Oordeel 2006-04

Het betoog van de keurend arts dat hij de oude functie-eisen heeft beoordeeld aan de hand van de Leidraad Aanstellingskeuringen en het Protocol Aanstellingskeuringen, en daarover ook overleg heeft gehad met een collega houdt geen stand. Protocollen, standaard keuringsrichtlijnen en standaard vragenlijsten zijn immers geen keuringsinstrumentarium.
Voorts is het de taak van de keurend arts om zich ervan te vergewissen dat de keurling over de door de WMK voorgeschreven informatie beschikt. Nu de keurend arts heeft verklaard dat hij ervan uitging dat klager de standaard informatie had gekregen van het bevoegd gezag/werkgever en daarom heeft nagelaten om klager daarnaar expliciet te vragen, heeft de keurend arts gehandeld in strijd met genoemde verplichting.


Oordeel 2006-04

27 maart 2006

Commissie: Th.M.G. van Berkestijn, arts, voorzitter, prof. mr. A.C. Hendriks en dr. C.T.J. Hulshof, bedrijfsarts.

1 De klacht

1.1 Op 7 december 2005 heeft klager de Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen (hierna: Commissie) verzocht haar oordeel uit te spreken over de vraag of de keurend arts (hierna: verweerder) heeft gehandeld in strijd met de Wet op de medische keuringen (WMK) door in opdracht van de Dienst Justitiële Inrichtingen (hierna: het bevoegd gezag) een aanstellingskeuring voor de functie van bewaarder DUC-pool te verrichten, terwijl klager niet was geïnformeerd over de medische functie-eisen (in het bijzonder ten aanzien van het zien), het doel van de keuring, de vragen welke ten aanzien van de gezondheid worden gesteld en de medische onderzoeken welke mogen worden verricht.

2 De loop van de procedure

2.1 De Commissie heeft klager nadere vragen gesteld, welke vragen door klager bij brief van 26 december 2005 zijn beantwoord.

2.2 Op 3 januari 2006 heeft de Commissie het bevoegd gezag in kennis gesteld van de klacht en vragen gesteld. Het bevoegd gezag heeft geantwoord bij brief van 3 februari 2006 met bijlagen.

2.3 Daarop heeft de Commissie besloten het verzoek in behandeling te nemen. Verweerder is bij brief van 9 februari 2006 op de hoogte gesteld van de klacht.

2.4 Partijen zijn in de gelegenheid gesteld hun standpunten schriftelijk toe te lichten, waarvan door partijen geen gebruik is gemaakt.

2.5 Tijdens de hoorzitting heeft de Commissie verweerder en het bevoegd gezag verzocht om binnen twee weken aanvullende stukken over te leggen. Verweerder heeft op 16 maart 2006 aan dit verzoek voldaan. Het oordeel is op 27 maart 2006 in raadkamer vastgesteld. De stukken van het bevoegd gezag zijn eerst op 28 maart 2006 ontvangen en daarom niet meer bij de beoordeling betrokken.

2.7 Over het handelen van het bevoegd gezag is een apart oordeel uitgebracht (oordeel 2006-03).

3 De feiten

Uit de door partijen overgelegde bescheiden, en uit hetgeen ter zitting is gesteld en niet is weersproken, is – voorzover voor de beoordeling van de klacht van belang – het navolgende komen vast te staan.

3.1 Klager solliciteert op 12 augustus 2005 bij het bevoegd gezag via een sollicitatieformulier op de site www.werkenbijdeoverheid.nl naar de functie van bewaarder DUC-Pool.

