Oordeel 2005-10

Keurend arts keurt sollicitant bij brandweer af op onvoldoende conditie en diabetes.


Oordeel 2005-10

1 De klacht

1.1 Op 12 april 2005 heeft klager de Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen (hierna: Commissie) verzocht haar oordeel uit te spreken over de vraag of de keurend arts (hierna: verweerder) werkzaam bij de Arbo-dienst heeft gehandeld in strijd met de Wet op de medische keuringen (WMK) door hem na het verrichten van de keuring voor de functie van vrijwillig brandweerman bij Brandweer Gemeente Terneuzen (hierna: bevoegd gezag) ongeschikt te achten voor deze functie vanwege het hebben van diabetes mellitus type 1 zonder nader onderzoek te doen.

2 De loop van de procedure

2.1 De Commissie heeft het verzoek in behandeling genomen en een onderzoek ingesteld. In het kader hiervan heeft de Commissie bij verweerder nadere informatie opgevraagd. Verweerder is niet in staat gebleken deze gegevens tijdig te overleggen.

2.2 Partijen zijn in de gelegenheid gesteld hun standpunten nader toe te lichten tijdens de hoorzitting op 21 juni 2005.

2.3 De Commissie heeft tegen het bevoegd gezag een apart oordeel uitgebracht (oordeel 2005- 09).

3 De feiten

Uit de door klager overgelegde bescheiden, en uit hetgeen ter zitting is gesteld en niet is weersproken, is – voorzover voor de beoordeling van de klacht van belang – het navolgende komen vast te staan.

3.1 Klager werkte tot voor kort als zeefdrukoperator in een drieploegendienst. Klager heeft de opleiding voor bedrijfshulpverlener gedaan. Naar aanleiding daarvan is hij geattendeerd op de functie van vrijwillig brandweerman bij het bevoegd gezag.

3.2 Verweerder verricht in opdracht van het bevoegd gezag de aanstellingskeuringen.

3.3 Klager solliciteert in maart 2005 mondeling bij het bevoegd gezag naar deze functie en wordt uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek bij het bevoegd gezag op 18 maart 2005.

3.4 Tijdens het sollicitatiegesprek krijgt klager mondeling informatie over de functie-eisen en over de keuring, onder andere over de inspanningstest, de zogenaamde fietsproef.

3.5 Bij brief van 29 maart 2005 deelt het bevoegd gezag klager mee dat het sollicitatiegesprek positief is bevonden en dat klager binnen zes weken telefonisch een afspraak moet maken met de Arbo-dienst voor de keuring.

3.6 Klager doet dit per ommegaande en ontvangt vervolgens een uitnodiging van de Arbo-dienst voor een keuring op 8 april 2005. Bij de uitnodiging is een vragenformulier gevoegd, dat klager ingevuld moet meenemen naar de keuring. Op het vragenformulier vult klager in dat hij in behandeling is voor diabetes.

3.7 De keuring wordt verricht door verweerder. Naast het bespreken van het vragenformulier bestaat de keuring uit een inspanningstest op de fietsergometer, een algemeen lichamelijk onderzoek en een longfunctietest.

3.8 Na afloop van de keuring deelt verweerder klager mee, dat hij hem in beginsel ongeschikt acht voor de functie, maar dat hij nog wil overleggen met collega’s. Verweerder deelt klager mee dat hij de officiële uitslag van het bevoegd gezag zal vernemen.

3.9 Kort daarop verneemt klager telefonisch van het bevoegd gezag dat hij is afgekeurd voor de functie van vrijwillig brandweerman op grond van het hebben van diabetes.

4 Standpunten van klager

4.1 Klager is niet aangenomen door het bevoegd gezag, omdat hij op het vragenformulier had ingevuld dat hij diabetes heeft. Op grond daarvan is hij door verweerder zonder nader onderzoek afgekeurd voor de functie van vrijwillig brandweerman.

4.2 Klager is voorafgaand de keuring door het bevoegd gezag er niet van op de hoogte gesteld dat diabetes een contra-indicatie is voor de functie van brandweerman.

