Oordeel 2011-01

Klager verzoekt de Commissie een oordeel te geven over de keuring voor een taxipas. Klager heeft via een re-integratiebureau gesolliciteerd bij een vervoersbedrijf op de functie taxichauffeur/kleinbus. Tijdens het sollicitatiegesprek zijn vragen gesteld over klagers gezondheid. Klager heeft toen aangegeven dat hij diabetes heeft. Het vervoersbedrijf heeft aangegeven dat klager moest worden gekeurd voor de taxipas. Vervolgens is klager afgekeurd. Hierdoor wilde het vervoersbedrijf niet met hem verder, terwijl klager reeds aan de opleiding tot taxichauffeur was begonnen. Klager stelt dat hem een baangarantie was afgegeven, verweerder bestrijdt dit.

De commissie dient te beoordelen of sprake is van een aanstellingskeuring. Volgens de commissie is dit het geval, omdat het vervoersbedrijf in de uitnodiging voor de keuring schreef dat het om een aanstellingskeuring ging. Bovendien heeft het vervoersbedrijf aangegeven dat normaal gesproken na voltooiing van de opleiding wordt overgegaan tot een dienstverband bij het bedrijf.

Naast de Wmk en het Besluit Aanstellingskeuringen kunnen tevens andere regels van toepassing zijn op een aanstellingskeuring, indien deze op specifieke wetgeving zijn gebaseerd. In casu is dit het geval, namelijk de Regeling eisen geschiktheid 2000. Volgens de commissie doet deze regeling, met daarin een wettelijk verplichte keuring voor de taxipas, geen afbreuk aan het karakter van aanstellingskeuring.

Vervolgens geeft de commissie aan dat het begrip ‘keuring’ in de Wmk ruim moet worden verstaan. Hieronder valt ook het stellen van vragen over de gezondheidstoestand. Omdat tijdens het sollicitatiegesprek vragen zijn gesteld over de gezondheid, is in strijd met de wet gehandeld.

Tevens heeft verweerder volgens de commissie nog op andere onderdelen in strijd met de Wmk gehandeld, namelijk ten aanzien van de informatievoorziening en de gang van zaken rond de herkeuring.


Oordeel 2011-01

Commissie: mr. E. Cremers - Hartman, voorzitter, drs. E.P. Harderwijk, bedrijfsarts en mr. M.A.C. Vijn, leden van de Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen in tegenwoordigheid van mr. J. Jonkman, secretaris.

1 De klacht

1.1 Op 24 oktober 2010 heeft klager een klacht ingediend bij de Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen (hierna: de Commissie). Klager is door een re-integratiebureau bemiddeld en heeft gesolliciteerd bij verweerder op de functie taxichauffeur/kleinbus.
De klacht richting verweerder als keuringsvrager bestaat uit de volgende klachtonderdelen:

  • Tijdens het sollicitatiegesprek is door verweerder gevraagd: “Bent u gezond, dit omdat u gekeurd moet worden voor uw taxipas”; 
  • Verweerder heeft gezegd dat sprake was van een WMK-keuring en dat de arbodienst van verweerder hem een oproep zou sturen; over de keuring zelf is door verweerder geen nadere informatie verstrekt; 
  • Verweerder heeft na de eerste keuringsuitslag besloten dat met klager geen dienstverband zou worden aangegaan, de uitslag van de herkeuring zou niet worden afgewacht; 
  • Verweerder heeft tevens gezegd dat als klager zou worden goedgekeurd tijdens de herkeuring een heroverweging over het aangaan van een dienstverband mogelijk zou zijn; sinds de goedkeuring is nog geen nieuwe beslissing genomen over het aangaan van een dienstverband.

2 De loop van de procedure

2.1 De secretaris van de Commissie heeft op 27 oktober 2010 naar aanleiding van de ontvangen klacht telefonisch contact gehad met klager. Van dit gesprek heeft de secretaris een verslag opgesteld. Dit verslag is ter controle en aanvulling aan klager voorgelegd. Klager heeft op 28 oktober 2010 het verslag aangevuld en voor akkoord verklaard.

