Oordeel 2004-14

Klaagster werkt bij KLM Cityhopper (KLMC) en solliciteert bij KLM naar de functie van cabine personeel. KLMC heeft afspraken gemaakt met KLM over doorstroming personeel. Daardoor krijgt KLM inzage in de personeelsdossiers van KLM. Na inzage personeelsdossier klaagster, stelt KLM klaagsters ziekteverzuim in het verleden aan de orde in het sollicitatiegesprek. KLM beslist, dat klaagster niet kan doorstromen, omdat KLM twijfelt aan klaagsters belastbaarheid.
Klaagster stelt, dat KLM, zonder klaagsters toestemming, geen informatie had mogen inwinnen over klaagsters ziekteverzuim om daarover vragen te stellen in een gesprek. KLM had klaagster niet mogen afwijzen op grond van informatie over klaagsters ziekteverzuim in het verleden.
KLM stelt, dat voor inzage dossiers geen toestemming betrokkene nodig was. Vragen over de gezondheid zijn niet door een bedrijfsarts van een Arbo-dienstgesteld.
De Commissie overweegt, dat vragen over gezondheidstoestand en ziekteverzuim vallen onder het begrip keuring. Alleen een keurend arts van een gecertificeerde Arbo-dienst mag zulke vragen stellen bij een aanstellingskeuring. KLM heeft een risico inschatting gemaakt van toekomstig ziekteverzuim hetgeen strijdig is met de WMK.


Oordeel 2004-14

15 december 2004

1 De klacht

1.1 Op 30 augustus 2004 heeft klaagster de Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen (hierna: Commissie) verzocht haar oordeel uit te spreken over de vraag of verweerster in strijd heeft gehandeld met de Wet op de medische keuringen (WMK) door tijdens de sollicitatieprocedure naar de functie van cabine personeel inlichtingen in te winnen over klaagsters gezondheidstoestand en over haar ziekteverzuim in het verleden bij haar huidige werkgever.

2 De loop van de procedure

2.1 De Commissie heeft het verzoek in behandeling genomen en een onderzoek ingesteld.

2.2 Verweerster heeft schriftelijke informatie verstrekt en een verweerschrift overgelegd.

2.3 Partijen zijn in de gelegenheid gesteld hun standpunten nader toe te lichten tijdens de hoorzitting op 29 oktober 2004. Voorafgaand de hoorzitting zijn zowel door klaagster als door verweerster nadere stukken geproduceerd.

3 De feiten
Uit de overgelegde bescheiden en uit hetgeen ter zitting is gesteld en niet is weersproken, is – voorzover voor de beoordeling van de klacht van belang – het navolgende komen vast te staan.

3.1 Klaagster is sinds 1999 werkzaam bij KLM Cityhopper B.V. (KLC) op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Zij vervult de functie van stewardess (cabinepersoneel, Cabin Attendant (CA). Vóór indiensttreding bij KLC heeft zij een aanstellingskeuring ondergaan.

3.2 KLC, een luchtvaartmaatschappij, is een besloten vennootschap en een 100%- dochtervennootschap van verweerster, eveneens een luchtvaartmaatschappij.

3.3 Tussen KLC en het Bestuur van de Vereniging voor KLM Cabinepersoneel VKC zijn bij brief van 30 december 1994, naast de bestaande CAO voor KLC-cabinepersoneel in Algemene Dienst, nog een aantal afspraken gemaakt onder meer wat betreft de doorstroming naar verweerster.

3.4 Klaagster meldt zich bij KLC aan voor doorstroming naar verweerster in de functie van stewardess. Blijkens de lijst “overgang naar de KLM in het boekjaar 2003-2004” (peildatum 1 november 2002) staat de naam van klaagster op de 25 ste plaats en kunnen de daarop genoemde “CA’ s” doorstromen naar KLM, onder voorbehoud van de volgende voorwaarden:
• vacatures bij de KLM
• medische goedkeuring
• goede staat van dienst

3.5 De informatie gevoegd bij het invulformulier van 12 februari 2004 dat aan de 14 voor doorstroming in aanmerking komende CA’s wordt gestuurd betreft de overgangsregeling KLC cabinepersoneel naar de KLM en de daarbij behorende procedure. Klaagster behoort aanvankelijk niet tot deze groep. Later wordt verzoekster telefonisch gemeld dat zij alsnog in aanmerking komt voor de functie van cabinepersoneel bij verweerster.

