Oordeel 2011-02

Klager verzoekt de Commissie een oordeel te geven over de keuring voor een taxipas. Klager heeft via een re-integratiebureau gesolliciteerd bij een vervoersbedrijf op de functie taxichauffeur/kleinbus. Tijdens het sollicitatiegesprek zijn vragen gesteld over klagers gezondheid, waarop klager heeft aangegeven dat hij diabetes heeft. Het vervoersbedrijf heeft aangegeven dat klager moest worden gekeurd voor de taxipas. De keurend arts heeft klager afgekeurd vanwege een combinatie van aandoeningen, waaronder diabetes. Klager betwijfelt of verweerder een gedegen onderzoek heeft gedaan om tot de afkeuring te komen. Ook had verweerder navraag moeten doen over klagers diabetes bij de behandelend internist. Tevens stelt klager dat hij niet goed is geïnformeerd over de keuring en dat verweerder de van toepassing zijnde regelgeving verkeerd heeft geïnterpreteerd. Tot slot stelt klager dat verweerder zijn beroepsgeheim heeft geschonden.

Naast de regels van de WMK en het Besluit Aanstellingskeuringen kunnen bij de aanstellingskeuring een aantal andere regels van toepassing zijn als deze op specifieke wetgeving is gebaseerd. In casu is dat de Regeling eisen geschiktheid 2000. De Commissie is van mening dat verweerder de eisen voor het verrichten van de functie taxichauffeur met inachtneming van de normen die in de Regeling worden genoemd heeft kunnen vertalen naar bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid en dat niet is gesteld of gebleken dat verweerder daarbij in strijd met de WMK en het Besluit Aanstellingskeuringen heeft gehandeld.

Ten aanzien van de informatieverstrekking legt de Commissie uit dat de keurend arts een eigen verantwoordelijkheid heeft in relatie tot de keurling. De keurend arts dient zich ervan te vergewissen dat de keurling vóórafgaand aan de keuring voldoende is geïnformeerd over doel en inhoud van die keuring conform de Wmk. Indien dit niet het geval is dient de keurend arts deze informatie zelf te verstrekken. Dit vloeit voort uit het principe van informed consent. In casu heeft verweerder dit niet gedaan en heeft daarmee in strijd met de Wmk gehandeld.

De Wmk bepaalt dat een keurend arts verplicht is tot geheimhouding van wat hem bekend is over de keurling. De keurend arts mag niet meer meedelen aan de keuringvrager dan voor het doel van de keuring strikt noodzakelijk is. In enkele situaties is het mogelijk dat de arts zijn beroepsgeheim doorbreekt. Eén daarvan doet zich voor wanneer de arts gerichte toestemming heeft gekregen van de keurling. In casu was geen toestemming gegeven. Ondanks dat niet de keurend arts zelf, maar iemand anders werkzaam bij de arbodienst informatie aan de werkgever heeft verschaft, wordt de keurend arts hiervoor verantwoordelijk gehouden. Ook op dit punt heeft verweerder derhalve in strijd met de Wmk gehandeld.

Oordeel 2011-02

Commissie: mr. E. Cremers - Hartman, voorzitter, mr. E.P. Harderwijk, bedrijfsarts en mr. M.A.C. Vijn, leden van de Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen in tegenwoordigheid van mr. J. Jonkman, secretaris.

1 De klacht

1.1 Op 24 oktober 2010 heeft klager een klacht ingediend bij de Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen (hierna: de Commissie). Klager is door de keurend arts van een arbodienst gekeurd voor de functie van taxichauffeur/kleinbus bij een vervoersbedrijf (hierna: de aspirant werkgever). De keurend arts (hierna: verweerder) heeft klager afgekeurd vanwege een combinatie van aandoeningen.
De klacht richting verweerder bestaat uit de volgende klachtonderdelen:

  • Klager betwijfelt of verweerder een gedegen onderzoek heeft gedaan om tot de afkeuring te komen. Zij heeft geen navraag gedaan bij de behandelend internist over klagers diabetes, terwijl klager hiervoor toestemming had gegeven; 
  • Klager is van mening dat verweerder de keuring heeft verricht op basis van verkeerde wet- en regelgeving of zij zou de regelgeving verkeerd hebben geïnterpreteerd: volgens klager voldoet hij aan de eisen zoals opgenomen in de Regeling eisen geschiktheid 2000; 
  • Verweerder heeft klager vooraf geen informatie gegeven over de keuring; klager wist niet dat het om een aanstellingskeuring volgens de Wet op de medische keuringen (WMK) ging; 
  • Klager is van mening dat verweerder onderdelen van de keuring aan de aspirant werkgever heeft meegedeeld, zonder zijn toestemming, waar het betreft dat ´er meer aan de hand zou zijn dan diabetes´.

