Oordeel 2005-07

Klager solliciteert naar de functie van chefmonteur bij een installatiebedrijf. In de functieomschrijving worden geen fysieke functie-eisen genoemd. Tijdens het arbeidsvoorwaardengesprek wordt klager gevraagd mee te werken aan een aanstellingskeuring en worden aan hem mondeling de functie-eisen meegedeeld. Klager heeft geen schriftelijke informatie over de medische functie-eisen en over zijn rechten gekregen. Weigeren van de keuring zou een afwijzing voor de functie betekenen.
Klager blijkt rugbeperkingen te hebben. De keurend arts bespreekt dit met de opdrachtgever/werkgever. Klager wordt niet aangenomen in verband met zijn rug.
De werkgever stelt, dat niemand erbij gebaat zou zijn als klager werd aangenomen, terwijl klager niet voldeed aan de fysieke eisen. Wellicht had klager zelf, tijdens sollicitatieprocedure, zijn rugbeperkingen aan de orde moeten stellen.
De Commissie overweegt, dat er sprake is van een aanstellingskeuring waarbij de functieomschrijving met functie-eisen, zoals aan klager verstrekt, verschilt van de functie-eisen, waarop keurend arts heeft gekeurd. Voor de sollicitant is daarom onduidelijk waarop wordt gekeurd. De werkgever heeft geen schriftelijk advies gevraagd aan een gecertificeerde Arbo-dienst. De sollicitant heeft geen schriftelijke informatie ontvangen over doel, vragen en onderzoeken. Dat een aanstellingskeuring deel uitmaakt van sollicitatieprocedure had in de advertentietekst moeten worden vermeld.
De Commissie overweegt, dat ten aanzien van het verstrekken van fysieke beperkingen op sollicitanten een beperkte mededelingsplicht rust. Een sollicitant is niet gehouden om niet voor de functie relevante informatie te verstrekken tijdens een sollicitatiegesprek.


Oordeel 2005-07

Utrecht, 28 april 2005

1 De klacht

1.1 Op 27 januari 2005 heeft klager de Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen (hierna: Commissie) verzocht haar oordeel uit te spreken over de vraag of de werkgever (hierna: verweerder) bij wie hij had gesolliciteerd, heeft gehandeld in strijd met de Wet op de medische keuringen (WMK) door aan het eind van de sollicitatieprocedure voor de functie van chefmonteur klager te verzoeken mee te werken aan een aanstellingskeuring door een bedrijfsarts (hierna: keurend arts) van de arbodienst, gevestigd te E. (hierna: Arbo-dienst), terwijl er geen bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid zijn vastgelegd, welke keuring heeft geresulteerd in de beslissing van verweerder om, op grond van medisch inhoudelijke vragen en/of mededelingen van de keurend arts, de aanstelling geen doorgang te laten vinden.

2 De loop van de procedure

2.1 De Commissie heeft het verzoek in behandeling genomen en een onderzoek ingesteld.

2.2 Verweerder heeft een verweerschrift overgelegd met bijlagen.

2.3 De Commissie heeft het bemiddelingsbureau, dat klager met verweerder in contact heeft gebracht, vragen gesteld. Het bemiddelingsbureau heeft de vragen bij e-mail van 25 februari 2005 beantwoord. Partijen hebben een kopie ontvangen van deze correspondentie.

2.4 Partijen zijn in de gelegenheid gesteld hun standpunten nader toe te lichten tijdens de hoorzitting op 8 maart 2005.

2.5 Tijdens de hoorzitting heeft de Commissie de vertegenwoordiger van de Arbo-dienst verzocht om nadere schriftelijke informatie. Bij brief van 10 maart 2005 heeft de vertegenwoordiger van de Arbo-dienst de informatie verstrekt.

2.6 De Commissie heeft tegen de keurend arts een apart oordeel uitgebracht (oordeel 2005-08).

3 De feiten
Uit de overgelegde bescheiden en overige schriftelijke informatie, en uit hetgeen ter zitting is gesteld en niet is weersproken, is - voorzover voor de beoordeling van de klacht van belang - het navolgende komen vast te staan.

3.1 Klager is monteur.

3.2 Verweerder is een bedrijf dat technische installaties en het onderhoud van die installaties verzorgt. Het hoofdkantoor is gevestigd te H. Verweerder heeft nog tien andere vestigingen in Nederland, waaronder een vestiging te T.

