Oordeel 2005-05

Sollicitant werkt via een beveiligingsbedrijf als bewaarder bij Justitie. Hij solliciteert naar bewaarder DUC-pool. Als functie-eis wordt genoemd het werken in onregelmatige diensten. Hij wordt ongeschikt voor de functie geacht op grond van het hebben van diabetes mellitus. De (her) keurend artsen betogen dat diabetes mellitus een absolute contra-indicatie is voor functie van bewaarder.
De Commissie overweegt, dat de functie-eisen van bewaarder DUC-pool niet aansluiten bij de medische eisen. In de keuringsrichtlijnen wordt geen verband gelegd tussen de bijzondere eisen van medische geschiktheid en de genoemde medische criteria. De keuringsrichtlijnen bestaan uit een lijst van ziekten en afwijkingen met absolute- en relatieve contra-indicaties. Uit deze richtlijnen valt niet op te maken, welke de toetsingscriteria met betrekking tot de functie-eisen zijn. De uitsluiting van iedereen met een insuline afhankelijke diabetes is niet in overeenstemming met de mogelijkheden tot een goede instelling en controle. Op individueel niveau moet worden gekeken naar de mate waarin de diabeet in staat is zich aan te passen.
De Commissie overweegt, dat (her)keurend arts een eigen afweging moeten maken op basis van hun professionele standaard en daarbij moeten bezien of de keuringsrichtlijnen in overeenstemming zijn met de meest recente wetenschappelijke inzichten. De (her)keurend artsen hebben gehandeld in strijd met de WMK.


Oordeel 2005-05

14 maart 2005

1 De klacht

1.1 Op 7 september 2004 heeft klager de Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen (hierna: Commissie) verzocht haar oordeel uit te spreken over de vraag of de keurend arts, werkzaam bij (…) te R. (hierna: Arbo-dienst), en de leden van de commissie herkeuring (hierna: verweerders) in strijd hebben gehandeld met de Wet op de medische keuringen (WMK) door klager voor de functie van bewaarder DUC-Pool (Detentie- en Uitzetcentra) bij het Ministerie van Justitie, Opleidingsinstituut DJI (hierna: bevoegd gezag) af te keuren op grond van diabetes mellitus.

2 De loop van de procedure

2.1 De Commissie heeft het verzoek in behandeling genomen.

2.2 Bij brief van 10 september 2004 heeft klager aanvullende bescheiden gestuurd.

2.3 Conform het bepaalde in artikel 11 van het Besluit klachtenbehandeling aanstellingskeuringen is de Commissie in overleg met klager nagegaan in hoeverre er mogelijkheden waren voor een behandeling van de klacht door verweerder.

2.4 Klager heeft besloten een herkeuring aan te vragen.

2.5 Het onderzoek naar de klacht is aangehouden tot de uitslag van de herkeuring.

2.6 De herkeuring heeft plaats gevonden op 26 november 2004.

2.7 Naar aanleiding van de uitslag van de herkeuring heeft klager de Commissie verzocht het onderzoek voort te zetten.

2.8 Verweerders zijn bij brief van 17 december 2004 op de hoogte gesteld van de klacht.

2.9 Partijen zijn in de gelegenheid gesteld hun standpunten nader toe te lichten tijdens de hoorzitting op 28 januari 2005.

2.10 Tijdens de zitting heeft de vertegenwoordiger van de keurend arts nadere informatie overgelegd.

2.11 Klager heeft op de stukken gereageerd.

2.12 Tegen het bevoegd gezag is een separaat oordeel uitgebracht (oordeel 2005-04).

3 De feiten
Uit de overgelegde bescheiden en uit hetgeen ter zitting is gesteld en niet is weersproken, is – voorzover voor de beoordeling van de klacht van belang – het navolgende komen vast te staan. In verband met de keuring en de herkeuring worden verweerders hier nader aangeduid met hun functie.

3.1 Klager werkt sinds oktober 2002 bij een beveiligingsbedrijf en is gedetacheerd bij het bevoegd gezag in de functie van bewaarder.