3.6 De procedure luidt – voorzover van belang - :
“Ongeveer 10 weken voor doorstroom
Op het moment dat alle antwoordstrookjes binnen zijn, geeft de DCC de 14 namen van de jazeggers door aan KLM personeelszaken. KLM-PZ deelt de groep onder in één van de 8 clusters van KLM Dienst Cabinepersoneel.
File-check door KLM
De personeelsfunctionaris van dat cluster maakt een afspraak met KLC en de ARBO om de staat van dienst van de kandidaten te bespreken. KLM zal, bij twijfel of onduidelijkheid, een functioneringsgesprek of een medische keuring met de kandidaat aanvragen. (……………………………)”

3.7 Volgens bovenomschreven procedure heeft KLM inzicht in de files van klaagster.

3.8 Na bestudering van de files nodigt verweerster klaagster uit voor een gesprek, dat plaats vindt op 15 april 2004 met de Unit Coach en de HR manager. Tijdens dit gesprek komt het ziekte verzuim van klaagster bij KLC aan de orde.

3.9 Bij brief van dezelfde datum ontvangt klaagster de gespreksbevestiging. De inhoud van deze brief luidt – voor zover van belang – als volgt:
“(…………..) Uit uw dossier bleek dat u gedurende de periode dat u in dienst bent bij KLM Cityhopper een hoog ziekteverzuim heeft. In de afgelopen 3 jaren bent u 16 keer voor korte duur (tot 5 dagen) ziek geweest. De frequentie van uw ziekteverzuim is naar KLM maatstaven zeer hoog te noemen en riep bij ons de vraag op over de belastbaarheid in uw functie en of dit van invloed kan zijn op uw functioneren bij KLM.
U heeft aangegeven dat u zich realiseert dat u een hoge verzuim historie heeft en dat u hierop door uw huidige leidinggevende ook tweemaal bent aangesproken. U heeft ons kenbaar gemaakt dat uw verzuim zoals hiervoor vermeld niet werk gerelateerd is (………..)
U heeft derhalve de verwachting uitgesproken dat in de toekomst uw verzuim in frequentie zal afnemen.
Tot op heden heeft uw verwachting echter nog niet geleid tot zichtbare vermindering van uw verzuim. Gelet op het hiervoor gestelde hebben wij niet het volste vertrouwen dat in de toekomst een wijziging in het patroon van verzuim en daaraan gekoppeld uw belastbaarheid in de functie van stewardess zal plaatsvinden.
Derhalve hebben wij bezwaren tegen uw doorstroom van KLM Cityhopper naar de KLM. Wij hebben KLM Cityhopper kenbaar gemaakt dat u niet zult instromen bij de KLM.”