3.2 Het bevoegd gezag is een agentschap van het Ministerie van Justitie.

3.3 De functieomschrijving in de wervingsadvertentie op genoemde site luidt – voorzover van belang – als volgt: “Als bewaarder DUC-Pool werk je met gedetineerden die zijn ingesloten in detentie- en uitzendcentra. Dit betekent bijvoorbeeld dat je toegang- en uitgangcontroles uitvoert, legitimatiedocumenten registreert en risicovolle goederen opspoort door gebruik te maken van detectiepoorten en doorlichtingapparatuur of door fouilleren. Met camera’s signaleer je onveilige situaties en stel je vast of de afsluitingen goed verlopen. Verder zorg je voor het beheer van de sleutels, piepers en portofoons. Als bewaarder in een detentie- of uitzendcentrum moet je oog hebben voor detail. Je houdt de mensen die er zitten in de gaten,
maar je staat ze ook bij tijdens hun verblijf (….)”
De functie-eisen luiden – voor zover van belang -: “In verschillende detentie- en uitzendcentra in ons land verblijven mensen die op korte termijn, gedwongen, ons land gaan verlaten. Bijvoorbeeld bolletjesslikkers of uitgeprocedeerde asielzoekers. Vaak zijn ze onzeker over hun toekomst. Of ronduit teleurgesteld. Als bewaarder in dienst bij het Projectbureau DJI Pool moet je dan ook stevig in je schoenen staan. Je moet over een goede lichamelijke conditie beschikken. (…..)”

3.4 Op 13 augustus 2005 neemt klager deel aan de voorlichtingsdag ten behoeve van deze functie, georganiseerd door het bevoegd gezag. Op deze bijeenkomst wordt gemeld dat een aanstellingskeuring onderdeel uitmaakt van de sollicitatieprocedure. Voorafgaand aan de sollicitatiegesprekken en de aanstellingskeuring doet klager mee aan een fitheidonderzoek. De uitslag van het fitheidonderzoek is positief.

3.5 Vervolgens vindt het arbeidsvoorwaardengesprek plaats. Eind november 2005 deelt een medewerkster Planning, werkzaam bij het bevoegd gezag, klager telefonisch mee dat de medische keuring in opdracht van het bevoegd gezag plaats vindt op 1 december 2005 bij Achmea Arbo (hierna: de Arbo-dienst) en wordt verricht door verweerder.

3.6 Ten tijde van de keuring zijn de bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid voor de functie van bewaarder DUC-Pool nog niet vastgesteld.

3.7 Het invullen van een algemene vragenlijst maakt onderdeel uit van de keuring.

3.8 Verweerder acht klager niet geschikt voor de onderhavige functie vanwege het niet voldoen aan de bijzondere eis “Scherp zien op afstand”, ongestoorde visuele waarneming van objecten op een afstand van meer dan 60 centimeter.

3.9 Klager vraagt om een herkeuring, maar verweerder deelt hem mee dat dit geen zin heeft.

4 Standpunten van klager

4.1 Klager is niet bij de werving, en evenmin tijdens de sollicitatieprocedure en voorafgaande aan de keuring door het bevoegd gezag geïnformeerd over de bijzondere eisen van medische geschiktheid. Tijdens de voorlichtingsdag is alleen in algemene termen melding gemaakt van de omstandigheid dat een aanstellingskeuring onderdeel uitmaakt van de sollicitatieprocedure.

4.2 Tijdens het fitheidonderzoek is het gezichtsvermogen van klager onderzocht. Klager heeft oen gezegd dat hij één blind oog heeft. Klager heeft voor het fitheidonderzoek een goede score behaald.

4.3 Ook tijdens het sollicitatiegesprek heeft klager melding gemaakt van het blind zijn aan één oog. Voor het bevoegd gezag was dit geen aanleiding om verzoeker te waarschuwen dat dit in de weg stond aan indienstneming.

4.4 Bij de keuring heeft klager het vragenformulier ingevuld en heeft hij de overige onderzoeken ondergaan, terwijl hij niet wist wat de keuringseisen zijn en dus ook niet dat een blind oog zou kunnen leiden tot afkeuring.

4.5 De afkeuring op grond van één blind oog is volgens klager niet terecht. Klager is recent nog gekeurd voor het motorrijbewijs en is goedgekeurd, omdat zijn gezichtsveld ruim genoeg is.

4.6 Wat klager het meest dwars zit is, dat hij pas tijdens de aanstellingskeuring op 1 december 2005 werd geconfronteerd met het feit dat hij met één blind oog niet in aanmerking kan komen voor de functie van bewaarder DUC-Pool, terwijl hij al vanaf medio augustus 2005 bezig was met de sollicitatieprocedure en al een paar keer melding had gedaan van het hebben van een blind oog.