2 De loop van de procedure

2.1 De secretaris van de Commissie heeft op 27 oktober 2010 telefonisch contact gehad met klager voor een nadere toelichting op het ingediende klachtenformulier. Van dit gesprek heeft de secretaris een verslag opgesteld en ter controle en aanvulling aan klager voorgelegd. Klager heeft op 28 oktober 2010 het verslag aangevuld en voor akkoord verklaard.

2.2 Op 8 november 2010 heeft de Commissie klager nog schriftelijk nadere vragen gesteld. Hierop heeft klager nog diezelfde dag gereageerd.

2.3 Bij brief van 9 november 2010 is de klacht doorgestuurd naar verweerder en de aspirant werkgever met het verzoek om een reactie.

2.4 Verweerder heeft op 25 november 2010 een schriftelijke reactie verzonden aan de Commissie.

2.5 Partijen zijn op 13 januari 2011 gehoord.

2.6 De aspirant werkgever is uitgenodigd voor een hoorzitting op diezelfde datum in aansluiting op de zitting met verweerder. De Commissie heeft besloten verweerder en de aspirant werkgever niet gelijktijdig te horen in verband met de bescherming van de privacy van klager en het beroepsgeheim van verweerder.

2.7 De Commissie heeft tegen de aspirant werkgever een afzonderlijk oordeel uitgebracht (Oordeel 2011-01).

3. De feiten

3.1 Klager is via een re-integratiebureau bij de aspirant werkgever op 2 juni 2010 op sollicitatiegesprek gekomen in het kader van een opleiding tot taxichauffeur met baangarantie.

3.2 Klager is begin juli 2010 aan de opleiding begonnen.

3.3 De arbodienst heeft klager op 20 juli 2010 een uitnodiging voor de keuring gestuurd. Hierin staat dat de arbodienst het verzoek heeft ontvangen om een medisch onderzoek te verrichten en dat dit onderzoek verband houdt met “uw functie van taxi”. Het onderzoek wordt verricht in opdracht van de aspirant werkgever. Op 26 juli 2010 vond de keuring plaats, door verweerder. Verweerder heeft tijdens de hoorzitting bevestigd dat zij klager voorafgaand aan de keuring niet heeft geïnformeerd over de inhoud en het doel van de keuring en/of de bijzondere functie-eisen waarop klager gekeurd zou worden. Verweerder ging er vanuit dat de aspirant werkgever deze informatie al zou hebben gegeven.

3.4 Verweerder heeft klager vervolgens uitgenodigd voor het spreekuur op 27 juli 2010, om de keuringsuitslag mee te delen en te bespreken. Verweerder deelde klager mee dat hij was afgekeurd. Tijdens de hoorzitting is duidelijk geworden dat verweerder tijdens dit gesprek klager een zogenoemd „WMK-formulier‟ heeft overhandigd met het verzoek dit te ondertekenen, zodat de keuringsuitslag aan de aspirant werkgever bekend gemaakt zou kunnen worden. Klager heeft het formulier niet ondertekend.

3.5 Toen klager na het gesprek naar zijn auto terug liep, belde verweerder klager met de mededeling dat klager een herkeuring zou kunnen aanvragen en dat hij een klacht zou kunnen indienen bij de Commissie. Verweerder heeft deze informatie later in een e-mail van 29 juli 2010 aan klager bevestigd.