3.2 In juli 2004 geeft klager bij het bevoegd gezag aan geïnteresseerd te zijn in de functie van bewaarder DUC- Pool bij het Projectbureau DJI-Pool (Dienst Justitiële Inrichtingen), opgericht door het bevoegd gezag in 2002. Bij het Projectbureau DJI-Pool werken bewaarders DJI-Pool en bewaarders DUC-Pool.

3.3 Een bewaarder DJI-Pool wordt bij personeelsgebrek tijdelijk ingezet in gevangenissen, huizen van bewaring en detentiecentra.

3.4 Een bewaarder DUC-Pool heeft een vaste standplaats. In noodsituaties binnen DJI kan een bewaarder DUC-Pool worden ingezet als een bewaarder DJI-Pool.

3.5 Op 23 juli 2004 zendt het bevoegd gezag een informatiepakket aan klager over de inhoud van de functie van bewaarder DUC-Pool en de sollicitatieprocedure.

3.6 De functie van bewaarder DUC-Pool wordt als volgt omschreven: “Als bewaarder bij de UCPool werk je met gedetineerden die zijn ingesloten in een detentiecentrum of uitzendcentrum. Dit betekent bijvoorbeeld dat je toegang- en uitgangcontroles uitvoert, legitimatiedocumenten registreert en risicovolle goederen opspoort door gebruik te maken van detectiepoorten en doorlichtingapparatuur of door te fouilleren. Met camera’s signaleer je onveilige situaties en stel je vast of de afsluitingen goed verlopen. Verder zorg je voor het beheer van de sleutels, piepers en portofoons.”

3.7 Als functie-eis wordt onder meer genoemd het werken in onregelmatige diensten.

3.8 Bij de sollicitatieprocedure voor de functie van bewaarder DUC-Pool behoort een aanstellingskeuring. De aanstellingskeuring bestaat uit een fitheidonderzoek en een medisch onderzoek.

3.9 Klager solliciteert naar de functie van bewaarder DUC-Pool. Bij brief van 4 augustus 2004 nodigt het bevoegd gezag klager uit voor een voorlichtingsbijeenkomst en bij brief van 6 augustus 2004 voor de psychologische test en het fitheidsonderzoek op 13 augustus 2004 bij een adviesbureau.

3.10 Bij brief van 18 augustus 2004 ontvangt klager van het adviesbureau de uitslag van het fitheidonderzoek. Deze brief luidt – voor zover van belang – als volgt: “(………..) Hierbij sturen wij u het resultaat van het fitheidonderzoek. Deze rapportage wordt éénmalig aan u verstrekt en uw uitslag is niet bekend bij de inrichting of dienst waar u solliciteert. (………) In de rapportage kunt u uw persoonlijke uitslag lezen. Let wel: zonder een positief resultaat krijgt u geen positief medisch advies. (………….) ”

3.11 De uitslag voor klager is positief.

3.12 Het bevoegd gezag nodigt klager bij brief van 27 augustus 2004 uit voor de medische keuring op 6 september 2004 te verrichten door de keurend arts, werkzaam bij de Arbo-dienst, vestiging Rotterdam.

3.13 Voorafgaand aan de medische keuring verstrekt de Arbo-dienst aan keurlingen – voor zover relevant - de volgende schriftelijke informatie: “(…) Tijdens de aanstellingskeuring en of periodieke keuring wordt gekeken naar die kenmerken van uw gezondheid die direct te maken hebben met de risico’s in uw (nieuwe) functie. Om u te beschermen gelden voor het onderzoek strenge eisen op het gebied van privacy, recht op informatie en herkeuring. Samen met deze brief ontvangt u een vragenlijst (…..)
De medische keuring houdt het volgende in:
Vooronderzoek: ogentest, kleurentest, lengte en gewicht, bloeddruk, gehoortest, ECG en een vingerprik voor de controle van glucose.
Na het vooronderzoek gaat u naar de bedrijfsarts om e.e.a. te bespreken, waaronder de vragenlijst, uitslagen van de test en een lichamelijk onderzoek. De bedrijfsarts zal het advies – geschikt of ongeschikt – altijd met u bespreken. Een enkele keer kan de bedrijfsarts niet meteen een geschiktheidadvies geven, b.v. als nader onderzoek of informatie bij de behandelend arts nodig is. De uitslag van uw keuring krijgt u, en de aanvrager van de keuring binnen een week per brief toegestuurd. (….)”

