Oordeel 2005-04

Klager werkt voor een beveiligingsbedrijf en is gedetacheerd bij Justitie. Hij solliciteert naar de functie van bewaarder DUC-pool. Als functie-eis wordt onder meer genoemd het werken in onregelmatige diensten. Een aanstellingskeuring maakt deel uit van de sollicitatieprocedure. Klager wordt afgekeurd op diabetes mellitus. Klager vraagt om herkeuring. Ook herkeurend artsen achten klager ongeschikt voor functie.
De Commissie overweegt dat in de keuringsrichtlijnen geen verband wordt gelegd tussen de bijzondere eisen van medische geschiktheid en de medische criteria van de keuringsrichtlijnen. De keuringsrichtlijnen bestaan uit een lijst van ziekten en afwijkingen met absolute- en relatieve contra-indicaties. Op basis hiervan is aan een sollicitant nauwelijks duidelijk te maken op welke functie-eisen wordt gekeurd en wat de toetsingscriteria zijn. De uitwerking van de contra-indicaties doet geen recht aan het adaptievermogen van mensen met een aandoening of handicap. Bij de beoordeling van de fysieke belastbaarheid bij wisselende werktijden moet op individueel niveau gekeken worden naar de mate waarin men zich weet aan te passen. Het bevoegd gezag (werkgever) is verantwoordelijk voor de schriftelijke vastlegging van de bijzondere eisen van medische geschiktheid. Bekend was, dat de eisen dateren van voor 1997. Het betoog, dat in redelijkheid het oordeel van de (her)keurend artsen gevolgd kon worden, houdt geen stand.
De Commissie is van oordeel, dat de informatie over doel, vragen en onderzoeken onvoldoende was, te meer daar de functie-eisen niet aansloten op de medische eisen.


Oordeel 2005-04

14 maart 2005

1 De klacht

1.1 Op 7 september 2004 heeft klager de Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen (hierna: Commissie) verzocht haar oordeel uit te spreken over de vraag of het Ministerie van Justitie, Opleidingsinstituut DJI (hierna: verweerder) in strijd heeft gehandeld met de Wet op de medische keuringen (WMK) door een negatieve gevolgtrekking te verbinden aan de uitslag van de keuring en de herkeuring, welke keuringen in opdracht van verweerder zijn verricht door keurend artsen, werkzaam bij (…) (hierna: Arbo-dienst).

2 De loop van de procedure

2.1 De Commissie heeft het verzoek in behandeling genomen.

2.2 Bij brief van 10 september 2004 heeft klager aanvullende bescheiden gestuurd.

2.3 Conform het bepaalde in artikel 11 van het Besluit klachtenbehandeling aanstellingskeuringen is de Commissie in overleg met klager nagegaan in hoeverre er mogelijkheden waren voor een behandeling van de klacht door verweerder.

2.4 Klager heeft besloten een herkeuring aan te vragen.

2.5 Het onderzoek naar de klacht is aangehouden tot de uitslag van de herkeuring.

2.6 De herkeuring heeft plaats gevonden op 26 november 2004.

2.7 Naar aanleiding van de uitslag van de herkeuring heeft klager de Commissie verzocht het onderzoek voort te zetten.

2.8 Verweerder is bij brief van 17 december 2004 op de hoogte gesteld van de klacht.

2.9 Verweerder heeft op 19 januari 2005 een verweerschrift overgelegd met bescheiden.

2.10 Partijen zijn in de gelegenheid gesteld hun standpunten nader toe te lichten tijdens de hoorzitting op 28 januari 2005. Verweerder heeft pleitnotities overgelegd.

2.11 Tijdens de zitting heeft de vertegenwoordiger van de keurend arts nadere informatie overgelegd.

2.12 Klager heeft op de stukken gereageerd.

2.13 Tegen de (her)keurend artsen is een separaat oordeel uitgebracht (oordeel 2005-05).

3 De feiten
Uit de overgelegde bescheiden en uit hetgeen ter zitting is gesteld en niet is weersproken, is – voorzover voor de beoordeling van de klacht van belang – het navolgende komen vast te staan.

