Oordeel 2007-07

Klager reageert op een wervingsadvertentie voor de functie van medewerker handels- en verhaalsinformatie m/v bij verweerster. Bij de brief met een afspraak voor een "selectiegesprek" voegt verweerster een "formulier speciale voorzieningen". In de brief schrijft verweerster ten aanzien van dit formulier "Wilt u zo vriendelijk zijn dit formulier volledig in te vullen en tijdens het gesprek in te leveren?" Verweerster gebruikt dit formulier bij sollicitaties sinds 1994.
Volgens klager is blijkens de gestelde vragen op het "formulier speciale voorzieningen" sprake van een verkapte medische keuring in strijd met de WMK.
Volgens verweerster heeft het "formulier speciale voorzieningen" niet de intentie van een aanstellingskeuring, maar is het bedoeld om te weten te komen of speciale voorzieningen moeten worden getroffen voor de toekomstig nieuwe werknemer. De vragen op het formulier over het al dan niet hebben van een WAO-uitkering zijn relevant in verband met mogelijke subsidieregelingen en/of premiekortingen en ook overigens voor het percentage van de beschikbaarheid van de sollicitant.

De Commissie overweegt dat het stellen van vragen tijdens de sollicitatieprocedure over de gezondheidstoestand en over het ziekteverzuim in het verleden onder het begrip keuring in de zin van de WMK vallen. Deze vragen mogen alleen worden gesteld door de keurend arts in het kader van een aanstellingskeuring. Bij andere beoordelingen dan de medische keuring mogen geen vragen worden gesteld en evenmin inlichtingen worden ingewonnen over de gezondheidstoestand van de sollicitant en over diens ziekteverzuim in het verleden.
Gelet echter op de verplichting die besloten ligt in artikel 2 WGBH/CZ heeft de Commissie met instemming kennis genomen van de inspanningen die verweerster zich heeft getroost om tijdig aanpassingen te realiseren voor (kandidaat-) werknemers met een functiebeperking, doch wijst erop dat krachtens de wetsgeschiedenis het aan de (kandidaat-) werknemer is om in dezen het initiatief te nemen. De Commissie kan zich voorstellen dat de werkgever de (kandidaat-) werknemer wijst op de mogelijkheid om behoeften kenbaar te maken, doch dit dient dan op zodanig (vertrouwelijke) wijze te kunnen geschieden dat dit geen invloed heeft op de werving, selectie en aannemingsprocedure.


Oordeel 2007-07

Commissie: Th.M.G. van Berkestijn, arts, voorzitter, prof. mr. A. Hendriks en mr. C.M.F. van Roessel, bedrijfsarts, leden van de Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen in tegenwoordigheid van mr. A.D. van Zeben, secretaris.

1 De klacht
Op 11 december 2006 heeft klager de Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen (hierna: Commissie) verzocht haar oordeel uit te spreken over de vraag of verweerster heeft gehandeld in strijd met de Wet op de medische keuringen (WMK) door in het kader van de sollicitatieprocedure vragen te stellen over klagers gezondheidstoestand en diens ziekteverzuim in
het verleden.

2 De loop van de procedure

2.1 Op verzoek van de Commissie heeft klager bij brief van 14 december 2006 nadere informatie verstrekt.

2.2 Bij brief van 18 december 2006 heeft de Commissie verweerster in kennis gesteld van de klacht en in de gelegenheid gesteld daarop een schriftelijke reactie te geven. De Commissie heeft verweerster tevens opgeroepen voor een hoorzitting op 30 januari 2007.

2.3 Klager is bij brief van eveneens 18 december 2006 uitgenodigd voor de hoorzitting.

2.4 Op 4 januari 2007 heeft verweerster schriftelijk gereageerd.

2.5 Vervolgens hebben partijen de Commissie bericht dat zij niet zullen verschijnen op de hoorzitting.

2.6 De Commissie heeft zich daarom op grond van de overgelegde stukken een oordeel gevormd.

3 De feiten

Uit de door partijen overgelegde bescheiden, is – voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang – het navolgende komen vast te staan.

3.1 Verweerster is een organisatie, die ondernemers begeleidt op financieel en juridisch gebied.

3.2 Klager reageert op 4 december 2006 op een wervingsadvertentie van verweerster voor de functie van medewerker handels- en verhaalsinformatie m/v.

3.3 Bij brief van 8 december 2006 bevestigt verweerster de afspraak voor een ‘selectiegesprek’ met de P&Ofunctionaris en het hoofd van de afdeling handelsen verhaalsinformatie.

3.4 Als bijlage bij genoemde brief bevindt zich een ‘formulier speciale voorzieningen’. In genoemde brief schrijft verweerster ten aanzien van dit formulier ‘Wilt u zo vriendelijk zijn dit formulier volledig in te vullen en tijdens het gesprek in te leveren?’

