Oordeel 2010-04

Klager heeft de Commissie gevraagd haar oordeel uit te spreken over de wijze waarop de veiligheidskeuring ten behoeve van re-integratie in de functie van treinmachinist heeft plaatsgevonden, over de persoon van de keuringsarts en over de onduidelijke communicatie omtrent de behandeling van de bezwaren tegen de keuring en het gebrek aan informatie over de mogelijkheden van het aanvragen van een herkeuring dan wel een second opinion.

De Commissie is echter uitsluitend bevoegd te oordelen over aanstellingskeuringen, zijnde de keuringen die plaatsvinden in verband met het aangaan of wijzigen van een arbeidsverhouding (artikel 4, eerste lid, van de Wet op de medische keuringen).

Uit de gegevens die aan de Commissie ter beschikking zijn gesteld, blijkt dat de klacht betrekking heeft op een medische keuring in het kader van de re-integratie in de oorspronkelijke functie van treinmachinist. Deze keuring is niet verricht in verband met het aangaan dan wel het wijzigen van een arbeidsverhouding en is daarom geen aanstellingskeuring in de zin van de WMK. Op grond van vorenstaande verklaart de Commissie zich kennelijk onbevoegd ten aanzien van de ingediende klacht.  


Oordeel 2010-04

Commissie: mr. E. Cremers - Hartman, voorzitter, mr. M.A.C. Vijn en mr. drs. E.P. Harderwijk, leden van de Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen in tegenwoordigheid van mr. J. Jonkman, secretaris.

1 De klacht

1.1 Op 16 juni 2010 heeft klager een klacht ingediend bij de Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen (hierna: de Commissie).
Klager heeft de Commissie gevraagd haar oordeel uit te spreken over de wijze waarop de veiligheidskeuring ten behoeve van re-integratie in de functie van treinmachinist heeft plaatsgevonden, over de persoon van de keuringsarts en over de onduidelijke communicatie omtrent de behandeling van de bezwaren tegen de keuring en het gebrek aan informatie over de mogelijkheden van het aanvragen van een herkeuring danwel een second opinion

2 De loop van de procedure

2.1 Klager heeft, alvorens hij de klacht indiende, op 21 mei 2010 een adviesvraag ingediend bij de Commissie. Klager heeft daarin uiteengezet dat hij veiligheidsongeschikt is verklaard door een keurend arts, dat zijn eigen cardioloog vraagtekens heeft geplaatst bij deze uitslag en dat hij op zoek is naar een instantie waar hij terecht kan voor een herkeuring dan wel een second opinion. Op 1 juni 2010 heeft de Commissie klager hierover per e-mail geïnformeerd. Daarbij heeft de Commissie aangegeven dat op deze keuring het Besluit spoorwegpersoneel en de Regeling spoorwegpersoneel van toepassing zijn. Artikel 6 en 7 van de Regeling spoorwegpersoneel bepaalt dat de herkeuring moet worden aangevraagd bij het keuringsinstituut dat de keuring in eerste aanleg heeft verricht.

2.2 Vervolgens heeft klager op 16 juni 2010 een klacht bij de Commissie ingediend over de veiligheidskeuring van 12 april 2010 waarvan de inhoud onder 1.1 is omschreven.

2.3 Op 23 juni 2010 heeft de Commissie klager per e-mail laten weten dat op grond van de beschikbare informatie de omstreden veiligheidskeuring moet worden aangemerkt als een medische keuring in het kader van de re-integratie in de oorspronkelijke functie van klager. De Commissie heeft aangegeven dat een dergelijke keuring geen aanstellingskeuring in de zin van de Wet op de medische keuringen (hierna: WMK) is omdat daarvan alleen sprake is als het gaat om een keuring die verband houdt met het aangaan of het wijzigen van een arbeidsverhouding. De Commissie heeft tevens kenbaar gemaakt alleen klachten in behandeling te kunnen nemen die een aanstellingskeuring in de zin van de WMK betreffen. In andere gevallen moet de Commissie zich onbevoegd verklaren.

