van de directie Stadsbedrijven het voorstel klager aan te stellen als Toezichthouder.

3.9 De directeur van de directie Stadsbedrijven vraagt om een aanvullende onderbouwing van dit voorstel, waartoe hij opdracht geeft voor een P&O-advies.

3.10 Er volgt een gesprek met de P&O-adviseur. De P&O-adviseur stelt de fysieke conditie van klager aan de orde, met name zijn gewicht. De P&O-adviseur zegt tegen klager dat hij zich afvraagt of klager wel veel zal kunnen lopen. Hij vraagt zich voorts af of klagers gewicht in de toekomst mogelijk fysieke problemen kan veroorzaken.

3.11 De P&O-adviseur vraagt klager of hij wil meewerken aan een beoordeling door verweerster vanwege zijn gewicht.

3.12 Klager geeft aan daartegen geen bezwaar te maken.

3.13 Tijdens het telefoongesprek, waarbij de P&O-adviseur een afspraak maakt voor klager met verweerster zegt de P&O-adviseur tegen verweerster dat klager volgens hem ongezond is, omdat klager volgens hem ziekelijk dik is en vraagt verweerster of zij dat wil controleren en daarover wil adviseren.

3.14 Verweerster deelt na de beoordeling, welke uitsluitend bestond uit een meting van het gewicht met behulp van een weegschaal, aan klager mee dat klager te dik is en dat dit zal worden gemeld aan de P&O-adviseur van het bevoegd gezag. Aan de P&O-adviseur deelt verweerster, zonder voorafgaande toestemming van klager, mee dat klager lijdt aan obesitas (ziekelijk overgewicht).

3.15 Het bevoegd gezag besluit vervolgens om de aanstelling geen doorgang te laten vinden.

4 Standpunten van klager

4.1 Verweerster heeft gehandeld in strijd met de voorschriften van de WMK, nu verweerster een medische keuring heeft verricht tijdens de sollicitatieprocedure, terwijl er voor de betreffende functie geen aanstellingskeuring verplicht is.

4.2 Klager is door de handelwijze van verweerster ernstig benadeeld. Niet alleen is hem ten onrechte een functie onthouden, waarvoor hij (ook medisch gezien) geschikt is gebleken en gemotiveerd is. Een en ander heeft ook geresulteerd in beëindiging van de arbeidsverhouding met het beveiligingsbedrijf.

5 Standpunten van verweerster

5.1 De P&O-adviseur van het bevoegd gezag heeft gevraagd om een medisch advies omtrent de gezondheid van klager, omdat klager volgens hem ziekelijk dik zou zijn.

5.2 Uit zorgvuldigheidsoverwegingen is aan dat verzoek gehoor gegeven. Het betrof geen aanstellingskeuring, want klager is niet medisch onderzocht. Verweerster wist ook dat het verrichten van een aanstellingskeuring voor de functie van Toezichthouder niet toelaatbaar was. Klager heeft op de weegschaal gestaan en uit de meting van zijn postuur en gewicht bleek dat zijn gewicht een risico vormt voor zijn gezondheid.

5.3 Er is met klager niet gesproken over het zijn van geschikt of ongeschikt voor de functie van Toezichthouder, zoals door klager is gesteld.

5.4 Achteraf bezien vindt verweerster dat zij er waarschijnlijk beter aan had gedaan af te zien van het uitbrengen van een advies.

6 Overwegingen van de Commissie

6.1 Vooraleerst overweegt de Commissie dat, gelet op de doelstellingen van de WMK en overige regelgeving, waaronder het Protocol Aanstellingskeuringen van juni 1995, in werking sinds 1 januari 1996,(1) moet worden uitgegaan van een strikte scheiding van verantwoordelijkheden en bevoegdheden tussen de keuringvrager (bevoegd gezag) en de keurend arts (verweerster). De Commissie merkt om die reden verweerster en het bevoegd gezag aan als afzonderlijke verweerders in dit geding.

6.2 Ingeval van een verzoek om advies door het bevoegd gezag omtrent de gezondheid van een (kandidaat-)medewerker is het aan de bedrijfsarts om, op basis van wettelijke normen en de professionele standaard, te bepalen of en, zo ja, onder welke voorwaarden dit verzoek kan worden gehonoreerd. De bedrijfsarts heeft in dezen een eigenstandige verantwoordelijkheid. Ingeval van een advies voorafgaande indiensttreding zal daarbij in het bijzonder moeten worden gekeken naar de normen van de WMK en het Besluit aanstellingskeuringen.