3.6 Bij thuiskomst, op 27 juli 2010, trof klager een voicemailbericht aan van de aspirant werkgever. Het bericht was ingesproken om 14.03 uur. Op dat tijdstip was klager op het spreekuur bij verweerder. Uit het voicemailbericht blijkt dat er telefonisch contact is geweest tussen een medewerker van de aspirant werkgever en een medewerker van de arbodienst waarbij is gesproken over de keuringsuitslag van klager. Tijdens de hoorzitting die de Commissie met de aspirant werkgever heeft gehouden is gebleken dat een medewerker van de aspirant werkgever het initiatief heeft genomen om de arbodienst te bellen en te informeren naar de keuringsuitslag (zie oordeel 2011-01).

3.7 Op 3 augustus 2010 heeft klager de keuringsuitslag met de aspirant werkgever besproken. Op die dag heeft de aspirant werkgever hem medegedeeld op dat moment niet tot een dienstverband met klager over te gaan, als gevolg van de afkeuring door verweerder.

3.8 Klager heeft op 6 en 18 augustus 2010 respectievelijk het theorie- en praktijkexamen taxichauffeur met succes afgelegd.

3.9 Klager heeft een herkeuring aangevraagd bij de arbodienst. De herkeuring heeft plaatsgevonden op 30 augustus 2010. De herkeurend arts heeft klager – mede na overleg met de behandelend internist – goedgekeurd.

4. Standpunten klager

4.1 Klager betwijfelt of verweerder een gedegen onderzoek heeft gedaan om tot de afkeuring te komen. Zij heeft geen navraag gedaan bij de behandelend internist over klagers diabetes, terwijl klager hiervoor toestemming had gegeven.

4.2 Klager is van mening dat verweerder de keuring heeft verricht op basis van verkeerde wet- en regelgeving of zij zou de regelgeving verkeerd hebben geïnterpreteerd: volgens klager voldoet hij aan de eisen zoals opgenomen in de Regeling eisen geschiktheid 2000.

4.3 Verweerder heeft klager vooraf geen informatie gegeven over de keuring. Ter zitting heeft klager benadrukt dat hij voorafgaand aan de keuring niet wist dat er sprake was van een aanstellingskeuring volgens de WMK en niet op de hoogte is gesteld van de bijzondere functie-eisen waarop hij gekeurd zou worden.
4.4 Klager is van mening dat zonder zijn toestemming informatie over de keuringsuitslag is verstrekt aan de aspirant werkgever, waar het betreft dat ´er meer aan de hand zou zijn dan diabetes‟. Aangezien het voicemailbericht op 27 juli 2010 is ingesproken ten tijde dat klager in gesprek was met verweerder, gaat klager er van uit dat het niet verweerder zelf is geweest die de informatie heeft doorgegeven.

5. Standpunten verweerder

5.1 Verweerder geeft aan dat er een gedegen en zorgvuldig onderzoek is gedaan naar de geschiktheid van klager voor de functie van taxichauffeur/kleinbus bij de aspirant werkgever. Verweerder heeft intern overleg gevoerd met collega-deskundigen en is zodoende tot de conclusie gekomen dat de combinatie van aandoeningen gezien de risico‟s op de openbare weg tot afkeuring diende te leiden. Er is afgezien van het inwinnen van informatie bij de behandelend internist, omdat de combinatie van aandoeningen niet op het vakgebied van de interne geneeskunde ligt, de internist mogelijk niet onpartijdig is en het niet conform de geldende richtlijnen van de KNMG over het geven van medische verklaringen door behandelaars is.

5.2 De aspirant werkgever had de arbodienst verzocht om een keuring op grond van de WMK (bijzondere functie-eisen) te verrichten. Verweerder stelt dat een aanstellingskeuring voor deze functie volgens de WMK en het daarop gebaseerde Besluit Aanstellingskeuringen gerechtvaardigd is. De keuring is verricht volgens de Leidraad Aanstellingskeuringen en in deze leidraad staat dat naast de regels van de WMK en het Besluit Aanstellingskeuringen een aantal andere (wettelijke) regels mogelijk van belang zijn. In deze is dat de Regeling eisen geschiktheid 2000. Het gaat om een wettelijk verplichte keuring voor het verkrijgen van een rijbewijs, categorie 2.
De keuring is volgens bovengenoemde regeling verricht. Ter zitting heeft verweerder het door haar gebruikte WMK-formulier laten zien. De arbodienst gaf vervolgens aan dat de regels van de Regeling eisen geschiktheid 2000 door de arbodienst zijn vertaald naar bijzondere functie-eisen voor de functie van taxichauffeur/kleinbus zoals verwoord in het WMK-formulier.