3.5 De tekst van genoemd formulier luidt – voor zover relevant – als volgt:’(…..) Ten aanzien van uw eventuele behoeften, waarvoor speciale voorzieningen moeten worden getroffen op de werkplek, verzoeken wij u de volgende vragen te beantwoorden: (…) Heeft u rugklachten (gehad)? Heeft u RSI (een muisarm) (gehad)? Heeft u problemen ten aanzien van het gezichtsvermogen of gehoor? Welke andere persoonlijke behoeften zijn er, waarvoor de werkgever speciale voorzieningen moet treffen of die van invloed kunnen zijn op de uitvoering van de werkzaamheden? (…..) Bent u ooit overspannen geweest? (…..) Bent u in de afgelopen
3 jaar ziek geweest tengevolge van (red. CKA: in de vragen vermelde) klachten? Heeft u op dit moment een (gedeeltelijke) WAO uitkering? (….)’.

3.6 Verweerster gebruikt dit formulier bij sollicitaties sinds 1994.

3.7 Klager neemt naar aanleiding van het in te vullen formulier telefonisch contact op met de P&O-functionaris, werkzaam bij verweerster, en vraagt haar wat de bedoeling daarvan is en of het nodig is dit in te vullen, omdat hij (klager) geen medische gegevens wil verstrekken.

3.8 De P&O-functionaris laat klager weten dat de bedoeling van de vragenlijst blijkt uit (red. de inhoud van) het formulier zelf.

3.9 Op 12 december 2006 laat klager aan verweerster weten dat hij zijn sollicitatie intrekt.

4 Standpunten van klager

4.1 Volgens klager is blijkens de gestelde vragen op het ‘formulier speciale voorzieningen’ sprake van een verkapte medische keuring, die in strijd is met de WMK.

4.2 Klager heeft dit, naar zijn zeggen, meegedeeld tijdens het telefoongesprek met de P&O-functionaris en hij heeft toen ook gezegd dat dergelijke vragen in strijd zijn met de WMK.

4.3 Volgens klager is tijdens genoemd telefoongesprek afgesproken dat hij zou worden teruggebeld over zijn vraag of het al dan niet noodzakelijk is het formulier in te vullen. Klager is naar zijn zeggen niet teruggebeld.

5 Standpunten van verweerster

5.1 Het ‘formulier speciale voorzieningen’ heeft niet de intentie van een aanstellingskeuring, maar is bedoeld om te weten te komen of speciale voorzieningen moeten worden getroffen voor de toekomstig nieuwe werknemer.

5.2 De vragen op het formulier over het al dan niet hebben van een WAO-uitkering zijn relevant in verband met mogelijke subsidieregelingen en/of premiekortingen en ook overigens voor het percentage van de beschikbaarheid van de sollicitant.

5.3 Volgens verweerster kunnen de betreffende vragen ook tijdens een sollicitatiegesprek worden gesteld. Met de toezending van het formulier wordt echter een open gesprek gecreëerd. De uitkomsten van de aan de orde gestelde problematiek en de uitkomsten ervan worden niet als een voorwaarde voor aanstelling beschouwd.

5.4 Verweerster is van mening dat de systematiek van de WMK dient ter voorkoming van het door de werkgever stellen van medische voorwaarden aan de indienstneming van een sollicitant. Dat is bij verweerster niet aan de orde. Immers, indien de sollicitant het niet eens is met de manier waarop de vragen worden gesteld of met het feit dat ze worden gesteld, is dat niet van invloed op de sollicitatieprocedure.

5.5 Verweerster heeft kennis genomen van de WMK en het Besluit aanstellingskeuringen, waar wordt bepaald dat de werkgever zelf aan de sollicitant geen vragen mag stellen over de gezondheid. Verweerster stelt zich op het standpunt dat zij dat ook niet doet, omdat de vragen zich richten op de eventuele voorzieningen die getroffen moeten worden. Ook wint verweerster geen inlichtingen in over het ziekteverzuim in het verleden en wordt geen inbreuk gemaakt op de privacy, omdat het de sollicitant vrij staat de vragen al dan niet te beantwoorden.

5.6 Volgens verweerster heeft klager de P&O-functionaris tijdens het telefoongesprek er niet op gewezen dat de vragen op het formulier zijns inziens in strijd zijn met de WMK.

6 Overwegingen van de Commissie

6.1 Allereerst overweegt de Commissie dat het haar taak is een oordeel te geven over de vraag of er in de onderhavige kwestie sprake is van een aanstellingskeuring in de zin van de Wet op de medische keuringen (WMK) en, zo ja, of de uitvoering van die aanstellingskeuring voldoet aan de voorschriften van de WMK en overige relevante wet- en regelgeving.

