Oordeel 2009-04

De Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen (CKA) is gevraagd haar oordeel uit te spreken over de vraag of klager afgekeurd had mogen worden voor een functie bij het Korps Commandotroepen vanwege de uitslag van een psychologisch onderzoek.

Klager heeft als onderdeel van de sollicitatieprocedure voor een functie bij het Korps Commandotroepen een psychologisch onderzoek ondergaan. Klager is afgewezen op grond van de uitslag van dit onderzoek. De inhoud van de klacht gaf de CKA aanleiding klager nadere vragen te stellen om te achterhalen of de psycholoog specifieke medische vragen had gesteld die mogelijkerwijs mede reden zijn geweest voor de afkeuring. Bij een positief antwoord op die vraag zou het psychologisch onderzoek als een aanstellingskeuring in de zin van de Wet op de medische keuringen (Wmk) kunnen worden aangemerkt.
Uit de totstandkomingsgeschiedenis en de titel van de Wmk blijkt dat de werking van de wet beperkt is tot medische keuringen. Vragen en onderzoeken moeten betrekking hebben op het ‘medische’ om van een aanstellingskeuring in de zin van de Wmk te kunnen spreken. Psychiatrische onderzoeken vallen hier wel onder. Psychologische onderzoeken vallen in beginsel niet onder de Wmk tenzij tijdens dit onderzoek zodanige vragen over de gezondheid zijn gesteld dat er toch sprake is van een keuring in de zin van artikel 1, onder a, van de Wmk.

In deze zaak is tijdens het psychologisch onderzoek alleen in zijn algemeenheid over klagers gezondheid gesproken. De vraag of klager medisch in orde is past in een algemeen psychologisch onderzoek. Een algemene vraag naar de gezondheid tijdens een psychologisch onderzoek geeft een completer beeld van de persoon en inzicht in de eventuele invloed van de gezondheid op de psyche van deze persoon. Bij de bespreking van het motorongeluk dat in het verleden had plaatsgevonden, is tevens over de medische gevolgen hiervan gesproken. Het is de Commissie niet gebleken dat de psychologe hierover gerichte vragen heeft gesteld. De CKA acht het aannemelijk dat de vragen vooral gericht waren op gedragingen van klager in verband met het ongeluk, temeer nu de beoordeling van dit gedrag als roekeloos gedrag tot afkeuring voor de functie heeft geleid.

De CKA is daarom van oordeel dat er in casu geen sprake is van een aanstellingskeuring in de zin van artikel 1, onder a, van de Wmk. Om die reden verklaart de Commissie zich kennelijk onbevoegd.



Oordeel 2009-04

Commissie: mr. E. Cremers - Hartman, voorzitter, mr. M.A.C. Vijn en mr. C.M.F. van Roessel, bedrijfsarts, leden van de Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen in tegenwoordigheid van mr. J. Jonkman, secretaris.

1 De klacht

Op 28 april 2009 heeft klager een klacht ingediend bij de Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen (hierna: de Commissie). Klager heeft de Commissie gevraagd haar oordeel uit te spreken over de vraag of hij afgekeurd had mogen worden voor een functie bij het Korps Commandotroepen vanwege de uitslag van een psychologisch onderzoek.
 
2 De loop van de procedure

De Commissie heeft klager op 6 mei 2009 schriftelijk nadere vragen gesteld, welke vragen door klager bij brief van 15 mei 2009 zijn beantwoord.

3. De feiten

3.1 Klager heeft als onderdeel van de sollicitatieprocedure voor een functie bij het Korps Commandotroepen op 5 februari 2009 een psychologisch onderzoek ondergaan. Deze vond plaats in vervolg op een driedaagse kennismaking die klager goed had doorlopen.

3.2 Tijdens het gesprek met de psychologe is uitgebreid gesproken over klager als persoon, over zijn verleden, familie, zijn gezondheid en zijn arbeidsverleden. Tevens is gesproken over het motorongeluk waar klager in het verleden bij betrokken is geweest. Klager had zonder rijbewijs motor gereden en is toen in botsing geraakt met een auto.

3.3 Een uur na het psychologisch onderzoek kreeg klager van dezelfde psychologe te horen dat hij was afgekeurd. De psychologe gaf als reden voor de afkeuring het roekeloze gedrag dat had geleid tot het motorincident. Klager hoefde de sporttest vervolgens niet meer te doen.