2.2 Op 8 november 2010 heeft de Commissie klager nog schriftelijk nadere vragen gesteld. Hierop heeft klager nog diezelfde dag gereageerd.

2.3 De klacht is bij brief van 9 november 2010 doorgestuurd naar verweerder en de keurend arts met het verzoek om een reactie.

2.4 Verweerder heeft op 3 december 2010 een schriftelijke reactie gezonden aan de Commissie.

2.5 Klager heeft de Commissie op 11 december 2010 de door hem ontvangen afwijzingsbrief van verweerder d.d. 7 december 2011 toegestuurd. Voorts heeft klager op 21 december 2010 per e-mail kort op het verweer gereageerd.

2.6 De hoorzitting vond plaats op 13 januari 2011.

2.7 De keurend arts is uitgenodigd voor een hoorzitting op diezelfde datum voorafgaand aan de zitting met verweerder. De Commissie heeft besloten verweerder en keurend arts niet gelijktijdig te horen in verband met de bescherming van de privacy van klager en het beroepsgeheim van de keurend arts.

2.8 De Commissie heeft tegen de keurend arts een afzonderlijk oordeel uitgebracht (Oordeel 2011-02).

3. De feiten

3.1 Klager is via een re-integratiebureau bij verweerder op 2 juni 2010 op sollicitatiegesprek gekomen in het kader van een opleiding tot taxichauffeur met baangarantie.

3.2 De personeelsfunctionaris van verweerder heeft tijdens het sollicitatiegesprek aan klager gevraagd of hij gezond was, dit omdat klager gekeurd zou moeten worden voor de functie van taxichauffeur. Klager heeft daarop geantwoord dat hij diabetes heeft. Hierop heeft verweerder gezegd dat dit geen probleem is omdat er meer chauffeurs zijn met diabetes.

3.3 Verweerder heeft klager laten weten dat er een verplichte keuring is voor de functie taxichauffeur. Verweerder heeft bij brief van 28 juni 2010 bevestigd dat het om een aanstellingskeuring gaat.

3.4 Klager is begin juli 2010 aan de opleiding begonnen.

3.5 Bij brief van 20 juli 2010 heeft klager van de arbodienst van verweerder een uitnodiging voor de keuring ontvangen “in verband met de functie van taxi”. Vermeld werd dat het onderzoek werd verricht “in opdracht van: CTS Hilversum te Hilversum”.

3.6 Op 26 juli 2010 vond de keuring plaats, door mevrouw Waalwijk, bedrijfsarts. De volgende dag, 27 juli 2010, heeft klager van de keurend arts te horen gekregen dat hij was afgekeurd.

3.7 Ter hoorzitting is komen vast te staan dat de personeelsfunctionaris van verweerder op 27 juli 2010 contact heeft opgenomen met de arbodienst. Aan verweerder is toen bekend geworden ´dat er iets meer speelde dan alleen de suiker´. Verweerder heeft dit dezelfde dag telefonisch aan klager gemeld door een bericht in te spreken op diens voicemail. Zij heeft daarbij aan klager gevraagd informatie bij de huisarts op te vragen en aan de arbodienst te sturen, zodat er versneld zou kunnen worden goedgekeurd.

3.8 Op 3 augustus 2010 heeft klager de uitslag van de keuring met verweerder besproken. Op die dag heeft verweerder klager meegedeeld op dat moment niet tot een dienstverband met klager te zullen overgaan, omdat klager niet in het bezit is van de wettelijk vereiste documenten die nodig zijn om als chauffeur aan de slag te kunnen.

3.9 Klager heeft op 6 en 18 augustus 2010 respectievelijk het theorie- en praktijkexamen taxichauffeur met succes afgelegd.

3.10 Klager heeft een herkeuring aangevraagd bij de arbodienst. Deze herkeurend arts heeft klager goedgekeurd.

4. Standpunten klager

4.1 Klager stelt dat verweerder tijdens het sollicitatiegesprek vragen over zijn gezondheid heeft gesteld.

4.2 Klager stelt dat hij voorafgaande aan de keuring niet goed is geïnformeerd door verweerder over de inhoud van de keuring.