5.3 Verweerder heeft ter zitting verklaard dat zij klager voorafgaand aan de keuring niet heeft geïnformeerd over het doel en inhoud van de keuring en de bijzondere functie-eisen waarop klager gekeurd zou worden. Zij heeft klager bij binnenkomst medegedeeld dat hij gekomen was voor een keuring voor de functie van taxichauffeur. Verweerder heeft verder geen informatie gegeven omdat ze ervan uit ging dat de aspirant werkgever dit al had gedaan. Verweerder heeft daarop de personalia van klager geverifieerd en de door hem thuis ingevulde vragenlijst van de Inspectie Verkeer en Waterstaat met hem doorgenomen en de keuring uitgevoerd.

5.4 Verweerder heeft klager na het tweede spreekuurcontact op 27 juli 2010 gebeld en hem toen geïnformeerd over klagers recht op een herkeuring en de mogelijkheid om een klacht in te dienen bij de Commissie. Verweerder heeft deze informatie daarna per e-mail van 29 juli 2010 bevestigd.

5.5 Verweerder heeft geen informatie over de keuringsuitslag aan de aspirant werkgever verstrekt omdat klager hier geen toestemming voor had verleend. Verweerder verklaart tijdens de hoorzitting geen enkel contact te hebben gehad met de aspirant werkgever.

6 Overwegingen van de Commissie

6.1 Voorop staat dat, gelet op de tekst en de doelstellingen van de WMK en overige regelgeving, waaronder het Protocol Aanstellingskeuringen van juni 1995, in werking sinds 1 januari 1996 (1), moet worden uitgegaan van een strikte scheiding van verantwoordelijkheden en bevoegdheden tussen de keuringvrager en de keurend artsen. De Commissie geeft daarom afzonderlijk een oordeel over het handelen van de keuringvrager (oordeel 2011-01).

6.2 De klacht heeft voor een deel betrekking op de toepassing van de Regeling eisen geschiktheid 2000 (hierna: de Regeling) door de keurend arts. In de Regeling staan de eisen met betrekking tot de lichamelijke en geestelijke geschiktheid om motorrijtuigen te mogen besturen. Deze regels zijn opgesteld door de minister van Verkeer en Waterstaat. De vaststelling van de geschiktheid voor één of meer rijbewijscategorieën geschiedt door middel van afgifte van de Verklaring van geschiktheid door het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR). Klager stelt dat verweerder de Regeling verkeerd heeft geïnterpreteerd: volgens klager voldoet hij aan alle eisen die in de Regeling worden genoemd om geschikt verklaard te worden voor rijbewijzen uit groep 2, waaraan voldaan moet worden voor geschiktheid voor personenvervoer.

6.3 Het is de taak van de Commissie om een oordeel te geven over de vraag of bij de aanstellingskeuring is voldaan aan de vereisten van de WMK en het Besluit aanstellingskeuringen. De WMK en het Besluit aanstellingskeuringen geven aan wanneer een keuring mag worden verricht en aan welke procedurevoorschriften de keuring moet voldoen. Als bij de aanstellingskeuring ook andere wet- en regelgeving dient te worden betrokken, kan de Commissie wel een oordeel geven over de vraag of de toepassing daarvan in overeenstemming kan worden geacht met de vereisten van de WMK en het Besluit aanstellingskeuringen. De Commissie is echter niet bevoegd een oordeel te geven over de vraag of verweerder klager had kunnen goedkeuren met inachtneming van de genoemde Regeling. Derhalve is de Commissie niet bevoegd een oordeel te geven over het onderdeel van de klacht dat daarop betrekking heeft.

