Oordelen 2006


Oordeel 2006-14

Een roeivereniging verzorgt sinds ongeveer 26 jaar de beroepsopleiding voor het beroep van
roeier. De opleiding leidt tot het behalen van het Bootmandiploma. Voor het doorlopen van de opleiding sluit de roeivereniging met de kandidaat-roeier een leer/werkcontract. Het met goed gevolg ondergaan van een medische keuring is een voorwaarde voor toelating tot de opleiding tot roeier bij de vereniging. Voor het uitvoeren van deze keuringen werkt de vereniging samen met verweerder. De keuring wordt uitgevoerd, terwijl de selectieprocedure nog niet is afgerond.

Oordeel 2006-10

Klager heeft gesolliciteerd naar de functie van geestelijk verzorger bij Defensie. De functie gaat gepaard met een aanstelling in burgerlijke openbare dienst. Defensie heeft voor de functie een aanstellingskeuring verplicht gesteld op grond van de algemene functie-eisen voor militair.

Oordeel 2006-09

Klager heeft gesolliciteerd naar de functie van geestelijk verzorger bij Defensie. De functie gaat gepaard met een aanstelling in burgerlijke openbare dienst. Defensie heeft voor de functie een aanstellingskeuring verplicht gesteld op grond van de algemene functie-eisen voor militair.

Oordeel 2006-08

Klager heeft gesolliciteerd naar de functie van geestelijk verzorger bij Defensie. De functie gaat gepaard met een aanstelling in burgerlijke openbare dienst. Defensie heeft voor de functie een aanstellingskeuring verplicht gesteld op grond van de algemene functie-eisen voor militair.

Oordeel 2006-07

De functie van geestelijk verzorger bij Defensie betreft een functie als burger. Gevolg geven aan de opdracht tot het verrichten van een militaire aanstellingskeuring is daarom in strijd met de WMK. De keurend arts (verweerster) heeft ten aanzien van het beginsel van informed consent een eigen professionele verantwoordelijkheid zowel wat betreft het mogen keuren als wat betreft de informatieverstrekking aan de keurling.

Oordeel 2006-06

Klager heeft gesolliciteerd naar de functie van geestelijk verzorger bij verweerder. De functie gaat gepaard met een aanstelling in burgerlijke openbare dienst. Verweerder heeft voor de functie een aanstellingskeuring verplicht gesteld op grond van de algemene functie-eisen voor militair.

Oordeel 2006-05

Voldoende aannemelijk is geworden dat verweerster op eigen initiatief aan klaagster tijdens de sollicitatieprocedure heeft gevraagd uitleg te geven over haar met ziekte samenhangende verzuim in het verleden.

Oordeel 2006-04

Het betoog van de keurend arts dat hij de oude functie-eisen heeft beoordeeld aan de hand van de Leidraad Aanstellingskeuringen en het Protocol Aanstellingskeuringen, en daarover ook overleg heeft gehad met een collega houdt geen stand. Protocollen, standaard keuringsrichtlijnen en standaard vragenlijsten zijn immers geen keuringsinstrumentarium.

Oordeel 2006-03

Aanstellingskeuring wordt verricht op basis van oude functie-eisen. Geen informatieverstrekking aan keurling in de zin van de WMK en het Besluit aanstellingskeuringen. Verweerder heeft niet in een vroeg stadium (bijvoorbeeld bij de voorlichting of in ieder geval tijdens het fitheidonderzoek, waarbij ook het gezichtsveld wordt getest) informatie heeft gegeven betreffende de meest algemeen bekend zijnde ziekten/gebreken die uit het oogpunt van veiligheidseisen niet verenigbaar worden geacht met de onderhavige functie.

Oordeel 2006-02

Het is mede de taak van de keurend arts om zich ervan te vergewissen dat aan de vereisten van de WMK is voldaan. De keurend arts heeft ten aanzien van het informed consent principe een eigen professionele verantwoordelijkheid. Dat hij bij zijn manager van de Arbo-dienst informatie heeft ingewonnen over de rechtmatigheid van de keuring en over het al dan niet bestaan van een dienstverband, waarbij hij afging op diens deskundigheid, doet daaraan niet af.

Oordeel 2006-01

Aanstellingskeuring dient de bescherming van de gezondheid en de veiligheid. Daarom heeft de WMK als uitgangspunt dat de keuring plaatsvindt op een tijdstip voorafgaande aan het verrichten van de werkzaamheden waaraan bijzondere eisen worden gesteld. Aard van de dienstbetrekking (tijdelijk/vast dienstverband, proefperiode, uitzendkracht e.d.) is niet van belang. Artikel 9 ARAR is in strijd met de doelstelling en de geest van de WMK. Voorts geen beschrijving van de eisen van medische geschiktheid.