3.3 Klager verneemt van een bemiddelingsbureau dat bij verweerder de functie van chefmonteur vacant is. Het bemiddelingsbureau maakt voor klager een afspraak voor een sollicitatiegesprek bij de vestiging te T. Klager ontvangt van het bemiddelingsbureau een functiebeschrijving van de functie van chefmonteur elektrotechniek.

3.4 De functiebeschrijving luidt - voor zover van belang -: "( ....) het efficiënt en effectief doen organiseren, coördineren en uitvoeren van alle voorkomende elektrotechnische werkzaamheden op projectlocatie(s)." Er worden geen fysieke functie-eisen genoemd.

3.5 Het sollicitatiegesprek vindt plaats op 29 november 2004 met het Hoofd projecten bij de vestiging te T.

3.6 Op 20 december 2004 vindt een arbeidsvoorwaardengesprek plaats in de hoofdvestiging te H. met het Hoofd personeelszaken, bij welk gesprek het Hoofd projecten eveneens aanwezig is.

3.7 Tijdens dit gesprek deelt het Hoofd personeelszaken klager mondeling mee, dat aan de functie een aantal fysieke eisen worden gesteld en dat het van belang is om te weten of klager aan deze eisen voldoet.

3.8 De fysieke functie-eisen zijn, blijkens de door verweerder overgelegde bescheiden: "Werkt op projectlocatie in alle stadia van totstandkoming, van open bouw tot en met glasdicht. De omstandigheden kunnen sterk wisselen en lawaaierig en vuil zijn. Werkt in verschillende, soms ongemakkelijke houdingen. Tilt soms zware voorwerpen. Oefent soms zware trek- en duwkracht uit. Werkt regelmatig op hoogte, op steigers of in kruipruimte. Regelmatig traplopen. Draagt persoonlijke beschermingsmiddelen."

3.9 Het Hoofd personeelszaken vraagt klager mee te werken aan een aanstellingskeuring bij de Arbo-dienst.

3.10 Verweerder verzoekt de Arbo-dienst een aanstellingskeuring te verrichten en de uitslag van de keuring aan hem mee te delen vóór 1 januari 2005 in verband met de opzegtermijn bij de huidige werkgever van klager.

3.11 Bij brief van 21 december 2004 nodigt de Arbo-dienst klager uit voor een aanstellingskeuring op 27 december 2004 onder bijvoeging van een algemene vragenlijst.

3.12 Bij de Arbo-dienst is een procedure vastgelegd voor aanstellingskeuringen (Managementhandboek, hoofdstuk: processen, P-5.7 functiegerichte aanstellingskeuringen).

3.13 De keuring wordt verricht door de keurend arts. Tijdens de keuring moet klager de ingevulde algemene vragenlijst inleveren en wordt laboratorium- en biometrisch onderzoek verricht door de doktersassistente.

3.14 Bij het onderzoek door de keurend arts zelf constateert laatstgenoemde, dat de mate van de fysieke belasting niet is vast te stellen aan de hand van de functiebeschrijving. De keurend arts vraagt nadere informatie over de belasting van de functie aan klager zelf, welke informatie klager niet kan verstrekken. Tevens probeert de keurend arts tijdens de keuring in aanwezigheid van klager tevergeefs deze informatie te verkrijgen bij de bedrijfsarts van verweerder.

3.15 De keurend arts keurt vervolgens toch op de door verweerder aangegeven belastingen. De belastingen zijn blijkens het door verweerder aan de keurend arts verstrekte functieprofiel: op hoogte werken > 2,5 meter, klimaat - hoge lage temperatuur, temperatuurwisselingen, in de buitenlucht, in stof/damp/gassen, in droge/vochtige lucht -, bij draaiende machines, geluid
> 80dB incidenteel.

3.16 De keurend arts constateert "rugbeperkingen" en zoekt diezelfde dag, 27 december 2004, contact met het Hoofd personeelszaken van verweerder en spreekt hem later op die dag.

3.17 Eveneens op 27 december 2004 verneemt klager telefonisch van verweerder, bij monde van het Hoofd personeelszaken, dat er belemmeringen zijn in verband met zijn rug en dat hij daarom niet wordt aangenomen.

4 Standpunten van klager

4.1 Verweerder heeft hem (klager) voorafgaand aan de keuring geen schriftelijke informatie gegeven over de bijzondere eisen van medische geschiktheid en ook niet over zijn rechten.