3.14 Klager ontvangt tijdens de sollicitatieprocedure via het bevoegd gezag bovenvermelde vragenlijst en vult bij de desbetreffende vragen in, dat hij medicijnen gebruikt in verband met diabetes.

3.15 De keuring wordt verricht bij de Arbo-dienst, vestiging Rotterdam, voor de functie van “Bewaarder”. De keuringsrichtlijnen zijn van vóór 1997. Volgens de functie-informatie in de keuringsrichtlijnen onder het kopje “Bewaarder” doet de bewaarder dienst als lid van een bewakingsdienst/ beveiligingseenheid van de Dienst Algemeen Beheer bij een Penitentiaire Inrichting. De fysieke functie-eisen voor deze functie zijn “een lichamelijk goede conditie met een goed belastbare wervelkolom en functioneel stabiele extremiteiten (mede in verband met verplicht gestelde ME-opleiding bij de Rijkspolitie).” Diabetes mellitus vormt volgens de daarbij gebruikte medische criteria een absolute contra-indicatie.

3.16 Ná de keuring deelt de keurend arts klager mondeling mee dat hij ongeschikt is voor de functie van Bewaarder op grond van diabetes mellitus. Klager is het niet eens met deze uitslag. Klager wordt door de keurend arts bij brief van 7 september 2004 uitgenodigd voor een spreekuurbezoek bij een andere bedrijfsarts van de Arbo-dienst, eveneens bij de vestiging Rotterdam. Deze afspraak gaat vervolgens niet door, omdat deze bedrijfsarts klager telefonisch laat weten dat hij toch zal worden afgekeurd.

3.17 Bij brief van 15 september 2004 deelt de keurend arts het bevoegd gezag – voor zover van belang - het volgende mee: “ (…..) Naar aanleiding van uw verzoek van 6 september 2004 bericht ik u betreffende de heer (klager). Het resultaat van het op 10 september 2004 verrichte medisch onderzoek luidt: ongeschikt voor de functie. In verband met dit onderzoek luidt mijn aanvullend advies: Betrokkene kan tegen deze uitspraak schriftelijk in verweer gaan. (…..)”

3.18 Een tijdens de zitting bij de Commissie overgelegde brief van eveneens 15 september 2004, tevens gericht aan het bevoegd gezag en ondertekend door dezelfde keurend arts, luidt – voor zover van belang – : “Maandag 6 september 2004 hebben wij op uw verzoek bij ( klager) een medische keuring verricht. Dit vond plaats in het kader van een aanstellingskeuring voor de functie van PIW ’er. Op basis van de ons ten tijde van de keuring ter beschikking gestelde informatie hebben wij betrokkene niet geschikt bevonden voor de uitoefening van de aangevraagde functie. Betrokkene kan een verzoek indienen voor een herkeuring. Hij wordt middels een brief geïnformeerd over de gang van zaken en de wijze van handelen. Het secretariaat van de herkeuringscommissie is gehuisvest in Den Haag (……). Contactpersoon is (….).”

3.19 Een, eveneens tijdens de zitting bij de Commissie overgelegde brief van 15 september 2004, gericht aan klager en ondertekend door de keurend arts luidt – voor zover van belang – :
“Maandag 6 september 2004 hebben wij op verzoek van ( het bevoegd gezag) een medische basis keuring verricht bij u. Dit vond plaats in het kader van een aanstellingskeuring voor de functie van PIW ’er. Op basis van (….) niet geschikt bevonden voor de uitoefening van de functie. U kunt schriftelijk een verzoek indienen voor een herkeuring. Het secretariaat van de herkeuringscommissie is gehuisvest in Den Haag (……). Contactpersoon is (….).