3.1 Klager werkt sinds oktober 2002 bij een beveiligingsbedrijf en is gedetacheerd bij verweerder in de functie van bewaarder bij de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI).

3.2 In juli 2004 laat klager verweerder weten geïnteresseerd te zijn in de functie van bewaarder DUC-Pool bij het Projectbureau DJI-Pool, opgericht door verweerder in 2002. Bij het Projectbureau DJI-Pool werken bewaarders DJI-Pool en bewaarders DUC-Pool.

3.3 Een bewaarder DJI-Pool wordt bij personeelsgebrek tijdelijk ingezet in gevangenissen, huizen van bewaring en detentiecentra.

3.4 Een bewaarder DUC-Pool heeft een vaste standplaats. In noodsituaties binnen DJI kan een bewaarder DUC-Pool worden ingezet als een bewaarder DJI-Pool.

3.5 Op 23 juli 2004 zendt verweerder een informatiepakket aan klager over de inhoud van de functie van bewaarder DUC-Pool en de sollicitatieprocedure.

3.6 De functie van bewaarder DUC-Pool wordt daarin als volgt omschreven: “Als bewaarder bij de DUC-Pool werk je met gedetineerden die zijn ingesloten in een detentiecentrum of uitzendcentrum. Dit betekent bijvoorbeeld dat je toegang- en uitgangcontroles uitvoert, legitimatiedocumenten registreert en risicovolle goederen opspoort door gebruik te maken van detectiepoorten en doorlichtingapparatuur of door te fouilleren. Met camera’s signaleer je onveilige situaties en stel je vast of de afsluitingen goed verlopen. Verder zorg je voor het beheer van de sleutels, piepers en portofoons.”

3.7 Als functie-eis wordt onder meer genoemd het werken in onregelmatige diensten.

3.8 Bij de sollicitatieprocedure voor de functie van bewaarder DUC-Pool behoort een aanstellingskeuring. De aanstellingskeuring bestaat uit een fitheidonderzoek en een medisch onderzoek.

3.9 Klager solliciteert naar de functie van bewaarder DUC-Pool. Bij brief van 4 augustus 2004 nodigt verweerder klager uit voor een voorlichtingsbijeenkomst en bij brief van 6 augustus 2004 voor de psychologische test en het fitheidonderzoek op 13 augustus 2004 bij een adviesbureau.

3.10 Bij brief van 18 augustus 2004 ontvangt klager van het adviesbureau de uitslag van het fitheidonderzoek. Deze brief luidt – voorzover van belang – als volgt: “(………..) Hierbij sturen wij u het resultaat van het fitheidonderzoek. Deze rapportage wordt éénmalig aan u verstrekt en uw uitslag is niet bekend bij de inrichting of dienst waar u solliciteert. (………) In de rapportage kunt u uw persoonlijke uitslag lezen. Let wel: zonder een positief resultaat krijgt u geen positief medisch advies. (………….) ”

3.11 De uitslag voor klager is positief.

3.12 Verweerder nodigt klager bij brief van 27 augustus 2004 uit voor de medische keuring op 6 september 2004 te verrichten door de keurend arts, werkzaam bij de Arbo-dienst, vestiging Rotterdam.

3.13 Voorafgaand aan de medische keuring verstrekt de Arbo-dienst aan keurlingen – voorzover relevant - de volgende schriftelijke informatie: “(…) Tijdens de aanstellingskeuring en of periodieke keuring wordt gekeken naar die kenmerken van uw gezondheid die direct te maken hebben met de risico’s in uw (nieuwe) functie. Om u te beschermen gelden voor het onderzoek strenge eisen op het gebied van privacy, recht op informatie en herkeuring. Samen met deze brief ontvangt u een vragenlijst (…..) De medische keuring houdt het volgende in: Vooronderzoek: ogentest, kleurentest, lengte en gewicht, bloeddruk, gehoortest, ECG en een
vingerprik voor de controle van glucose. Na het vooronderzoek gaat u naar de bedrijfsarts om e.e.a. te bespreken, waaronder de vragenlijst, uitslagen van de test en een lichamelijk onderzoek. De bedrijfsarts zal het advies – geschikt of ongeschikt – altijd met u bespreken. Een enkele keer kan de bedrijfsarts niet meteen een geschiktheidadvies geven, b.v. als nader onderzoek of informatie bij de behandelend arts nodig is. De uitslag van uw keuring krijgt u, en de aanvrager van de keuring binnen een week per brief toegestuurd. (….)”