4.3 Klager voelt hypo’s goed aankomen. Hij begint dan te zweten en te trillen. Hij neemt Dextro Energy en dat helpt meteen. Hij heeft ’s nachts geen problemen en in de nachtdiensten geen problemen gehad.

4.4 Desgevraagd verklaart klager dat verweerder hem erop heeft gewezen dat de fietsproef niet zo goed was gegaan.

4.4 Klager was er niet van op de hoogte dat hij een herkeuring kon aanvragen en kan zich desgevraagd niet herinneren informatie te hebben ontvangen van de Arbo-dienst.

4.5 Klager heeft het adres van de Commissie gevonden op internet.

5 Standpunten van verweerder

5.1 Er zijn functie-eisen voor de functie van vrijwillig brandweerman en die zijn vertaald in medische eisen, zoals de lichamelijk zeer goede conditie. De functie-eisen en de medische eisen staan in het Handboek keuringen 2004, keuring brandweer, opgesteld door W. Bronkhorst, Arbo Unie West.

5.2 Klager heeft vooraf informatie gekregen van de Arbo-dienst over de inhoud van de keuring, waaronder het verzoek om sportkleding mee te nemen. In de bijgevoegde folder staat informatie over de mogelijkheid van een herkeuring.

5.3 Bij klager is de volledige aanstellingskeuring verricht bestaande uit een biometrisch onderzoek, een lichamelijk onderzoek en een inspanningstest (fietsproef).

5.4 Via de vragenlijst is bekend geworden dat klager diabetes heeft. Daarop heeft verweerder klager een aantal vragen gesteld. Daaruit bleek dat klager niet goed was ingesteld, omdat hij nog ongeveer één keer per maand een hypo heeft.

5.5 Desgevraagd deelt verweerder omtrent het standaardbeleid bij diabetes mee dat bij het onderzoek wordt bekeken in hoeverre men is ingesteld en hoe men omgaat met diabetes. Volgens verweerder is daarbij van belang het HbA1c-gehalte en aantal eenheden bij de instelling. Desgevraagd deelt verweerder mee dat als overweging voor een goede instelling geldt dat er geen hypo’s zijn.

5.6 Verweerder heeft klager na de keuring laten weten dat hij hem in beginsel ongeschikt achtte voor de functie van brandweerman op grond van zijn diabetes en op grond van zijn fysieke conditie. Alvorens de uitslag mee te delen aan het bevoegd gezag, wenste verweerder zijn bevindingen te overleggen met enkele collega’s. Op basis daarvan zou verweerder zijn definitieve standpunt baseren.

5.7 De uiteindelijke negatieve uitslag was mede gebaseerd op de onvoldoende fysieke conditie van klager.

6 Informatie van het bevoegd gezag

6.1 In het algemeen is het zo dat verweerder de uitslag van het medisch onderzoek meedeelt aan het bevoegd gezag. De uitslag luidt: geschikt of ongeschikt. Het bevoegd gezag deelt de uiteindelijke uitslag mee aan de sollicitant.

6.2 Het bevoegd gezag is er op informele wijze achter gekomen dat klager diabetes-patiënt is en daarom is dit in het gesprek met verweerder betreffende de uitslag van de keuring ter sprake gekomen en daarna in het telefoongesprek met klager, waarbij aan klager door het bevoegd gezag de uitslag van de keuring werd medegedeeld.

7 Overwegingen van de Commissie

Ten aanzien van de inhoud van de klacht overweegt de Commissie als volgt.

7.1 De voorliggende kwestie betreft de vraag of verweerder heeft gehandeld in strijd met de WMK door klager voor de functie van vrijwillig brandweerman af te keuren op grond van het hebben van diabetes mellitus type 1.