4.2 Weigeren van het verlenen van medewerking aan het medisch onderzoek zou betekenen dat de aanstelling niet door zou gaan, omdat duidelijk was dat de beslissing voor het al dan niet doorgaan van de aanstelling afhing van het advies van de keurend arts.

4.3 Verweerder heeft bij hem (klager) een algemeen medisch onderzoek laten ondergaan in het kader van een aanstelling, hetgeen in strijd is met de voorschriften van de WMK, nu hij (klager) heeft geconstateerd, dat er geen bijzondere eisen van medische geschiktheid voor de functie van chefmonteur zijn vastgelegd.

4.4 Verweerder heeft onrechtmatig gehandeld door te besluiten de aanstelling geen doorgang te laten vinden op grond van medisch inhoudelijke mededelingen door de keurend arts, waardoor hij (klager) zowel financiële als emotionele schade heeft geleden.

4.5 Hij (klager) heeft een chronische aandoening, welke goed onder controle is en in het geheel geen beperkingen oplevert voor zijn werk.

5 Standpunten van verweerder

5.1 Er is aan klager tijdens het arbeidsvoorwaardengesprek op 20 december 2004 mondeling uitgebreid uitgelegd dat de functie waarop hij solliciteerde fysieke eisen stelt.

5.2 Aan klager is tijdens dit gesprek gevraagd of hij bezwaar had tegen een medisch onderzoek door de keurend arts. Klager heeft verklaard dat hij geen bezwaar had.

5.3 De "Functieomschrijving Chef Monteur" en het "Functieprofiel" met daarop de aangegeven belastingen zijn met het "Verzoek aanstellingskeuring" gestuurd naar de Arbo-dienst.

5.4 Er is niet naar de letter, maar wel naar de geest volgens de voorschriften van de WMK gehandeld.

5.5 De keurend arts heeft in het telefoongesprek van 27 december 2004 meegedeeld, dat er rugklachten in het verleden waren, dat bij zwaarder werk deze rugklachten zouden opspelen en dat de arbeidsovereenkomst gegeven de fysieke eisen een probleem zou gaan worden.

5.6 Verweerder en klager zijn er niet bij gebaat als klager wordt aangenomen in een functie, waarvoor klager niet kan voldoen aan de fysieke eisen.

5.7 Het blijft de vraag of klager niet al uit eigen beweging zijn rugbeperkingen aan de orde had moeten stellen tijdens de sollicitatieprocedure. Desgevraagd deelde klager tijdens het telefoongesprek van 27 december 2004 mee dat hij van zijn rug al enige tijd geen last meer had.

6 Overwegingen van de Commissie

6.1 De voorliggende kwestie betreft de vraag of verweerder heeft gehandeld in strijd met de WMK door opdracht te geven aan de keurend arts tot het verrichten van een aanstellingskeuring voor de functie van chefmonteur en vervolgens op grond van de mededelingen van de keurend arts de toegezegde aanstelling niet door te laten gaan.

6.2 Voorop staat dat, gelet op de tekst en de doelstellingen van de WMK en overige regelgeving, waaronder het Protocol Aanstellingskeuringen van juni 1995, in werking sinds 1 januari 1996 (1) moet worden uitgegaan van een strikte scheiding van verantwoordelijkheden en bevoegdheden tussen de keuringvrager (verweerder) en de keurend arts. De Commissie geeft daarom afzonderlijk een oordeel over het handelen van verweerder (oordeel 2005-07) en van de keurend arts (oordeel 2005-08).

6.3 Artikel 1, onderdeel a, van de WMK bepaalt - voorzover hier van belang - dat onder een keuring wordt verstaan "vragen over de gezondheidstoestand van de keurling en het verrichten van medisch onderzoek in verband met het aangaan of wijzigen van: 1e een burgerrechtelijke arbeidsverhouding die bij of krachtens de Ziektewet of de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering als dienstbetrekking wordt aangemerkt,
(………………………)”.

6.4 Vast is komen te staan dat er in het onderhavige geval sprake is van een aanstellingskeuring in de zin van bovengenoemd artikel 1 van de WMK.

6.5 De voorwaarden voor het verrichten van een aanstellingskeuring en de procedurevoorschriften voor een aanstellingskeuring zijn nader uitgewerkt in de WMK en het Besluit aanstellingskeuringen.