4.7 Via internet verneemt klager van de mogelijkheid een klacht over de aanstellingskeuring in te dienen bij de CKA.

5 Standpunten van verweerder

5.1 Verweerder verricht sinds september 2005 aanstellingskeuringen voor het bevoegd gezag.

5.2 Normaliter wordt aan de keurling algemene informatie, door de Arbo-dienst aan het bevoegd gezag verstrekt, door het bevoegd gezag aan de keurling gestuurd. Verweerder weet niet of in de voorliggende situatie van deze procedure is afgeweken. Verweerder kan zich niet herinneren of hij dan wel een andere medewerker van de Arbo-dienst bij verzoeker heeft geverifieerd of hij deze informatie had ontvangen. Verweerder zegt toe de algemene informatie te overleggen.

5.3 Verweerder was niet op de hoogte van het door het bevoegd gezag voor de onderhavige functie schriftelijk gevraagde advies en het vervolgens door de Arbo-dienst gegeven schriftelijke advies. Verweerder verklaart daartoe dat de communicatie binnen de Arbo-dienst niet transparant is.

5.4 Verweerder is bij de keuring uitgegaan van de oude functie-eisen voor de functie van bewaarder, die hij heeft beoordeeld aan de hand van de Leidraad Aanstellingskeuringen van 2005 en het Protocol Aanstellingskeuringen. Verweerder heeft daarover overleg gehad met een collega binnen de Arbo-dienst. Bij de keuring is de bestaande algemene vragenlijst van 2003 gebruikt. Desgevraagd zegt verweerder toe deze alsnog te overleggen.

5.5 De eisen voor de visus zijn in de oude keuringsrichtlijnen strenger dan voorgeschreven volgens de Leidraad Aanstellingskeuringen. Daarom heeft verweerder deze in het onderhavige geval expliciet getoetst aan de Leidraad Aanstellingskeuringen en heeft hij daarover overleg gehad met een collega.

6 Verklaring van het bevoegd gezag

6.1 De functie van bewaarder bestaat al lange tijd. De vigerende functie-eisen zijn oud. Voor het uitvoeren van een aanstellingskeuring zijn door het bevoegd gezag in 2003 richtlijnen ontwikkeld. Begin 2005 heeft het bevoegd gezag schriftelijk advies gevraagd aan de Arbodienst omtrent de aanstellingskeuring voor de functie van bewaarder/complexbeveiliger (bewaarder-DUC-Pool). Het bevoegd gezag heeft daartoe op verzoek van de Arbo-dienst functie-inventarisatieformulieren ingevuld. Op grond daarvan heeft de Arbo-dienst een weging gemaakt van bijzondere functie-eisen. Desgevraagd zegt de vertegenwoordiger van het bevoegd gezag toe het schriftelijke verzoek om advies aan de Arbo-dienst alsnog te overleggen.

6.2 De Arbo-dienst heeft in juni 2005 aan het bevoegd gezag een adviesrapportage aanstellingskeuring voor de functie bewaarder/complexbeveiliger gestuurd.
Volgens de bijlage bij deze adviesrapportage zijn de bijzondere eisen van medische geschiktheid voor de onderhavige functie:
- klauteren en klimmen
- energetische belasting
- scherp zien op afstand
- horen
- waakzaamheid, oordeelsvermogen

6.3 De bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid, conform het advies van de Arbodienst van juni 2005, zijn door het bevoegd gezag nog niet formeel vastgelegd. Voor de rapportage van de Arbo-dienst is nog geen instemming gevraagd aan de Ondernemingsraad. Desgevraagd zegt de vertegenwoordiger van het bevoegd gezag toe het schriftelijk gevraagde advies voor de bijzondere eisen van medische geschiktheid voor de functie van bewaarder te achterhalen en alsnog over te leggen.

6.4 In het algemeen wordt de keurling schriftelijk uitgenodigd voor de aanstellingskeuring. In het onderhavige geval is dit niet gebeurd. Klager is telefonisch op de hoogte gebracht van de informatie die normaliter schriftelijk wordt gegeven. Desgevraagd verklaart de vertegenwoordiger van het bevoegd gezag dat niet bekend is of klager daarbij is gewezen op het recht op herkeuring en op de mogelijkheid een klacht in te dienen bij de CKA.
Desgevraagd zegt de vertegenwoordiger van het bevoegd gezag toe deze algemene informatie alsnog te overleggen.