6.3 De voorliggende kwestie betreft de vraag of het verrichten van metingen omtrent postuur en gewicht in verband met een door het bevoegd gezag gevraagd advies omtrent de gezondheid van klager tijdens de sollicitatieprocedure een handelen betreft dat valt onder het regime van de WMK en, zo ja, of verweerster aldus handelt in strijd met de WMK.

6.4 Artikel 1, onderdeel a, van de WMK bepaalt – voor zover hier van belang – dat onder een keuring wordt verstaan vragen over de gezondheidstoestand van de keurling en het verrichten van medisch onderzoek in verband met het aangaan of wijzigen van: (………………………)
2e een aanstelling in openbare dienst (……………………..)

6.5 Vaststaat dat de functie waarnaar klager solliciteerde een aanstelling betreft in de zin van bovengenoemd artikel.

6.6 De verrichtingen van verweerster betreffende de metingen in verband met het postuur en het gewicht van klager worden opgevat als medisch onderzoek. Dit onderzoek is verricht op verzoek van het bevoegd gezag in het kader van de sollicitatieprocedure. De beoordeling moet derhalve worden aangemerkt als een aanstellingskeuring in de zin van de WMK. Dat deze keuring door verweerster is aangeduid als advies doet hieraan niet af.

6.7 Ingevolge artikel 4, eerste lid, van de WMK en artikel 3 van het Besluit aanstellingskeuringen mag een aanstellingskeuring alleen worden verricht indien voor de vervulling van de betreffende functie en de daarbij behorende taken bijzondere eisen op het punt van de medische geschiktheid moeten worden gesteld, waaronder wordt begrepen de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van de keurling en van derden bij de uitvoering van de desbetreffende arbeid, terwijl de risico’s voor de gezondheid en de veiligheid niet met gangbare maatregelen, overeenkomstig de stand der wetenschap en professionele dienstverlening, kunnen worden gereduceerd.

6.8 Vaststaat dat voor de vervulling van de betreffende functie van Toezichthouder en de daarbij behorende taken geen bijzondere eisen op het punt van de medische geschiktheid zijn gesteld in de zin van genoemde artikelen, zodat verweerster door desalniettemin een aanstellingskeuring te verrichten heeft gehandeld in strijd met genoemde regelgeving en met artikel 10, eerste lid, van de WMK, ingevolge welk artikel de keurend arts zijn taak uitoefent met behoud van zijn zelfstandig oordeel op het gebied van deskundigheid en onafhankelijkheid ten opzichte van de keuringvrager.

6.9 Voorts staat vast dat verweerster, zonder gerichte toestemming van klager, mededelingen heeft gedaan aan het bevoegd gezag omtrent de gezondheidstoestand van klager. 

6.10 Blijkens voornoemd Protocol Aanstellingskeuringen mag de keurend arts zonder gerichte toestemming van de keurling geen inlichtingen aan derden (ook niet aan het bevoegd gezag) over de keurling verstrekken (2). In artikel 10, tweede en derde lid, van de WMK staat dit met zoveel woorden vermeld. De keurend arts en de geneeskundig adviseur zijn verplicht tot geheimhouding van hetgeen hen over de keurling bekend is en delen niet meer mee dan voor het doel van de keuring strikt noodzakelijk is.

6.11 Door specifieke mededelingen te doen aan het bevoegd gezag heeft verweerster gehandeld in strijd met de hierboven genoemde regelgeving.

6.12 Ten slotte overweegt de Commissie dat verweerster door aldus te handelen heeft meegewerkt aan bij de WMK verboden risico-selectie door het bevoegd gezag, waarbij de Commissie het verweerster aanrekent dat zij ervan op de hoogte was dat het bevoegd gezag het advies had gevraagd in verband met een sollicitatieprocedure en het haar ook duidelijk was, althans kon zijn, dat het ging om een functie waarvoor een aanstellingskeuring niet was geïndiceerd. Dat verweerster zich achteraf realiseert dat zij wellicht beter geen medewerking had kunnen verlenen aan het verzoek van het bevoegd gezag doet aan dit alles niet af.

7. Oordeel van de Commissie

Op grond van vorenstaande overwegingen komt de Commissie tot het oordeel dat verweerster heeft gehandeld in strijd met de Wet op de medische keuringen.


  1. Het Protocol Aanstellingskeuringen kan blijkens de Nota van Toelichting bij het Besluit tot regeling van de aanstellingskeuringen van 23 november 2001, Stb. 2001, 597, en bij het Besluit tot regeling van de klachtenbehandeling aanstellingskeuringen van 23 november 2001, Stb. 2001, 598, worden beschouwd als een nadere invulling van de WMK en het Besluit aanstellingskeuringen.
  2. Deze norm is ontleend aan de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) en de Richtlijnen inzake het omgaan met medische gegevens” (1992, KNMG)