3.4 Een week na het onderzoek ontving klager de officiële afwijzingsbrief. In deze brief staat dat klager is afgewezen op grond van de uitslag van het psychologisch onderzoek. Er staat niet aangegeven op welk onderdeel van het onderzoek klager is afgewezen.

4. Nader onderzoek

Op basis van de antwoorden van klager op de aanvullende vragen gaat de Commissie uit van de volgende gegevens:

- Klager was geïnformeerd over de aannameprocedure en het daarbij horende psychologisch onderzoek, de medische keuring, alsmede de sporttest.
- Tijdens het psychologisch onderzoek heeft de psychologe klager gevraagd of hij medisch in orde is. De psychologe heeft geen specifieke medische vragen gesteld.
- De schriftelijke vragenlijst bevat geen medische vragen.
- Klager heeft zijn motorongeluk en de gevolgen daarvan, waaronder ook medische gevolgen, uitgebreid besproken.
- Klager heeft niet deelgenomen aan een sport- en medische keuring als vervolg op het psychologisch onderzoek.

5 Overwegingen van de Commissie

Ten aanzien van de bevoegdheid om de klacht in behandeling te nemen:

5.1 De Commissie dient vast te stellen of het onderhavige psychologisch onderzoek een keuring is in de zin van de Wet op de medische keuringen (Wmk).

5.2 Artikel 1, onderdeel a, van de Wmk bepaalt – voor zover hier van belang – dat onder een keuring wordt verstaan vragen over de gezondheidstoestand van de keurling en het verrichten van medisch onderzoek in verband met het aangaan of wijzigen van:
(…)
2e een aanstelling in openbare dienst
(…)

5.3 Vaststaat dat de functie waarnaar klager solliciteerde een aanstelling betreft in de zin van bovengenoemd artikel.

5.4 Uit de totstandkomingsgeschiedenis en de titel van de Wmk blijkt dat de werking van de wet beperkt is tot medische keuringen. Vragen en onderzoeken moeten betrekking hebben op het ‘medische’ om van een aanstellingskeuring in de zin van de Wmk te kunnen spreken. Psychiatrische onderzoeken vallen hier onder. Psychologische onderzoeken, zoals in casu aan de orde, vallen in beginsel niet onder de Wmk.

5.5 De vraag die thans moet worden beantwoord is of tijdens het psychologisch onderzoek zodanige vragen over de gezondheid zijn gesteld dat er toch sprake is van een keuring in de zin van artikel 1, onder a, van de Wmk.

5.6 De begrippen medische vragen en onderzoek en vragen naar of inlichtingen inwinnen over de gezondheidstoestand en het ziekteverzuim in het verleden moeten ruim worden opgevat. Dit betekent dat ook indirecte vragen en onderzoeken, waaruit medische informatie kan worden afgeleid, onder de Wmk vallen.

5.7 Het onderscheid tussen een medisch en psychologisch onderzoek is in de praktijk niet altijd even scherp of gemakkelijk aan te geven. Om die reden dient de Commissie per geval te onderzoeken of er tijdens het psychologisch onderzoek daadwerkelijk geen vragen zijn gesteld die zijn te interpreteren als gezondheidsvragen.

5.8 Uit de antwoorden van klager op de aanvullende vragen die de Commissie heeft gesteld, leidt de Commissie af dat tijdens het psychologisch onderzoek alleen in zijn algemeenheid over klagers gezondheid is gesproken. De vraag of klager medisch in orde is past in een algemeen psychologisch onderzoek. Een algemene vraag naar de gezondheid tijdens een psychologisch onderzoek geeft een completer beeld van de persoon en inzicht in de eventuele invloed van de gezondheid op de psyche van deze persoon. Bij de bespreking van het motorongeluk is tevens over de medische gevolgen hiervan gesproken. Het is de Commissie niet gebleken dat de psychologe hierover gerichte vragen heeft gesteld. Aannemelijk is dat de vragen vooral gericht waren op gedragingen van klager in verband met het ongeluk, temeer nu de beoordeling van dit gedrag als roekeloos gedrag tot afkeuring voor de functie heeft geleid.

Dit brengt de Commissie tot het oordeel dat er in casu geen sprake is van een aanstellingskeuring in de zin van artikel 1, onder a, van de Wmk.

Op grond van vorenstaande verklaart de Commissie zich kennelijk onbevoegd.

Den Haag, 7 augustus 2009