6.5 Dat klager erg teleurgesteld is vanwege het feit dat hij eerst op het laatste moment te horen heeft gekregen dat hij niet wordt aangesteld vloeit voort uit artikel 9, tiende lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR) en artikel 4, tweede lid, van de WMK, welke artikelen bepalen dat een medische keuring niet eerder dan aan het eind van het traject mag plaatsvinden.

7 Nadere schriftelijke informatie van verweerder
Uit de stukken blijkt het volgende.

De functie-informatie, de functie-eisen en de keuringsrichtlijnen van de Arbo-dienst voor de onderhavige functie dateren van vóór 1997 (RBB). Volgens de functie-informatie in de keuringsrichtlijnen van de Arbo-dienst van vóór 1997 onder het kopje “Bewaarder” doet de bewaarder dienst als lid van een bewakingsdienst/ beveiligingseenheid van de Dienst Algemeen Beheer bij een Penitentiaire Inrichting. De fysieke functie-eisen voor deze functie zijn “een lichamelijk goede conditie met een goed belastbare wervelkolom en functioneel stabiele extremiteiten (mede in verband met verplicht gestelde ME-opleiding bij de Rijkspolitie).”
De gebruikte vragenlijst van de Arbo-dienst voor de onderhavige functie dateert van 4 augustus 2003. De vragenlijst is bij dit oordeel gevoegd en wordt hier als ingelast beschouwd.
Keurlingen ontvangen van de werkgever door de Arbo-dienst verstrekte algemene informatie over de aanstellingskeuring en hun rechten, en een specifieke toelichting voor de aanstellingskeuring voor de betreffende functie.
De specifieke toelichting luidt voor de functie van bewaarder (tevens PIW=penitentiair inrichtingswerker) – voor zover van belang – als volgt. “(….) De standaardinhoud van uw aanstellingskeuring bestaat alleen uit onderzoeken, die voortvloeien uit de bijzondere functie-eisen.

1. vragenlijst:
- vragenlijst gericht op de bijzondere functie-eisen

2. biometrie (vooronderzoek):
- lengte, gewicht
- Bloeddruk, polsfrequentie
- gehooronderzoek (audiogram)
- gezichtsscherpteonderzoek op afstand (5m), (met en zonder bril/contactlenzen)
- gezichtsveldonderzoek
- longfunctieonderzoek (spirometrie)
- elektrocardiogram in rust (ECG) (hartfilmpje)
- bloedonderzoek: niet nuchter serumglucose (bloedsuikergehalte)

3. lichamelijk onderzoek (door arts):
- ogen, hart, longen, zenuwstelsel, bewegingsapparaat (…………………….)”

8 Overwegingen van de Commissie

8.1 Voorop staat dat, gelet op de tekst en de doelstellingen van de WMK en overige regelgeving, waaronder het Protocol Aanstellingskeuringen van juni 1995, in werking sinds 1 januari 1996 (1), moet worden uitgegaan van een strikte scheiding van verantwoordelijkheden en bevoegdhede n tussen de keuringvrager en de keurend arts. De Commissie geeft daarom afzonderlijk een oordeel over het handelen van het bevoegd gezag (oordeel 2006-03) en verweerder (oordeel 2006-04). Anders dan van de zijde van verweerder is gesteld is niet de Arbo-dienst maar hijzelf, in zijn hoedanigheid van bedrijfsarts, verantwoordelijk voor de naleving van deze voorschriften (zie 8.11)

8.2 Vaststaat dat klager heeft gesolliciteerd naar de functie van bewaarder DUC-Pool bij het bevoegd gezag, voor welke functie het bevoegd gezag een aanstellingskeuring verplicht heeft gesteld.

8.3 Artikel 4, eerste lid, van de WMK, in samenhang met artikel 3, eerste lid, van het Besluit aanstellingskeuringen bepaalt dat een aanstellingskeuring alleen mag plaatsvinden, indien aan de vervulling van de betreffende functie en de daarbij behorende taken bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid moeten worden gesteld.