4.3 Ook stelt klager dat verweerder de uitslag van de herkeuring niet wilde afwachten, terwijl verweerder had gezegd dat als klager zou worden goedgekeurd tijdens de herkeuring een heroverweging over het aangaan van een dienstverband mogelijk zou zijn.

5. Standpunten verweerder

5.1 Verweerder stelt dat de keuring voor de taxipas los van verweerder staat; zonder taxipas kan een sollicitant nergens aan de slag. De verplichte keuring voor een taxipas wordt wel door verweerder gefaciliteerd, maar de taxipas is een persoonlijk document.
De keuring hiervoor is daarmee ook persoonlijk. De potentiële werkgever wordt louter en alleen geïnformeerd over de uitslag. Afkeuring betekent dat er geen taxipas wordt toegekend, waardoor de sollicitant niet als chauffeur bij een taxibedrijf kan gaan werken. Indien na herkeuring wel een taxipas is toegekend, dan nog is het aan de werkgever ter beoordeling om al dan niet contractuele verplichtingen met de sollicitant aan te gaan.

5.2 Verweerder heeft tijdens de hoorzitting aanvullend laten weten dat er in deze situatie geen sprake is van een aanstellingskeuring. Verweerder geeft aan dat er sprake is van een fout in de brief van verweerder aan klager van 28 juni 2010, betreffende ´uitnodiging cursus en inf.´, waar er staat: ´Ook krijgt u binnenkort een oproep voor een aanstellingskeuring bij …. (naam van de arbodienst).´ Verweerder laat weten dat zij binnenkort wel aanstellingskeuringen wil gaan invoeren. Verweerder is van mening dat er bijzondere functie-eisen te stellen zijn aan het werk van taxichauffeur en dat hierop beter geselecteerd zou moeten worden.

5.3 Verweerder geeft aan dat geen baangarantie is afgegeven; ook al heeft een sollicitant de opleiding tot taxichauffeur volledig afgerond, dan kan deze geen recht doen gelden op een baan bij verweerder. Ook niet indien de sollicitant binnen komt via een re-integratiebureau. Het re-integratiebureau kan ook eigenstandig een baan garanderen, maar dat hoeft, na afronding van de opleiding, niet noodzakelijkerwijs een baan bij verweerder te zijn.

5.4 Tijdens de hoorzitting heeft verweerder laten weten dat het haar doel was om “bij een normale gang van zaken” een dienstverband met klager aan te gaan. Daarom was ook de investering gedaan om de opleiding en de keuring te faciliteren en te betalen. Indien het tot een dienstverband komt dan worden de kosten van het loon ingehouden. Mocht er uiteindelijk geen dienstverband volgen, dan wordt het teruggevorderd van de aspirant-werknemer. Verweerder gaf aan dat dit vaak een moeilijk proces was.

5.5 Verweerder stelt dat de sollicitant tijdens het sollicitatiegesprek altijd de vrijheid heeft om vragen onbeantwoord te laten. Verweerder ontkent niet dat er tijdens het sollicitatiegesprek een vraag over de gezondheid is gesteld. Verweerder geeft aan dat in ieder geval aan de sollicitant gevraagd moet worden of er nog belemmeringen voor het werk zijn, die zij, als aspirant werkgever, niet kennen. Verweerder geeft aan dat het sollicitatiegesprek door de primaire selecteurs wellicht kwalitatief verbeterd kan worden.

5.6 Verweerder informeert uitdrukkelijk iedere sollicitant al dan niet collectief zorgvuldig ten aanzien van de te volgen procedure, het opleidingstraject en de procedure voor de sollicitant om een taxipas aan te vragen. Verweerder stelt dat klager voorafgaande aan de keuring de twee informatiebrochures „Chauffeurspas‟ en „Chauffeur groepsvervoer‟ alsmede twee brieven d.d. 28 juni 2010 met als onderwerp „opleidingsovereenkomst Taxiopleiding‟ en „Uitnodiging cursus en inf.‟ heeft meegezonden.

