Oordeel 2005-01

Brandweer stelt, dat de bijzondere eisen van medische geschiktheid alleen bekend zijn bij de Arbo-dienst. Er is geen schriftelijk advies gevraagd voor de medische geschiktheids-eisen, doel en rechtmatigheid van de keuring. Sollicitanten wordt tijdens het sollicitatiegesprek verteld, dat zij medisch gekeurd worden en dat de mogelijkheid tot herkeuring bestaat.
De Commissie overweegt, dat de werkgever verantwoordelijk is voor de schriftelijke vastlegging van keuringsrichtlijnen door een gecertificeerde Arbo-dienst en voor de procedure van de aanstellingskeuring. Brandweer laat aanstellingskeuringen verrichten zonder schriftelijke vastlegging medische functie-eisen en zonder schriftelijk advies Arbo-dienst.
De Commissie heeft de betreffende brandweer een aanbeveling gedaan.


Oordeel 2005-01

9 februari 2005

1. Het signaal

1.1 Op 27 mei 2004 heeft de Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen (hierna: Commissie) een verzoek om advies ontvangen over de vraag of het in opdracht van het bevoegd gezag verrichten van een aanstellingskeuring voor de functie van vrijwillig brandweerfunctionaris in strijd is met de voorschriften van de Wet op de medische keuringen (WMK).

1.2 Op 26 juli 2004 heeft verzoeker om hem moverende redenen zijn verzoek ingetrokken.

1.3 De Commissie heeft evenwel op grond van signalen naar aanleiding van dit verzoek, ingevolge artikel 6, derde lid, van het Besluit klachtenbehandeling aanstellingskeuringen, besloten een eigen onderzoek in te stellen om te bezien of door het bevoegd gezag en de keurend arts wordt gehandeld in strijd met de voorschriften van de WMK.

2. Het onderzoek

2.1 De Commissie heeft in het kader van haar onderzoek schriftelijke informatie gevraagd bij het bevoegd gezag, de keurend arts, werkzaam bij een Arbo-dienst, en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), Directie Rampenbeheersing en Brandweer.

2.2 Het bevoegd gezag, de keurend arts en de Arbo-dienst zijn in de gelegenheid gesteld hun standpunten nader toe te lichten tijdens de mondelinge behandeling op 31 augustus 2004. De keurend arts is niet verschenen.

2.3 Tijdens de mondelinge behandeling is met de directeur van de Arbo-dienst afgesproken nadere informatie aan de Commissie te laten verstrekken door de keurend arts op het kantoor van de Arbo-dienst.

2.4 Ondanks verscheidene pogingen door de Commissie is het maken van een afspraak met de keurend arts op redelijke termijn evenwel onmogelijk gebleken.

2.5 De Commissie heeft daarom, in het belang van de zaak, besloten op grond van de voorhanden zijnde informatie, haar oordeel te formuleren.

2.8 In verband met het handelen van de keurend arts is een separaat oordeel uitgebracht oordeel 2005-02).

3 De feiten
Uit de overgelegde bescheiden, de informatie van het Ministerie van BZK, en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken is – voor zover van belang – het navolgende komen vast te staan.

3.1 Het bevoegd gezag is een gemeentelijke Brandweer.

3.2 Op de aanstelling van het personeel van het bevoegd gezag is van toepassing het Besluit van 3 mei 1991, houdende regels betreffende de aanstelling en bevordering, de rangen en de keuring en de controle op lichamelijke en geestelijke geschiktheid van het brandweerpersoneel (hierna: Besluit brandweerpersoneel).

3.3 Onder personeel wordt ingevolge artikel 1, onder a, van het Besluit brandweerpersoneel verstaan: “degenen die in één van de rangen, bedoeld in artikel 2, eerste en derde lid, zijn aangesteld (………………)”. 

