Oordeel 2004-15

Werkgever stelt vacatures binnen havenbedrijf open voor ingeleende uitzendkrachten. Advertentie zegt niets over aanstellingskeuring. Sollicitatieformulier stelt vragen over gezondheid. Medische functie-eisen zijn niet schriftelijk vastgelegd, Arbo-dienst en OR niet geraadpleegd.
Keurend arts keurt sollicitanten goed voor het moment, maar ziet veiligheidsrisico′s voor de toekomst. Keuringsuitslag gaat met toestemming sollicitanten naar werkgever. Sollicitatieprocedure wordt afgebroken.
De Commissie overweegt, dat het stellen van gezondheidsvragen alleen mag bij een aanstellingskeuring door een keurend arts en niet via een sollicitatieformulier. De werkgever is verantwoordelijk voor de schriftelijke vastlegging van de medische functie-eisen, de keuringsrichtlijnen voor de keurend arts en de procedure van de aanstellingskeuring. De sollicitant heeft recht op schriftelijke informatie over doel, vragen, onderzoeken en zijn rechten bijvoorbeeld recht op herkeuring, inzage advies Arbo-dienst en klachtrecht. Het oordeel van de werkgever over de medische geschiktheid van sollicitanten voor de aangeboden functie op basis van een risico-inschatting van het toekomstig ziekteverzuim sollicitant, door Arbo-arts is in strijd met de WMK.


Oordeel 2004-15

20 december 2004

1 Het signaal

1.1 Op 9 juni 2004 heeft de Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen (hierna: Commissie) een klacht ontvangen van de Ondernemingsraad (hierna: OR) over het stellen van een vraag op het sollicitatieformulier omtrent de gezondheidstoestand door de werkgever, en over het in opdracht van de werkgever verrichten van een aanstellingskeuring voor de functies van havenarbeider, vorkheftruckchauffeur en controleur, in strijd met de voorschriften van de Wet op de medische keuringen (WMK).

1.2 De aan de Commissie voorgelegde klacht is niet ontvankelijk, omdat noch in de Wet op de ondernemingsraden noch in het Besluit klachtenbehandeling aanstellingskeuringen is voorzien in de bevoegdheid van een OR om een procedure als de onderhavige te initiëren.

1.3 De Commissie heeft evenwel naar aanleiding van dit signaal ingevolge artikel 6, derde lid, van het Besluit klachtenbehandeling aanstellingskeuringen besloten een eigen onderzoek in te stellen om te bezien of door de werkgever en de keurend arts wordt gehandeld in strijd met de voorschriften van de WMK.

2 De loop van de procedure

2.1 De werkgever en de keurend arts zijn in de gelegenheid gesteld hun standpunten toe te lichten tijdens de hoorzitting op 1 december 2004. Bij deze hoorzitting waren aanwezig:

2.2 In verband met het handelen van de keurend arts is een separaat oordeel uitgebracht (oordeel 2004-16).

3 De feiten
Uit de overgelegde bescheiden en hetgeen ter zitting is verklaard, is – voor zover van belang – het navolgende komen vast te staan.

3.1 De werkgever is een havenbedrijf.

3.2 Bij de werkgever werken ongeveer 500 medewerkers in vast dienstverband en voorts medewerkers die zijn ingeleend van een uitzendbureau.

3.3 In november 2003 zijn er vacatures opengesteld voor de functies van havenarbeider, vorkheftruckchauffeur en controleur.

3.4 In de betreffende advertenties wordt geen melding gemaakt van een aanstellingskeuring.

3.5 Een aantal van de medewerkers, dat is ingeleend via het uitzendbureau, solliciteert op de betreffende functies.

3.6 Op het sollicitatieformulier staat onder meer de vraag “hoe is uw gezondheidstoestand”.

3.7 Tijdens de sollicitatieprocedure vindt een aanstellingskeuringkeuring plaats.

3.8 Aan de sollicitanten is vóór de aanvang van de keuring geen schriftelijke informatie gegeven over doel, vragen en onderzoeken en evenmin over hun rechten in verband met de keuring.

3.9 De werkgever heeft geen bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid voor de functie schriftelijk vastgelegd, heeft terzake geen schriftelijk advies gevraagd aan een gecertificeerde Arbo-dienst en heeft evenmin terzake overleg gehad met de OR.

3.10 Na de keuring deelt de keurend arts de sollicitanten mee, dat zij op dit moment zijn goedgekeurd, maar dat er in de toekomst risico’s zijn te voorzien voor hun eigen veiligheid en die van derden.

3.11 De keurend arts deelt de uitslag van de keuring, met toestemming van de sollicitanten, in dezelfde bewoordingen als genoemd onder 3.10 mee aan de werkgever.

3.12 Op grond van de opmerkingen van de keurend arts bij de uitslag van de keuring wordt de sollicitatieprocedure door de werkgever afgebroken.

4. Standpunten van de werkgever

4.1 Er zijn vanuit arbeidsgeneeskundig aspect consequenties verbonden aan de opmerkingen van de keurend arts bij de uitslag van de keuring.

4.2 Het bedrijf realiseert zich dat de aanstellingskeuring niet voldoet aan de voorschriften van de WMK, omdat de functie-eisen niet op schrift zijn gesteld. Overigens is er over de aanstellingskeuring geen overleg geweest met de OR.

4.3 Indien de aanstellingskeuring wel zou hebben voldaan aan de voorschriften van de WMK, zou het bedrijf op grond van de opmerkingen van de keurend arts met betrekking tot het in de toekomst eventueel te lopen risico tot dezelfde conclusie zijn gekomen.

4.4 Het bedrijf is thans bezig met het opstellen van functie-eisen en het formuleren van een protocol voor de aanstellingskeuring in overeenstemming met de WMK en de ARA-richtlijn.