6.6 De werkgever (verweerder) is volgens de WMK en het Besluit aanstellingskeuringen verantwoordelijk voor de schriftelijke vastlegging van de bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid voor de betreffende functie, voor de vastlegging daarvan in keuringsrichtlijnen door een gecertificeerde Arbo-dienst en voor de procedure van de aanstellingskeuring.

6.7 Een aanstellingskeuring mag ingevolge artikel 4, eerste lid, van de WMK, juncto artikel 3, eerste lid, van het Besluit Aanstellingskeuringen, alleen plaats vinden, indien aan de vervulling van de betreffende functie en de daarbij behorende taken bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid moeten worden gesteld, waaronder wordt begrepen de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van de keurling en van derden bij de uitvoering van de desbetreffende arbeid, terwijl de risico's voor de gezondheid en de veiligheid niet met gangbare maatregelen, overeenkomstig de stand der wetenschap en professionele dienstverlening, kunnen worden gereduceerd.

6.8 Uit dit laatste volgt dat alleen de aanwezigheid van functie-eisen - belastingen die als functie eis aan de desbetreffende functie zijn gekoppeld - een rechtvaardiging kan vormen voor het uitvoeren van een aanstellingskeuring, en dat de risico's, die met de functie samenhangen, in eerste instantie, zoveel als mogelijk is, door de werkgever door middel van preventieve maatregelen dienen te worden voorkomen.

6.9 Uit de hierboven genoemde artikelen van de WMK en het Besluit aanstellingskeuringen blijkt het nu juist de bedoeling te zijn van de WMK om het aantal aanstellingskeuringen te beperken tot die situaties, waarbij functie-eisen een bijzonder beroep doen op de medische geschiktheid van de kandidaat. Daarbij dienen dan per bijzondere functie-eis (medische) toetsingscriteria te worden ontwikkeld, waarbij bovendien moet worden nagegaan of er valide onderzoeksmethoden bestaan om die toetsing mogelijk te maken.

6.10 Ingevolge artikel 8, eerste lid, van de WMK, en artikel 3, tweede lid, van het Besluit aanstellingskeuringen, legt de keuringvrager (verweerder) de functie-eisen, het doel van de keuring, de vragen welke ten aanzien van de gezondheid zullen worden gesteld, en de medische onderzoeken welke mogen worden verricht, schriftelijk vast, nadat de keuringvrager daarover en over de rechtmatigheid van de keuring schriftelijk advies heeft gevraagd aan een gecertificeerde Arbo-dienst.

6.11 De overlegde functieomschrijving van de fysieke aspecten van de functie van chefmonteur, die aan klager zijn verstrekt en de functie-eisen, die aan de arts zijn verstrekt en waarop de arts heeft gekeurd, verschillen van elkaar. De Commissie vindt derhalve de onder 6.9 genoemde systematiek niet terug, zodat aan een toekomstig sollicitant niet is duidelijk te maken waarop hij of zij wordt gekeurd.
Ook is gebleken, dat geen schriftelijk advies is gevraagd aan een gecertificeerde Arbo-dienst, zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid, van het Besluit aanstellingskeuringen.

6.12 Gelet op vorenstaande overwegingen is de Commissie van oordeel, dat verweerder heeft gehandeld in strijd met genoemde artikelen van de WMK en het Besluit aanstellingskeuringen, nu verweerder, zoals overwogen, verantwoordelijk is voor de schriftelijke vastlegging van de bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid, nadat daarover en over de rechtmatigheid van de keuring schriftelijk advies is gevraagd aan een gecertificeerde Arbodienst. De Commissie wil hierbij benadrukken dat verweerder niet alleen in strijd met de letter van de wet heeft gehandeld, maar evenzeer in strijd met de geest van de wet. Dit, in tegenstelling tot het betoog van verweerder.

6.13 Voorts is de Commissie van oordeel, dat verweerder niet heeft voldaan aan de procedurevoorschriften van de WMK.

6.14 Immers, artikel 8, tweede lid, van de WMK, nader uitgewerkt in artikel 5 van het Besluit aanstellingskeuringen, bepaalt dat de keurling (sollicitant) tijdig vóór de aanvang van de keuring recht heeft op begrijpelijke schriftelijke informatie door de werkgever over doel, vragen en onderzoeken als bedoeld in het eerste lid, hierboven genoemd onder 6.10 en 6.11, en over diens rechten, zoals het recht op herkeuring (artikel 12 WMK), het inzien van het schriftelijk advies van de Arbo-dienst aangaande de keuringseisen (artikel 5 van het Besluit aanstellingskeuringen), en de mogelijkheid een klacht in te dienen bij de Commissie (artikel 5 van het Besluit aanstellingskeuringen). Dat een aanstellingskeuring onderdeel uitmaakt van de sollicitatieprocedure moet bij de werving ( in de advertentietekst) worden vermeld (artikel 4 van het Besluit aanstellingskeuringen).