3.14 Klager ontvangt tijdens de sollicitatieprocedure via verweerder bovenvermelde vragenlijst en vult bij de desbetreffende vragen in, dat hij medicijnen gebruikt in verband met diabetes.

3.15 De keuring wordt verricht bij de Arbo-dienst, vestiging Rotterdam, voor de functie van  “Bewaarder”. Volgens de functie-informatie in de keuringsrichtlijnen van de Arbo-dienst van vóór 1997 onder het kopje “Bewaarder” doet de bewaarder dienst als lid van een bewakingsdienst/ beveiligingseenheid van de Dienst Algemeen Beheer bij een Penitentiaire Inrichting. De fysieke functie-eisen voor deze functie zijn “een lichamelijk goede conditie met een goed belastbare wervelkolom en functioneel stabiele extremiteiten (mede in verband met verplicht gestelde ME-opleiding bij de Rijkspolitie).” Diabetes mellitus vormt volgens de daarbij gebruikte medische criteria een absolute contra-indicatie.

3.16 Ná de keuring deelt de keurend arts klager mondeling mee dat hij ongeschikt is voor de functie van Bewaarder op grond van diabetes mellitus. Klager is het niet eens met deze uitslag. Klager wordt door de keurend arts bij brief van 7 september 2004 uitgenodigd voor een spreekuurbezoek bij een andere bedrijfsarts van de Arbo-dienst, eveneens bij de vestiging Rotterdam. Deze afspraak gaat vervolgens niet door, omdat deze bedrijfsarts klager telefonisch laat weten dat hij toch zal worden afgekeurd.

3.17 Bij brief van 15 september 2004 deelt de keurend arts verweerder – voorzover van belang - het volgende mee: “ (…..) Naar aanleiding van uw verzoek van 6 september 2004 bericht ik u betreffende de heer (klager). Het resultaat van het op 10 september 2004 verrichte medisch onderzoek luidt: ongeschikt voor de functie. In verband met dit onderzoek luidt mijn aanvullend advies: Betrokkene kan tegen deze uitspraak schriftelijk in verweer gaan. (…..)”

3.18 Een, tijdens de zitting bij de Commissie overgelegde, brief van eveneens 15 september 2004, gericht aan verweerder en ondertekend door dezelfde keurend arts, luidt – voorzover van belang – : “Maandag 6 september 2004 hebben wij op uw verzoek bij (klager) een medische keuring verricht. Dit vond plaats in het kader van een aanstellingskeuring voor de functie van PIW ’er. Op basis van de ons ten tijde van de keuring ter beschikking gestelde informatie hebben wij betrokkene niet geschikt bevonden voor de uitoefening van de aangevraagde functie. Betrokkene kan een verzoek indienen voor een herkeuring. Hij wordt middels een brief geïnformeerd over de gang van zaken en de wijze van handelen. Het secretariaat van de herkeuringscommissie is gehuisvest in Den Haag (……). Contactpersoon is (….).”

3.19 Een, eveneens tijdens de zitting bij de Commissie overgelegde, brief van 15 september 2004, gericht aan klager en ondertekend door de keurend arts luidt – voorzover van belang – :  “Maandag 6 september 2004 hebben wij op verzoek van ( het bevoegd gezag) een medische basis keuring verricht bij u. Dit vond plaats in het kader van een aanstellingskeuring voor de functie van PIW ’er. Op basis van (….) niet geschikt bevonden voor de uitoefening van de functie. U kunt schriftelijk een verzoek indienen voor een herkeuring. Het secretariaat van de herkeuringscommissie is gehuisvest in Den Haag (……). Contactpersoon is (….).