7.2 Voorop staat dat, gelet op de tekst en de doelstellingen van de WMK en overige regelgeving, waaronder het Protocol Aanstellingskeuringen van juni 1995, in werking sinds 1 januari 1996 (1), moet worden uitgegaan van een strikte scheiding van verantwoordelijkheden en bevoegdheden tussen de keuringvrager (verweerder) en de keurend arts. De Commissie geeft daarom afzonderlijk een oordeel over het handelen van verweerder (oordeel 2005-10) en van het bevoegd gezag (oordeel 2005-09).

7.3 Artikel 1, onderdeel a, van de WMK bepaalt – voorzover hier van belang – dat onder een keuring wordt verstaan “vragen over de gezondheidstoestand van de keurling en het verrichten van medisch onderzoek in verband met het aangaan of wijzigen van: 1e (…………………..), 2e een aanstelling in openbare dienst”.

7.4 Vast is komen te staan dat er in het onderhavige geval sprake is van een aanstellingskeuring in de zin van bovengenoemd artikel 1 van de WMK.

7.5 De voorwaarden voor het verrichten van een aanstellingskeuring en de procedurevoorschriften voor een aanstellingskeuring zijn nader uitgewerkt in de WMK en het Besluit aanstellingskeuringen.

7.6 Een aanstellingskeuring mag ingevolge artikel 4, eerste lid, van de WMK, juncto artikel 3, eerste lid, van het Besluit Aanstellingskeuringen, alleen plaats vinden, indien aan de vervulling van de betreffende functie en de daarbij behorende taken bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid moeten worden gesteld, waaronder wordt begrepen de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van de keurling en van derden bij de uitvoering van de desbetreffende arbeid, terwijl de risico’s voor de gezondheid en de veiligheid niet met gangbare maatregelen, overeenkomstig de stand der wetenschap en professionele dienstverlening, kunnen worden gereduceerd.

7.7 De bedoeling van de hierboven genoemde artikelen van de WMK en het Besluit Aanstellingskeuringen komt tot uiting in de bovengenoemde artikelen: het aantal aanstellingskeuringen beperken tot die situaties, waarbij functie-eisen een bijzonder beroep doen op de medische geschiktheid van de kandidaat. Daarbij dienen dan per bijzondere functie-eis (medische) toetsingscriteria te worden ontwikkeld, waarbij bovendien moet worden nagegaan of er valide onderzoeksmethoden bestaan om die toetsing mogelijk te maken.

7.8 Hoewel de Commissie van verweerder geen schriftelijke onderbouwing van de functie-eisen heeft gekregen, is uit de informatie van verweerder ter zitting voldoende aannemelijk geworden dat er functie-eisen zijn voor de functie van vrijwillig brandweerman en dat die zijn vertaald in medische eisen, zoals de lichamelijk zeer goede conditie, waarbij door de keurend arts is verwezen naar het keuringshandboek. Uit de verklaring van verweerder blijkt voorts dat er bij klager volledig onderzoek is verricht en dat de conditiemeting van klager mede doorslaggevend was voor de negatieve uitslag.

7.9 In eerdere oordelen over aanstellingskeuringen en diabetes (2005-04 en 2005-05) heeft de Commissie overwogen dat uit de uitwerking van de relatieve en absolute contra-indicatie voor diabetes mellitus moet blijken dat die op evidence based wijze is samengesteld, waarbij het adaptatievermogen van mensen met deze aandoening een belangrijke rol speelt. Zo is de uitsluiting van iedereen met een insuline afhankelijke diabetes bij veiligheidsfuncties en onregelmatige werktijden niet in overeenstemming met huidige inzichten omtrent de mogelijkheden tot een goede instelling en controle daarvan. (2)

7.10 Hoewel de motivering, gelet op het genoemde onder 7.9, om klager op grond van diabetes af te keuren inhoudelijk aanvechtbaar is, is de Commissie, gelet op het feit dat klager voor de betreffende functie een volledige keuring heeft ondergaan en mede is afgekeurd op grond van zijn fysieke conditie, van oordeel dat de klacht in zoverre ongegrond is.

Ten aanzien van de door verweerder gevolgde procedure overweegt de Commissie het volgende.

