Oordeel 2005-09

Klager krijgt tijdens het sollicitatiegesprek mondelinge informatie over de functie-eisen en de keuring, die bestaat uit onder meer een fietsproef. Op het vragenformulier vermeldt klager, dat hij diabetes heeft. De keurend arts verricht een volledige keuring. Telefonisch hoort klager, dat hij onder meer is afgekeurd op grond van diabetes.


Oordeel 2005-09

1 De klacht

1.1 Op 12 april 2005 heeft klager de Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen (hierna: Commissie) verzocht haar oordeel uit te spreken over de vraag of het bevoegd gezag, de Brandweer (hierna: verweerder), bij wie hij had gesolliciteerd naar de functie van vrijwillig brandweerman heeft gehandeld in strijd met de Wet op de medische keuringen (WMK) door hem op grond van de uitslag van de aanstellingskeuring “ongeschikt voor de functie vanwege het hebben van diabetes mellitus type 1”, af te wijzen voor deze functie.

2 De loop van de procedure

2.1 De Commissie heeft het verzoek in behandeling genomen en een onderzoek ingesteld. In het kader hiervan heeft de Commissie bij verweerder nadere informatie opgevraagd. Verweerder is niet in staat gebleken deze gegevens tijdig te overleggen.

2.2 Partijen zijn in de gelegenheid gesteld hun standpunten nader toe te lichten tijdens de hoorzitting op 21 juni 2005.

2.3 De Commissie heeft tegen de keurend arts een apart oordeel uitgebracht (oordeel 2005-10).

3 De feiten

Uit de door klager overgelegde bescheiden, en uit hetgeen ter zitting is gesteld en niet is weersproken, is – voorzover voor de beoordeling van de klacht van belang – het navolgende komen vast te staan.

3.1 Klager werkte tot voor kort als zeefdrukoperator in een drieploegendienst. Klager heeft de opleiding voor bedrijfshulpverlener gedaan. Naar aanleiding daarvan is hij geattendeerd op de functie van vrijwillig brandweerman bij verweerder.

3.2 De keurend arts verricht in opdracht van verweerder de aanstellingskeuringen.

3.3 Klager solliciteert in maart 2005 mondeling bij verweerder naar deze functie en wordt uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek bij verweerder op 18 maart 2005.

3.4 Tijdens het sollicitatiegesprek krijgt klager mondeling informatie over de functie-eisen en over de keuring, onder andere over de inspanningstest, de zogenaamde fietsproef.

3.5 Bij brief van 29 maart 2005 deelt verweerder klager mee dat het sollicitatiegesprek positief is bevonden en dat klager binnen zes weken telefonisch een afspraak moet maken met de Arbo-dienst voor de keuring.

3.6 Klager doet dit per ommegaande en ontvangt vervolgens een uitnodiging van de Arbo-dienst voor een keuring op 8 april 2005. Bij de uitnodiging is een vragenformulier gevoegd, dat klager ingevuld moet meenemen naar de keuring. Op het vragenformulier vult klager in dat hij in behandeling is voor diabetes.

3.7 De keuring wordt verricht door de keurend arts, werkzaam bij de Arbo-dienst. Naast het bespreken van het vragenformulier bestaat de keuring uit een inspanningstest op de fietsergometer, een algemeen lichamelijk onderzoek en een longfunctietest.

3.8 Na afloop van de keuring deelt de keurend arts klager mee, dat hij hem in beginsel ongeschikt acht voor de functie, maar dat hij nog wil overleggen met collega’s. De keurend arts deelt klager mee dat hij de officiële uitslag van verweerder zal vernemen. 

3.9 Kort daarop verneemt klager telefonisch van verweerder dat hij is afgekeurd voor de functie van vrijwillig brandweerman op grond van het hebben van diabetes.

4 Standpunten van klager

4.1 Klager is niet aangenomen door verweerder, omdat hij op het vragenformulier had ingevuld dat hij diabetes heeft. Op grond daarvan is hij door de keurend arts zonder nader onderzoek wat betreft zijn diabetes afgekeurd voor de functie van vrijwillig brandweerman.

4.2 Klager is voorafgaand de keuring door verweerder er niet van op de hoogte gesteld dat diabetes een contra-indicatie is voor de functie van brandweerman.

4.3 Klager voelt hypo’s goed aankomen. Hij begint dan te zweten en te trillen. Hij neemt Dextro Energy en dat helpt meteen. Hij heeft ’s nachts geen problemen en in de nachtdiensten geen problemen gehad.

4.4 Desgevraagd verklaart klager dat verweerder hem erop heeft gewezen dat de fietsproef niet zo goed was gegaan.

4.5 Klager was er niet van op de hoogte dat hij een herkeuring kon aanvragen en kan zich desgevraagd niet herinneren informatie te hebben ontvangen van de Arbo-dienst.