5.7 Verweerder geeft tijdens de hoorzitting aan dat zij geen inhoudelijke informatie over de keuring geven aan de aspirant werknemer omdat dat op de weg van de keurend arts of arbodienst ligt. Verweerder geeft aan zich niet bezig te houden met de inhoud van de keuring.

5.8 Verweerder heeft mede met in achtneming van de eerste keuringsuitslag een totaalbeoordeling van klager gemaakt en op basis daarvan besloten de sollicitatieprocedure met klager te beëindigen. Verweerder hanteert het standpunt: ”Bij twijfel, niet aannemen”. Daarom is de uitslag van een eventuele herkeuring niet afgewacht.

5.9 Verweerder heeft voorts laten weten het storend te hebben gevonden dat er in de brief en bijbehorende informatie van de Commissie aan verweerder informatie over klager staat die slechts tot het domein van de bedrijfsarts en klager behoort.

6 Overwegingen van de Commissie

6.1 Voorop staat dat, gelet op de tekst en de doelstellingen van de WMK en overige regelgeving, waaronder het Protocol Aanstellingskeuringen van juni 1995, in werking sinds 1 januari 1996 (1), moet worden uitgegaan van een strikte scheiding van verantwoordelijkheden en bevoegdheden tussen de keuringvrager en de keurend artsen. De Commissie geeft daarom afzonderlijk een oordeel over het handelen van de keurend arts (oordeel 2011-02).

6.2 De Commissie geeft geen inhoudelijk oordeel over het al dan niet geschikt zijn van individuen voor functies, nu een dergelijk oordeel toekomt aan keurend artsen. Het is de taak van de Commissie een oordeel te geven over de vraag of de uitvoering van aanstellingskeuringen voldoet aan de voorschriften van de WMK en overige relevante wetgeving.

De Commissie overweegt vervolgens als volgt.

6.3 De voorliggende klacht betreft de vraag of verweerder heeft gehandeld in strijd met artikel 4, tweede lid, WMK door het stellen van vragen over klagers gezondheid tijdens de sollicitatieprocedure.
Tevens dient de Commissie zich uit te spreken over de vraag of door verweerder is gehandeld in strijd met artikel 8, tweede lid van de WMK door klager vooraf niet goed te informeren over de inhoud en het doel van de medische keuring en de rechten van de keurling ten aanzien van deze keuring. Ten slotte wenst klager een oordeel over het feit dat verweerder de uitslag van de herkeuring niet heeft afgewacht, terwijl dat wel was toegezegd.

6.4 De Commissie overweegt dat artikel 1, onderdeel a, van de WMK bepaalt – voor zover hier van belang – dat onder een keuring wordt verstaan vragen over de gezondheidstoestand van de keurling en het verrichten van medisch onderzoek in verband met het aangaan of wijzigen van:

“1°. een burgerrechtelijke arbeidsverhouding die bij of krachtens de Ziektewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering als dienstbetrekking wordt aangemerkt,”
(…)

6.5 Klager is via een re-integratiebureau bij verweerder terechtgekomen. Hij stelt dat hij via verweerder de opleiding tot taxichauffeur kon volgen met baangarantie. Klager heeft daadwerkelijk een sollicitatiegesprek gehad en is daarna tot de opleiding toegelaten. Verweerder heeft na het sollicitatiegesprek de arbodienst opdracht gegeven voor een aanstellingskeuring.

6.6 Verweerder stelt dat het verzorgen van de opleiding tot chauffeur niet automatisch leidt tot een aanstelling. De keuring voor de taxipas wordt wel gefaciliteerd, maar valt verder onder klagers verantwoordelijkheid. Verweerder geeft ook aan dat bij een normale gang van zaken zij tot een dienstverband overgaan, nadat de opleiding is afgerond en de kandidaat is goedgekeurd.