3.20 Klager dient bij brief van 16 september 2004, gericht aan de Arbo-dienst te Rotterdam waar hij is gekeurd, een verzoek om herkeuring in. Vervolgens vindt op 23 september 2004 een gesprek plaats met een bedrijfsarts van de Arbo-dienst, vestiging Utrecht. Op 28 september 2004 laat deze bedrijfsarts klager telefonisch weten dat dit gesprek geen herkeuring betreft, maar dat klager zich moet richten tot de commissie herkeuring in Den Haag. De herkeuring vindt uiteindelijk plaats op 26 november 2004 bij de commissie herkeuring, samengesteld uit twee bedrijfsartsen van de Arbo-dienst, vestiging Amsterdam, en een extern verzekeringsgeneeskundige. Ná de keuring wordt aan klager mondeling meegedeeld dat hij wordt afgekeurd op grond van diabetes mellitus.

3.21 Bij brief van 1 december 2004 deelt de secretaris van de commissie herkeuring verweerder mee dat het resultaat van de herkeuring luidt “ongeschikt voor de functie”.

4 Standpunten van klager

4.1 Klager stelt allereerst dat de aanstellingskeuring niet mocht plaats vinden, omdat hij al twee jaar via het beveiligingsbedrijf zonder problemen de functie vervult van bewaarder.

4.2 Daarnaast is klager van mening dat hij niet mocht worden afgekeurd louter op grond van het feit dat hij op de vragenlijst heeft ingevuld dat hij diabetes mellitus heeft, terwijl er verder geen medisch onderzoek is gedaan en hij tot nu toe nooit fysieke problemen heeft ondervonden bij het uitoefenen van de taken van bewaarder in een penitentiaire inrichting.

4.3 De uitslag van de keuring is gebaseerd op oude richtlijnen, terwijl de functie van bewaarder DUC-Pool een nieuwe functie is. Ook zijn de werkomstandigheden anders dan in een penitentiaire inrichting. Bij de functie van Bewaarder in een penitentiaire inrichting wordt vaker gewerkt in onregelmatige diensten dan bij de functie van bewaarder DUC-Pool, omdat deze detentiecentra om vijf uur ’s middags dicht gaan.

4.4 Voorts is klager van mening dat hij niet goed is geïnformeerd over de herkeuringsprocedure, zodat hij het gevoel had van het kastje naar de muur te zijn gestuurd.

4.5 Klager betwist de ontvangst van de tijdens de zitting bij de Commissie overgelegde bescheiden, genoemd onder 3.13 en 3.20.

5 Standpunten van verweerder

5.1 De huidige functie van klager van bewaarder via het beveiligingsbedrijf is niet dezelfde als de functie van bewaarder ingezet in de DUC-Pool. In deze laatste functie zijn de werkzaamheden breder (op meer plaatsen inzetbaar) en ook meer belastend (wisseldiensten, wisselende locaties) dan het werk dat klager tot nu toe deed.

5.2 In het informatiepakket wordt beschreven wat de functie en de sollicitatieprocedure inhouden.

5.3 Er wordt gekeurd voor de functie van bewaarder. Een bewaarder kan worden ingezet als bewaarder DUC-Pool.

5.4 De vraag of klager terecht is afgewezen op grond van het hebben van diabetes mellitus wordt ter beantwoording aan de keurend artsen overgelaten, omdat dit een medisch inhoudelijke beoordeling is.

5.5 Verweerder heeft in redelijkheid het oordeel van de keurend artsen mogen volgen, omdat diabetes in de Richtlijnen van de Arbo-dienst als een absolute contra-indicatie voor de functie van bewaarder wordt gekwalificeerd. Dit betekent dat als is komen vast te staan dat betrokkenen lijdt aan diabetes, dit in principe leidt tot de conclusie dat betrokkene niet kan worden goedgekeurd. Het behoort tot de professionele verantwoordelijkheid en competentie van de keurend arts te beoordelen of in dit geval aanleiding was om daarvan af te wijken.