4.6 Klager heeft het adres van de Commissie gevonden op internet.

5 Standpunten van verweerder

5.1 Het brandweerkorps bestaat volledig uit vrijwilligers, die 24 uur per dag inzetbaar moeten zijn.

5.2 Bij verweerder gaat men ervan uit dat de sollicitant alle informatie over de keuring en de herkeuring krijgt van de Arbo-dienst.

5.3 Bij het sollicitatiegesprek wordt mondeling informatie gegeven over de fysieke belasting van de functie, waarvoor onder andere onderzoek wordt gedaan door middel van de fietsproef.

5.4 In het algemeen is het zo dat de keurend arts de uitslag van het medisch onderzoek meedeelt aan verweerder. De uitslag luidt: geschikt of ongeschikt. Verweerder deelt de uiteindelijke uitslag mee aan de sollicitant.

5.5 Verweerder is er op informele wijze achter gekomen dat klager diabetes patiënt is en heeft dat in het gesprek met de keurend arts betreffende de uitslag van de keuring ter sprake gebracht. Daarna heeft verweerder in het telefoongesprek met klager, waarbij hij aan klager de uitslag van de keuring heeft meegedeeld, daarvan gewag gemaakt.

6 Informatie van de keurend arts

6.1 Er zijn functie-eisen voor de functie van vrijwillig brandweerman en die zijn vertaald in medische eisen, zoals de lichamelijk zeer goede conditie. De functie-eisen en de medische eisen staan in het Handboek keuringen 2004, keuring brandweer, opgesteld door W. Bronkhorst, Arbo Unie West.

6.2 De keurend arts heeft ter zitting verklaard dat bij klager de volledige aanstellingskeuring is verricht en dat klager is afgekeurd mede op grond van zijn fysieke conditie, blijkend uit de inspanningstest (fietsproef).

7 Overwegingen van de Commissie

Ten aanzien van de inhoud van de klacht overweegt de Commissie als volgt.

7.1 De voorliggende kwestie betreft de vraag of verweerder heeft gehandeld in strijd met de WMK door de aanstelling als vrijwillig brandweerman niet door te laten gaan op grond van de door de keurend arts gegeven uitslag van de keuring, terwijl klager niet bekend was met het feit dat het hebben van diabetes mellitus type 1 mogelijk een contra-indicatie zou kunnen vormen en voorts niet onomstotelijk is komen vast te staan dat klager is gewezen op de mogelijkheid van herkeuring en de mogelijkheid van het kunnen indienen van een klacht bij de Commissie.

7.2 Voorop staat dat, gelet op de tekst en de doelstellingen van de WMK en overige regelgeving, waaronder het Protocol Aanstellingskeuringen van juni 1995, in werking sinds 1 januari 1996 (1), moet worden uitgegaan van een strikte scheiding van verantwoordelijkheden en bevoegdheden tussen de keuringvrager (verweerder) en de keurend arts. De Commissie geeft daarom afzonderlijk een oordeel over het handelen van verweerder (oordeel 2005-09) en van de keurend arts (oordeel 2005-10).

7.3 Artikel 1, onderdeel a, van de WMK bepaalt – voorzover hier van belang – dat onder een keuring wordt verstaan “vragen over de gezondheidstoestand van de keurling en het verrichten van medisch onderzoek in verband met het aangaan of wijzigen van: 1e (…………………..), 2e een aanstelling in openbare dienst”.

7.4 Vast is komen te staan dat er in het onderhavige geval sprake is van een aanstellingskeuring in de zin van bovengenoemd artikel 1 van de WMK.

7.5 De voorwaarden voor het verrichten van een aanstellingskeuring en de procedurevoorschriften voor een aanstellingskeuring zijn nader uitgewerkt in de WMK en het Besluit aanstellingskeuringen.

7.6 Het bevoegd gezag (verweerder) is volgens de WMK en het Besluit aanstellingskeuringen verantwoordelijk voor de schriftelijke vastlegging van de bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid voor de betreffende functie, voor de vastlegging daarvan in keuringsrichtlijnen door een gecertificeerde Arbo-dienst en voor de procedure van de aanstellingskeuring.

7.7 Een aanstellingskeuring mag ingevolge artikel 4, eerste lid, van de WMK, juncto artikel 3, eerste lid, van het Besluit Aanstellingskeuringen, alleen plaats vinden, indien aan de vervulling van de betreffende functie en de daarbij behorende taken bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid moeten worden gesteld, waaronder wordt begrepen de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van de keurling en van derden bij de uitvoering van de desbetreffende arbeid, terwijl de risico’s voor de gezondheid en de veiligheid niet met gangbare maatregelen, overeenkomstig de stand der wetenschap en professionele dienstverlening, kunnen worden gereduceerd.

7.8 De bedoeling van de hierboven genoemde artikelen van de WMK en het Besluit aanstellingskeuringen komt tot uiting in de bovengenoemde artikelen: het aantal aanstellingskeuringen beperken tot die situaties, waarbij functie-eisen een bijzonder beroep doen op de medische geschiktheid van de kandidaat. Daarbij dienen dan per bijzondere functie-eis (medische) toetsingscriteria te worden ontwikkeld, waarbij bovendien moet worden nagegaan of er valide onderzoeksmethoden bestaan om die toetsing mogelijk te maken.