3.4 Artikel 4 van het Besluit brandweerpersoneel betreft de voorwaarden voor het aanstellen in of bevorderen tot één van de rangen, en luidt – voor zover van belang – als volgt: “Het bevoegd
gezag kan een persoon slechts aanstellen in of bevorderen tot één van de rangen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, indien deze in ieder geval:
a. in het bezit is van het diploma van de aan de desbetreffende rang gekoppelde opleiding, bedoeld in het Besluit rijksexamen brandweeropleidingen (………………); en
b. voldoet aan artikel 6, eerste lid.”

3.5 Artikel 6 van het Besluit brandweerpersoneel betreft het geneeskundig onderzoek en luidt:
“1. Het personeel dient blijkens een geneeskundig onderzoek in staat te worden geacht de op te dragen werkzaamheden naar behoren te verrichten.
2. Het geneeskundig onderzoek (…………) bevat in ieder geval:
a. een algemeen lichamelijk onderzoek;
b. een onderzoek naar de fysieke en psychische gesteldheid van het personeel, in relatie tot de op te dragen werkzaamheden.
3. Het geneeskundig onderzoek (……….) geschiedt door of onder verantwoordelijkheid van een door het bevoegd gezag aangewezen bedrijfsarts die is ingeschreven in het register dat bijgehouden wordt door de Sociaal Geneeskundige Registratiecommissie.”

3.6 De aanstellingskeuring wordt in opdracht van de werkgever uitgevoerd door de keurend arts, werkzaam bij de Arbo-dienst.

3.7 Artikel 9 van het Besluit brandweerpersoneel betreft de uitslag van het geneeskundig onderzoek en luidt: “de uitslag van het geneeskundig onderzoek wordt binnen de termijn van twee weken na vaststelling medegedeeld aan het bevoegd gezag en degene die gekeurd is.”

3.8 Artikel 10 van het Besluit brandweerpersoneel betreft de herkeuring: “Degene die gekeurd is, kan binnen een termijn van twee weken na ontvangst van de mededeling van de uitslag van het geneeskundig onderzoek (………) een verzoek om herkeuring indienen bij het bevoegd gezag.”

3.9 De informatie van het Ministerie van BZK luidt – voorzover van belang – als volgt. De verantwoordelijkheid voor de werving en selectie van brandweerpersoneel ligt bij de werkgevers (gemeentebesturen en in sommige gevallen de besturen van regionale brandweren).
Voor de aanstelling in functies bij de vrijwillige brandweer gelden dezelfde eisen van vakbekwaamheid. De aanstellingskeuring, welke verplicht is gesteld op grond van artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit brandweerpersoneel, geldt derhalve ook voor de functies bij de vrijwillige brandweer.
In het rapport “In goede banen” zijn de selectiecriteria voor repressief brandweerpersoneel vastgelegd. Dit rapport is verspreid onder de brandweerkorpsen. Of en zo ja, in hoeverre deze in de praktijk worden toegepast behoort tot de verantwoordelijkheid van de werkgever. In 2004 is binnen het Ministerie overeenstemming bereikt om te komen tot een fundamentele wijziging van het systeem van de kwaliteit van het brandweerpersoneel. Dit heeft geresulteerd in een aantal concrete beleidsvoornemens. In dat verband zal ook de wijze waarop door de verschillende partijen invulling zal worden gegeven aan de aanstellingskeuring aan de orde komen.

4. De standpunten van het bevoegd gezag

4.1 De bijzondere eisen van medische geschiktheid zijn niet bekend. Deze zijn bekend bij de arbodienst. De medische eisen zijn gebaseerd op die voor functies in de Mijnbouw.

4.2 Er is geen schriftelijk advies gevraagd aan de Arbo-dienst over de bijzondere eisen van medische geschiktheid, het doel van de keuring, en de rechtmatigheid van de keuring.

4.3 De keuze voor de onderhavige Arbo-dienst is met name een prijstechnische afweging geweest. Bekend is dat niet iedere Arbo-dienst dezelfde keuringseisen hanteert.