6.4 De Commissie overweegt dat artikel 1, onderdeel a, van de WMK bepaalt – voor zover hier van belang – dat onder een keuring wordt verstaan vragen over de gezondheidstoestand van de keurling en het verrichten van medisch onderzoek in verband met het aangaan of wijzigen van:
“1°. een burgerrechtelijke arbeidsverhouding die bij of krachtens de Ziektewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering als dienstbetrekking wordt aangemerkt,” (…)

6.5 Klager is via een re-integratiebureau bij de aspirant werkgever terechtgekomen. Hij kon via de aspirant werkgever de opleiding tot taxichauffeur volgen met baangarantie. Uit de stukken blijkt dat de aspirant werkgever de arbodienst opdracht heeft gegeven om een aanstellingskeuring te verrichten. Ter zitting is voorts gebleken dat het de bedoeling was dat klager daadwerkelijk een arbeidsovereenkomst zou krijgen. Het gaat hier dan ook om een keuring in verband met het aangaan van een arbeidsverhouding.

6.6 Een aanstellingskeuring mag in gevolge artikel 4, eerste lid, van de WMK juncto artikel 3, eerste lid, van het Besluit aanstellingskeuringen, alleen plaatsvinden, indien aan de vervulling van de betreffende functie en de daarbij behorende taken bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid moeten worden gesteld, waaronder wordt begrepen de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van de keurling en van derden bij de uitvoering van de desbetreffende arbeid, terwijl de risico‟s voor de gezondheid en veiligheid niet met gangbare maatregelen, overeenkomstig de stand der wetenschap en professionele dienstverlening, kunnen worden gereduceerd. Alvorens over te gaan tot een keuring is het de verantwoordelijkheid van de keurend arts te verifiëren of aan deze voorwaarden is voldaan.

6.7 Naast de regels van de WMK en het Besluit Aanstellingskeuringen kunnen bij de aanstellingskeuring een aantal andere regels van toepassing zijn als deze op specifieke wetgeving is gebaseerd. Voor de functie van taxichauffeur/kleinbus is dat de Regeling.
In artikel 2 van deze Regeling staat dat de eisen met betrekking tot de lichamelijke en geestelijke geschiktheid tot het besturen van motorrijtuigen worden vastgesteld overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlage.

6.8 In de bijlage van de Regeling zijn de keuringseisen geformuleerd voor het beoordelen van de lichamelijke en geestelijke geschiktheid tot het besturen van motorrijtuigen. De inleiding bij de keuringseisen bepaalt ´dat –afgezien van de invloed van alcoholgebruik- er nog altijd betrekkelijk weinig epidemiologische gegevens zijn over de relatie tussen gezondheidstoestand van verkeersdeelnemers en het veroorzaken van verkeersongevallen. Het spreekt voor zich dat de ongevalskans kan toenemen door verminderde lichamelijke of geestelijke conditie van degene die een motorvoertuig bestuurt‟. De Regeling is dus opgezet met het doel de veiligheid van bestuurder en medeweggebruikers te vergroten.

6.9 Artikel 4, eerste lid, van de WMK bepaalt dat onder medische geschiktheid voor de functie wordt begrepen de bescherming van de gezondheid en veiligheid van de keurling en van derden bij de uitvoering van de desbetreffende arbeid. De veiligheid van de keurling en van derden is derhalve een bijzondere functie-eis in de zin van de WMK.

6.10 Verweerder en de arbodienst hebben ter hoorzitting getoond dat zij in hun keuringsbeleid de normen van de Regeling hebben vertaald in bijzondere eisen op het punt van de medische geschiktheid conform artikel 4, eerste lid, van de WMK juncto artikel 3, eerste lid, van het Besluit aanstellingskeuringen en zoals benoemd in de Leidraad aanstellingskeuringen: onder andere scherp zien op afstand, horen, waakzaamheid en oordeelsvermogen, voldoende functioneren van wervelkolom en van de ledematen.

6.11 De Commissie is van mening dat verweerder de eisen voor het verrichten van de functie taxichauffeur met inachtneming van de normen die in de Regeling worden benoemd heeft kunnen vertalen naar bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid en dat niet is gesteld of gebleken dat verweerder daarbij in strijd met de WMK en het Besluit Aanstellingskeuringen heeft gehandeld.

6.12 Klager stelt in het tweede onderdeel van zijn klacht dat verweerder geen gedegen onderzoek heeft verricht door na te laten informatie over klagers diabetes op te vragen bij zijn behandelend internist, terwijl klager hiervoor zijn uitdrukkelijke toestemming had gegeven. De Commissie kan zich over dit onderdeel van de klacht hier niet uitlaten daar dit een inhoudelijke beoordeling zou zijn die is voorbehouden aan de keurend arts. Ook ten aanzien van dit onderdeel van de klacht is de Commissie niet bevoegd.