7.11 Ingevolge artikel 10, derde lid, van de WMK juncto paragraaf 2.5 van het Protocol Aanstellingskeuringen, onder 2.5.4, bevat de rapportage aan de opdrachtgever alleen de gevolgtrekking van de aanstellingskeuring. Een dergelijke rapportage kan voorts alleen plaatsvinden na toestemming van de keurling. De gevolgtrekking kan blijkens genoemd Protocol onder 2.5.2 slechts inhouden: een positieve uitslag, een positieve uitslag onder bepaalde beperkingen, een negatieve uitslag. Onder 2.5.3. wordt bepaald dat wanneer zich situaties voordoen waarbij de keurend arts nog niet tot een gevolgtrekking kan komen en een andere arts om een opinie wil vragen, de informatie nog niet wordt verstrekt aan de opdrachtgever.

7.12 Geconcludeerd moet worden dat verweerder deze procedure niet heeft nageleefd. Alvorens tot een definitief oordeel te komen met betrekking tot klagers geschiktheid voor de functie wenste verweerder zijn voorlopige bevindingen te bespreken met enkele collega’s. Daarop heeft verweerder zijn slotconclusie doorgegeven aan het bevoegd gezag. In het geval van klager had het in de rede gelegen de uiteindelijke uitslag van de keuring eerst mee te delen aan klager en vervolgens, na toestemming van klager, door te geven aan het bevoegd gezag. Het niet volgen van deze procedure levert strijd op met de WMK.

7.13 De keurend arts is voorts verplicht, alvorens over te gaan tot het uitvoeren van een keuring, zich ervan te vergewissen dat de keurling voldoende informatie heeft ontvangen over de keuring en te verifiëren dat een en ander ook is begrepen. Het voorbijgaan aan deze voorwaarden impliceert dat wordt overgegaan tot een medische keuring zonder geïnformeerde toestemming (informed consent) van de keurling. De keurend arts kan om het niet naleven van deze norm persoonlijk worden aangesproken. Tevens wijst de Commissie erop dat het een zorgvuldig werkzame beroepsbeoefenaar niet aangaat om met de keuringvrager te spreken over de aandoening van klager, ook al had het bevoegd gezag dit uit andere bronnen vernomen. Het zonder toestemming van de keurling bespreken van gegevens die een keurend arts in het kader van zijn beroepsuitoefening bekend zijn geworden over een keurling met een derde levert schending van de privacy van de keurling en schending van de geheimhoudingsplicht van de arts op.

8. Oordeel van de Commissie

Op grond van vorenstaande overwegingen komt de Commissie tot het oordeel dat de klacht met betrekking tot het afkeuren van klager uitsluitend op grond van diabetes ongegrond is. Ten aanzien van de procedure rondom de uitslag van de keuring is de Commissie van oordeel dat deze in strijd is met artikel 10, derde lid, van de Wet op de medische keuringen, mede gelet op paragraaf 2.5 van het Protocol Aanstellingskeuringen. Om redenen ontleend aan het algemeen belang wordt het oordeel in geanonimiseerde vorm gepubliceerd op de website van de Commissie.

Aldus gegeven te Utrecht op 5 augustus 2005 door Th.M.G. van Berkestijn, arts, voorzitter, prof. mr. A.C. Hendriks en dr. C.T.J. Hulshof, bedrijfsarts, leden van de Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen in tegenwoordigheid van mr. A.D. van Zeben, secretaris.


  1. Het Protocol Aanstellingskeuringen kan blijkens de nota van toelichting bij het Besluit tot regeling van de
    aanstellingskeuringen van 23 november 2001, Stb. 2001, 597, en bij het Besluit tot regeling van de klachtenbehandeling
    aanstellingskeuringen van 23 november 2001, Stb. 2001,598, worden beschouwd als een nadere invulling van de WMK en het Besluit Aanstellingskeuringen.
  2. 16 Handboek Arbeid en Belastbaarheid, tweede, herziene druk, december 2003, deel A5, nr.11, P.G.W. Grijpink, R.J. Heine; zie ook advies CKA  A2003-02