5.6 Vanaf medio 2004 zijn door verweerder de nodige voorbereidingen getroffen om in nauw overleg met de Arbo-dienst de gehele keuringsprocedure te evalueren. Het plan van aanpak daarvoor is gereed en de evaluatie zal binnen kort van start gaan. Bij het overleg tussen verweerder en de Arbo-dienst is de “Methode De Laak” aan de orde. Bij die methode wordt gestreefd naar een modulaire opbouw van de medische keuring, waarbij aan elke afzonderlijke functie-eis gerichte vragen zijn gekoppeld, zodat de keuring, meer dan thans het geval is, specifiek op de functie is toegesneden.

6 Overwegingen van de Commissie

6.1 Voorop staat dat, gelet op de tekst en de doelstellingen van de WMK en overige regelgeving, waaronder het Protocol Aanstellingskeuringen van juni 1995, in werking sinds 1 januari 1996 (1), moet worden uitgegaan van een strikte scheiding van verantwoordelijkheden en bevoegdheden tussen de (her)keurend artsen en de keuringvrager. De Commissie geeft daarom afzonderlijk een oordeel over het handelen van de keuringvrager (oordeel 2005-04) en de (her)keurend artsen (oordeel 2005-05).

6.2 De voorliggende kwestie betreft de vraag of verweerder handelt in strijd met de WMK door klager een aanstellingskeuring te doen ondergaan voor de functie van Bewaarder DUC-Pool en door vervolgens op grond van het advies van de (her)keurend artsen de aanstelling niet door te laten gaan.

6.3 Ten aanzien van het doen verrichten van de aanstellingskeuring overweegt de Commissie als volgt.

6.4 Artikel 1, onderdeel a, van de WMK bepaalt – voorzover hier van belang – dat onder een keuring wordt verstaan vragen over de gezondheidstoestand van de keurling en het verrichten van medisch onderzoek in verband met het aangaan of wijzigen van:
1e . (……………………)
2e . een aanstelling in openbare dienst.

6.5 Vaststaat dat klager heeft gesolliciteerd naar de functie van bewaarder DUC-Pool bij verweerder, voor welke functie blijkens het informatiepakket een aanstellingskeuring verplicht is. Het betoog van klager dat hij reeds bij verweerder werkzaam is in een functie met soortgelijke taken en de aanstellingskeuring om die reden in strijd zou zijn met de WMK kan de Commissie niet volgen, nu de sollicitatie naar de betreffende functie het aangaan van een neuwe functie betreft en klager niet in dienst is bij verweerder. De Commissie is derhalve van oordeel dat het primaire verweer van klager faalt.

6.6 Ten aanzien van de vraag of door verweerder is gehandeld in strijd met de WMK wat betreft de uitvoering van de aanstellingskeuring overweegt de Commissie het volgende. |

6.7 De werkgever is volgens de WMK en het Besluit aanstellingskeuringen verantwoordelijk voor de schriftelijke vastlegging van de bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid voor de betreffende functie, voor de vastlegging daarvan in keuringsrichtlijnen door een gecertificeerde Arbo-dienst en voor de procedure van de aanstellingskeuring.

6.8 Een aanstellingskeuring mag ingevolge artikel 4, eerste lid, van de WMK juncto artikel 3, eerste lid, van het Besluit aanstellingskeuringen, alleen plaats vinden, indien aan de vervulling van de betreffende functie en de daarbij behorende taken bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid moeten worden gesteld, waaronder wordt begrepen de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van de keurling (sollicitant) en van derden bij de uitvoering van de desbetreffende arbeid, terwijl de risico’s voor de gezondheid en de veiligheid niet met gangbare maatregelen, overeenkomstig de stand der wetenschap en professionele dienstverlening, kunnen worden gereduceerd.