6.15 Het betoog van verweerder dat de fysieke aspecten van de functie aan klager uitvoerig zijn uitgelegd tijdens het gesprek met het Hoofd personeelszaken houdt, gelet op vorenstaande, geen stand. Dit geldt ook voor het betoog van verweerder dat het door verweerder gevraagde onderzoek door de keurend arts met instemming van klager heeft plaatsgevonden, nu een sollicitant zich in een dergelijke situatie altijd in een onvrije positie bevindt.

6.16 Ten slotte overweegt de Commissie ten aanzien van het betoog van verweerder dat klager wellicht zijn beperkingen tijdens de sollicitatieprocedure had moeten melden allereerst dat klager verweerder desgevraagd tijdens het telefoongesprek van 27 december 2004 heeft meegedeeld geen klachten meer te hebben. Voorts wijst de Commissie er op dat, zowel volgens jurisprudentie (2) aangaande deze vraag, alsmede op grond van de WMK, op sollicitanten een beperkte mededelingsplicht rust. Dit vanwege de meer restrictieve opstelling van de wetgever met betrekking tot de aan een functie te stellen eisen van medische geschiktheid. Indien niet voorzienbaar is dat de klachten van een sollicitant van invloed zijn op zijn of haar functioneren, kan niet worden gesteld dat het niet melden van deze klachten tijdens de sollicitatie gelijk staat aan het verstrekken van onjuiste informatie dan wel het achterhouden van voor de betreffende functie relevante informatie. Ook anderszins is een sollicitant niet gehouden om niet relevante informatie te verstrekken tijdens een sollicitatiegesprek.
De Commissie verwijst hier ook naar haar oordelen 2002-05 en 2003-04, waarin de Commissie overweegt dat het aan sollicitanten is om het initiatief te nemen of zij voor hun eigen belang bedoelde informatie willen verstrekken tijdens de sollicitatieprocedure (3).
In dit verband wijst de Commissie ook op de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGB h/cz (4) ). De WGB h/u gaat er, in het verlengde van de WMK, van uit dat het initiatief bij de sollicitant dient te liggen.

7 Oordeel van de Commissie

Op grond van vorenstaande overwegingen komt de Commissie tot het oordeel dat de klacht gegrond is.

Verweerder heeft gehandeld in strijd met de Wet op de medische keuringen door bij klager een aanstellingskeuring te doen verrichten, welke niet voldoet aan de bepalingen van de WMK en het Besluit aanstellingskeuringen.

Om redenen ontleend aan het algemeen belang zal het oordeel geanonimiseerd worden gepubliceerd op de website van de Commissie en worden aangeboden aan de daarvoor in aanmerking komende juridische en medische tijdschriften.
Aldus gegeven te Utrecht op 28 april 2005 door Th.M.G. van Berkestijn, voorzitter, mr. E. Cremers-Hartman en prof. dr. J.H.B.M. Willems, bedrijfsarts, leden van de Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen in tegenwoordigheid van mr. A.D. van Zeben, secretaris.


  1. Het protocol Aanstellingskeuringen kan blijkens de nota van toelichting bij het Besluit tot regeling van de aanstellingskeuringen van 23 november 2001, Stb. 2001, 597, en bij het Besluit tot regeling van de klachtenbehandeling aanstellingskeuringen van 23 november 2001, Stb. 2001, 598, worden beschouwd als een nadere invulling van de WMK en het Besluit Aanstellingskeuringen.
  2. Ktg.Arnhem 13 september 1999, Prg. 2000, 5401; Rb. Rotterdam 1 april 1999, JAR 1999, 99, TvGR 2000, 14, Ktg. Rotterdam 16 maart 2001 en 20 juli 2001, JAR 2001, 182, en Sector kanton Rechtbank Utrecht 28 januari 2005, LJN AS6427.
  3. De Commissie verwijst naar de Kamerstukken II 1999/2000, Aanhangsel, p.1675.
  4. Stb. 2003, 206