7.9 Hoewel de Commissie van verweerder geen schriftelijke onderbouwing van de functie-eisen heeft gekregen, is uit de informatie van verweerder en de keurend arts ter zitting voldoende aannemelijk geworden dat er functie-eisen zijn voor de functie van vrijwillig brandweerman en dat die zijn vertaald in medische eisen, zoals de lichamelijk zeer goede conditie, waarbij door de keurend arts is verwezen naar het eerder genoemde keuringshandboek. Uit de door klager niet weersproken verklaring van de keurend arts blijkt voorts dat er bij klager volledig onderzoek is verricht en dat de conditiemeting van klager mede bepalend was voor de negatieve uitslag.

7.10 In eerdere oordelen over aanstellingskeuringen en diabetes (oordelen 2005-04 en 2005-05) heeft de Commissie overwogen dat uit de uitwerking van de relatieve en absolute contraindicatie voor diabetes mellitus moet blijken dat die op evidence based wijze is samengesteld, waarbij het adaptatievermogen van mensen met deze aandoening een belangrijke rol speelt. Zo is de uitsluiting van iedereen met een insuline afhankelijke diabetes bij veiligheidsfuncties en onregelmatige werktijden niet in overeenstemming met huidige inzichten omtrent de mogelijkheden tot een goede instelling en controle daarvan.(2)

7.11 Hoewel de motivering, gelet op het genoemde onder 7.10, om klager op grond van diabetes af te keuren inhoudelijk aanvechtbaar is, is de Commissie, gelet op het feit dat klager voor de betreffende functie een volledige keuring heeft ondergaan en mede is afgekeurd op grond van zijn fysieke conditie, van oordeel dat de klacht in zoverre ongegrond is. Ten aanzien van de gevolgde procedure overweegt de Commissie het volgende.

7.12 Geconcludeerd moet worden dat verweerder niet heeft voldaan aan de procedurevoorschriften van de WMK. Immers, artikel 8, tweede lid, van de WMK, nader uitgewerkt in artikel 5 van het Besluit aanstellingskeuringen, bepaalt dat de keurling (sollicitant) tijdig vóór de aanvang van de keuring recht heeft op begrijpelijke schriftelijke informatie door de werkgever over doel, vragen en onderzoeken als bedoeld in het eerste lid, hierboven genoemd onder 6.10 en 6.11, en over diens rechten, zoals het recht op herkeuring (artikel 12 WMK), het inzien van het schriftelijk advies van de Arbo-dienst aangaande de keuringseisen (artikel 5 van het Besluit aanstellingskeuringen), en de mogelijkheid een klacht in te dienen bij de Commissie (artikel 5 van het Besluit aanstellingskeuringen). Dat een aanstellingskeuring onderdeel uitmaakt van de sollicitatieprocedure moet bij de werving ( in de advertentietekst) worden vermeld (artikel 4 van het Besluit aanstellingskeuringen). Verweerder en de keurend arts hebben ter zitting weliswaar gesteld dat zij klager vooraf schriftelijke informatie hebben gestuurd over de aanstellingsprocedure, maar de Commissie heeft - mede door de late toezending van stukken – een en ander, alsmede de ontvangst hiervan door klager, niet kunnen vaststellen.

8 Oordeel van de Commissie

Op grond van vorenstaande overwegingen komt de Commissie tot het oordeel dat de klacht voor zover die betreft het afkeuren van klager uitsluitend op grond van diabetes ongegrond is. Ten aanzien van de door verweerder gevolgde procedure van de aanstellingskeuring is de Commissie van oordeel dat deze in strijd is met de voorschriften van de Wet op de medische keuringen en het Besluit aanstellingskeuringen. Om redenen ontleend aan het algemeen belang wordt het oordeel in geanonimiseerde vorm gepubliceerd op de website van de Commissie.

Aldus gegeven te Utrecht op 5 augustus 2005 door Th.M.G. van Berkestijn, arts, voorzitter, prof. mr. A.C. Hendriks en dr. C.T.J. Hulshof, bedrijfsarts, leden van de Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen in tegenwoordigheid van mr. A.D. van Zeben, secretaris.


  1. Het Protocol Aanstellingskeuringen kan blijkens de nota van toelichting bij het Besluit tot regeling van de aanstellingskeuringen van
    23 november 2001, Stb. 2001, 597, en bij het Besluit tot regeling van de klachtenbehandeling aanstellingskeuringen van 23 november 2001, Stb. 2001,598, worden beschouwd als een nadere invulling van de WMK en het Besluit Aanstellingskeuringen.
  2. 16 Handboek Arbeid en Belastbaarheid, tweede, herziene druk, december 2003, deel A5, nr.11, P.G.W. Grijpink, R.J. Heine; zie ook advies CKA A2003-02