6.9 Uit dit laatste volgt dat alleen de aanwezigheid van functie-eisen – belastingen die als functie eis aan de desbetreffende functie zijn gekoppeld – een rechtvaardiging kan vormen voor het uitvoeren van een aanstellingskeuring, en dat de risico’s, die met de functie samenhangen, in eerste instantie, zoveel als mogelijk is, door de werkgever (verweerder) door middel van preventieve maatregelen dienen te worden beperkt. 

6.10 De Commissie merkt op dat de onderhavige functie-eisen van “Bewaarder”, zo die al van toepassing zijn op de “nieuwe” functie van Bewaarder DUC-Pool, op geen enkele wijze aansluiten bij de medische eisen. Immers, in de keuringsrichtlijnen van de Arbo-dienst, weergegeven onder 3.15, wordt geen verband gelegd tussen de bijzondere eisen van medische geschiktheid, welke staan genoemd onder het kopje “Bewaarder”, en de medische criteria genoemd in de keuringsrichtlijnen.

6.11 Uit de hierboven genoemde artikelen van de WMK en het Besluit aanstellingskeuringen blijkt het nu juist de bedoeling te zijn van de WMK om het aantal aanstellingskeuringen te beperken tot die situaties, waarbij functie-eisen een bijzonder beroep doen op de medische geschiktheid van de kandidaat. Daarbij dienen dan per bijzondere functie-eis (medische) toetsingscriteria te worden ontwikkeld, waarbij bovendien moet worden nagegaan of er valide onderzoeksmethoden bestaan om die toetsing mogelijk te maken. De Commissie vindt een dergelijke systematiek hier niet terug. De keuringsrichtlijnen bestaan uit een lijst van ziekten en afwijkingen met absolute en relatieve contra indicaties om deze functie te vervullen. Op basis hiervan is aan een toekomstig sollicitant nauwelijks duidelijk te maken wat de functieeisen zijn, waarop hij of zij wordt gekeurd en welke de toetsingscriteria met betrekking tot de functie-eisen zijn.

6.12 Tevens overweegt de Commissie dat de uitwerking van de relatieve en absolute contraindicatie voor diabetes mellitus onjuist is. Deze uitwerking geeft te veel de indruk van een absoluut gestelde negatieve uitsluitinglijst, waaruit niet blijkt dat die op evidence based wijze is samengesteld en derhalve geen recht doet aan de belangrijke rol van het adaptievermogen van mensen met een aandoening of handicap. Zo is de uitsluiting van iedereen met een insuline afhankelijke diabetes bij veiligheidsfuncties en onregelmatige werktijden niet in overeenstemming met huidige inzichten omtrent de mogelijkheden tot een goede instelling en controle daarvan. (2)

6.13 Evenals bij de beoordeling van de fysieke belastbaarheid moet volgens huidige inzichten ook bij wisselende werktijden op individueel niveau worden gekeken naar de mate waarin men in staat is zich aan te passen. In dat verband merkt de Commissie op dat klager heeft aangegeven een goed ziekte-inzicht en copinggedrag te hebben.

6.14 Gelet op vorenstaande overwegingen is de Commissie van oordeel, dat verweerder handelt in strijd met artikel 4, eerste lid, WMK en artikel 3, eerste lid, Besluit aanstellingskeuringen, nu verweerder, zoals overwogen, verantwoordelijk is voor de schriftelijke vastlegging van de bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid, en verweerder wist, althans had kunnen weten, dat de onderhavige eisen dateren van vóór 1997. Het betoog van verweerder, dat in redelijkheid het oordeel van de keurend artsen mocht worden gevolgd kan derhalve geen stand houden.