6.7 De Commissie dient te beoordelen of er hier sprake is van een aanstellingskeuring. Verweerder heeft tijdens de hoorzitting laten weten dat ´bij een normale gang van zaken´ overgegaan zou zijn tot een dienstverband. Ook heeft verweerder in haar brief aan klager vermeld dat klager een oproep voor een aanstellingskeuring krijgt.
De Commissie oordeelt daarom dat gezien het feitencomplex en de door verweerder ter zitting gegeven antwoorden er sprake is van een aanstellingskeuring zoals bepaald in artikel 1, onderdeel a, van de WMK. Verweerder moet derhalve voldoen aan de verplichtingen die de WMK en het Besluit Aanstellingskeuringen aan werkgevers opleggen.

6.8 Op een aanstellingskeuring in de zin van artikel 1, onderdeel a, van de WMK kunnen naast de regels van de WMK en het Besluit Aanstellingskeuringen tevens andere regels van toepassing zijn als deze op specifieke wetgeving zijn gebaseerd. Voor de functie van taxichauffeur/kleinbus is dat de door de minister van Verkeer en Waterstaat opgestelde Regeling eisen geschiktheid 2000 met de eisen met betrekking tot de lichamelijke en geestelijke geschiktheid om motorrijtuigen te mogen besturen. De Commissie wil benadrukken dat het gegeven dat de keuring tevens kan worden aangemerkt als een wettelijk verplichte keuring voor de taxipas geen afbreuk doet aan het karakter van aanstellingskeuring.

6.9 Uit artikel 1, eerste lid van de WMK blijkt dat het begrip „keuring‟ in deze wet ruim moet worden verstaan. Deze wetsbepaling omschrijft de keuring als „vragen over de gezondheidstoestand‟ en „het verrichten van medisch onderzoek‟ in verband met het aangaan of wijzigen van een door de wet nader omschreven burgerrechtelijke arbeidsverhouding of aanstelling in openbare dienst. Verder bepaalt artikel 4, slotzin van het tweede lid van de WMK: „Bij andere beoordelingen dan de medische keuring mogen geen vragen worden gesteld noch anderszins inlichtingen worden ingewonnen over de gezondheidstoestand van de keurling en diens ziekteverzuim in het verleden‟. Uit een en ander volgt dat de WMK niet alleen beperkingen stelt aan het verrichten van een medische keuring, maar ook aan het op andere wijze vergaren van inlichtingen over de gezondheidstoestand van een sollicitant.

6.10 Tijdens het sollicitatiegesprek heeft verweerder klager de vraag gesteld of hij gezond was. Deze vraag over klagers gezondheid staat los van de keuring voor de taxipas, die door een keuringsinstantie zou moeten worden uitgevoerd. De Commissie oordeelt dat middels deze vraag risicoselectie heeft plaatsgevonden en dat verweerder derhalve in strijd heeft gehandeld met artikel 4, tweede lid, van de WMK.

6.11 Klager is van mening dat hij onvoldoende is geïnformeerd over de inhoud en het doel van de keuring en zijn rechten daarbij. Hij heeft verder geen uitleg gekregen over wat voor keuring dit was. Hij kreeg alleen te horen dat hij door de arbodienst van verweerder voor een aanstellingskeuring zou worden opgeroepen. Verweerder heeft tijdens de hoorzitting desgevraagd aangegeven de sollicitant niet over de inhoud van de keuring te hebben geïnformeerd, omdat dit op de weg van de keurende instantie, of keurend arts, lag, maar niet op die van verweerder. Verweerder gaf aan niet van de inhoud van de keuring op de hoogte te zijn.