3.10 KLC biedt klaagster vervolgens een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aan.

3.11 Bij brief van 16 juni 2004 wordt door KLC aan het cabinepersoneel nadere schriftelijke informatie verstrekt.

3.12 Deze informatie luidt – voorzover van belang -:
“(……………) KLM is een nieuwe werkgever met eigen regels en voorschriften. KLC CA’s kunnen binnen hun 5-jaars contract bij KLC doorstromen naar KLM in een contract voor onbepaalde tijd, met behoud van senioriteit en zonder sollicitatieprocedure. Voorwaarden hiervoor zijn dat er vacatures zijn bij KLM en de staat van dienst en het verzuim geen
bezwaren opleveren. Om deze beoordeling te kunnen maken heeft KLM inzage in de persoonlijke files en het verzuim tijdens dienstverband bij KLC. Het is uiteraard altijd aan de CA in kwestie of hij/zij gebruik wil maken van deze regeling. Geen van de andere dochterbedrijven binnen de KLM groep kent een vergelijkbare regeling.
Het gevoel van veel CA’s momenteel is dat KLM DCP (Dienst Cabine Personeel) veel strenger is geworden in haar “toelatingsbeleid” voor wat betreft doorstroom van KLC CA’s naar KLM. KLM heeft van meet af aan met zorgvuldigheid de files en daarmee het functioneren van “aspirant” doorstromers bestudeerd. De spelregels voor doorstroom zijn dan ook niet gewijzigd. (………………………………)
Kort gezegd kijkt KLM bij doorstroom, zoals de meeste werkgevers bij aanname, naar gedrag en verzuim in het verleden. Dit om in te schatten hoe het dienstverband bij hen eventueel ingevuld zal gaan worden.
Gedrag (…………………………………)
Verzuim (……………………….)
Waar KLM, en ook KLC, naar kijkt is de belastbaarheid. Hoe hoger het verzuim binnen een bedrijf, hoe meer medewerkers er nodig zijn. Dat kost geld omdat er dan meer mensen in dienst moeten zijn om hetzelfde werk te doen. Wanneer iemand zich consistent ziek meldt boven het gemiddelde (bij DCC ongeveer 3 x per jaar) of voor langere perioden dan gemiddeld (10 à 14 dagen per jaar) dan kan dat een bepaalde voorspelling geven voor de toekomst. (……………………………)
Doorstroomgesprek
Wanneer KLM twijfels heeft en/of behoefte heeft aan een nadere toelichting op het file van een aspirant doorstromer kan zij de betrokkene uitnodigen voor een verklarend gesprek. (…………) KLM wil als nieuwe werkgever uiteraard wel graag weten wat voor “vlees zij in de kuip” krijgt en zal haar beoordeling van een gesprek kunnen laten afhangen. Mocht na een
toelichtend gesprek bij KLM toch nog steeds twijfel bestaan over een goed functioneren of
belastbaarheid in de toekomst, dan heeft KLM het recht om doorstroom te weigeren. KLC faciliteert KLM alleen in het geven van de namen en inzage in de files. Indien KLM DCP een gesprek wenst met een CA, geeft KLC het telefoonnummer van de betreffende CA. KLC adviseert verder niet en KLM neemt zelf de beslissing over doorstroom.”

4 Standpunten van klaagster

4.1 Verweerster heeft gehandeld in strijd met de WMK door zonder toestemming uit haar file bij KLC informatie te vergaren over haar ziekteverzuim in het verleden en haar daarover vervolgens in een gesprek vragen te stellen.

4.2 Zij is telefonisch uitgenodigd om deel te nemen aan de doorstromingsprocedure en heeft een invulformulier ontvangen met de bijgevoegde beschrijving van de procedure en zij is ook niet op een andere wijze op de hoogte gesteld van de procedure.

4.3 Tevens heeft verweerster gehandeld in strijd met de WMK door zich op grond van de informatie over de frequentie van het ziekteverzuim in het verleden een oordeel te vormen over de belastbaarheid van klaagster voor de functie, welk oordeel afwijzing voor de functie tot gevolg had.

4.4 Verzoekster is ten onrechte niet in aanmerking gekomen voor de functie van cabine personeel bij verweerster. Zij is nog steeds zeer gemotiveerd voor deze functie.

5 Standpunten van verweerster

5.1 Desgevraagd wordt verklaard dat een file bestaat uit het personeelsdossier en een overzicht van de beoordelingen en disciplinaire maatregelen. Daarnaast wordt door KLC conform de afspraken een uitdraai uit het verzuimsysteem verstrekt.

5.2 Voor het verstrekken van deze informatie wordt geen expliciete toestemming gegeven door betrokkene zelf, maar wordt uitgegaan van de afspraken in het kader van het doorstroombeleid zijn gemaakt in een driehoeksoverleg tussen verweerster, KLC en de vakbond. Bij cabinepersoneel is het zo, dat iedereen is aangesloten bij de vakbond. Dit betekent dat voor de inzage in de file geen toestemming meer nodig is van betrokkene zelf.