6.13 Het derde klachtonderdeel bestaat uit de vraag of verweerder in strijd heeft gehandeld met artikel 8, tweede lid, van de WMK door klager voorafgaand aan de keuring niet te informeren over doel en inhoud van de keuring. Het vierde klachtonderdeel bestaat uit de vraag of verweerder informatie over de keurling in strijd met artikel 10, tweede en derde lid, WMK aan de aspirant werkgever heeft verstrekt.

6.14 Ter zitting is gebleken dat klager onvoldoende is geïnformeerd over de inhoud en het doel van de keuring en zijn rechten daarbij. Klager wist niet dat het om een aanstellingskeuring in de zin van de WMK ging. Verweerder heeft bevestigd dat zij klager niet voorafgaand aan de keuring inhoudelijk heeft geïnformeerd.

6.15 Verweerder heeft een eigen verantwoordelijkheid in relatie tot de keurling. Verweerder dient zich ervan te vergewissen dat de keurling vóórafgaand aan de keuring voldoende is geïnformeerd over doel en inhoud van die keuring conform het vereiste in artikel 8, tweede lid, van de WMK. Indien dit niet het geval is dient de keurend arts deze informatie zelf te verstrekken. Dit vloeit voort uit het principe van geïnformeerde toestemming (informed consent principe). De Commissie wijst hier ook op de betreffende artikelen van het Burgerlijk Wetboek (BW), Titel 7, afdeling 5, welke afdeling ingevolge artikel 464 BW van overeenkomstige toepassing is op de aanstellingskeuring, alsmede op het Protocol Aanstellingskeuringen.

6.16 Klager heeft gesteld dat hij tijdens de keuring niet wist dat het ging om een aanstellingskeuring. Verweerder heeft ter zitting bevestigd dat zij klager voorafgaand aan de keuring niet heeft geïnformeerd, Daarom oordeelt de Commissie dat verweerder zich er niet van heeft vergewist of klager doel en inhoud van de keuring begreep. Derhalve heeft verweerder in strijd gehandeld met artikel 8, tweede lid, WMK.
Dit onderdeel van de klacht is gegrond.

6.17 Het laatste onderdeel van de klacht betreft de informatieverstrekking over de keuring door verweerder aan de aspirant werkgever. Klager heeft de machtiging om de uitslag door te geven aan de aspirant werkgever niet ondertekend en wilde dus niet dat de uitslag bekend zou worden gemaakt. Klager stelt dat verweerder hierdoor haar beroepsgeheim heeft geschonden.

6.18 Ten aanzien van het verstrekken van informatie door een keurend arts aan de (aspirant) werkgever overweegt de Commissie als volgt.

De WMK bepaalt dat een keurend arts verplicht is tot geheimhouding van wat hem bekend is over de keurling (artikel 10, tweede lid, WMK). De WMK bepaalt ook dat een keurend arts niet meer mag meedelen aan de keuringvrager dan voor het doel van de keuring strikt noodzakelijk is (artikel 10, derde lid, WMK). Uit de wetsgeschiedenis van de WMK blijkt dat dit laatste inhoudt dat de keuringsuitslag geschikt, ongeschikt of geschikt onder voorwaarden mag worden medegedeeld, maar pas nadat de keurling hiervoor toestemming heeft gegeven. Het doorbreken van deze geheimhoudingsplicht is in strijd met de WMK. Uit de wetsgeschiedenis van de WMK blijkt ook dat indien de medische gegevens over mensen in grotere organisaties bekend kunnen worden aan andere personen, de keurend arts verantwoordelijk en aansprakelijk gesteld wordt voor de geheime bewaring van de gegevens. (2)

6.19 Het beroepsgeheim is eveneens vastgelegd in de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) en in de Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (Wet BIG). De bepalingen van de WGBO - de artikelen 7:446-7:468 Burgerlijk Wetboek (BW) - zijn op grond van artikel 7:464 BW van overeenkomstige toepassing op de aanstellingskeuring. Ook de Wet BIG is van betekenis voor de aanstellingskeuring. Opzettelijke schending van het beroepsgeheim is in het Wetboek van Strafrecht strafbaar gesteld.