2.4 In de e-mail van 23 juni 2010 heeft de Commissie klager gevraagd of de Commissie de situatie op juiste wijze interpreteert door de omstreden veiligheidskeuring te beschouwen als een keuring in het kader van de re-integratie in de oorspronkelijke functie en dat klager zou terugkeren in zijn eigen functie zonder een wijziging van de arbeidsverhouding mits hij geschikt zou zijn verklaard.

2.5 Op 24 juni 2010 heeft klager de Commissie per brief verzocht om te reageren op zijn op 16 juni 2010 ingediende klacht.

2.6 Op 28 juni 2010 heeft de Commissie klager per brief nogmaals laten weten dat de Commissie zich onbevoegd moet verklaren als een klacht betrekking heeft op een keuring die niet kan worden aangemerkt als een aanstellingskeuring in de zin van de WMK. De Commissie heeft klager opnieuw de in 2.4 gestelde vragen voorgelegd en klager verzocht aanvullende informatie te verstrekken als de Commissie van een verkeerde interpretatie zou uitgaan.

2.7 De Commissie heeft na 28 juni 2010 geen nader bericht van klager meer ontvangen.

3. De gegevens

3.1 Klager is sinds 1975 werkzaam als treinmachinist bij een openbaar vervoers-bedrijf. In oktober 2008 is hij echter ziek geworden en uiteindelijk veiligheidsongeschikt bevonden als treinmachinist, volgens de normen van de Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW).

3.2 Vanaf begin 2010 was de gezondheid van klager dusdanig verbeterd dat klagers leidinggevende en de arbodienst besloten om klager te laten meerijden op de trein, met het oog op re-integratie in zijn eigen functie. Toen het meerijden goed bleek te gaan, is een veiligheidskeuring aangevraagd.

3.3 Deze veiligheidskeuring heeft plaatsgevonden op 12 april 2010 bij een bedrijfsarts van de polikliniek Mens en Arbeid te Amsterdam. De bedrijfsarts heeft klager veiligheidsongeschikt bevonden op grond van de aanwezigheid van (stille) ischemie bij inspanning. Van (stille) ischemie is sprake als het hart een tekort aan zuurstof krijgt, waarbij een hartinfarct het gevolg kan zijn. De toevoeging ´stil´ slaat op het feit dat betrokkene deze situatie niet bemerkt.

3.4 Deze keuring van 12 april 2010 is nu in geding. Klager heeft inhoudelijke bezwaren tegen de gang van zaken tijdens deze veiligheidskeuring. Hij begrijpt ook niet dat hij ongeschikt is verklaard door een bedrijfsarts die zelf ondermeer betrokken zou zijn geweest bij het opstellen van medische geschiktheidseisen voor spoorwegpersoneel. Hij begrijpt evenmin dat een diagnose is gesteld zonder een medisch onderzoek. Voorts maakt klager bezwaar tegen het ontbreken van informatie over de mogelijkheden van bezwaar, herkeuring dan wel second opinion.

4 Overwegingen van de Commissie

Ten aanzien van de bevoegdheid van de Commissie:

4.1 De Commissie is uitsluitend bevoegd te oordelen over aanstellingskeuringen, zijnde de keuringen die plaatsvinden in verband met het aangaan of wijzigen van een arbeidsverhouding (artikel 4, eerste lid, van de Wet op de medische keuringen).

4.2 Uit de gegevens die aan de Commissie ter beschikking zijn gesteld, blijkt dat de klacht betrekking heeft op een medische keuring in het kader van de re-integratie in de oorspronkelijke functie van treinmachinist. Deze keuring is niet verricht in verband met het aangaan dan wel het wijzigen van een arbeidsverhouding en is daarom geen aanstellingskeuring in de zin van de WMK.

Op grond van vorenstaande verklaart de Commissie zich kennelijk onbevoegd ten aanzien van de ingediende klacht.

Den Haag, 20 september 2010