5.3 De personeelsmanager krijgt het gehele dossier te zien en bespreekt dat met de lijnmanager. In het geval van klaagster viel op dat zij een negatief verzuim had. Volgens de procedure is klaagster daarom uitgenodigd voor een gesprek. Klaagster heeft in dat gesprek zelf informatie verstrekt over haar ziekteverzuim. Aan de hand van de informatie van klaagster zijn daarover aan haar meer vragen gesteld. In het gesprek wordt geprobeerd te achterhalen of iemand zich bij elk wissewasje ziek meldt of dat er iets anders aan de hand is. Desgevraagd verklaart verweerster dat er (in)direct wordt gevraagd naar gezondheid en ziekteverzuim.

5.4 Desgevraagd verklaart verweerster dat bij het gesprek geen bedrijfsarts van haar Arbo-dienst aanwezig is geweest.

5.5 Eerst wanneer wordt besloten iemand aan te nemen volgt de medische keuring door de arbodienst.

6 Overwegingen van de Commissie

6.1 De voorliggende kwestie betreft de vraag of de handelwijze van verweerster, inhoudende een beoordeling in het kader van de doorstroomprocedure betreffende de functie van cabinepersoneel, omtrent de geschiktheid van klaagster wat betreft haar belastbaarheid in relatie tot de belasting van de functie op grond van verzuimgegevens verstrekt door KLC en desgevraagd aangevuld door klaagster valt onder het regime van de Wet op de medische keuringen (WMK) en, zo ja, of verweerster aldus heeft gehandeld in strijd met de WMK.

6.2 Artikel 1, onderdeel a, van de WMK bepaalt – voorzover hier van belang – dat onder een keuring wordt verstaan vragen over de gezondheidstoestand van de keurling en het verrichten Van medisch onderzoek in verband met het aangaan of wijzigen van:
1e . een burgerrechtelijke arbeidsverhouding die bij of krachtens de Ziektewet of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering als dienstbetrekking wordt aangemerkt. (………………)

6.3 Uitgaande van hetgeen partijen hierover naar voren hebben gebracht, kan ervan worden uitgegaan dat KLC een 100%-dochtervennootschap is van verweerster, die als zelfstandige onderneming opereert. KLC en verweerster sluiten ook aparte arbeidsovereenkomsten met medewerkers. Bij de overgang van KLC naar verweerster is derhalve sprake van het aangaan van een (nieuwe) burgerrechtelijke arbeidsovereenkomst in de zin van de WMK.

6.4 Vaststaat dat verweerster klaagster tijdens de sollicitatieprocedure heeft uitgenodigd voor een gesprek om uitleg te geven over haar verzuim. Bij dat gesprek zijn, blijkens de hierboven onder 3.10 geciteerde brief aan klaagster en de verklaringen van partijen ter zitting, vragen gesteld omtrent de gezondheidstoestand en het ziekteverzuim in het verleden. Op grond van de door klaagster verstrekte gegevens heeft verweerster vervolgens een oordeel gegeven over de belastbaarheid van klaagster ten opzichte van de belasting behorende bij de functie van cabinepersoneel.

6.5 In dit verband wijst de Commissie erop dat de term keuring in de zin van de WMK ruim wordt uitgelegd en, blijkens artikel 4, mede omvat het vragen naar of het anderszins inwinnen van inlichtingen over de gezondheidstoestand en over ziekteverzuim in het verleden. De Commissie wijst hier (ook) op hetgeen is bepaald in hoofdstuk 2, onder 2.2.1 van het Protocol Aanstellingskeuringen van juni 1995, in werking sinds 1 januari 19961, : “het doel van een aanstellingskeuring is de beoordeling van de huidige belastbaarheid van de keurling ten opzichte van de belasting door de betreffende functie”.

6.6 Op grond van vorenstaande overwegingen is de Commissie van oordeel dat de handelwijze van verweerster bij het doorstromen van KLC-medewerkers valt onder de reikwijdte van de WMK en daaraan kan worden getoetst.