3.20 Klager dient bij brief van 16 september 2004, gericht aan de Arbo-dienst te Rotterdam waar hij is gekeurd, een verzoek om herkeuring in. Vervolgens vindt op 23 september 2004 een gesprek plaats met een bedrijfsarts van de Arbo-dienst, vestiging Utrecht. Op 28 september 2004 laat deze bedrijfsarts klager telefonisch weten dat dit gesprek geen herkeuring betreft, maar dat klager zich moet richten tot de commissie herkeuring in Den Haag. De herkeuring vindt uiteindelijk plaats op 26 november 2004 bij de commissie herkeuring, samengesteld uit twee bedrijfsartsen van de Arbo-dienst, vestiging Amsterdam, en een extern verzekeringsgeneeskundige. Ná de keuring wordt klager mondeling meegedeeld dat hij wordt afgekeurd op grond van diabetes mellitus.

3.21 Bij brief van 1 december 2004 deelt de secretaris van de commissie herkeuring het bevoegd gezag mee dat het resultaat van de herkeuring luidt “ongeschikt voor de functie”.

4 Standpunten van klager

4.1 Klager stelt allereerst dat de aanstellingskeuring niet mocht plaats vinden, omdat hij al twee jaar via het beveiligingsbedrijf zonder problemen de functie vervult van bewaarder.

4.2 Daarnaast is klager van mening dat hij niet mocht worden afgekeurd louter op grond van het feit dat hij op de vragenlijst, ontvangen via het bevoegd gezag na afloop van het groepsassessment te Gouda op 27 augustus 2004, heeft ingevuld dat hij diabetes mellitus heeft, terwijl er verder geen medisch onderzoek is gedaan en hij tot nu toe nooit fysieke problemen heeft ondervonden bij het uitoefenen van de taken van bewaarder in een penitentiaire inrichting.

4.3 De keurend arts achtte hem in eerste instantie geschikt voor de functie, maar kon hem niet goedkeuren, omdat zij dit, naar haar zeggen, volgens de keuringsrichtlijnen niet mocht doen.

4.4 De keuring is gebaseerd op oude richtlijnen, terwijl de functie van bewaarder DUC-Pool een nieuwe functie is. Ook zijn de werkomstandigheden anders dan in een penitentiaire inrichting. Bij de functie van Bewaarder in een penitentiaire inrichting wordt vaker gewerkt in onregelmatige diensten dan bij de functie van bewaarder DUC-Pool, omdat deze detentiecentra om vijf uur ’s middags dicht gaan.

4.5 Voorts is klager van mening dat hij niet goed is geïnformeerd over de herkeuringsprocedure, zodat hij het gevoel had van het kastje naar de muur te zijn gestuurd.

4.6 Klager betwist de ontvangst van de tijdens de zitting bij de Commissie overgelegde bescheiden, genoemd onder 3.13 en 3.19.

5 Standpunten van verweerders

Keurend arts:

5.1 De aanstellingskeuring is terecht uitgevoerd, omdat het een nieuwe functie betreft, waarnaar klager heeft gesolliciteerd.

5.2 De Arbo-dienst is tot het jaar 2000 actief betrokken geweest bij het ontwikkelen en actualiseren van de keuringsrichtlijnen.

5.3 Hoewel de keuringsrichtlijn voor de functie van Bewaarder dateert van vóór 1997, heeft de komst van de WMK geen aanleiding gegeven deze keuringsrichtlijn te herzien.

5.4 Naar aanleiding van de opgesomde relatieve en absolute contra-indicaties worden de functie eisen en de bijbehorende taken getoetst. In de richtlijnen voor de functie van Bewaarder wordt steeds aangegeven of er nog specifiek biometrisch onderzoek verricht moet worden en aan welke criteria de uitslagen dienen te voldoen.

5.5 Diabetes mellitus is een absolute contra-indicatie voor de functie van Bewaarder.

5.6 Op de dag van de keuring is klager geïnformeerd over de mogelijkheden die er zijn bij een negatieve uitslag in verband met de diabetes mellitus, te weten terugtrekken uit de sollicitatieprocedure, de uitslag “ongeschikt” accepteren dan wel bezwaar maken tegen de uitslag.

5.7 In de brief van 15 september 2004 wordt aangegeven hoe klager het secretariaat van de herkeuringscommissie kan bereiken.