4.4 Tijdens het sollicitatiegesprek wordt aan de sollicitanten verteld dat zij een medische keuring moeten ondergaan. Als voorbeeld daarbij wordt de inspanningsproef genoemd. Ook wordt de sollicitanten verteld dat er een mogelijkheid is voor herkeuring.

4.5 Het rapport “In goede banen” (1) is niet bekend bij het bevoegd gezag.

5 Overwegingen van de Commissie

5.1 De Commissie moet zich allereerst buigen over de vraag of het signaal, op grond waarvan onderzoek is gedaan, valt onder het regime van de WMK. Daartoe overweegt de Commissie als volgt.

5.2 Artikel 1, onderdeel a, van de WMK bepaalt – voorzover hier relevant – dat onder een keuring wordt verstaan: vragen over de gezondheidstoestand van de keurling en het verrichten van medisch onderzoek in verband met het aangaan of wijzigen van:
1e (……………….)
2e een aanstelling in openbare dienst.

5.3 Uit de informatie van het Ministerie van BZK blijkt dat de vrijwillig brandweerfunctionaris als zodanig wordt aangesteld. Hieruit moet worden geconcludeerd dat er sprake is van een aanstelling in openbare dienst in de zin van de WMK.

5.4 Uit die informatie blijkt voorts dat de aanstellingskeuring voor de vrijwillig brandweerfunctionaris, evenals die voor de beroeps brandweerfunctionarissen, verplicht is op grond van het Besluit brandweerpersoneel.

5.5 Gelet op vorenstaande overwegingen is de Commissie van oordeel dat het onderzoek valt binnen de reikwijdte van de WMK.

5.6 Thans zal de Commissie beoordelen of de toegepaste aanstellingskeuring voldoet aan de voorwaarden, die de WMK daaraan stelt.

5.7 Voorop staat dat, gelet op de tekst en de doelstellingen van de WMK en overige regelgeving, waaronder het Protocol Aanstellingskeuringen van juni 1995, in werking sinds 1 januari 1996 (2), moet worden uitgegaan van een strikte scheiding van verantwoordelijkheden en bevoegdheden tussen de keuringvrager (werkgever) en de keurend arts. De Commissie geeft daarom afzonderlijk een oordeel over het handelen van de keuringvrager (oordeel 2005-01) en van de keurend arts (oordeel 2005-02).

5.8 Ten aanzien van het keuringsbeleid van het bevoegd gezag overweegt de Commissie het volgende.

5.9 De werkgever (in casu: het bevoegd gezag) is volgens de WMK en het Besluit aanstellingskeuringen verantwoordelijk voor de schriftelijke vastlegging van de bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid voor de betreffende functie, voor de vastlegging daarvan in keuringsrichtlijnen door een gecertificeerde Arbo-dienst en voor de procedure van de aanstellingskeuring.

5.10 Vaststaat dat in het onderhavige geval in opdracht van het bevoegd gezag aanstellingskeuringen zijn verricht, terwijl niet is gebleken van schriftelijke vastlegging van de medische functie eisen en evenmin van een schriftelijk advies van een gecertificeerde Arbodienst.

5.11 In dat verband overweegt de Commissie als volgt.

5.12 Een aanstellingskeuring mag ingevolge artikel 4, eerste lid, van de WMK juncto artikel 3, eerste lid, van het Besluit aanstellingskeuringen, alleen plaats vinden, indien aan de vervulling van de betreffende functie en de daarbij behorende taken bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid moeten worden gesteld, waaronder wordt begrepen de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van de keurling (sollicitant) en van derden bij de uitvoering van de desbetreffende arbeid, terwijl de risico’s voor de gezondheid en de veiligheid niet met gangbare maatregelen, overeenkomstig de stand der wetenschap en professionele dienstverlening, kunnen worden gereduceerd.