6.7 Thans moet worden beoordeeld of verweerster heeft gehandeld in strijd met de WMK.

6.8 Het stellen van vragen tijdens de sollicitatieprocedure over de gezondheidstoestand en over het ziekteverzuim in het verleden vallen, zoals hierboven is overwogen, onder het begrip keuring in de zin van de WMK. Deze vragen mogen ingevolge artikel 1, onderdeel d, van de WMK, juncto artikel 1, onderdeel a, van het Besluit aanstellingskeuringen, alleen worden gesteld door de keurend arts, werkzaam bij een gecertificeerde Arbo-dienst, in het kader van een aanstellingskeuring.
Bij andere beoordelingen dan de medische keuring mogen ingevolge artikel 4, tweede lid, van de WMK geen vragen worden gesteld noch inlichtingen worden ingewonnen over de gezondheidstoestand van de keurling (sollicitant) en over diens ziekteverzuim in het verleden.

6.9 Voorts heeft verweerster zich een oordeel gevormd over de medische geschiktheid van Klaagster voor de functie, terwijl verweerster daarbij een risico-inschatting heeft gemaakt voor toekomstig ziekteverzuim, hetgeen een ongeoorloofd doel is in de zin van de WMK, en zich ook overigens niet verdraagt met de geest en de letter van de WMK.

6.10 Nu er geen aanstellingskeuring heeft plaatsgevonden door een arts werkzaam bij of voor de Arbo-dienst van verweerster, ziet de Commissie geen aanleiding zich over de procedure en de inhoud van de keuring uit te laten.
Wèl tekent de Commissie aan dat ook artsen werkzaam bij of voor de Arbo-dienst van verweerster, indien zij meewerkt aan de hierboven onder 3.6 weergegeven doorstroomprocedure (aanwezigheid tijdens het sollicitatiegesprek, waarbij de gezondheidstoestand en het ziekteverzuim van sollicitanten door verweerster aan de orde worden gesteld), handelt in strijd met de WMK. Immers, gelet op de uitgangspunten van de wetgever bij de totstandkoming van de WMK, heeft de keurend arts van de Arbo – dienst een eigen verantwoordelijkheid in relatie tot de keurling en in relatie tot de keuringvrager. Ook de artikelen van het Burgerlijk Wetboek betreffende de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO), alsmede het Protocol Aanstellingskeuringen, gaan uit van de eigen verantwoordelijkheid van de keurend arts.
Ingevolge artikel 10 WMK oefent de keurend arts zijn taak uit met behoud van zijn zelfstandig oordeel op het gebied van zijn deskundigheid en van zijn onafhankelijkheid ten opzichte van de keuringvrager en is hij verplicht tot geheimhouding. De procedure, zoals beschreven onder 3.8, is daarmee in strijd.

Oordeel van de Commissie
Gelet op vorenstaande overwegingen is de Commissie van oordeel dat verweerster wat betreft de doorstroomprocedure van cabine personeel van KLC naar verweerster handelt in strijd met de Wet op de medische keuringen.

Aanbevelingen
Met inachtneming van de overwegingen onder 6.1 tot en met 6.10 en het oordeel doet de Commissie de volgende aanbevelingen. 
1. De procedure van doorstroming in overeenstemming brengen met de voorschriften van de WMK.
2. Klaagster de gelegenheid geven alsnog te solliciteren naar de functie van cabine personeel bij verweerster.

Aldus gegeven te Utrecht op 15 december 2004 door dr. C.T.J. Hulshof, bedrijfsarts, voorzitter, prof. mr. A.C. Hendriks en mr. M.J. Kelder, bedrijfsarts, leden van de Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen in tegenwoordigheid van mr. A.D. van Zeben, secretaris.


  1. Het Protocol Aanstellingskeuringen kan blijkens de Nota van Toelichting bij het Besluit klachtenbehandeling aanstellingskeuringen van 23 november 2001 en bij het Besluit aanstellingskeuringen van 23 november 2001 worden beschouwd als een nadere invulling van de WMK en van het Besluit aanstellingskeuringen.