Herkeurend artsen:

5.8 Bij het werken in onregelmatige wisseldiensten wordt diabetes mellitus als absolute contraindicatie beschouwd vanwege de veiligheidseisen in verband met bewakingstaken en calamiteitenbeheersing. Onregelmatige diensten kunnen dan tot problemen leiden. Diabetes mellitus is beter beheersbaar bij regelmatige wisseldiensten.

5.9 Bij de individuele afweging wordt in beschouwing genomen of de keurling insuline afhankelijk is of niet. Bij insuline afhankelijke diabetes is er geen ruimte voor afwijking van de algemene norm.

5.10 Er valt te discussiëren over het feit dat de keuringsnormen verouderd zijn, maar als commissielid dienen we ons te houden aan de vigerende keuringsnormen, die geen ruimte bieden voor afwijking.

6 Overwegingen van de Commissie

6.1 Voorop staat dat, gelet op de tekst en de doelstellingen van de WMK en overige regelgeving, waaronder het Protocol Aanstellingskeuringen van juni 1995, in werking sinds 1 januari 1996 (1), moet worden uitgegaan van een strikte scheiding van verantwoordelijkheden en bevoegdheden tussen de (her)keurend artsen en de keuringvrager. De Commissie geeft daarom afzonderlijk een oordeel over het handelen van de (her)keurend artsen (oordeel 2005-05) en de keuringvrager (oordeel 2005-04).

6.2 Gelet op de uitgangspunten van de wetgever bij de totstandkoming van de WMK, heeft de (her)keurend arts een eigen verantwoordelijkheid in relatie tot de keurling (sollicitant), in relatie tot de keuringvrager, en, zonodig, de eigen Arbo-dienst. Ook artikelen van het Burgerlijk Wetboek betreffende de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO), de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG), alsmede het Protocol Aanstellingskeuringen gaan uit van de eigen verantwoordelijkheid van de (her)keurend arts. In dit licht bezien heeft de (her)keurend arts een eigenstandige verantwoordelijkheid. Het is derhalve aan de (her)keurend arts om, op basis van wettelijke normen en de professionele standaard, te bepalen of de keuring in overeenstemming is met vigerende regelgeving.

6.3 De voorliggende kwestie betreft de vraag of verweerders handelen in strijd met de WMK door in opdracht van het bevoegd gezag bij klager een aanstellingskeuring te verrichten voor de functie van Bewaarder DUC-Pool en vervolgens aan het hebben van diabetes mellitus een negatieve gevolgtrekking te verbinden voor het uitoefenen van deze functie.

6.4 Ten aanzien van het in opdracht van het bevoegd gezag verrichten van de aanstellingskeuring overweegt de Commissie als volgt.

6.5 Artikel 1, onderdeel a, van de WMK bepaalt – voorzover hier van belang – dat onder een keuring wordt verstaan vragen over de gezondheidstoestand van de keurling en het verrichten van medisch onderzoek in verband met het aangaan of wijzigen van:
1e . (……………………)
2e . een aanstelling in openbare dienst. 

6.6 Vaststaat dat klager heeft gesolliciteerd naar de functie van bewaarder DUC-Pool bij het bevoegd gezag, voor welke functie een aanstellingskeuring verplicht is. Het betoog van klager dat hij reeds bij het bevoegd gezag werkzaam is in een functie met soortgelijke taken en de aanstellingskeuring om die reden in strijd zou zijn met de WMK kan de Commissie niet volgen, nu de sollicitatie naar de betreffende functie het aangaan van een nieuwe functie betreft en klager niet in dienst is bij het bevoegd gezag. De Commissie is derhalve van oordeel dat het primaire verweer van klager faalt.

6.7 Ten aanzien van de vraag of er door verweerders is gehandeld in strijd met de WMK wat betreft de uitvoering van de aanstellingskeuring overweegt de Commissie het volgende.

6.8 Een aanstellingskeuring mag ingevolge artikel 4, eerste lid, van de WMK juncto artikel 3, eerste lid, van het Besluit aanstellingskeuringen, alleen plaats vinden, indien aan de vervulling van de betreffende functie en de daarbij behorende taken bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid moeten worden gesteld, waaronder wordt begrepen de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van de keurling (sollicitant) en van derden bij de uitvoering van de desbetreffende arbeid, terwijl de risico’s voor de gezondheid en de veiligheid niet met gangbare maatregelen, overeenkomstig de stand der wetenschap en professionele dienstverlening, kunnen worden gereduceerd.