6.2 De Commissie overweegt vervolgens als volgt.

6.3 De voorliggende kwestie betreft de vraag of de handelwijze van verweerster, inhoudende het stellen van vragen over de gezondheidstoestand van de sollicitant, zoals aan de orde op het ‘formulier speciale voorzieningen’, valt onder het regime van de WMK en, zo ja, of verweerster aldus heeft gehandeld in strijd met de WMK.

6.4 Artikel 1, onderdeel a, van de WMK bepaalt – voor zover hier van belang – dat onder een keuring wordt verstaan het schriftelijk of mondeling stellen van ‘vragen over de gezondheidstoestand van de keurling en het verrichten van medisch onderzoek in verband met het aangaan of wijzigen van:
1e . een burgerrechtelijke arbeidsverhouding die bij of krachtens de Ziektewet of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering als dienstbetrekking wordt aangemerkt. (………………)’

6.5 Vaststaat dat in het onderhavige geding sprake is van het stellen van gezondheidsvragen in het kader van een sollicitatieprocedure en dat de onderhavige functie een arbeidsverhouding betreft, zoals genoemd in artikel 1 van de WMK.

6.6 Ter beoordeling van de in geding zijnde vragen wordt hier opgemerkt dat de term keuring in de zin van de WMK ruim wordt uitgelegd en, blijkens artikel 4, tweede lid, van de WMK mede omvat het vragen naar of het anderszins inwinnen van inlichtingen over de gezondheidstoestand en over ziekteverzuim in het verleden.

6.7 Bovenstaande betekent dat de onderhavige gezondheidsvragen vallen onder de reikwijdte van de WMK.

6.8 Het stellen van vragen tijdens de sollicitatieprocedure over de gezondheidstoestand en over het ziekteverzuim in het verleden vallen, zoals hierboven is overwogen, onder het begrip keuring in de zin van de WMK. Deze vragen mogen ingevolge artikel 1, onderdeel d, van de WMK, juncto artikel 1, onderdeel a, van het  Besluit aanstellingskeuringen, alleen worden gesteld door de keurend arts in het kader van een aanstellingskeuring. Bij andere beoordelingen dan de medische keuring mogen ingevolge artikel 4, tweede lid, van de WMK geen vragen worden gesteld en evenmin inlichtingen worden ingewonnen over de gezondheidstoestand van de sollicitant en over diens ziekteverzuim in het verleden.

6.9 In de WMK, inwerking getreden per 1 januari 1998, is onder meer bovenstaande bepaling opgenomen in verband met het uitgangspunt van de WMK. Volgens dit uitgangspunt zijn aanstellingskeuringen slechts beperkt toelaatbaar teneinde ongerechtvaardigde uitsluiting van de arbeidsmarkt te voorkomen en de privacy van aspirant werknemers te beschermen. De aanstellingskeuring, als deze al is toegestaan, mag daarom niet worden gebruikt als instrument van risicoselectie van werknemers voor ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid in de toekomst.

6.10 Daaraan doet niet af de visie van verweerster dat deze vragen al sinds 1994 worden gesteld om te bezien of er voor de toekomstige medewerker eventueel voorzieningen moeten worden getroffen wat betreft werkplek dan wel werktijden. Sinds de inwerkingtreding van de WMK is het, gelet op vorenstaande, immers aan sollicitanten om het initiatief te nemen of zij voor hun eigen belang bedoelde informatie willen verstrekken tijdens de sollicitatieprocedure. In dit verband wijst de Commissie hier ook op de per 1 december 2003 inwerking getreden Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGBH/CZ). Hetzelfde geldt voor het hebben van een (gedeeltelijke) WAO-uitkering. De Commissie verwijst hier naar oordelen van de
CKA dienaangaande.

6.11 Gelet echter op de verplichting die besloten ligt in artikel 2 WGBH/CZ heeft de Commissie met instemming kennis genomen van de inspanningen die verweerster zich heeft getroost om tijdig aanpassingen te realiseren voor (kandidaat-)werknemers met een functiebeperking, doch wijst erop dat, zoals hierboven overwogen, krachtens de wetsgeschiedenis het aan de (kandidaat-)werknemer is om in dezen het initiatief te nemen. De Commissie kan zich voorstellen dat de werkgever de (kandidaat-)werknemer wijst op de mogelijkheid om behoeften kenbaar te maken, doch dit dient dan op zodanig (vertrouwelijke) wijze te kunnen geschieden dat dit geen invloed heeft op de werving, selectie en aannemingsprocedure.

7 Oordeel van de Commissie
Op grond van vorenstaande overwegingen komt de Commissie tot het volgende oordeel. Verweerster heeft gehandeld in strijd met artikel 1, onderdeel d, van de Wet op de medische keuringen, juncto artikel 1, onderdeel a, van het Besluit aanstellingskeuringen, en artikel 4, tweede lid, van de Wet op de medische keuringen.