5 Overwegingen van de Commissie

5.1 Voorop staat dat, gelet op de tekst en de doelstellingen van de WMK en overige regelgeving, waaronder het Protocol Aanstellingskeuringen van juni 1995, in werking sinds 1 januari 1996 (1), moet worden uitgegaan van een strikte scheiding van verantwoordelijkheden en bevoegdheden tussen de keuringvrager (werkgever) en de keurend arts. De Commissie geeft daarom afzonderlijk een oordeel over het handelen van de keuringvrager en van de keurend arts.

5.2 Allereerst overweegt de Commissie dat het vragen naar de gezondheidstoestand op het sollicitatieformulier valt onder het begrip keuring in de zin van artikel 1, onderdeel a, van de WMK. Vragen over de gezondheidstoestand mogen ingevolge artikel 1, onderdeel d, van de WMK, alleen worden gesteld door de keurend arts in het kader van een aanstellingskeuring. Bij andere beoordelingen dan de medische keuring mogen ingevolge artikel 4, tweede lid, van de WMK, geen vragen worden gesteld over de gezondheidstoestand. Het stellen van gezondheidsvragen op het sollicitatieformulier is derhalve in strijd met genoemde artikelen van de WMK.

5.3 Ten aanzien van het keuringsbeleid van de werkgever overweegt de Commissie voorts het volgende.

5.4 De werkgever is volgens de WMK en het Besluit aanstellingskeuringen verantwoordelijk voor de schriftelijke vastlegging van de bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid voor de betreffende functie, voor de vastlegging daarvan in keuringsrichtlijnen door een gecertificeerde Arbo-dienst en voor de procedure van de aanstellingskeuring.

5.5 Vaststaat dat in het onderhavige geval in opdracht van de werkgever aanstellingskeuringen zijn verricht, terwijl er geen sprake is van schriftelijke vastlegging van de medische functie eisen, van keuringsrichtlijnen en van een procedure. Hiermee handelt de werkgever in strijd met de voorschriften van de WMK.

5.5 In dat verband overweegt de Commissie als volgt.

5.6 Een aanstellingskeuring mag ingevolge artikel 4, eerste lid, van de WMK juncto artikel 3, eerste lid, van het Besluit aanstellingskeuringen, alleen plaats vinden, indien aan de vervulling van de betreffende functie en de daarbij behorende taken bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid moeten worden gesteld, waaronder wordt begrepen de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van de keurling (sollicitant) en van derden bij de uitvoering van de desbetreffende arbeid, terwijl de risico’s voor de gezondheid en de veiligheid niet met gangbare maatregelen, overeenkomstig de stand der wetenschap en professionele dienstverlening, kunnen worden gereduceerd.

5.7 Uit dit laatste volgt dat alleen de aanwezigheid van functie eisen – belastingen die als functie eis aan de desbetreffende functie zijn gekoppeld – een rechtvaardiging kan vormen voor het uitvoeren van een aanstellingskeuring, en dat de risico’s, die met de functie samenhangen, in eerste instantie, zoveel als mogelijk is, door de werkgever door middel van preventieve maatregelen dienen te worden voorkomen.

5.8 Ingevolge artikel 8, eerste lid, van de WMK, en artikel 3, tweede lid, van het Besluit aanstellingskeuringen, legt de keuringvrager (werkgever) de functie eisen, het doel van de keuring, de vragen welke ten aanzien van de gezondheid zullen worden gesteld, en de medische onderzoeken welke mogen worden verricht, schriftelijk vast, nadat de keuringvrager (werkgever) daarover en over de rechtmatigheid van de keuring schriftelijk advies heeft gevraagd aan een gecertificeerde Arbo-dienst.

5.9 Artikel 8, tweede lid, van de WMK, nader uitgewerkt in artikel 5 van het Besluit aanstellingskeuringen, bepaalt dat de keurling (sollicitant) tijdig vóór de aanvang van de keuring recht heeft op begrijpelijke schriftelijke informatie door de werkgever over doel, vragen en onderzoeken als bedoeld in het eerste lid, hierboven genoemd onder 5.8, en over diens rechten, zoals het recht op herkeuring (artikel 12 WMK), het inzien van het schriftelijk advies van de Arbo-dienst aangaande de keuringseisen (artikel 5 van het Besluit aanstellingskeuringen), en de mogelijkheid een klacht in te dienen bij de Commissie (artikel 5 van het Besluit aanstellingskeuringen).

5.10 De Commissie heeft kennis genomen van het feit dat de werkgever thans heeft besloten activiteiten te ondernemen ten aanzien van het doen formuleren van bijzondere functie eisen op het punt van medische geschiktheid, mede op basis van een risico-inventarisatie binnen de organisatie, en de schriftelijke vastlegging van die functie eisen, van keuringsrichtlijnen en van procedure voorschriften.

6 Oordeel
Op grond van vorenstaande overwegingen is de Commissie van oordeel dat de aanstellingskeuring bij de werkgever tot dusver in strijd is met artikel 1, onderdeel d, artikel 4, eerste en tweede lid, artikel 8 en artikel 12 van de Wet op de medische keuringen, alsmede artikel 3 en artikel 5 van het Besluit aanstellingskeuringen
  1. Het Protocol Aanstellingskeuringen kan blijkens de nota van toelichting bij het Besluit tot regeling van de aanstellingskeuringen van 23 november 2001, Stb. 2001, 597, en bij het Besluit tot regeling van de klachtenbehandeling aanstellingskeuringen van 23 november 2001, Stb. 2001,598, worden beschouwd als een nadere invulling van de WMK en het Besluit Aanstellingskeuringen.