6.9 Uit dit laatste volgt dat alleen de aanwezigheid van functie-eisen – belastingen die als functie eis aan de desbetreffende functie zijn gekoppeld – een rechtvaardiging kan vormen voor het uitvoeren van een aanstellingskeuring, en dat de risico’s, die met de functie samenhangen, in eerste instantie, zoveel als mogelijk is, door de werkgever (het bevoegd gezag) door middel van preventieve maatregelen dienen te worden beperkt.

6.10 De Commissie merkt op dat de onderhavige functie-eisen van “Bewaarder”, zo die al van toepassing zijn op de “nieuwe” functie van Bewaarder DUC-Pool, op geen enkele
wijze aansluiten bij de medische eisen. Immers, in de keuringsrichtlijnen van de Arbo-dienst, weergegeven onder 3.15, wordt geen verband gelegd tussen de bijzondere eisen van medische geschiktheid, welke staan genoemd onder het kopje “Bewaarder”, en de medische criteria genoemd in de keuringsrichtlijnen.

6.11 Uit de hierboven genoemde artikelen van de WMK en het Besluit aanstellingskeuringen blijkt het nu juist de bedoeling te zijn van de WMK om het aantal aanstellingskeuringen te beperken tot die situaties, waarbij functie eisen een bijzonder beroep doen op de medische geschiktheid van de kandidaat. Daarbij dienen dan per bijzondere functie-eis (medische) toetsingscriteria te worden ontwikkeld, waarbij bovendien moet worden nagegaan of er valide onderzoeksmethoden bestaan om die toetsing mogelijk te maken. De Commissie vindt een dergelijke systematiek hier niet terug. De keuringsrichtlijnen bestaan uit een lijst van ziekten en afwijkingen met absolute en relatieve contra indicaties om deze functie te vervullen. Op basis hiervan is aan een toekomstig sollicitant nauwelijks duidelijk te maken wat de functieeisen zijn, waarop hij of zij wordt gekeurd en welke de toetsingscriteria met betrekking tot de functie eisen zijn.

6.12 Tevens overweegt de Commissie dat de uitwerking van de relatieve en absolute contraindicatie voor diabetes mellitus onjuist is. Dit geeft te veel de indruk van een absoluut gestelde negatieve uitsluitinglijst, waaruit niet blijkt dat die op evidence based wijze is samengesteld en derhalve geen recht doet aan de belangrijke rol van het adaptievermogen van mensen met een aandoening of handicap. Zo is de uitsluiting van iedereen met een insuline afhankelijke diabetes bij veiligheidsfuncties en onregelmatige werktijden niet in overeenstemming met de huidige inzichten omtrent de mogelijkheden tot een goede instelling en controle daarvan (2) .

6.13 Evenals bij de beoordeling van de fysieke belastbaarheid moet volgens huidige inzichten ook bij wisselende werktijden, in tegenstelling tot hetgeen de herkeurend artsen betogen, op individueel niveau worden gekeken naar de mate waarin men in staat is zich aan te passen. In dat verband overweegt de Commissie, dat verweerders geen rekening hebben gehouden met het feit dat klager heeft aangegeven een goed ziekte-inzicht en copinggedrag te hebben.

6.14 Voorts is door klager gesteld en door verweerders niet weersproken dat de keurend arts hem in eerste instantie op grond van de voorhanden zijnde gegevens geschikt achtte voor de functie, maar hem volgens de keuringsrichtlijnen niet “mocht” goedkeuren. Zoals hierboven reeds is overwogen heeft de (her)keurend arts een eigenstandige verantwoordelijkheid en is het derhalve aan de (her)keurend arts om, op basis van de professionele standaard, een eigen afweging te maken over de geschiktheid van de keurling conform de richtlijn ARA en daarbij te bezien of de keuringsrichtlijnen in overeenstemming zijn met de meest recente wetenschappelijke inzichten.