8.4 Onder bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid wordt verstaan:
- de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van de keurling en van derden bij de uitvoering van de desbetreffende arbeid; en 
- de risico’s voor de gezondheid en de veiligheid, die niet met gangbare maatregelen, overeenkomstig de stand der wetenschap en professionele dienstverlening, kunnen worden ereduceerd.
De risico’s die met de functie samenhangen moeten dus in eerste instantie zoveel mogelijk door de werkgever worden voorkomen door preventieve maatregelen te treffen. Een aanstellingskeuring mag derhalve alleen worden verricht in die situaties, waarbij functieeisen een bijzonder beroep doen op de medische geschiktheid van de kandidaat.

8.5 Bij de uitvoering van de aanstellingskeuring dient aan de volgende voorwaarden te zijn voldaan:
- per bijzondere functie-eis zijn (medische) toetsingscriteria ontwikkeld;
- de gebruikte onderzoeksmethoden zijn valide;
- er worden geen vragen gesteld en geen medische onderzoeken verricht die een onevenredige inbreuk betekenen op de persoonlijke levenssfeer van de keurling.

8.6 Ingevolge artikel 4, tweede lid, en artikel 8 van de WMK, alsmede artikel 3, tweede lid, artikel 4 en artikel 5 van het Besluit aanstellingskeuringen en overige relevante wetgeving moeten, lvorens de aanstellingskeuring mag worden uitgevoerd, aan de volgende procedurevoorschriften zijn voldaan:
- door de werkgever is schriftelijk advies gevraagd aan de Arbo-dienst dan wel de bedrijfsarts, met wie een contract is gesloten, over de rechtmatigheid van de keuring voor een bepaalde functie (artikel 3, tweede lid, Besluit aanstellingskeuringen);
- na een positief advies van de Arbo-dienst dan wel de bedrijfsarts heeft de werkgever vervolgens schriftelijk vastgelegd: de functie-eisen, het doel van de keuring, de vragen welke ten aanzien van de gezondheid zullen worden gesteld, en de medische onderzoeken welke mogen worden verricht (artikel 8, eerste lid, WMK en artikel 3, tweede lid Besluit aanstellingskeuringen);
- de werkgever heeft de instemming gevraagd van de ondernemingsraad (OR) over het voorgenomen keuringsbeleid (artikel 27, eerste lid, Wet op de ondernemingsraden);
- in de advertentietekst (werving voor de functie) staat vermeld dat een aanstellingskeuring zal plaatsvinden (artikel 4 Besluit aanstellingskeuringen);
- de werkgever informeert de keurling vooraf over het doel en de inhoud van de keuring en over zijn/haar rechten (recht op herkeuring en de mogelijkheid een klacht in te dienen bij de CKA) (artikel 8, tweede lid, WMK en artikel 3, tweede lid, en artikel 5 van het Besluit aanstellingskeuringen).

8.7 Volgens bovenstaande is verweerder verantwoordelijk voor de schriftelijke vastlegging van de bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid voor de betreffende functie, voor de vastlegging daarvan in keuringsrichtlijnen door de Arbo-dienst overeenkomstig hetgeen is overwogen onder 8.5, en voor de procedure van de aanstellingskeuring.

8.8 Uit de verklaringen ter zitting is gebleken dat het bevoegd gezag weliswaar begin 2005 advies heeft gevraagd aan de Arbo-dienst, welk advies in juni 2005 is verkregen ten aanzien van de bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid voor de functie van bewaarder DUCPool, maar nog geen activiteiten heeft ondernomen voor instemming van de OR en dat de schriftelijke vastlegging van deze eisen derhalve nog niet is geconcretiseerd. De vertegenwoordiger van het bevoegd gezag kon hiervoor geen redenen aandragen. Voorts blijkt uit de verklaringen ter zitting dat verweerder de onderhavige aanstellingskeuring heeft uitgevoerd op basis van oude functie-eisen voor de functie van bewaarder. De Commissie verwijst hier naar haar oordeel 2005-04 van 14 maart 2005 inzake een aanstellingskeuring in opdracht van het bevoegd gezag betreffende dezelfde functie.