6.15 Ten aanzien van de procedure van de aanstellingskeuring overweegt de Commissie het volgende.

6.16 Ingevolge artikel 8, eerste lid, van de WMK, en artikel 3, tweede lid, van het Besluit aanstellingskeuringen, legt de keuringvrager (verweerder) de functie-eisen, het doel van de keuring, de vragen welke ten aanzien van de gezondheid zullen worden gesteld, en de medische onderzoeken welke mogen worden verricht, schriftelijk vast, nadat de keuringvrager daarover en over de rechtmatigheid van de keuring schriftelijk advies heeft gevraagd aan een gecertificeerde Arbo-dienst.

6.17 De Commissie is van oordeel dat verweerder handelt in strijd met deze artikelen, nu de  onderhavige functie eisen van “bewaarder” op geen enkele wijze aansluiten bij de medische eisen, zoals hierboven overwogen onder 6.10 tot en met 6.14.

6.18 De Commissie heeft kennis genomen van het feit dat verweerder activiteiten onderneemt en aanzien van het doen formuleren van bijzondere functie-eisen op het punt van medische geschiktheid volgens de “Methode De Laak”. De Commissie wijst hier ook op de ARA richtlijn, die innenkort wordt vervangen door de Leidraad Aanstellingskeuringen.

6.19 Artikel 8, tweede lid, van de WMK, nader uitgewerkt in artikel 5 van het Besluit aanstellingskeuringen, bepaalt dat de keurling (sollicitant) tijdig vóór de aanvang van de keuring recht heeft op begrijpelijke schriftelijke informatie door de werkgever over doel, vragen en onderzoeken als bedoeld in het eerste lid, hierboven genoemd onder 5.8, en over diens rechten, zoals het recht op herkeuring (artikel 12 WMK), het inzien van het schriftelijk advies van de Arbo-dienst aangaande de keuringseisen (artikel 5 van het Besluit aanstellingskeuringen), en de mogelijkheid een klacht in te dienen bij de Commissie (artikel 5 van het Besluit aanstellingskeuringen).

6.20 De Commissie is van oordeel dat de informatie omtrent doel, vragen en onderzoeken onvoldoende was, mede gelet op het gegeven dat de onderhavige functie eisen niet aansluiten bij de medische eisen, zoals hierboven overwogen.

6.21 Voorts blijkt niet dat aan sollicitanten duidelijke schriftelijke informatie wordt gegeven omtrent hun rechten, zoals bedoeld onder 6.19. Daarbij wijst de Commissie hier met name op het feit dat klager door verweerder niet is gewezen op de mogelijkheid van herkeuring en het adres waarnaar klager zich dan zou kunnen richten, terwijl ook geen informatie is verschaft over de mogelijkheid een klacht over de aanstellingskeuring in te dienen bij de Commissie.

7 Oordeel van de Commissie
Verweerder heeft gehandeld in strijd met de WMK door een aanstellingskeuring te doen verrichten, waarbij niet is voldaan aan de bepalingen van artikel 4, eerste lid, van de WMK en artikel 3, eerste lid, van het Besluit aanstellingskeuringen. Voorts heeft verweerder ten aanzien van de procedure gehandeld in strijd met de artikelen 8 en 12 van de WMK en artikel 5 van het Besluit aanstellingskeuringen.

Aldus gegeven te Utrecht op 14 maart 2005 door Th. M. G. van Berkestijn, arts, voorzitter, prof. mr. A.C. Hendriks en mr. M.J. Kelder, bedrijfsarts, leden van de Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen in tegenwoordigheid van mr. A.D. van Zeben, secretaris.


  1. Het Protocol Aanstellingskeuringen kan blijkens de nota van toelichting bij het Besluit tot regeling van de aanstellingskeuringen van 23 november 2001, Stb. 2001, 597, en bij het Besluit tot regeling van de klachtenbehandeling aanstellingskeuringen van 23 november 2001, Stb. 2001,598, worden beschouwd als een nadere invulling van de WMK en het Besluit Aanstellingskeuringen.
  2. 16 Handboek Arbeid en Belastbaarheid, tweede, herziene druk, december 2003, deel A5, nr.11, P.G.W. Grijpink, R.J. Heine;  zie ook advies CKA A2003-02