6.20 Het beroepsgeheim weegt dus zeer zwaar. De hoofdregel is dat de arts geen informatie aan derden mag verstrekken. In enkele situaties is het mogelijk dat de arts zijn beroepsgeheim doorbreekt. Eén daarvan doet zich voor wanneer de arts gerichte toestemming heeft gekregen van de keurling. Deze toestemming kan de keurling alleen geven als hij door de arts vóóraf is ingelicht over het doel, de inhoud en de mogelijke consequenties van gegevensverstrekking. In casu heeft klager uitdrukkelijk geen toestemming willen geven en heeft het WMK-formulier dus niet ondertekend.

6.21 Ter zitting is voldoende komen vast te staan, dat verweerder persoonlijk geen informatie over de keuring heeft verstrekt aan de aspirant werkgever zonder klagers toestemming.
Wel is het de Commissie, uit de hoorzitting in het oordeel tegen de opdrachtgever, gebleken dat er telefonisch contact is geweest met de arbodienst waarbij verweerder werkzaam is en dat uit de door de arbodienst verstrekte informatie kon worden opgemaakt dat er meer aan de hand is dan alleen diabetes. Gezien de bedoeling van de WMK komt hiermee vast te staan dat gehandeld is in strijd met artikel 10, tweede lid, van de WMK. De keurend arts is op grond van de wet immers verantwoordelijk voor de geheime bewaring van de gegevens.
Dit onderdeel van de klacht is dan ook gegrond

6.22 In dit geval zal de Commissie, op grond van artikel 15 lid 2 van het Besluit klachtenbehandeling aanstellingskeuringen, tevens een aanbeveling uit brengen richting verweerder en de arbodienst waarbinnen zij werkt.

7. Oordeel van de Commissie
Op grond van vorenstaande overwegingen komt de Commissie tot het volgende oordeel:

  • Ten aanzien van het onderdeel van de klacht dat verweerder de Regeling eisen geschiktheid 2000 verkeerd heeft geïnterpreteerd en daardoor niet tot afkeuring had mogen beslissen, is de Commissie niet bevoegd; 
  • Ten aanzien van het onderdeel van de klacht dat verweerder geen gedegen onderzoek heeft gedaan om tot de afkeuring te komen door na te laten informatie over klagers diabetes bij de behandelend internist op te vragen, is de Commissie niet bevoegd; 
  • Ten aanzien van het onderdeel van de klacht dat verweerder klager voorafgaand aan de keuring geen informatie heeft gegeven over inhoud en doel van de keuring oordeelt de Commissie dat verweerder in strijd heeft gehandeld met artikel 8, tweede lid, van de WMK. Dit onderdeel van de klacht is gegrond. 
  • Ten aanzien van het onderdeel van de klacht dat verweerder zonder klagers toestemming informatie over de keuringsuitslag aan de aspirant werkgever heeft meegedeeld, oordeelt de Commissie dat verweerder haar beroepsgeheim niet heeft geschonden maar volgens de WMK wel verantwoordelijk is voor de geheime bewaring van keuringsgegevens. Verweerder heeft derhalve gehandeld in strijd met artikel 10, tweede lid, van de WMK, waardoor dit onderdeel van de klacht gegrond is.
  • De Commissie beveelt de arbodienst waarbij verweerder werkzaam is aan, er in de kantoororganisatie op toe te zien en te waarborgen dat geen informatie over de (stand van zaken in een) aanstellingskeuring naar buiten wordt gebracht anders dan door de keurend arts zelf en conform het gestelde in art. 10 van de WMK, tweede lid.

Den Haag, 28 januari 2011


  1. Het Protocol Aanstellingskeuringen kan blijkens de nota van toelichting bij het Besluit tot regeling van de aanstellingskeuringen van 23 november 2001, Stb. 2001, 597, en bij het Besluit tot regeling van de klachtenbehandeling aanstellingskeuringen van 23 november 2001, Stb. 2001, 598, worden beschouwd als een nadere invulling van de WMK en het Besluit Aanstellingskeuringen.
  2. Tweede Kamer, vergaderjaar 1993-1994, 23 259, nr.7 pagina 20/21