8.9 In genoemd oordeel overwoog de Commissie ten aanzien van dezelfde functie-eisen voor Bewaarder (van vóór 1997), die ook in het onderhavige geval weer zijn gebruikt voor de functie van bewaarder DUC-Pool, dat deze op geen enkele wijze aansluiten bij de medische eisen. In de gebruikte keuringsrichtlijnen van de Arbo-dienst wordt immers geen verband gelegd tussen de bijzondere eisen van medische geschiktheid en de medische criteria genoemd in de keuringsrichtlijnen. De Commissie overwoog dat zij de systematiek, zoals hierboven genoemd onder 8.5, niet terugvindt, zodat niet alleen de aanstellingskeuring onrechtmatig is, maar dat ook aan een toekomstig sollicitant niet valt duidelijk te maken wat de functie-eisen zijn, waarop hij of zij wordt gekeurd en welke de toetsingscriteria met betrekking tot de functie-eisen zijn.

8.10 Bovenstaande leidt ertoe dat de onderhavige aanstellingskeuring niet had mogen plaatsvinden, omdat de aanstellingskeuring voor de functie van bewaarder DUC-Pool niet voldoet aan de voorwaarden, weergegeven onder 8.5.

8.11 Gelet op de uitgangspunten van de wetgever bij de totstandkoming van de WMK, heeft de keurend arts een eigen verantwoordelijkheid in relatie tot de keurling, in relatie tot de keuringvrager, en, zonodig, de eigen Arbo-dienst. Ook artikelen van het Burgerlijk Wetboek betreffende de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO), de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG), alsmede het Protocol Aanstellingskeuringen gaan uit van de eigen verantwoordelijkheid van de keurend arts. In dit licht bezien heeft de keurend arts een eigenstandige verantwoordelijkheid. Het is derhalve aan de keurend arts om, op basis van wettelijke normen en de professionele standaard, te bepalen of de keuring in overeenstemming is met vigerende regelgeving.

8.12 De vraag of verweerder heeft gehandeld in strijd met de WMK door in opdracht van het bevoegd gezag bij klager een aanstellingskeuring te verrichten voor de functie van Bewaarder DUC-Pool moet, gelet op zijn eigenstandige verantwoordelijkheid in dezen, in samenhang met hetgeen is overwogen onder 8.8 tot en met 8.10, bevestigend worden beantwoord. Daaraan doet niet af het betoog van verweerder dat hij de oude functie-eisen heeft beoordeeld aan de hand van de Leidraad Aanstellingskeuringen en het Protocol Aanstellingskeuringen, en daarover ook overleg heeft gehad met een collega. Protocollen, standaard keuringsrichtlijnen en standaard vragenlijsten zijn immers geen keuringsinstrumentarium.

8.13 Voorts is het de taak van de keurend arts om zich ervan te vergewissen dat de keurling over de door de WMK voorgeschreven informatie beschikt (artikel 8, tweede lid, van de WMK) en, zonodig, deze informatie zelf te verstrekken. De keurend arts heeft immers ten aanzien van het “informed consent principe” een eigen professionele verantwoordelijkheid. De Commissie wijst hier ook op de betreffende artikelen van het Burgerlijk Wetboek (BW), Titel 7, afdeling 5, welke afdeling ingevolge artikel 464 BW van overeenkomstige toepassing is op de aanstellingskeuring. Nu verweerder heeft verklaard dat hij ervan uitging dat klager de standaard informatie had gekregen van het bevoegd gezag en daarom heeft nagelaten om klager daarnaar expliciet te vragen, heeft verweerder gehandeld in strijd met bovengenoemde verplichting.

9 Oordeel van de Commissie 
Verweerder heeft gehandeld in strijd met artikel 4, eerste lid, artikel 8, tweede lid, en artikel 10, eerste lid, van de WMK, en artikel 3, eerste lid, van het Besluit aanstellingskeuringen.


  1. Het Protocol Aanstellingskeuringen kan blijkens de nota van toelichting bij het Besluit tot regeling van de aanstellingskeuringen van 23 november 2001, Stb. 2001, 597, en bij het Besluit tot regeling van de klachtenbehandeling aanstellingskeuringen van 23 november 2001, Stb. 2001,598, worden beschouwd als een nadere invulling van de WMK en het Besluit Aanstellingskeuringen.