6.12 Verweerder heeft op grond van artikel 8, tweede lid, van de WMK de verplichting om sollicitanten vooraf goed te informeren over de medische keuring. Hieronder verstaat de Commissie informatie verschaffen over het doel van de keuring en over de vragen en de onderzoeken die daarbij aan bod komen.
Verweerder heeft aangegeven dat voorafgaand aan de keuring twee informatiebrochures aan klager zijn verstrekt, namelijk een over de chauffeurspas en een over de chauffeur groepsvervoer, alsmede twee brieven d.d. 28 juni 2010 met als onderwerp „opleidingsovereenkomst Taxiopleiding‟ en „Uitnodiging cursus en inf.‟ heeft meegezonden. In de brief met informatie over de cursus staat dat klager een aanstellingskeuring diende te ondergaan. Klager stelt deze informatie nooit te hebben ontvangen.
Nog daargelaten de vraag of de twee informatiebrochures klager voorafgaand aan de keuring hebben bereikt, is de Commissie van oordeel dat de brochures aan klager niet die informatie over het doel van de keuring en over de vragen en de onderzoeken die daarbij aan bod komen, hadden kunnen geven die vereist is voor een aanstellingskeuring in de zin van de WMK. De Commissie is daarom van oordeel dat verweerder in strijd heeft gehandeld met artikel 8, tweede lid, WMK.

6.13 Verweerder geeft aan dat de uitslag van de herkeuring niet afgewacht hoefde te worden. Het feit dat de sollicitant na de eerste keuringsuitslag te horen heeft gekregen dat verweerder als potentiële werkgever niet met klager verder wilde geeft volgens verweerder aan dat toen al een totaalbeoordeling is gemaakt en dat deze niet in het voordeel van klager is uitgevallen.

6.14 Deze redenering kan de Commissie niet volgen. Een goede totaalbeoordeling kan eerst worden gemaakt door de uitslag van de herkeuring mee te nemen. Een keurling heeft recht op een herkeuring, volgens artikel 12, eerste lid, van de WMK. De keuringvrager dient een regeling te treffen voor een herkeuring door een onafhankelijk geneeskundige. Volgens artikel 12, tweede lid, van de WMK dient de keuringvrager zijn te nemen beslissing uitstellen totdat de uitslag van de herkeuring hem is medegedeeld. De Commissie oordeelt dat nu verweerder de uitslag van de keuring niet heeft willen afwachten verweerder gehandeld heeft in strijd met artikel 12, tweede lid, van de WMK.

6.15 Het vierde onderdeel van de klacht behoeft geen zelfstandige bespreking. Verweerder heeft naar aanleiding van de ontvangen klacht aan klager alsnog een definitieve afwijzingsbrief gezonden. Die afwijzingsbrief maakt de situatie zoals besproken onder 6.13 en 6.14 niet anders.

6.16 De Commissie hecht er tenslotte aan op te merken dat in de brief van de Commissie aan verweerder geen medische informatie over klager is vermeld.

7. Oordeel van de Commissie

Op grond van vorenstaande overwegingen komt de Commissie tot het volgende oordeel:

  • Ten aanzien van het onderdeel van de klacht dat zich richt tegen het stellen van vragen over de gezondheid tijdens de sollicitatieprocedure verklaart de Commissie dat artikel 4, tweede lid, WMK geschonden. Dit onderdeel van de klacht is gegrond. 
  • Ten aanzien van het onderdeel van de klacht dat zich richt tegen de informatievoorziening voorafgaand aan de keuring acht de Commissie artikel 8, tweede lid van de WMK geschonden. Ook dit onderdeel is gegrond. 
  • Ten aanzien van het onderdeel van de klacht dat zich richt tegen het door verweerder niet willen afwachten van de uitslag van de herkeuring alvorens een beslissing over het dienstverband te nemen, acht de Commissie artikel 12, tweede lid van de WMK geschonden. Ook dit onderdeel van de klacht is gegrond.

Den Haag, 28 januari 2011


  1. Het Protocol Aanstellingskeuringen kan blijkens de nota van toelichting bij het Besluit tot regeling van de aanstellingskeuringen van 23 november 2001, Stb. 2001, 597, en bij het Besluit tot regeling van de klachtenbehandeling aanstellingskeuringen van 23 november 2001, Stb. 2001, 598, worden beschouwd als een nadere invulling van de Wmk en het Besluit Aanstellingskeuringen.