5.13 Uit dit laatste volgt dat alleen de aanwezigheid van functie-eisen – belastingen die als functie eis aan de desbetreffende functie zijn gekoppeld – een rechtvaardiging kan vormen voor het uitvoeren van een aanstellingskeuring, en dat de risico’s, die met de functie samenhangen, in eerste instantie, zoveel als mogelijk is, door de werkgever door middel van preventieve maatregelen dienen te worden voorkomen, waarbij de werkgever zich kan laten adviseren door zijn Arbo-dienst.

5.14 Ingevolge artikel 8, eerste lid, van de WMK, en artikel 3, tweede lid, van het Besluit aanstellingskeuringen, legt de keuringvrager de functie eisen, het doel van de keuring, de vragen welke ten aanzien van de gezondheid zullen worden gesteld, en de medische onderzoeken welke mogen worden verricht, schriftelijk vast, nadat de keuringvrager daarover en over de rechtmatigheid van de keuring schriftelijk advies heeft gevraagd aan een gecertificeerde Arbo-dienst.

5.15 De Commissie heeft kennis genomen van het rapport “In goede banen” van het Ministerie van BZK, waarin de selectiecriteria voor repressieve brandweerfuncties zijn vastgelegd, dat is verspreid onder de brandweerkorpsen.

5.16 Gebleken is dat het bevoegd gezag ten tijde van het onderzoek van de Commissie niet op de hoogte was van het bestaan van dit rapport en het rapport derhalve niet onder de aandacht heeft gebracht van de Arbo-dienst..

5.17 Artikel 8, tweede lid, van de WMK, nader uitgewerkt in artikel 5 van het Besluit aanstellingskeuringen, bepaalt dat de keurling (sollicitant) tijdig vóór de aanvang van de keuring recht heeft op door de werkgever/bevoegd gezag te verstrekken begrijpelijke schriftelijke informatie door de werkgever over doel, vragen en onderzoeken als bedoeld in het
eerste lid, hierboven genoemd onder 5.8, en over diens rechten, zoals het recht op herkeuring (artikel 12 WMK), het inzien van het schriftelijk advies van de Arbo-dienst aangaande de keuringseisen (artikel 5 van het Besluit aanstellingskeuringen), en de mogelijkheid een klacht in te dienen bij de Commissie (artikel 5 van het Besluit aanstellingskeuringen).

5.18 Gebleken is dat aan sollicitanten weliswaar tijdens het sollicitatiegesprek enige mondelinge informatie wordt verschaft over de keuring en het recht op herkeuring, maar dat duidelijke schriftelijke informatie, zoals bedoeld onder 5.16, ontbreekt en dat ook anderszins niet wordt voldaan aan de betreffende eisen.

6 Oordeel
Op grond van vorenstaande overwegingen is de Commissie van oordeel dat de aanstellingskeuring voor de repressieve brandweerfuncties bij het bevoegd gezag in strijd is met artikel 4, eerste lid, en artikel 8 van de Wet op de medische keuringen, alsmede artikel 3 en artikel 5 van het Besluit aanstellingskeuringen.

7 Advies
De Commissie adviseert het bevoegd gezag dringend om de inhoud en de procedure van de aanstellingskeuring voor repressieve brandweerfuncties in overeenstemming te brengen met de voorschriften van de WMK en het Besluit aanstellingskeuringen, zoals overwogen in dit oordeel.


  1. In goede banen” – Competenties voor repressieve brandweerfuncties – Eindrapportage, oktober 2002, PLATO, Universiteit Leiden/BZK “In goede banen”/eindrapportage/ IB,JvL, AZ/okt 02.
  2. Het Protocol Aanstellingskeuringen kan blijkens de nota van toelichting bij het Besluit tot regeling van de aanstellingskeuringen van 23 november 2001, Stb. 2001, 597, en bij het Besluit tot regeling van de klachtenbehandeling aanstellingskeuringen van 23 november 2001, Stb. 2001,598, worden beschouwd als een nadere invulling van de WMK en het Besluit aanstellingskeuringen.