6.15 Gelet op vorenstaande overwegingen is de Commissie van oordeel dat verweerders hebben gehandeld in strijd met artikel 10, eerste lid, van de WMK, waarin wordt bepaald dat de keurend arts en geneeskundig adviseur hun taak uitoefenen met behoud van hun zelfstandig oordeel op het gebied van hun deskundigheid en van hun onafhankelijkheid ten opzichte van de keuringvrager.

6.16 Ten aanzien van de gang van zaken rond de informatie omtrent de herkeuring overweegt de Commissie als volgt.

6.17 Blijkens artikel 12 van de WMK treft de keuringvrager een regeling voor herkeuring door een onafhankelijk geneeskundige. In zoverre is de brief van 15 september 2004, geciteerd onder 3.17, van de keurend arts gericht aan het bevoegd gezag juist. Het was immers aan het bevoegd gezag om actie te ondernemen.

6.18 De situatie was echter anders. Klager is blijkens de feiten vermeld onder 3.16 en 3.20 niet goed geïnformeerd, waaraan de betreffende Arbo-dienst mede debet is door rondom de herkeuringsprocedure verwarring bij klager te scheppen. De naderhand namens de Arbodienst overgelegde brieven, geciteerd onder 3.18 en 3.19, doen daaraan niet af. Immers, gelet op de gang van zaken bij een “(her)keuring” bij de Arbo-dienst, vestiging Utrecht, welke ter zitting niet is betwist, is niet komen vast te staan dat deze brieven zijn verstuurd, althans niet aan klager, die overigens de ontvangst daarvan betwist. Dit blijkt ook uit het feit, dat klager zijn verzoek om herkeuring bij brief van 16 september 2004 niet heeft gericht aan de secretaris van de herkeuringscommissie te Den Haag, maar aan de Arbo-dienst, vestiging Rotterdam, waar hij de eerste keuring had ondergaan.

6.19 De Commissie is van oordeel dat, hoewel de Arbo-dienst ingevolge de WMK niet verantwoordelijk is voor het regelen van de herkeuring, haar de onderhavige gang van zaken niettemin mag worden aangerekend.

6.20 Bovenstaande geldt ook voor de informatie geciteerd onder 3.13 betreffende de medische keuring, nu namens de Arbo-dienst niet is weersproken dat klager de vragenlijst heeft ontvangen via het bevoegd gezag na afloop van de groepsassessment te Gouda en het derhalve aannemelijk is, dat klager de betreffende informatieve brief van de Arbo-dienst niet heeft ontvangen. Overigens is deze informatie standaard (geschreven voor zowel periodieke keuringen als voor aanstellingskeuringen) en derhalve niet gericht op de specifieke functie waarvoor wordt gekeurd.

7 Oordeel van de Commissie
Verweerders hebben gehandeld in strijd met de WMK door een aanstellingskeuring te verrichten, waarbij niet is voldaan het de bepalingen van artikel 4, eerste lid, WMK en artikel 3, eerste lid van het Besluit aanstellingskeuringen. Voorts hebben verweerders gehandeld in strijd met artikel 10, eerste lid, WMK, zoals overwogen onder 6.12 tot en met 6.15.

Aldus gegeven te Utrecht op 14 maart 2005 door Th. M. G. van Berkestijn, arts, voorzitter, prof. mr. A.C. Hendriks en mr. M.J. Kelder, bedrijfsarts, leden van de Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen in tegenwoordigheid van mr. A.D. van Zeben, secretaris.
  1. Het Protocol Aanstellingskeuringen kan blijkens de nota van toelichting bij het Besluit tot regeling van de aanstellingskeuringen van 23 november 2001, Stb. 2001, 597, en bij het Besluit tot regeling van de klachtenbehandeling aanstellingskeuringen van 23 november 2001, Stb. 2001,598, worden beschouwd als een nadere invulling van de WMK en het Besluit Aanstellingskeuringen.
  2. 16 Handboek Arbeid en Belastbaarheid, tweede, herziene druk, december 2003, deel A5, nr.11, P.G.W. Grijpink, R.J. Heine; zie ook advies CKA A2003-02